'Ik wil heel graag blijven leven'

Het lichaam van Leo Schatz is wel oud, maar zijn drang om te schilderen is groter dan ooit. 'Ik ben er niet meer mee bezig dat dit mijn laatste tentoonstelling kan zijn.'

Al een paar keer dacht Leo Schatz: ik ben nu zo oud, dit zal wel mijn allerlaatste tentoonstelling zijn. Nu denkt hij daar niet al te veel meer over na. Hij zit er toch elke keer naast, constateert hij met zelfspot. In maart wordt de Amsterdamse kunstenaar Leo Schatz 95 jaar. Vooruitlopend op die mijlpaal zijn er dit weekeinde twee tentoonstellingen geopend. Het Cobra Museum laat zijn tekeningen zien, in Museum Jan van der Togt hangen zijn schilderijen. Ook is er een boek uitgekomen over zijn werk. Dertig recente schilderijen vormen de basis van de bundel, waar ook de dichters Jos van Hest en Machtelt van Thiel en grafisch vormgever Frans Lieshout aan meewerkten.

En dan houdt het nog niet op, heeft de kunstenaar zojuist vernomen. Op Eerste en Tweede Kerstdag vertoont de Amsterdamse tv-zender AT5 de documentaire die Rudolf van den Berg een paar jaar geleden over hem heeft gemaakt. Schaterlachend: "Nu ben ik op mijn oude dag ook nog een kerstfilm geworden. Hoe verzinnen ze het? Voor een Jodenjongen is dat toch een beetje vreemd."

Je zou al die aandacht bijna kunnen opvatten als een allerlaatste eresaluut aan deze markante kunstenaar, die bekendstaat om zijn kleurrijke, expressionistische schilderijen. Maar zelf ziet Schatz dat heel anders dan bij voorgaande exposities. "Ik ben er niet meer mee bezig dat dit mijn laatste tentoonstellingen kunnen zijn. Ik wil nu juist heel graag blijven leven. Ik schilder en teken nog elke dag. Het lichaam is wel oud, maar ik voel nog zoveel vitaliteit. In mijn hoofd ben ik nooit uit de puberteit gekomen. Ik ben nog steeds een ondeugend jongetje."

Op de salontafel in de woonkamer van zijn huis in de Amsterdamse buurt Watergraafsmeer ligt een tennisbal, beschilderd in allerlei kleuren. Het zijn de kleuren die veelvuldig opduiken in de schilderijen van Leo Schatz. De tennisbal kreeg hij cadeau toen hij nog tenniste. Tot vorig jaar stond hij nog geregeld op de baan, nadat hij op zijn 78ste had leren tennissen. Maar hij ging zo fanatiek op in het spel, dat hij na een partijtje soms twee dagen moest bijkomen. "Het lijf doet niet altijd meer wat mijn hoofd wil. Dat vergeet ik wel eens." Maar verder is hij kerngezond, alleen wordt zijn gehoor wat minder. Daar heeft hij een simpel hulpmiddel voor bedacht. Als hij mensen niet goed verstaat, houdt hij ze een kaartje voor met de tekst: Goed articuleren a.u.b!

Dat Leo Schatz kunstenaar zou worden, lag niet voor de hand, al had hij als kind aanleg voor tekenen. Hij groeide op in een arm gezin in Amsterdam-Noord. Zijn voorouders kwamen via Polen en Duitsland naar Nederland. Het waren vrome Joden, vertelt Schatz. Zijn grootvader, die hij niet heeft gekend, was voorzanger in de synagoge. Leo's vader zou hem opvolgen, maar die zwoer het geloof als puber af. Hij was socialist en wilde zich inzetten voor de arbeidersklasse. Daarom woonde het gezin ook in een arbeiderswijk. Ook zijn moeder, even-eens Joods, deed niets meer aan het geloof.

De jonge Leo werd lid van de Arbeiders Jeugd Centrale. De huisarts van het gezin, een kunstliefhebber, stimuleerde hem om door te gaan met tekenen. Hij ging naar de Kunstnijverheidsschool (later de Rietveld Academie). Daarna volgde de Rijksakademie. De later beroemd geworden kunstenaars Constant en Corneille zaten daar ook. "Die hadden al heel snel succes. Dat waren vroegbloeiers. Ik ben een laatbloeier en dat komt natuurlijk ook door de oorlog."

De oorlog. Het woord is gevallen. Zoals altijd in interviews met Leo Schatz. "Iedereen wil het daar altijd over hebben, ook als het eigenlijk over mijn schilderijen zou gaan. Dat snap ik wel, maar vaak genoeg zeg ik dat ik daar niet meer over wil praten." Dat was ook een soort stilzwijgende afspraak tussen hem en Sonja Kopuit, zijn in 2003 overleden echtgenote. "Ik heb haar in 1948 ontmoet. Ze was enig kind, ik had een tweelingbroer, maar verder hadden we precies hetzelfde meegemaakt. Ook zij was na de oorlog als enige overgebleven van het gezin. We spraken af dat we geen slachtoffers wilden zijn. We begonnen een nieuw bestaan. We wilden niet achteruit leven, maar vooruit. Een gelukkig gezin wilden we maken en dat is er ook gekomen."

Ze waren in hun beleving dan wel geen Joden meer, maar in de oorlog kregen ze toch weer dat stempel opgedrukt. Schatz: "Als makke schapen hebben we ons tegen betaling laten registreren als Joden. We waren veel te argeloos. Toen we eind 1942 de oproep kregen om ons te melden, zijn mijn broer en ik ondergedoken. Mijn vader dacht dat hij en de rest van het gezin zich wel zouden redden, terwijl we natuurlijk wel beter wisten. We waren heel arm, wat ook de kans verkleinde om te ontsnappen. Na de oorlog kreeg ik te horen dat ze zijn gedeporteerd en vergast.

"Ik zat in Den Haag, mijn tweelingbroer Jacques dook onder in Groningen. We waren een twee-eiige tweeling en leken helemaal niet op elkaar. Hij was blond en had blauwe ogen en viel helemaal niet op als hij zonder Jodenster rondliep. Hij woonde bij mensen die in het verzet zaten. Toen de Duitsers daar in 1944 een inval deden, heeft hij gezegd dat hij Jood was. Hij was bang dat hij gefusilleerd zou worden omdat hij bij dat verzetsgezin zat. Dat had hij nooit moeten doen." Zijn stem schiet uit: "De stommiteit om te zeggen dat je Jood bent."

Na de oorlog hoorde hij dat zijn broer naar Auschwitz was gedeporteerd. "Toen de Duitsers voor de Russen op de vlucht sloegen en de gevangenen moesten lopen, is hij omgekomen. Wie viel, werd doodgeschoten."

Zelf sloot Schatz zich in Den Haag aan bij het verzet. Eerst heette hij Jan Heertje. Toen die naam te bekend werd bij de Duitsers, noemde hij zich Jan Mulder, werkzaam als 'inspecteur van de rijksbedrijfskeuken'. "Ik keek nog heel lang op, als ik de naam Jan hoorde. Ik heb me er over verbaasd hoe gemakkelijk je een andere identiteit kunt aannemen." Met zijn vriend Wim Polak - later wethouder in Amsterdam - zat hij bij een verzetsorganisatie die onderduikers en overvalgroepen ondersteunde met vervalste identiteitsbewijzen, bonkaarten en andere documenten.

Nu hij vanwege zijn exposities volop in het middelpunt staat als kunstenaar zullen de vragen over de oorlog wel weer komen, zegt hij. Hij maakt een afwerend gebaar. "Nu gaan we het over Denemarken hebben. Na de oorlog werd ik als oud-verzetsman uitgenodigd door de Deense regering om een beetje bij te komen. In Denemarken kwam ook de kunst weer in mijn leven." En hoe! Hij zag kleurrijke werken van schilders als de Nederlander Jan Sluijters en besloot nooit meer zonder kleuren te schilderen. "Want schilderen zonder kleuren is als praten zonder woorden."

Met Sonja kreeg hij twee dochters, Henriëtte en Irma. Naast het kunstenaarschap werkte Schatz als docent op de Rietveld Academie in Amsterdam en de Minerva Academie in Groningen. Hij ontwikkelde zich tot een expressionistische schilder. Zijn doorbraak kwam na exposities in 1978 in het Singer Museum in Laren en Galerie Krikhaar in Amsterdam. Schatz: "Mijn dochter Irma, die ook schilderde, vond het niet terecht dat ik nog nooit een echte expositie had gehad. Zij zorgde ervoor dat mijn werk in het Singer kwam te hangen. Indirect heeft zij ervoor gezorgd dat ik een bekende kunstenaar ben geworden."

Aan de muur van de woonkamer hangt een groot portret van een jonge vrouw met een smal gezicht en een enorme bos haar. Haar gezicht is vervaagd onder een nevel die over de verf lijkt te hangen. "Irma was altijd met haar haren bezig. En op het laatst was ze heel erg mager." In 1984 stierf ze op 34-jarige leeftijd aan een hart-longziekte. Na haar dood maakte Schatz een paar jaar alleen maar schilderijen van wazige, schimmige gestalten van vrouwenfiguren in het landschap. Nooit hebben ze scherpe gelaatstrekken. Ook in de woonkamer hangt zo'n schilderij. Het is alsof de schilder alle moeite heeft gedaan om de vertrouwde contouren van zijn overleden dochter weer op het netvlies te krijgen - maar haar beeld toch nooit meer scherp heeft kunnen krijgen.

De dood van zijn dochter was een breuk in het gelukkige leven dat ze hadden, vertelt Schatz. Afscheid en vergankelijkheid ademen zijn doeken uit, nog jaren na haar dood. De expressieve kleuren zijn er nog wel, maar er hangt een floers overheen.

In 1991 maakt Leo Schatz een tentoonstelling van het werk van Irma in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. In de jaren erna gaat hij zelf ook weer exposeren in diverse musea. Voor zijn tentoonstelling in 2003 in het Singer Museum is een nieuw boek gemaakt: 'Kleur heeft een mens getekend'. Kort voor de opening overlijdt Leo's vrouw Sonja.

Schatz: "Na haar dood kon ik maandenlang niet meer schilderen, alleen maar rouwen. En toen ik weer naar mijn atelier ging, ben ik gaan schrijven, gedichten." Elke ochtend schreef hij een gedicht. En 's middags tekende hij, tekeningen zonder kleuren. Hij laat wat tekeningen zien: zonderlinge fantasiefiguren in zwarte pennestreken. In de eerste schilderijen na de dood van Sonja zaten wel kleuren, maar die waren koud en stenig. In 2005 verscheen een selectie van de tekeningen en gedichten in de bundel 'Ik heb geen aanleg voor verdriet'.

Het heeft lang geduurd voordat zijn schilderdrift terugkwam. Nu gaat hij elke dag weer naar boven, naar zijn atelier, nieuwsgierig naar wat er weer op het doek zal verschijnen. "Ik heb nooit een vooropgezet plan, ik schilder zoals ik leef. Ik zet een klodder verf op het doek en begin, en dan ontstaat er iets." Net als met tekenen. Bizarre figuren en koppen groeien als vanzelf op papier. Die beelden komen uit zijn onderbewuste, zegt hij, want elke nacht komen ze ook in zijn dromen voor. "Heel sterke beelden zijn het. In die dromen ben ik vaak onderweg en loop ik door niet bestaande steden. Ik ben onderweg, maar ik kom nooit ergens aan. Een bizarre wereld droom ik. Maar de echte wereld is toch ook ontzettend bizar en dwaas?"

Jos van Hest, Machtelt van Thiel: 'In ieder hoofd zit een ander hoofd', 132 pag, De Vrije Uitgevers, € 75.

Recente schilderijen en tekeningen van Leo Schatz zijn t/m 13 januari te zien in resp. Museum Jan van der Togt en het Cobra Museum, beide in Amstelveen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden