'Ik wil niet iets doen omdat ik het zo gewend ben'

Presentator Arie Boomsma schreef 'Troost', het essay voor de Maand van de Spiritualiteit. "Troost zit in grote dingen, zoals geloof, maar ook in iets kleins als een wandeling door het bos." tekst marije van beek foto's merlijn doomernik

Les 1

Wijk af

"Bij mijn eerste tv-optreden stond ik erbij als een houten klaas. Het was een bijrol. Ik was begin twintig en moest m'n shirt uittrekken. Ik moet iets zíjn, dacht ik in die tijd. Eigenlijk betekende dat: ik moet doen zoals anderen doen.

Als ik filmpjes terugzie van mijn eerste jaren bij Yorin, dan valt me op dat ik heel gek praat, dat ik zo'n overenthousiast maniertje heb. Wat dóe je, denk ik nu. Later, bij de EO, kwam ik erachter dat je juist verder komt als je anders bent.

De laatste jaren luister ik minder naar wat anderen van me vinden. Dat beïnvloedde mij altijd erg. Ik was continu bezig met het beeld dat ik uitstraalde: als ik dít zeg in een interview, dan is dát het resultaat.

Nu doe ik dat niet meer zo. Er zijn mensen die het tof vinden wat ik doe, en mensen die het stom vinden, en daar heb ik vrede mee. Vroeger schrok ik van mensen die negatief reageerden op wat ik deed. Dan dacht ik: hè, het is toch mooi, goed, belangrijk? Ik ben toch leuk? Of op zijn minst aardig?

Dames op straat zeiden vaak: wat zonde dat jij je hoofd kaal scheert. Tegenwoordig zou dat bijna een reden zijn om het zo te houden.

Ik ben blij dat mijn haar terug is. Het is dunner dan daarvoor. Daar schrok ik van, maar tegenover ouder worden sta je machteloos. Het voelt alsof er iets onomkeerbaar is veranderd, of ik ergens naar toe glij waar ik niets tegen kan doen. Dat zit me dwars. Als ik een oudere man zie lopen met zo'n goede bos grijs haar, dan is het alsof die in de evolutie sterker is dan ik.

Ik durf nu te zeggen dat ik bepaalde dingen goed kan. Eerst probeerde ik iets, en dan keek ik hoe er werd gereageerd. Dan ben je heel afhankelijk. Nu weet ik: wat ik maak is goed. Het kan altijd beter, maar schrijven en programma's maken, die terreinen kan ik met een gerust hart betreden."

Les 2

Laat verdriet toe

"Van nature ben ik optimistisch. Ik heb een bijna Amerikaanse mentaliteit: vechten, doorgaan. Verdriet moest dus altijd zo snel mogelijk uit de wereld. Maar voordat je ergens de zonnige kant van probeert te zien, moet je je verdriet toelaten. En je afvragen: waarom ben ik droevig? Waarom doet het zoveel pijn als een relatie over is? Waarom sterven vrienden als ze nog geen dertig zijn? Ik ben beter geworden in droevig zijn.

Ik heb een vriend verloren. Hij was jong, 28, net getrouwd. Een tumor in z'n hoofd. Daar ging ik heel rationeel mee om. Ik dacht: Tja, het is niet eerlijk, maar dit gebeurt. Er is geen God die dit bepaalt, het is willekeur.

Het moet in 2003 of 2004 zijn geweest. Dat zegt veel, vind je niet, dat ik geen exacte datum weet. Ik ben niet naar de begrafenis gegaan. Ik had bedacht: we hebben al afscheid genomen. Ik ben die dag gewoon gaan werken. Ik maakte een tijdschrift. Wat een fiasco werd, overigens.

Geen moment heb ik eraan gedacht dat het voor zijn vrouw, familie en vrienden belangrijk was om er te zijn. Dat werd me natuurlijk verweten. Ik kreeg een brief van zijn vrouw. Nu snap ik het: een begrafenis is een moment van afsluiten, herinneringen uitspreken en met anderen treuren. Van mijn ex-vriendin heb ik geleerd minder rationeel te zijn. Ik kreeg pas echt door hoe erg het was toen zij het uitmaakte.

Ze liet me achter met een beangstigende gedachte: ik wíst dat ik tijdens onze relatie te veel met mezelf bezig was geweest, en me op de ander, op haar had moeten richten. Die tekortkoming zag ik heus wel. Maar het was me niet gelukt het te veranderen. Ik probeerde het niet eens. Dat is het rare. Toen ze wegging, zag ik pas echt in dat het zo niet kon."

Les 3

Trek je op aan de kunsten

"Ontroering kan zich herhalen. Ik vind dat fascinerend, en een van de mooiste dingen van de kunsten. Er zijn films, scènes, boeken ook, opera's, die uitvergroten wat er gebeurt in ons leven. Vooral in opera is liefde niet gewoon liefde, liefde is daar alles. Leven of dood.

Ik zoek het sombere op in kunsten. Misschien juist wel omdat ik zelf zo optimistisch ben. Mijn denkbeelden opschudden geeft me het gevoel completer te zijn.

Er zijn gedichten die ik wel zes, zeven keer heb gelezen en die me steeds weer ontroeren. 'Troostconcours' van Luuk Gruwez, bijvoorbeeld. In dat gedicht nemen mensen allemaal dingen mee om een jury te bekoren. En dat lukt maar niet, want ze komen met clichés, jeugdherinneringen, dat soort dingen. Totdat er iemand met een spraakgebrek opdraaft, die alleen zichzelf meeneemt. Hij wint. 'Hij wint en weende levenslang', staat er dan. Ik weet wat er gaat komen, en toch krijg ik, heel gek, steeds weer een brok in m'n keel.

Ik ervaarde pas echt hoezeer de kunsten kunnen helpen toen het niet goed ging met mijn broer. Ik woonde in Amerika, hij moest de gevangenis in. Met een vriendinnetje had hij een overval gepleegd op een snackbar. Het zat mij heel erg dwars dat ik ver weg was terwijl mijn familie door een moeilijke tijd ging. Dat was pittig. Ik durfde of wilde er niet over te praten met mensen op die conservatieve school in Amerika, waar ze toch al weinig van Nederland begrepen.

Een paar keer is er over geschreven in roddelbladen. Dat was naar, vooral voor mijn ouders. Je verwacht het niet van een domineesgezin, maar we zijn allemaal op een bepaalde manier onrustig geweest. Ik heb uit pure verveling ook wel eens fietsen gestolen, of ingebroken bij een school. Maar mijn broer ging te ver. Ik ging ook te ver, maar hij ging nog weer verder.

Op school in Amerika nam ik uiteindelijk een leraar in vertrouwen. Hij bood me een rol aan in het schooltoneel - Shylock, uit 'De Koopman van Venetië', een stuk van Shakespeare. Hij is een Joodse bankier. Een droevige, teleurgestelde, boze man, die iets was aangedaan. Ik speelde die emoties, die bij mij heel ergens anders vandaan kwamen - dat hielp mij. Door andermans emoties te spelen, viel er iets van me af. Natuurlijk, na zo'n heftige gebeurtenis binnen een gezin komt de echte verlichting pas als je er met elkaar over kunt spreken, als het weer goed gaat met je broer. Hij heeft zijn leven op de rails, alles is weer helder."

Les 4

Blijf in beweging

"Gelovigen gaan vaak alleen om met andere gelovigen. Lekker veilig. Ik deed dat niet. Ik voel me liever een beetje ongemakkelijk. Geprikkeld worden is in beweging zijn. Ik sta graag in de verdediging. Dat is niet opeens over sinds ik niet meer onder het EO-vaandel werk. Nog kunnen mensen me op straat aanklampen en iets zeggen als: 'Je bent een wolf in schaapskleren'.

Ik wil niet iets doen omdat ik het nu eenmaal zo gewend ben. Ook met mijn geloof niet. Daar zet ik ook steeds vraagtekens bij. Geen: 'ja, maar zo doe ik dat', of: 'dit vind ik nu eenmaal', of: 'zo zit het'. Van zulke gedachten roest je vast. Je moet niet berusten; 'hee, hoe zit dit?', 'hee, hoe werkt dat?' Stilstand is zo'n beetje het allerergste. Dat er niets meer gebeurt. Dat ik niet meer groei. Dat ik me niet meer ontwikkel. Dat het leven voorspelbaar wordt, burgerlijk. Ik vind: je leven moet evolueren, net als de rest van de wereld. Anders gebeurt er niets meer, maakt het niet meer uit, leeft het niet meer. In beweging blijven geeft me het gevoel er toe te doen."

Les 5

Deel

"Ik ben drie jaar vrijgezel geweest. Ik besloot wat impulsiever te worden met vrouwen. Ik geloof nog altijd dat seks eigenlijk binnen een langdurige relatie hoort, maar ik ben wel van dat ideaal afgeweken. Dat was belangrijk. Ik heb er geen spijt van. Al kwam ik vrij snel tot de conclusie: voor mij werkt het niet.

Alle levens van twintigers en dertigers in de stad staan op shufflestand; vind je je studie niet leuk, dan ga je iets anders doen. Banen met lange contracten zijn er sowieso bijna niet meer. Op Internet heb ik vaak drie webpagina's open, op YouTube kies ik het kortste filmpje van een onderwerp, als ik muziek niet mooi vind, shuffle ik door. Alles spoelen we door, door, door - volgende. Waarom vraag ik dan van een relatie juist duurzaamheid?

Ik wil een haven. Dat is wat een relatie moet zijn. Juist omdat de rest van het leven al zo onvast is. Een plaats waar dingen tot rust komen, waar veiligheid is, begrip. Delen maakt gelukkiger. Het maakt het leven meer waard. En gezamenlijkheid gaat niet zonder trouw.

Ik ben net weer een nieuwe relatie begonnen. Ik vraag me af: Oeh, kan ik dit wel? Kan ik me ook op die ander concentreren? Want dat moet. In het begin merkte ik dat ik graag weer alleen thuis was als ik veel bij haar was geweest. Dan kwam die angst. Maar ik heb er goede hoop op. We hebben iets heel moois samen. En op veel fronten klopt het. Zij stelt veel vragen om me er bij te houden. 'Wat vind jij hiervan?', of: 'Wat gaan we doen?'. Eerlijk gezegd deed mijn ex dat ook wel. Maar die gaf het op.

Ik ben graag alleen. Dat is het moeilijke. Laatst heb ik het daar met m'n moeder over gehad. Ik heb haar gezegd: als dit niet werkt, blijf ik gewoon alleen. Daar ben ik wel een beetje bang voor.

Mijn moeder kent me echt, zij begrijpt me. Aan het einde van het gesprek zei ze, en dat is typisch mijn moeder: 'met jou komt het goed'. Dan zegt ze eigenlijk alles en niks tegelijk. Dat doet ze vaker. Toen ik besloot om modellenwerk te doen terwijl ik journalistiek zou gaan studeren, schrokken m'n ouders. Maar mijn moeder zei al gauw: jij redt je wel. Ik geloof dat ze daarmee toen meer zichzelf overtuigde dan mij, maar nu ze het weer zei, dacht ik: je hebt gelijk. Dat gaf me de moed om verder te gaan met de liefde die ik ben begonnen.

Het voorbeeld van mijn ouders, die ruim veertig jaar getrouwd zijn, is zo mooi; hun evenwicht, het kameraadschap, als ik ze op het strand zie lopen en ze elkaars hand vasthouden. Begin zeventig zijn ze allebei. Wat ik tussen hen zie ... Ik ben niet de persoon om lessen in liefde te geven. Al ben ik nu veertig, begrijpen doe ik het nog steeds niet goed. Ik weet, ik merk, dat ik completer ben als ik echt met iemand samen ben. Ik heb ook zin om m'n leven op te bouwen met iemand. Om kinderen te krijgen. Daar heb ik veel zin in, ja, ook omdat ik via hen weer fris naar de wereld kan kijken. Alles weer voor het eerst zien."

Les 6

Loop het bos in

"Bij mijn ouders, die nu in het oosten van het land wonen, loop ik steevast het bos in. Liefst alleen.

Toen ik een jaar in Amerika woonde, blesseerde ik mijn knie. Ik moest elke dag door de gigantische bossen van Indiana naar de revalidatie. Sindsdien zoek ik de natuur op als ik wil nadenken. Het helpt me reflecteren. Er is stilte, dat is belangrijk. Maar het is niet de moeilijke stilte van een meditatieruimte. Tegelijkertijd is er beweging; de natuur gaat voort - ver na mij, en was er al ver voor mij. Daarmee is het ook een terugkeer naar de basis. Omdat ik voel en weet: daar zijn dingen begonnen. Daar, in het domein van de natuur, was het allemaal nog overzichtelijk, goed. Het bos biedt me troost. Het klinkt misschien simpel, maar bomen hebben een kalmerende werking op me. Het is bijna iets spiritueels. Op de natuur heb ik geen enkele invloed. Ik ben er slechts een wezen dat er even door heen wandelt. Ik ben er veel kleiner."

Arie Boomsma
Arie Boomsma (1974) werd geboren op het eiland Marken. Hij is de zoon van een dominee. Tijdens zijn studie in Amerika raakte hij geblesseerd, waardoor hij de droom om profbasketballer te worden op moest geven. Terug in Nederland rolde hij via een bijbaan als model in het vak van tv-presentator. Hij begon bij Yorin en stapte vervolgens over naar de EO. Daar volgde rel op rel. Bijvoorbeeld toen hij poseerde op de cover van de glossy L'Homo, van de makers van Linda. Bij de KRO maakte hij het tv-programma 'Uit de Kast' over jongeren die uitkomen voor hun homoseksualiteit. Het programma werd genomineerd voor een International Emmy Kids Award.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden