Ik wil kinderen, hoe dan ook

Anna Woltz (34) schrijft met veel succes voor kinderen, verplaatst zich in kinderen, en wil ze zelf ook graag. Toch zou ze liefst eerst een man vinden. Maar die leuke single heteromannen liggen niet voor het oprapen in de kinderboekenscene.

Les 1

Neem kinderen serieus

"Laatst heb ik met mijn ouders en zusje oude homevideo's bekeken. Twintig jaar hadden we ze niet gezien, ik was zo goed als vergeten wat er op stond. Er werd voor mijn gevoel een heel stuk aan mijn jeugd toegevoegd. Ik wist al dat mijn moeder leuk met kinderen omgaat, maar ik stond er versteld van hoe volwassen ze ons benaderde. Er is een scène waarin we aan de keukentafel een kerststal van brooddeeg zitten te kleien. Ik kom uit een volslagen atheïstisch gezin, maar we knutselden wel graag zo'n stal in elkaar.

Ik ben dan vier jaar oud. Mijn moeder kleit Jezus en zegt tussen neus en lippen door: 'Wil je bij het maken van de kribbe wel rekening houden met het formaat van het kindeke Jezus?' Ik knik braaf, kijk hoe groot het kindeke is en maak de kribbe op maat. Fantastisch! Ik hou absoluut niet van volwassenen die op hun hurken bij kinderen gaan zitten en met een hoog stemmetje babytaal uitslaan. Zoals laatst een moeder bij de supermarkt, tegen haar dochter van een jaar of vijf: 'Sterre, kun jij een komkommer voor mama pakken?' Dat meisje gehoorzaamt en die moeder begint te kirren: 'Góéd zo, Sterre, dát is een komkommer, wat knáp van jou!' Je mag een kind best complimenteren, maar tegen een meisje van vijf had ik gewoon gezegd: 'Dankjewel, wil je nu een pak melk halen?'

In mijn ogen nemen veel volwassenen kinderen niet serieus. In mijn boeken doe ik dat wel. Kinderen kunnen en begrijpen vaak veel meer dan volwassenen denken. Natuurlijk houd ik in mijn taalgebruik wel rekening met mijn lezers, maar ik schrijf over onderwerpen die ertoe doen en probeer mijn personages een authentiek en volwaardig gevoelsleven mee te geven."

Les 2

Een vogel die vliegt vangt altijd wat

"Mijn vader zegt dit vaak, terwijl hij eigenlijk niet van de tegeltjeswijsheden is. Het betekent: als je eropuit gaat, komen er altijd interessante dingen op je pad. Mijn vader heeft veel lef en benadrukt altijd: als je iets wilt, waarom zou je het niet proberen? Wees niet bang voor de wereld. Zo heeft hij zelf ook carrière gemaakt. Hij werd in 1932 in een socialistisch arbeidersgezin geboren, kwam door zijn lef en schrijftalent aan een baan als leerling-journalist en heeft zich uiteindelijk opgewerkt tot hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

Ik word weleens moe van dit verhaal, omdat ik als beginnend schrijver steeds 'de dochter van' werd genoemd. Maar mijn vader is natuurlijk ook een voorbeeld geweest. Net als mijn moeder, trouwens. Zij begon als journalist bij persbureau AP en kwam ook bij het Handelsblad terecht. Toen ik klein was, schreef ze columns over tuinen en kinderen en met een vriendin, onder de naam Abbing & Van Cleeff, drie kinderboeken. Hun tweede, 'De zwarte rugzak', is nog steeds een van mijn lievelingsboeken. Elk mailtje dat ik van mijn moeder krijg, is leuk geformuleerd. Ze schrijft origineel en humoristisch, zelfs als het over de bestekzegels van Albert Heijn gaat. Dat heeft mijn zusje en mij sterk beïnvloed.

Mijn zusje is chirurg in opleiding, maar schrijft ook, voor Het Nederlands Tijdschrift voor Heelkunde. Ik had graag gezien dat mijn moeder meer boeken had geschreven, maar daar is ze niet ambitieus genoeg voor. Ik wel, dat was ik op de middelbare school al. Vanaf mijn twaalfde was ik bezig een boek te schrijven, maar dat lukte niet. Drie jaar later dacht ik: misschien moet ik beginnen met korte stukjes voor de krant, geen fictie, maar columns over mijn leven op school. Ik heb een brief geschreven naar de hoofdredactie van de Volkskrant met twee proefcolumns erbij en mocht daar beginnen."

Les 3

Geniet van je successen

"Op de basisschool was ik een heel gelukkig kind. Fantasierijk, altijd vrolijk, maar ook nogal kordaat, bazig, ten dele een irritant vroegwijs meisje. Dat soort kinderen komen ook in mijn boeken voor. Ik vind het wel een leuk type, zolang ze zichzelf er niet van bewust zijn, het geen show wordt. Op de middelbare school zag ik opeens dat ik betweterig overkwam en ben ik veel stiller geworden. Toen ik die column in de Volkskrant kreeg, was ik doodsbang dat mensen mij arrogant zouden vinden. Ik heb er nauwelijks van genoten dat mijn stukjes werden gebundeld en ik in tv-programma's werd uitgenodigd, omdat ik stiekem ook gewoon een puber was die zo min mogelijk wilde opvallen. Ik zou voor geen goud terug willen naar die tijd. Eigenlijk vind ik het leven sindsdien alleen maar leuker geworden.

Ik heb leren genieten van mijn successen. Als ik de cover van een nieuw boek binnen krijg, hang ik die aan de muur. En in de boekenkast staat de kurk van de fles champagne die ik opentrok toen ik hoorde dat mijn boek 'Honderd uur nacht' aan Amerika was verkocht. Een boek schrijven is vaak ongelofelijk moeilijk, het is maanden moederziel alleen achter de computer zitten ploeteren. Het is dus goed om bewust te genieten van een goede recensie of verkochte filmrechten, want daar moet ik daarna weer tijden op teren."

Les 4

Het leven is eindig, pluk de dag

"Samuel uit mijn boek 'Mijn bijzonder rare week met Tess' is tien jaar oud en al met de dood bezig. Zelf werd ik er als 25-jarige voor het eerst echt mee geconfronteerd toen mijn beste vriendin ongeneeslijke kanker kreeg. Ze was een dag jonger dan ik. De anderhalf jaar na de diagnose tot haar dood heeft voor mij volledig in het teken gestaan van haar ziekte. De eerste maanden konden we overal over praten en waren we extreem realistisch over haar lot. We gingen er op eenzelfde manier mee om en dat bracht ons dicht bij elkaar. Het klinkt idioot, maar we voelden ons onoverwinnelijk: we zijn 25, één van ons gaat dood, we gaan er nog het allermooiste van maken, the world owes us!

Die hysterie verdween toen bleek dat doodgaan niet iets is wat je samen kunt doen. Zij had er op den duur geen behoefte meer aan om te praten over haar naderende einde. Het werd ook steeds pijnlijker dat we allebei net waren afgestudeerd, ik aan het begin van alles stond, en het voor haar stopte. We belden vaak en ik bezocht haar tot het einde in het hospice, waar ik haar dan in een rolstoel naar een binnentuin duwde om een luchtje te scheppen. Sinds die tijd ben ik me er pas echt van bewust dat het leven eindig is en niet iedereen 93 wordt, zoals mijn oma. Daar heb ik een carpe-diem-gevoel aan overgehouden.

Ik snap het echt niet als ik hoor dat mensen 80 uur per week werken en veel geld verdienen met het idee dat ze daar op hun zeventigste van gaan genieten."

Les 5

Tijd verklooien hoort erbij

"Om een goed boek te schrijven, moet ik ook veel tijd verklooien. Wandelen, koffiezetten, de was ophangen, koken, eindeloos tijd op Facebook verdoen, uitslapen. Ik heb die lege uren nodig, want die leveren uiteindelijk goede ideeën op. Creativiteit kun je niet in een uurtje plannen. Het schrijven wel, dat is een ambacht. Maar het verzinnen van verhalen, het idee krijgen voor een nieuw project, daar heb je tijd voor nodig. Een tijd lang was ik heel streng voor mezelf en was ik ontevreden over de uren die ik voor mijn gevoel vergooid had, maar ik heb geleerd dat het erbij hoort."

Les 6

De liefde is een loterij

"Een relatie, graag, maar het wil nog niet lukken. Lange tijd dacht ik: als ik mijn best doe en zorg dat ik mijn leven op orde heb en ik gelukkig ben, dan komt die man vanzelf. Maar het lijkt er bijna op alsof het voor mannen eerder afschrikwekkend werkt dat ik een leuk huis heb en succesvol ben in mijn werk. Het is een cliché, maar er zit wel degelijk wat in. In de kinderboekenwereld kom ik bovendien nauwelijks single heteromannen boven de achttien tegen. Op scholen willen kinderen altijd weten of ik een man heb. Als ze bekomen zijn van de schok die op mijn 'nee' volgt, dan beginnen ze allemaal fantastische oplossingen aan te dragen. Ze adviseren me bekende datingsites en laatst zei een kind: 'Je moet naast de foto achter op je boek je telefoonnummer zetten!'

Daten is gedoe, ik word er soms doodziek van, maar het levert ook veel hilarische ontmoetingen op. Ik spreek wel af met mannen via Tinder en heb nog nooit een saaie avond gehad. Maar tot nu toe ben ik dé man nog niet tegengekomen. Sommige mensen stellen dat ik te kritisch ben of vragen waarom het niet lukt. Ik heb er een vreselijke hekel aan om dat te moeten uitleggen. De liefde is een loterij. Je moet de juiste tegenkomen,

allebei single zijn, allebei toe zijn aan een relatie. Alles komt aan op een goede timing."

Les 7

Partner of geen partner: wél kinderen

"Zolang ik me kan herinneren, wil ik graag kinderen. Het liefst samen met een man, maar een tijd geleden heb ik bedacht: het gaat mij niet gebeuren dat ik straks 43 ben en niet alleen geen man heb, maar ook geen kinderen. Het is natuurlijk mogelijk dat ik onvruchtbaar ben, maar als het fysiek kan, dan ben ik over tien jaar moeder. Partner of geen partner. Het geeft veel rust om dat te hebben besloten. Ik heb ook al over mijn opties nagedacht. Ik sta ervoor open om samen met een homostel kinderen te krijgen of via een spermadonor, al mag die niet anoniem blijven. Ik vind dat een kind het recht heeft te weten wie zijn vader is.

Maar vooralsnog deins ik terug voor die opties, omdat ik, als ik het me écht ga voorstellen, in het plaatje toch een geliefde mis. Het onderwerp houdt me de laatste tijd erg bezig. Dat zal met die stomme biologische deadline te maken hebben, maar ook met het feit dat ik voor mijn werk de hele dag met kinderen bezig ben. Op een gemiddeld kantoor lopen geen kinderen rond, maar ik schrijf voor kinderen, verplaats me in kinderen en vertel in klassen over mijn boeken.

In mijn vriendenkring is ook nog een babyboom gaande. Vorig jaar was ik op zes bruiloften en bijna al mijn vriendinnen zijn zwanger of moeder. Ik vind het fantastisch om over kinderen te praten, dus wil oprecht alles over hun baby's weten, maar het onderwerp is daardoor wel constant aanwezig. Ik ben nooit jaloers geweest op de relaties van mijn vriendinnen, maar wel op hun moederschap. Hun mannen hoef ik niet, hun kinderen zou ik zo willen hebben! (lacht)

Het zit me weleens dwars dat mij nooit gevraagd wordt of ik kinderen wil. Zodra je op mijn leeftijd een relatie hebt, vragen veel mensen wanneer er een kleintje komt. Maar als je single bent, wordt het volstrekt genegeerd dat je misschien ook een kinderwens hebt. Ik geloof dat ik een kind veel te bieden heb en dat ik een leuke moeder kan zijn, ook in mijn eentje. Maar voorlopig hoop ik nog op de ideale situatie: een man om verliefd op te worden - en dan komt dat kind vanzelf."

undefined

Anna Woltz

Kinderboekenschrijfster Anna Woltz (Londen, 1981) krijgt morgen de Nienke van Hichtumprijs voor haar jongerenroman 'Honderd uur nacht' (13+). Datzelfde boek werd vorig jaar genomineerd voor drie andere jeugdboekenprijzen, waaronder de Woutertje Pieterse Prijs. Woltz debuteerde in 1998 met de columnbundel 'Overleven in 4B' en in 2002 volgde haar eerste jeugdboek 'Alles kookt over'. Na haar studie geschiedenis in Leiden werd ze fulltime schrijver en publiceerde twintig kinderboeken. Het laatste, 'Gips' (10+), oogstte net als 'Mijn bijzonder rare week met Tess' (10+) lovende recensies. De filmrechten van dat laatste boek zijn verkocht. 'Honderd uur nacht' verschijnt komende zomer in Amerika, waar het verhaal zich afspeelt. Meer informatie op www.annawoltz.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden