'Ik wil mezelf verrassen'

Kunstenaars vertellen in de serie De Schepping hoe hun werk tot stand komt. Vandaag de atypische Niels Broszat: hij oogt braaf, net als zijn thema's, maar zijn bijzondere talent is onmiskenbaar.

Kam je haren niet en trek geen nette kleren aan. Probeer er een beetje als een zwerver uit te zien.' Niels Broszat kreeg dertien jaar geleden dit advies van zijn docenten op het Grafisch Lyceum in Utrecht. Ze hadden met hem te doen, omdat hij al zo vaak op kunstacademies was afgewezen. Twee kansen had hij nog. "Ik was in paniek, want ik wilde hoe dan ook naar een kunstacademie. Ik had zo'n creatiedrang."

Hij kan zich niet voorstellen dat zijn uiterlijk en kleding echt de doorslag hebben gegeven. "Ik denk dat ze me op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag hebben aangenomen omdat ik zo ontzettend gemotiveerd was."

Niels Broszat (1980, Mettingen, Duitsland) ziet er ook niet artistiekerig uit. Met zijn donkerblauwe trui, nette spijkerbroek, mooie schoenen en verzorgde kapsel plaats je hem eerder in de categorie 'ideale schoonzoon met een keurige kantoorbaan'. Geen verfspatten op zijn broek, geen rouwrandjes onder zijn nagels. "Ik ben ook wel een beetje een atypische kunstenaar", zegt hij met een lachje. Hij kent ook geen kunstenaars die net als hij op 34-jarige leeftijd al een compleet gezin hebben: vrouw en drie kinderen van 9, 7 en 5 jaar. "De oudste werd geboren toen ik in het tweede jaar van de academie zat, de tweede volgde net voor het eindexamen." Voordat hij 's morgens naar zijn atelier vertrekt, smeert hij boterhammen en pakt hij schooltassen in.

Ook met de kunst die hij maakt, lijkt Broszat keurig binnen de lijntjes te willen kleuren. Bloemstillevens - truttiger kan haast niet - schilderde hij eerst. Een paar jaar geleden switchte hij naar iconen, ook al zo'n braaf thema.

En toch wordt hij als een bijzonder talent gezien. De bloemstillevens waarmee hij afstudeerde, werden meteen verkocht. Ook mocht hij meedoen aan de tentoonstelling die het Haags Gemeentemuseum traditioneel wijdt aan het beste afstudeerwerk van de KABK. Een paar maanden geleden won hij de prestigieuze Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst met één van zijn iconenschilderijen. Zijn werk is nu te zien in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden. Daar hangen zijn hedendaagse iconen naast eeuwenoude heiligenbeelden, waaronder topstukken uit het Museum Catharijneconvent in Utrecht. Het Udense museum kocht ook vier van Broszats iconenschilderijen aan.

Bloemstillevens en iconen. U dacht zeker: de enige manier om boven het maaiveld uit te steken, is door me te onderscheiden.

"Kunstenaars worden inderdaad opgevoed met de gedachte dat ze zich moeten onderscheiden. Maar je moet je niet laten meeslepen door de waan van de dag en thema's die in de mode zijn. Gelukkig heb ik heel goede docenten gehad op de academie. Vooral van Elly Strik en Natasja Kensmil heb ik veel geleerd. Zij hielden me voor dat je altijd naar jezelf moet blijven luisteren. Wat je doet, doe je voor jezelf. Dat heb ik in mijn oren geknoopt. Ik had ook kunnen denken: Niels, hoe durf je het om eeuwenoude heiligenbeelden te kiezen als onderwerp? En die dan niet te kopiëren, wat heel veel gebeurt, maar er mijn eigen visie op te geven."

Heeft de keuze voor iconen te maken met uw afkomst? Broszat is geen Nederlandse naam.

"Dat heeft geen rol gespeeld. Mijn voorouders komen uit Oost-Pruisen, uit Gumbinnen dat nu in Litouwen ligt. We spreken onze naam uit als 'Brosjaat', met de klemtoon op 'aat'. Het zou ook een Hugenotennaam kunnen zijn die is verduitst. Mijn vader is Duits, mijn moeder Nederlands, ik ben tweetalig opgevoed en heb nog steeds twee nationaliteiten, hoewel ik op mijn zesde al van Münster naar Nederland ben verhuisd."

Religie misschien?

"Ik ben niet gelovig en heb ook niets met het katholicisme. Ik ben niet uit religieuze overwegingen iconen gaan schilderen."

Waarom dan?

"Daarvoor moet ik teruggaan naar de academietijd. Ik heb daar veel geëxperimenteerd, daar kreeg je ook de ruimte voor. Meestal waren de docenten wel te spreken over mijn werk, tot de tussentijdse beoordeling vlak voor het eindexamen. Toen waren ze ineens unaniem negatief. Het overviel me en daarom heb ik Elly Strik gevraagd om haar oordeel. Ze zei: 'Niels, het zit 'm in dat ene handje'. Door die opmerking begreep ik hoe het publiek mijn werk ervaart. Ik heb toen een radicaal besluit genomen. Ik ging niet meer naar de lessen en besloot al het overtollige in mijn werk overboord te gooien en me alleen op bloemstillevens te richten.We waren toen net aan het verhuizen, mijn vriendin was hoogzwanger van de tweede, en ik ben in die lege kamers gaan werken. Daar ontstonden drie grote houtskooltekeningen met bloemstillevens, een oud thema in de schilderkunst. Bloemstillevens stonden heel ver van me af. Maar ik was wel nieuwsgierig hoe ik als hedendaagse kunstenaar daar nog een eigen draai aan kon geven. Pas achteraf heb ik me gerealiseerd dat het ook een reactie moet zijn geweest op de vluchtigheid die in ons alledaagse bestaan is geslopen, ook in de kunstwereld. Alles is meteen weer achterhaald, we willen allemaal de nieuwste iPhone, hoe nieuwer hoe beter. Daarnaast blijven er gelukkig ook altijd vaste universele waarden in het leven, zoals de behoefte aan veiligheid, schoonheid, seks, troost. Dat heeft me ertoe gebracht om te kiezen voor een vaste waarde in de schilderkunst, het bloemstilleven. En daar mijn eigentijdse visie op te geven."

Waarom bloemen en geen landschappen of iets anders?

"Ik ben rete-impulsief. Ik ben geen conceptuele kunstenaar die alles van a tot z bedenkt. Ik werk nooit volgens een vooropgezet plan. Dan wordt het te bedacht. Meestal heb ik wel een vaag idee, bijvoorbeeld dat ik iets met vogels of engelen wil doen, maar dat kan dan ineens ook een olifant worden. Ik werk heel associatief. Toeval is een vrij groot ingrediënt in mijn werk. Ik wil mezelf verrassen, ook omdat ik niet goed ben in het bedenken van een plan. Iets natekenen doe ik ook nooit."

Wat vonden de docenten van de bloemstillevens?

"Ze vonden het wel aardig, maar reageerden wat zuur. Ze namen het me kwalijk dat ik niet meer naar de les was gekomen. Johan van Oord, het hoofd van de afdeling beeldende kunst, zei de hele tijd niets. Toen hij zelf aan het eind zijn oordeel moest geven, merkte ik dat hij zich enorm had zitten ergeren aan zijn staf. Hij zei: 'Wat zitten jullie nou te zeuren. Dit is gewoon fantastisch werk.' Na die beoordeling had ik mijn onderwerp gevonden: bloemstillevens die tussen het 17de-eeuwse genre en 'kamper-kitsch' in jojoden. Maar ik miste nog wel de bezieling in mijn werk. Bij de eindpresentatie kreeg ik een kleine donkere ruimte toegewezen. Ik heb die wit geschilderd en in het midden een vaas met plastic bloemen neergezet. Ook hing er een lekkere aromageur, Fleur de Shanghai, en was er muziek van Mozart te horen. De ruimte hing helemaal vol bloemstillevens. Het was een complete installatie geworden. De reacties waren lovend en al mijn werken waren meteen verkocht. Ook mocht ik exposeren in het Gemeentemuseum Den Haag. Ik had toen ook meteen een galerie, Cokkie Snoei, en zelfs Joop van Caldenborgh (de grootste kunstverzamelaar van Nederland, red.) kocht een bloemstilleven van me, een collage van allerlei materialen, verf, haarspeldjes en foto's op gipsplaat."

Zoveel succes, maar hoe dan verder? De rest van je leven bloemstillevens blijven maken?

"Ik wilde verder, andere dingen maken. Ik vind dat geen van mijn werken op elkaar mag lijken, anders wordt het al gauw een maniertje. Na verloop van tijd gingen die bloemstillevens me ook wat tegenstaan. Stiekem begon ik ook ander werk te maken, waarin ik wel meer de bezieling wilde benadrukken. Een vast thema had ik niet. Een paar jaar geleden ben ik helemaal gestopt met de bloemen. Toen ben ik ook weggegaan bij Cokkie Snoei en zelf mijn verkoop en tentoonstellingen gaan regelen. Dat is veel werk, maar het bespaart me ook veel geld. Bij een galerie moet ik 50 procent afdragen van de opbrengst van verkochte werken. Op de opleiding is er weinig aandacht voor de commerciële kant van het kunstenaarsvak. Maar er is toch niets op tegen om je eigen werk onder de aandacht te brengen en te verkopen? Daarin ben ik dan misschien ook weer een atypische kunstenaar. Bovendien leer ik er ook veel van over het gedrag van verzamelaars, musea en media."

Hoe kwam u op het idee om iconen te gaan schilderen?

"In het tv-programma 'Kunstuur' zag ik een koorkap uit het Catharijneconvent. Dat intrigeerde me, ik ben gaan kijken in dat museum. Ik was gefascineerd door de middeleeuwse voorwerpen die ze daar hebben, kazuifels en monstransen. Er is met zoveel toewijding aan gewerkt. Zo subliem en gedetailleerd wordt het nauwelijks nog gemaakt in onze vluchtige samenleving. Het greep me aan, die beeldtaal van de Middeleeuwen. Tegelijkertijd hangt er een sinistere sluier overheen. De Middeleeuwen waren een duistere tijd, met machtsmisbruik en ellende. Als je alleen al ziet wat ze toen aan martelwerktuigen hadden... Je vraagt je af hoe het de anonieme makers van deze objecten is vergaan. In mijn iconen wil ik ook die spanning oproepen. Ze moeten de devotie en toewijding uitstralen die traditionele iconen hebben, maar er moet ook iets duisters, iets sinisters in zitten."

Vandaar die heftige, vloekende kleuren?

"Ja, er moet onrust in zitten. De achtergrond van iconen is altijd heel rustig, ik laat die trillen en soneren. Ik wist bijna niets van iconenkunst, behalve dat ze volgens strikte regels moeten worden geschilderd. Kleuren, patronen, voorstellingen en materialen, alles ligt vast. Aan die regels stoor ik me niet, al werk ik wel met tempera op eikenhouten paneeltjes, niet omdat dat voorgeschreven is, maar tempera geeft zo'n mooie gloed. Als je goed kijkt zie je dat mijn iconen hele verfijnde details hebben. In dat priegelige werk zit veel tijd. Maar ik durf daar ook lekker rauw overheen te schilderen. Dat rauwe en verfijnde zag ik ook in het Catharijneconvent."

Voor de bezoekers van het Museum voor Religieuze Kunst zal het misschien een schok zijn om tussen de traditionele heiligenbeelden uw iconen met knallende kleuren en botsende vormen te zien hangen.

"Het museum heeft me zelf benaderd. Ik ben blij dat ze de durf hebben om mijn visie op iconen te laten zien."

Het viel me op dat u net als de anonieme Middeleeuwse makers uw iconen niet signeert.

Niels Broszat pakt een icoon en draait hem om. Op de achterkant zit een rood lakzegel. Hij wijst naar het haartje dat erachter zit geplakt. Elke icoon signeert hij met één van zijn hoofdharen. "Ik signeer met mijn DNA, net zoals mijn voorgangers dat in Middeleeuwen onbewust ook moeten hebben gedaan. Als je die oude iconen zou laten onderzoeken, kom je waarschijnlijk hun DNA tegen in de vorm van huidschilfertjes of haartjes."

Niels Broszat

Kunstenaar Niels Broszat (1980) werd bekend met bloemstillevens. Tegenwoordig maakt hij hedendaagse iconen. Vorig jaar won hij daarmee de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst.

Van 19 tot 23 januari is Broszat te volgen tijdens het maken van nieuw werk in het radioprogramma 'de Torenkamer' (Opium op 4, radio 4). Na afloop wordt dit werk toegevoegd aan de iconententoonstelling in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden. Deze expositie duurt t/m 6 april.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden