'Ik wil kunnen zeggen wat ik wil'

Vietnam viert vandaag de bevrijding van het zuiden, een kwart eeuw geleden. ,,Maar het is geen feest voor mij. Het is een partijtje van de communisten'', zegt de intellectueel van toen. Zijn bezit is hij kwijt, zijn studie is niets waard. Met zijn fietstaxi sjeest hij door de straten van Hanoi. De vraag is hoelang de naoorlogse generatie dit opgedrongen communisme nog accepteert.

Keurig in een rij op strenge aanwijzing van de juf verzamelt het klasje kleuters zich voor de ingang van het mausoleum van Ho Chi Minh in de Vietnamese hoofdstad Hanoi. Als uitje gaan ze vandaag 'Ucle Ho' ontmoeten. ,,Oom Ho heeft Vietnam bevrijd. Hij gaf ons de onafhankelijkheid'', dreunt een klein bebrild jongetje op. Hij is pas vier jaar. Enthousiast zegt hij uit te zien naar zijn eerste ontmoeting met de gebalsemde communistische voorman. ,,Oom Ho hield van kinderen en daarom houden alle kinderen in Vietnam van hem'', zegt zijn juffrouw.

Stralend en geëmotioneerd vertaalt de officiële regeringstolk de woorden van de kinderen. Ze is net drie maanden geleden begonnen als 'begeleider' van westerse journalisten bij het ministerie van informatie. Haar bezoekjes aan 'Oom Ho', zoals ze hem liefkozend noemt, kan ze niet meer op twee handen tellen. ,,Hoe vond je onze president? Hij is geweldig!''

Het communisme wordt de kinderen in Vietnam met de paplepel ingegoten. Van jongs af aan leren ze dat Ho Chi Minh begin 1900 de oprichter was van de eerste Vietnamese Marxistisch-Leninistische Jeugd Partij. Hij was de grote voorman die het samen met zijn Vietcong-strijders opnam tegen de Franse kolonisten. Dat meer dan 200000 Vietnamese soldaten in deze oorlog omkwamen, staat in de geschiedenisboekjes niet vermeld.

De Vietnamese bevolking heeft onder meer langdurige oorlogen zwaar geleden. Na het vertrek van de Franse kolonisten in 1954 braken opnieuw gevechten uit. Ho Chi Minh accepteerde bij de ondertekening van de vredesaccoorden in Genève niet dat Vietnam in een communistisch noorden en overwegend katholiek zuiden werd verdeeld. De communistische Vietcong-strijders pakten opnieuw de wapens op. ,,Het zuiden moet bevrijd worden van de imperialistische vijanden'', hield Ho Chi Minh het volk voor. Hij doelde daarmee op Amerika, dat in de strijd tegen alles wat communistisch was, de regering in het zuiden te hulp was geschoten. Een slepende oorlog was het gevolg, die tot 1975 moest duren. Oom Ho maakte de 'bevrijding van het zuiden' niet meer mee. Hij overleed in 1969.

'De moeders van de oorlog' worden de Vietnamese vrouwen in het oorlogsmuseum van Hanoi genoemd. Speciaal voor de vijfentwintigste herdenking van het einde van de oorlog is een fototentoonstelling aan hen gewijd. Foto's van droeve ogen in oude rimpelige gezichten hangen aan de muur. De onderschriften vermelden dat deze bejaarde vrouwen van tachtig, al hun zonen, dochters en echtgenoten verloren. De vrouwen zijn tot martelaren verheven en worden getoond als oorlogstrofee.

Een groep jonge soldaten met veel te grote Russische petten op schuivelt langs de tentoonstelling. Ze raken pas geïnteresseerd als ze in de buurt komen van een opgestelde tank die 30 april 1975 door de hekken van het presidentiële paleis in Saigon rolde, toen het noorden definitief de oorlog tegen het zuiden won. Tot grote frustratie van de zuiderlingen is de orginele tank naar Hanoi overgevlogen en staat een replica in het vroegere Saigon. Bombastische communistische strijdliederen brengen de bezoekende soldaten in de overwinningssfeer. Ze kennen de liederen uit hun hoofd.

De communistische regering in Hanoi koketteert graag met haar oorlogsverleden. In het vaste programma voor westerse journalisten is ook een bezoek aan een wrak van een Amerikaanse bommenwerper opgenomen. In een van de buitenwijken van de hoofdstad liggen de brokstukken er 25 jaar na dato nog zo bij. ,,Ik sliep toen het vliegtuig van de imperialisten uit de lucht werd geschoten'', vertelt een vrouw. ,,Ik was enorm bang!'' Op aanwijzing van de tolk geeft ze antwoord, of stopt ze juist met praten. Na afloop krijgt ze een envelopje in haar handen gedrukt.

Maar de grootste buit die de Vietcong tijdens de oorlog te pakken kregen is het vliegtuig waarin de Amerikaanse senator John McCain vloog. Nadat het toestel uit de lucht werd geschoten kwam het in een van de meren in de stad Hanoi terecht. Bij die plek is een speciale gedenksteen opgericht.

,,Je zult hier geen verhalen horen van burgers die vanwege de oorlog kritisch zijn over de regering. Alles in dit land is keurig georganiseerd. En een ieder weet precies wat hij mag zeggen, en waar niet'', zegt een westerse journalist in de Vietnamese hoofdstad die hier twee jaar als correspondent werkzaam is. De kans dat hij het platteland mag opgaan om te noteren hoe daar in de jonge soldaten werden gerekruteerd, is minimaal. ,,Als je vier kilometer buiten Hanoi wilt reizen, moet je als journalist vijf dagen van te voren een schriftelijk verzoek bij de autoriteiten indienen. Door de bureaucratie krijg je zo laat antwoord, dat afreizen vaak geen zin meer heeft. Als je toestemming krijgt gaat er een tolk mee die vertaalt wat volgens communistische regels gangbaar is'', zucht hij diep. Op kantoor houdt zijn Vietnamese assistent hem voor de regering in de gaten, weet hij.

In een rokerig, trendy café aan één van de drukke boulevards in de zuidelijke stad Ho Chi Minh, het vroegere Saigon, schalt de nieuwste hit van de Italiaans/Amerikaanse popster 'Madonna' uit de boxen. Jonge meisjes gekleed in strakke Kelvin Klein t-shirts en met veel make-up op hun gezicht hangen verveeld rond. Op een groot televisiescherm zendt het Amerikaanse pop-station MTV de laatste video-clips uit. De jonge generatie van Vietnam lijkt niet te voldoen aan het beeld dat de communistische partij de buitenlandse bezoeker graag voorschotelt. De jongeren zijn slechts geïnteresseerd in uitgaan en kleding, niet in politieke zaken. Ze zijn geboren na de oorlog en maken meer dan de helft van de Vietnamese bevolking uit. Het oorlogsverleden laat ze verder koud.

Met zijn gepeesde lijf fietst hij als een bezetene op zijn fietstaxi door het drukke verkeer van Ho Chi Minh-stad, op zoek naar klanten. 'Cyclo-rijders' heten deze mannen in de volksmond. Hij is de oorlog niet vergeten. Zijn leven veranderde totaal. Ondanks de gevechten en de bombardementen, die zich voornamelijk buiten zijn stad afspeelde, had hij een goed leven. Hij studeerde en zag een toekomst voor zich waarin hij veel geld zou gaan verdienen. Zijn vader werkte als kapitein op een Amerikaanse olietanker. Zijn familie bezat twee huizen, auto's, er was geld genoeg. Maar toen de communisten het zuiden veroverden was het afgelopen met het rijke leven. Zijn vader werd gearresteerd omdat hij voor de Amerikanen had gewerkt. De huizen en auto's werden in beslag genomen en naar de universiteit mocht hij niet meer. Met een beetje geluk verdient hij tegenwoordig honderd gulden per maand.

,,Soms verdien ik niets en dan durf ik niet naar huis. Dan slaap ik in mijn fietsbak. Mijn vader woont bij mij. Maar door alles wat er is gebeurd is hij gek geworden. Hij herkent mij zelfs niet meer.''

Vandaag viert Vietnam de bevrijding van het zuiden. ,,Maar het is geen feest voor mij. Het is een partijtje van de communisten'', zegt hij bitter. Hij is niet de enige intellectueel onder de cyclo-rijders. Advocaten, politici en hoog-opgeleiden konden na het einde van de oorlog hun carrière verder vergeten. Hun huizen en bedrijven werden genationaliseerd. Werk was er voor deze 'vijanden' in het zuiden niet.

Duizenden regeringssoldaten kregen na de oorlog in 1975 een 'heropvoeding' in interneringskampen. Daar leerden ze hoe ze goede communisten moesten worden. Een oud communistisch gebruik uit de jaren vijftig van Ho Chi Minh. Na de oorlog met de Fransen werden duizenden landbezitters in heropvoedingskampen gestopt. Velen overleden na lijfstraffen. ,,Ik ben er nog redelijk van afgekomen'', zegt een zuidelijke Vietnamees met een Amerikaanse tongval. Tijdens de oorlog werkte hij als tolk voor de Amerikanen. ,,In een kamp hebben ze me in drie dagen de partij-ideologie bijgebracht. Ik was een snelle leerling'', zegt hij cynisch. ,,Natuurlijk ben ik nu een communist. Ik moet wel!''

Vijfentwintig jaar na de oorlog is het communisme er goed ingeramd. De controle van de staat is enorm. Vietnamezen durven, ook al is het nu officieel toegestaan, nog maar moeizaam met buitenlanders te praten. ,,Hoe weet ik dat u geen verklikker bent!'', zegt een sigarettenverkoopster op straat.

Vrije pers bestaat niet in Vietnam. BBC world dat twee jaar geleden een interview met een dissident uitzond, wordt op de televisie als straf gecensureerd. Als het nieuws begint, komt er een keurige Vietnamese stem over heen. Ook op internet hebben de Vietnamezen slechts beperkt toegang.

Officieel bestaan er geen dissidenten in Vietnam. Het handjevol politieke gevangenen dat in de gevangenis zit, wordt door de regering afgedaan als 'een stelletje gekken'. Zoals de Vietnamees di eerst naar Amerika vluchtte en bij terugkomst in zijn land een vliegtuig huurde en vervolgens zo laag mogelijk over de grond vloog om pamfletten te kunnen uitstrooien.

Westerlingen hebben regeringsspionnen voor de deur die een logboek bijhouden. ,,Ze noteren keurig wie ik op bezoek krijg en hoe laat 's avonds het licht uitgaat'', zegt een westerse zakenman. ''Het systeem werkt heel geraffineerd. Je weet dat als je openlijk kritiek levert, je de toekomst van je familie ook in gevaar brengt. Je broertjes en zusjes kunnen een goede opleiding dan wel vergeten'', vertelt een westerse diplomaat. ,,Dus bedenk je je vantevoren wel heel goed!''

Toch lijkt het erop dat de jonge generatie zich begint te roeren. Omdat ze de oorlog niet heeft meegemaakt, voelt ze de 'dankbaarheid' niet die de oude generatie voor de communistische voorman Ho Chi Minh nog wel heeft. ,,Het maakt ook zeker verschil waar je bent geboren, in het communistische noorden of in het veel vrijere zuiden.'' Drie jongeren in een kroeg in Ho Chi Minh-stad knikken elkaar bevestigend toe. ,,Eigenlijk ben ik niet geïnteresseerd in politiek. Maar ik vind wel dat een regering verantwoording moet afleggen voor haar beleid en dat de bevolking daar kritiek op mag leveren.''

Slechts één van de jongeren durft hardop voor zijn mening uit te komen. Zijn vrienden luisteren grinnikend mee. ,,Ik wil meer vrijheid. Ik wil kunnen zeggen wat ik wil. De staat doet alsof dat nu is toegestaan. Maar ik hoor nog wel eens verhalen van mensen die worden gearresteerd na het geven van openlijke kritiek.'' ,,Of ze gaan in isolatie'', valt een meisje hem bij. Zouden ze ook de straat op durven te gaan en te demonstreren voor meer vrijheid in hun land? ,,Oh, nee'', roepen ze in koor. ,,Dan worden we meteen gearresteerd!''

Echt grote sociaal-economische problemen bestaan niet in Vietnam, waardoor er volgens deze jongeren weinig reden is om massaal in verzet te komen. ,,Economisch gezien hebben we het hier niet zo slecht. Dat weet de partij. Pas als er meer en meer werkloosheid komt en de mensen het armoedig krijgen, pas dan zal men hier de straat op gaan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden