IK WIL WEL, MAAR M'N HAAR!

Multiple Choices, expositie van hoeden en hoedenspelden, van 4 oktober tot en met 13 november in Art & Casey in Rotterdam en vervolgens in Groningen, Zeeland, Edam en Eindhoven (010-2141472). De bijbehorende hoedenshow is op 10 oktober, in cafe De With te Rotterdam. Aanvang 15 en 19 uur, toegang F 12,50. Volgende 'luchtige lezingen over de hoed' in Het Hoedencafe in Eindhoven op 14 oktober (Jan Reijs) en 18 november (Matt Dings) (040-440990). In hotel Okura op 17 oktober: 'Fete des chapeaux', een hoedenmodeshow. Aanvang 15 uur, toegang F 49,50 inclusief high tea. Hoeden M/V, Herengracht 422 Amsterdam.

“Leuke hoed, zelf gemaakt?”, vraagt een vlotte dame met een geruite blouse en een bodywarmer, na afloop van de lezing in het Hoedencafe. De eigenaresse van de hoed knikt. “Enig he”, vervolgt de dame. “Ik zit ook op een cursus hoeden maken. Mag ik es vragen, hoe heeft u dat nou van binnen afgewerkt?” De bewonderde hoed gaat af en wordt omgedraaid. Behalve een perfect zittende voering en een hoedenlint, wordt ook een etiket zichtbaar met de naam van de ontwerpster. “O, u bent beroeps”, klinkt het dan wat aarzelend. “Verdient u daar nou ook wat mee?”

De professionele hoedenontwerpster kent het verschijnsel inmiddels. Wie zelf wel eens een hoedje in elkaar heeft geflanst, al dan niet op een van de cursussen die steeds talrijker worden, kan zich niet voorstellen dat het maken van hoeden een vak is. Een vak dat je pas na jaren en jaren in je vingers krijgt. En dan praten we nog niet eens over het talent om nieuwe modellen of zelfs vernieuwende vormen voor een hoofddeksel te bedenken.

Ook de eigenaresse van het Eindhovense Hoedencafe, Caroline de Roy van Zuydewijn, heeft het hoeden maken pas echt geleerd nadat ze vier jaar bij een oude rot in de leer was geweest.

Boven het cafe is haar 'hoedensalon', waar ze werkt en haar collectie tentoonstelt. Haar hoeden zijn veelal groot en rijkelijk versierd en ze vallen meer op door sfeer dan door vorm. Om Eindhovenaars en andere bezoekers tot het dragen van een hoed te bewegen, organiseert De Roy van Zuydewijn 'hoedenuurtjes' met gratis borrelhapjes, waarbij dragers van een hoed kunnen rekenen op een gratis cocktail. En wie op zondagmiddag met een hoed op de teaparty komt, krijgt de thee voor niets.

Want dat is, ondanks de toenemende belangstelling voor hoeden, nog wel een beetje het punt: wie zet ze daadwerkelijk op zijn of haar hoofd? “Ik wil wel, maar m'n haar”, is een veel gehoord bezwaar. En mannen zijn al gauw bang dat ze, met een hoed op, voor hun vader worden aangezien.

Tussenhoed

“Wat je op het ogenblik veel ziet, is de tussenhoed”, zegt Marian Conrads. Zij is 'hoedenspecialiste', weet alles van de geschiedenis, van hoedenmode en van etiquette waar het 't dragen betreft. “De tussenhoed is een nonchalant hoofddeksel, niet te opvallend, maar toch leuk. Je kunt 'm opvouwen en in je tas stoppen als je ergens binnenkomt of er geen zin meer in hebt. Een voorbeeld van een tussenhoed is de 'cloche' zoals je die op het ogenblik bij alle warenhuizen voor een paar tientjes kunt kopen.”

Marian Conrads zelf verlaat haar huis nooit zonder een hoed. Sinds ze in haar jonge jaren kampte met sinusitis heeft ze het hoofd altijd warm gehouden en is van lieverlee expert geworden. Bij haar thuis in Houten ontvangt ze regelmatig groepen belangstellenden (de laatste tijd weer veel maidenparties) die ze onvermoeibaar haar hele - oude en moderne - collectie toont.

Zet ze een 'Greta Garbo hoed' op dan gaat er een zucht van herkenning door het gezelschap. Films, boeken, een heel tijdperk wordt opgeroepen door een enkele hoed. “Ach ja, Jacky Kennedy”, herkent iedereen, wanneer Marian Conrads een hardblauw pillboxje op haar hoofd duwt. Conrads heeft niet alleen het ideale hoedengezicht, ook haar kapsel verdraagt alle wisselingen bovenop. Gaat een hoedje af, dan ragt ze even met de handen door het kortgeknipte haar en ziet er weer kek uit.

De verhevigde belangstelling voor hoofddeksels in het algemeen verklaart Conrads uit het feit dat we tegenwoordig te maken hebben met een generatie ontwerpers die is opgegroeid in het 'hoedenloze tijdperk'. “In de jaren zestig werd de hoed als symbool van keurigheid afgezworen en werden er alleen nog maar petten en sjaals gedragen. Maar zo langzamerhand zijn er jonge mensen die helemaal geen last meer hebben van het idee dat een hoed staat voor 'fatsoen'. Zij hebben de hoed als het ware opnieuw ontdekt, zien wat je er allemaal mee kunt doen. Ze beschouwen het gewoon als een fantastische accessoire, wat het natuurlijk ook is.”

Op 10 oktober zal Marian Conrads in cafe De With in Rotterdam de presentatie verzorgen van een hoedenparade, waarop meer dan twintig jonge ontwerpers hun najaarscollectie laten zien. Aan deze parade doen voor kenners bekende namen mee als Bedtime for Bonzo, Cachet, Renee Kalokira en ook Marianne Jongkind, die hoeden maakt voor modeontwerper Frank Govers.

De show, met eventueel een speciaal 'hoedenmenu' na afloop, is tevens bedoeld om aandacht te vestigen op de expositie 'Multiple Choices' in Galerie Art & Casey, ook in Rotterdam.

“De hernieuwde belangstelling voor de hoed beperkt zich tot de fabrieksmatige en risicoloze modellen”, vonden de organisatoren en vroegen vijfentwintig ontwerpers een hoed te maken die op minstens twee manieren gedragen kan worden. Daarbij vroegen ze nog eens vijfentwintig sieraadontwerpers om hun hedendaagse visie te geven op de hoedenspeld. Het resultaat is volgens de organisatoren een verzameling van de meest uiteenlopende hoofddeksels en sieraden, van zeer goed draagbaar, tot theatraal en extravagant.

Vernissage

Een kleinere show, van uitsluitend draagbare hoeden, was deze week te zien tijdens een 'vernissage' bij de Amsterdamse winkel Hoeden M/V. Deze eigentijdse hoedenzaak, trots op z'n echte borsalino's en z'n hoeveelheid moderne petten, toonde de nieuwe wintercollectie op de hoofden van vijf paraderende modellen, inclusief een man. Er liepen creaties langs van beroemde ontwerpers als Philippe Model en Andrew Wilkie, maar ook van het jonge Londense duo Fred Bare, dat onder andere flinke mutsen met pompoenen breit: fleurig en alles behalve keurig. Onder winterhoofddeksels vielen ook de warme wollen sjaals met een weelderige (nep)bontrand die, over het hoofd getrokken, het gezicht chic omlijsten.

Uitsmijters waren de hoeden van de Newyorkse Patricia Underwood en de Nederlandse Miriam Nuver. Underwood maakt haar hoeden al jarenlang van hele dunne, aan elkaar gestikte reepjes leer en suede en varieert voornamelijk nog in hoogte en breedte. Het resultaat is zo prachtig dat het maar niet verveelt. Wel duur zijn ze, deze Amerikaanse hoedjes: achthonderd gulden, helaas.

Veel betaalbaarder zijn de ontwerpen van Miriam Nuver. Zij maakte voor deze winter onder andere een 'weer-en-wind-hoed' van waterdicht canvas (F250,-), met een lange oprolbare achterflap en zijranden die omhoog met een drukker kunnen worden vastgezet. Een hoed die op wel tien manieren is te dragen: als brandweerhelm, als piratensteek, model cowboy, zeer mondain, maar ook, bij slecht weer, diep over de ogen als model ' 't is nat en koud'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden