Ik wil me bewijzen als schrijver

Vriendschap (het thema van de boekenweek), reizen en vergankelijkheid zijn centrale onderwerpen in Stephan Enters roman 'Grip'. Genomineerd voor diverse prijzen.

'Mijn eerste verhaal schreef ik als elfjarige toen ik op reis was met mijn grootouders naar Zwitserland en voor het eerst bergen zag. Die had ik mij voorgesteld zoals een kleuter ze tekent: bruin, naast elkaar, als vulkanen. In werkelijkheid ziet een gebergte er heel anders uit, als een doorgewoeld laken. Dat beeld wilde ik vasthouden. En dat is het mooie van schrijven, dat je precies kunt vastleggen hoe je iets voor het eerst ziet, en dat je dat zo ook weer op kunt roepen voor de lezer."

Na dat eerste verhaal is Stephan Enter (1968) blijven schrijven, maar het zou tot 1997 duren eer hij een roman goed genoeg vond om op te sturen naar een uitgever. Van Oorschot reageerde enthousiast en kritisch met een brief van vier kantjes. Weer ruim een decennium en drie goed ontvangen boeken later, lijkt nu ook de doorbraak naar het grotere lezerspubliek een feit. 'Grip', Enters vierde boek, is binnen vier maanden aan zijn zesde druk toe. "Er worden er nu per dag meer dan tweehonderd verkocht", vertelt Stephan Enter in een café in zijn woonplaats Utrecht.

Hij is blij met het succes. Het is ook een opvallend goed resultaat, maar vreemd is het niet dat deze nieuwe roman zoveel meer lezers aanspreekt. 'Grip' is een mooie, reflectieve, gedetailleerde reisroman die aan het denken zet over natuur, tijd en vergankelijkheid. Een diepzinnig maar ook toegankelijk boek vol heldere observaties over vriendschap, liefde, verlangen, dood, eenzaamheid, geluk, onvermogen.

Drie mannen, vroege veertigers, zijn onderweg naar een reünie in Wales, waar ze elkaar en een gezamenlijke vriendin, nu getrouwd met een van hen, na een lange tijd van stilte zullen terugzien. De vier kennen elkaar uit hun studententijd toen ze samen een klimreis maakten naar de Lofoten in Noorwegen. Daar is iets voorgevallen wat het stel uit elkaar gedreven heeft. Enter geeft de drie mannen na elkaar het woord, waarbij hun herinneringen aan dezelfde gebeurtenissen in ieders relaas net weer anders opdoemen.

Mooi is hoe de schrijver zo binnen- en buitenwereld, heden en verleden, langs elkaar heen laat scheren. De mannen onttrekken zich in hun bespiegelingen aan het beeld dat de anderen van hen hebben, maar vallen ook niet helemaal samen met zichzelf. Ieder van hen worstelt, ten dele onbewust, met een gemis, deels geprojecteerd op de vierde figuur in de groep, Lotte, de enige vrouw, die we alleen via de mannen leren kennen. Zo is Paul, die het boek opent, op het oog het meest in harmonie, maar ook degene die twintig jaar later nog steeds leeft als een adolescent. Martin, die als student overgevoelig was en onzeker, heeft een vrouw, kind en een succesvolle carrière aan de universiteit, maar houdt afstand in zijn gevoelens. De stoerdere, daadkrachtige Vincent, in hun studententijd de spil van de groep, is na het mislopen van zijn grote liefde min of meer vastgelopen.

In de gedachtenstroom van de verschillende personages herinnert 'Grip' wel aan het werk van Virginia Woolf, aan 'The Waves' met name, waarin ook een vriendengroep de eigen ervaringen spiegelt aan elkaar en aan de afwezige spil van de groep, de ongrijpbare held die door iedereen bewonderd wordt. Het is een gelijkenis die door Enter niet bewust is gezocht, maar wel wordt verwelkomd: "Virginia Woolf is een van mijn favoriete schrijvers. Ik herken me in de intensiteit en levendigheid van haar taalgebruik, en in de ambitie steeds dieper in het denken te willen doordringen."

'Grip' opent met Paul die gefascineerd is door een krantenbericht over de onsterfelijkheid die binnen twintig jaar in het verschiet zou liggen. Die onsterfelijkheidgedachte zal steeds terugkeren in het boek als motor voor reflectie en discussie.

"Eerst wilde ik een ideeënroman schrijven over onsterfelijkheid", vertelt Enter. "Maar ik kwam er al gauw achter dat je personages nodig hebt die je het verhaal in trekken. Later zag ik het boek als een melodiestuk waarin de onsterfelijkheidsgedachte de ene melodielijn vormt en de reünie van de vier vrienden de andere melodielijn. De onvergankelijkheid botst zo op de vergankelijkheid, waar zij zich tijdens hun reis bewust van worden door de jaren die sinds de vorige ontmoeting verstreken zijn. De reis naar de Lofoten en de reis naar Wales dragen daar aan bij. Tussen de onveranderlijkheid van het landschap, de traagheid waarmee de bergen veranderen,voel je je eigen vergankelijkheid het sterkst."

Een belangrijke rol is daarnaast weggelegd voor het licht, de zon die de reizigers in de trein naar Engeland begeleidt. Maar ook de noorderzon op de Lofoten. "De essentie van de Lofoten was het licht", peinst Paul ergens in het begin van het boek. "Dat zou hem bijblijven: een teder, geheimzinnig en tegelijk intens weemoedig schijnsel dat in de late avond op alles neerstreek. Het deed denken aan oude schilderijen [..]maar dan intenser, veelomvattender."

Hoewel het boek 'barst van de eenzaamheid' zoals Enter het zelf uitdrukt, vindt hij zelf dat 'Grip' over geluk gaat. Die geluksmomenten schuilen echter meer in het contact met de natuur dan tussen vrienden en geliefden. In die relaties wordt steeds misgegrepen. Vincent wijst blasé de liefde af en berouwt dat later. Vergetelheid vindt hij in het klimmen, zoals Paul zich verliest in het licht van de noorderzon. Enter: "Dat geluk vinden ze misschien niet in het directe contact maar wel in de groep. Dat gevoel herken ik. Dat je je prettig kunt voelen in een groep terwijl je met die afzonderlijke mensen niet veel hoeft te hebben. Paul vergelijkt het met een zwerm spreeuwen. In een zwerm spreeuwen kun je met iedereen meevliegen maar je kunt ook weer ontsnappen als je wilt. Martin herinnert zich hoe hij zich gelukkig voelde in de tent, terwijl buiten de anderen nog doorkletsen."

Enter ziet de drie mannen alle drie als afsplitsingen van hemzelf maar voelt zich het meest verwant met Paul, die de meest Zen-achtige houding heeft. "Paul ziet overal mogelijkheden. Ieder moment heeft zoveel schoonheid. Maar hij kan ook niet kiezen. Dat is zijn zwakte. Hij is nog steeds niet echt begonnen."

Paul is ook de enige die het idee van onsterfelijkheid omarmt. "Ik geloof zelf in die onsterfelijkheidsgedachte, in het idee dat het leven steeds verder opgerekt zal worden, en dat zo alle levensfasen zullen veranderen. Ik zou zelf ook de onsterfelijkheid omarmen als die me aangeboden werd", aldus Enter.

Veel meer wil hij over zichzelf niet kwijt. Enter komt uit een gereformeerd gezin waar veel gelezen werd. Hij had als scholier een voorliefde voor de hardheid van de bètavakken, maar koos toch voor een studie Nederlands en voor de literatuur die hij fundamenteler vond. "Wij kunnen wel over de zon nadenken, maar de zon kan niet over ons nadenken."

En dat vindt de schrijver genoeg autobiografische informatie: "Ik wil eigenlijk niets weten over schrijvers. Die autobiografische informatie verstoort de zuiverheid van een roman. Het is de kunst om iets nieuws te maken, iets wat zich onttrekt aan de autobiografie. Iedere grote roman is een sprookje, zei Nabokov. Dat geldt voor Anna Karenina, voor De Toverberg, voor alles van Dickens. Ik lees liever romans die een sprookje zijn. WF Hermans maakte al een onderscheid tussen schrijvers die zich als mens willen bewijzen en schrijvers die zich als schrijver willen bewijzen. Ik wil me als schrijver bewijzen, iets moois maken."

Schrijvers-schrijver
Een schrijvers-schrijver is Stephan Enter (1968) wel genoemd. Iets wat evenveel met zijn grote gevoel voor stijl en literair experiment te maken heeft als met de personages die zijn werk bevolken: beschouwers die zich min of meer aan de buitenkant van het leven bevinden. Enter debuteerde in 1999 met de verhalenbundel 'Winterhanden', daarna volgden de romans 'Lichtjaren' (2004) en 'Spel' (2007). Eind november vorig jaar verscheen Enters vierde boek 'Grip', dat zijn doorbraak betekende naar een groter lezerspubliek. Drie vroege veertigers die bevriend waren in hun studententijd reizen na lange tijd van stilte voor een weerzien naar Wales. 'Grip' gaat over vriendschap, over reizen, over zelfinzicht, vergankelijkheid, en over de belangrijke vraag of je wel het leven leidt dat je wilt leiden. De roman, die in vier maanden aan haar zesde druk toe is, kreeg lovende kritieken, belandde op de longlist van de Libris Literatuurlijst en is genomineerd voor de Gouden Boekenuil die in mei zal worden uitgereikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden