'Ik wil iets anders'

Nadat de schrijver een held gecreëerd heeft, moet hij hem op pad sturen. Hij moet wat meemaken, verzeild raken in een intrige. In zijn boek 'Aanvallend spel' besteedt Thomas Rosenboom veel aandacht aan de intrige, het grondpatroon van de verwikkelingen in het verhaal, ook wel de plot genoemd. Hij ontwerpt een driefasenopbouw, die er kort gezegd op neerkomt dat de hoofdpersoon in de eerste fase een probleem krijgt, daar in de tweede fase iets aan gaat doen, en dan, al doende zijn doel in de derde fase voorbij schiet en krachten ontketent die hij niet had voorzien en niet meer beheerst. Voor de boekenmaand vroeg Trouw een aantal schrijvers of zij Rosenbooms opvattingen deelden. Vandaag deel 3: de dichter en prozaschrijver Tonnus Oosterhoff.

Bij de schrijver Tonnus Oosterhoff valt het stappenplan van Rosenboom niet in genade. Was Oosterhoff geneigd tot polemiseren dan zou hij dit ontwerp en eigenlijk het hele boekje de grootste onzin noemen die hij ooit had gelezen. ,,Rosenboom houdt een betoog pro domo: hij ontwerpt een schema waaraan zijn eigen werken voldoen, en zegt dan: zo moet het. Dat is geen juiste manier van denken: hij heeft een uitsnede uit de literatuur gemaakt en die als norm gesteld. Ik word altijd venijnig als iemand zegt: dit is de norm, zo moet het. Dan heeft zo iemand heel wat te bewijzen.'

,,Misschien voel ik het ook als een aanval op mijn eigen praktijk en die van geestverwanten. Mijn verhalen draaien zelden om de intrige, net zomin als het proza van veel schrijvers die ik desondanks bewonder: Marie Kessels, Nachoem Wijnberg. Vroeger, als broodschrijver, schreef ik voor damesbladen verhalen die min of meer voldeden aan Rosenbooms stappenplan. Het schrijven van een verhaal volgens zo'n stramien is het eenvoudigste wat er is. Ik deed er ongeveer een dag over om het te maken. 's Ochtends, bij het boodschappen doen, bedacht ik de lijn van het verhaal, een paar scènes, wat beelden. De wendingen en het plot ontstonden haast vanzelf. Soms had ik een vondst die me meesleepte, de structuur vormde zich, terwijl ik aan het tikken was schoten me allerlei prachtige details te binnen.'

Waarom zijn die verhalen geen literatuur?

,,Sommige zijn goed, hebben een originele intrige, gaan over menselijke thema's. De manier van vertellen was vrij eenvoudig. Je zou er een literair verhaal van kunnen maken.'

Hoe? Daar moet u iets over kunnen zeggen, u heeft de overstap gemaakt van broodschrijver naar literator.

,,Het ligt aan de manier van vertellen, maar de grenzen zijn vlottender dan je denkt. Ik heb ook wel eens een stuk van Leon de Winter in zo'n verhaal verwerkt. Niemand die het merkte. Maar ik kan niet zeggen waaraan een verhaal moet voldoen wil het van lectuur literatuur worden. Dan zou ik in dezelfde val trappen als Rosenboom. Dat je gaat voorschrijven: zo moet het en niet anders. En wel zoals ik het doe.'

Laat mij dan eens met open ogen in die val lopen.

,,Dat kan niet. Ik kan u tot de ingang van de val brengen, maar dan houd ik mijn pas in. U zult zelf moeten vallen.'

Kunt u een voorbeeld geven van zo'n geslaagd verhaal?

,,Ik heb een keer een verhaal gemaakt over een oude Engelse dame, Sarah, die op zeventienjarige leeftijd de liefde van haar leven ontmoet. Tegen het advies van haar omgeving in trouwt ze met deze John Murphy, die natuurlijk geen liefhebbende echtgenoot is, maar een egoïstische playboy. Zoals te verwachten was: het huwelijk loopt op de klippen. In de Tweede Wereldoorlog ontmoeten ze elkaar opnieuw. Hij is piloot, zij werkt bij de Engelse inlichtingendienst om Duitste codes te kraken. De liefde leeft op, ze trouwen opnieuw. Nu lijkt het beter te gaan, de man is inmiddels volwassen geworden, rustiger, gedraagt zich verantwoordelijker. Een idylle, zo schijnt. Er wordt zelfs een tweeling geboren. Maar dan slaat het noodlot toe: zijn Spitfire wordt ergens boven Europa neergeschoten, hij wordt missing in action. Sarah blijft achter, voedt de kinderen op, ontwikkelt zich tot een wetenschapper, een specialiste in het behandelen van afasiepatiënten. Dat is niet zo onlogisch toch, van kraken van geheime berichten tot het behandelen van mensen met spraakproblemen. Ze wordt hoogleraar, bezoekt congressen. In de jaren zeventig komt ze naar een Nederlandse kliniek, waar haar een speciaal geval getoond wordt, een man die in de oorlog gewond is geraakt en sindsdien geen woord meer heeft uitgebracht. Je begrijpt het: John. Hij herkent haar, zij neemt hem onder haar hoede, en hij leert weer spreken, al is het maar een woord: liefde.'

Te zoetsappig, het eindigt te goed. Daarom is dit geen literatuur?

,,De redactrice vond het eind óók niet goed. Meestal werden mijn verhalen zonder commentaar gepubliceerd. Maar dit verhaal zou ongeloofwaardig goed eindigen. De lezeressen van 'Mijn Geheim,' wensen geen overdaad aan rozengeur en maneschijn. Ik opnieuw aan de slag. In de tweede versie herkent John Sarah niet meer. En hij blijft stom. Na haar pensionering betrekt Sarah een woning in de buurt van het verzorgingstehuis, zodat ze hem geregeld kan bezoeken. Nu liep het minder zoetsappig af, dus literairder.'

U vertelt het verhaal met plezier na.

,,Ik heb het ook met plezier geschreven. Aan het eind zat ik zelf met tranen in de ogen achter de tekstverwerker. Als de nood aan de man zou komen, zou ik zulke verhalen zo weer willen schrijven.'

Waarom doet u dat niet?

,,Ik wil iets anders. Ik wil het mijzelf moeilijk maken.'

Dat is dus een eis. Een schrijver moet het zichzelf moeilijk maken.

,,Nee! Ik moet het mijzelf moeilijk maken. Ik vind dat een lastig trekje van mijzelf, als ik het gevoel heb dat ik iets al eens gedaan heb, begin ik me te vervelen en wil ik iets anders.'

Hoe maakt u het zichzelf moeilijk?

,,Je kunt jezelf als schrijver opdrachten stellen waarvan je van tevoren niet weet of ze iets opleveren. Ik ben bijvoorbeeld altijd gefascineerd geweest door het verhaal 'The Dead' van James Joyce. Het is het laatste verhaal uit de bundel 'Dubliners'. Het gaat over een gezelschap dat in de winter van 1904 bij elkaar komt in een besneeuwd Dublin, in het huis van drie ongetrouwde muziekleraressen voor een jaarlijks diner dansant. De gebeurtenissen van de avond trekken voorbij: het binnendruppelen van de gasten, de begroetingen, het dansen, voorstellinkjes van deze of gene op muzikaal en voordrachtkunstig gebied. Ik ben altijd het meest geraakt geweest door de opbouw van dit verhaal. Want het lijkt niet veel meer dan het verslag van een sociale gebeurtenis, maar gaandeweg maakt zich daaruit een dunne verhaallijn los. Als het uur van vertrek gekomen is, ziet Gabriël Conroy, de eigenlijke hoofdpersoon van het verhaal, hoe zijn vrouw diep geraakt wordt door een Iers lied dat elders in het huis wordt gezongen. Vanaf nu draait het nog maar om twee personen, Gabriël en zijn vrouw. Terug op hun hotelkamer vertelt zijn vrouw Gabriël in tranen over een vroeg gestorven jeugdliefde, waaraan het lied haar doet denken. Als zijn vrouw gaat slapen, blijft hij voor het raam staan kijken naar het vallen van de sneeuw. Doordat we Garbiël Conroy eerst in een openbare rol leerden kennen, daarna in de intiemere rol van echtgenoot, en ten slotte als eenzaam mens, is het alsof hij zich voor ons uitkleedt. Hij wordt ons zeer nabij.'

,,In het verhaal 'De ijzeren wil van de mens' heb ik deze structuur proberen te imiteren. Bij mij is er alleen geen diner dansant maar een dorpsfeest, waar toeschouwers kijken naar voorbijtrekkende praalwagens, die tijdperken voorstelden. In tegenstelling tot Joyce beschrijf ik geen echtpaar dat na afloop van het dorpsfeest nog wat napraat over de verschillende wagens. In mijn verhaal valt een man van zo'n wagen, wordt naar de dokter gebracht en zit na afloop van het doktersbezoek thuis. Het verhaal gaat nu over hem en over een van zijn begeleiders. De kunstgreep van Joyce heeft een prachtig effect: het lijkt bijna toevallig dat juist deze figuren uit de menigte worden gevolgd, alsof dat lot ook anderen beschoren had kunnen zijn, waardoor het verhaal van die twee bijna vanzelfsprekend een universeler karakter krijgt. Dat wilde ik onderzoeken, en daarom heb ik dit verhaal geschreven.'

Is het niet zo dat het dit universele karakter alleen maar kan krijgen omdat het afwijkt van het gangbare karakter van een verhaal? Werkt dit procd omdat het de structuur van verhalen ontregelt? En is dat niet wat u wilt, ontregelen?

,,Nee, want dan ga je ervan uit dat er een 'echt' verhaal is. En dat dat ontregeld moet worden. En als er een echt verhaal zou zijn, zijn er dus regels waaraan zo'n verhaal zou kunnen voldoen. En dat bestrijd ik. Een goed verhaal ontregelt niets, maar regelt iets. De wereld.'

De wereld?

,,Het maakt contact tussen lezer en wereld. Wat een grote ambitie eigenlijk, hè? Daarvoor is een spannende intrige niet per definitie nodig.'

,,Rosenboom zegt dat strijd niet alleen in de sport maar ook in de literatuur het wezen van de spanning is: 'In een goede roman veroorzaakt het streven van de hoofdpersoon altijd een strijd, speelt zich een wedstrijd af en daarom kost het geen enkele moeite zo'n boek uit te lezen.' Om deze stelling te bewijzen komt hij met een kat op de proppen, een mooie kat die loom met zijn staart zwaait. Naar zo'n kat kijk je even, je wilt doorlopen, maar dan zie je ineens dat het beest zit te azen op een argeloos vogeltje even verderop. En dan zou alles op slag anders zijn. Ik citeer: 'de kat is niet meer dezelfde mooie, lome kat, de kat is nu ergens mee bezig. Het is misschien niet goed te keuren waar de kat mee bezig is, maar het is wel spannend; met ingehouden adem blijf je staan kijken, leef je mee met de kat of het vogeltje'.'

,,Het is niet waar dat toeschouwers alleen blijven staan kijken als er wat spannends gebeurt. Ieder mens kijkt ook naar stille dingen, anders kun je ook niet over een rivier zitten uitkijken. Het is ontzettend moeilijk om stille dingen tot leven te brengen, maar juist daarom is het de moeite waard het te proberen. Als je geconcentreerd kijkt, wordt alles mooi en interessant. Daarover schrijft Rosenboom trouwens heel mooi in zijn boekje. Hij heeft het dan over de gedetailleerde tekeningen van Hans Kresse, waar hij als jongetje in verzonk.'

,,Ik heb eens een verhaal geschreven over een camping, de Hullecamp, waarbij ik geprobeerd heb de waarneembare feiten en gebeurtenissen van een dag op de camping te noteren. Ik begin dat verhaal - 'Naar het oppervlak' heet het - met de constatering dat ik graag opsommingen zou willen maken: 'Alles wat verschijnt in lange rijen opnoemen. Dus hier op de camping De Hullekamp het hele terrein verslaan, te beginnen bij het uitzicht op de ingang. Dan de indeling, al de wegen, paden en paadjes. Vervolgens alle caravans, van buiten en binnen.' Dit gaat dus niet, en daarom is dit verslag over een dag op de Hullecamp toch een verhaal geworden.'

,,Wij streven heel vaak naar niets. Wij willen heel vaak niets. Daar moet je toch ook over kunnen schrijven, je laat je toch niet voorschrijven dat je over zo'n situatie geen verhalen kunt maken? Als je alleen personages wilt opnemen die ergens naar streven, laat je een heel groot deel van de werkelijkheid geen bron zijn voor literatuur. Ik probeer mensen te maken, en die hebben geen enkelvoudig streven, die streven vaak helemaal niet. Die willen vaak niks. Wat willen wij nu, waarnaar streven wij?'

Ik streef ernaar een goed interview te maken voor de krant.

,,Daarmee vat u niet samen wat er nu gebeurt. U kijkt uit het raam, naar het gasstel, de appelboom, de tafel, de theepot, naar het opnameapparaat, en ondertussen gebeurt er van alles qua interactie tussen ons beiden. Dat streven is maar een miniem scherfje in de hele situatie.'

Zijn dat gasstel, die appelboom, de tafel, de stille dingen of die stilstaande situaties geen onderwerp voor de poëzie?

,,Niet per definitie. Maar het is wel zo dat poëzie de basis is van de literatuur. Dat is het laboratorium waar alles wordt uitgevonden, de vrijplaats van de taal, waar je elke regel kunt beproeven, syntactische, ritmische, communicatieve... en dat voor de beste lezers! Vergeet niet: poëzielezers zijn de rode baretten onder de lezers, het keurkorps.'

,,In mijn nieuwe bundel doe ik bijvoorbeeld pogingen om beeld en muziek in de poëzie te betrekken. Zoals in een canonachtig gedicht, dat gebaseerd is op een stuk van Bach voor klavecimbel. Het ontstond uit een opdracht van de klavecinist Dirk Luijmes, die me vroeg een gedicht te maken naar aanleiding van een stuk van Bach. In deze inventio hoorde ik veel gesproken zinnen, het ritme en de intonatie van gesproken taal.'

Oosterhoff laat de inventio op een cd horen en zingt een paar maten na. Tatatat .. tatatat ...

,,'Dat moet je doen! Dat moet je doen!' Hoort u wel? Op die manier heb ik als het ware verzameld wat er in het stuk gezgd wordt... Ik heb die zinnen tot klinken proberen te brengen - ritme en intonatie volgend, en pogend om iets van het canon-achtige van Bachs stuk, (een paar motieven en zinnen komen opnieuw langs), in tekst over te brengen. Je moet het gedicht hardop lezen en dat kun je alleen maar als je het muziekstuk gehoord hebt. De muziek en de tekst fuseren dan in je hersens. Dit soort uitvindingen kun je alleen in de dichtkunst doen.'

Van Tonnus Oosterhoff is deze week bij De Bezige Bij de gedichtenbundel 'Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen' verschenen. Bij deze bundel zit een cd-rom met bewegende gedichten gevoegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden