Ik wil een huppelende tachtiger worden

(\N)

Stoppen met werken zal ze nooit, want dan gaat de 59-jarige Marijke Helwegen, icoon van de cosmetische chirurgie, zich eenzaam voelen. Het soort werk zal wel veranderen. „Als ik mag kiezen tussen preken of cosmetische chirurgie, wordt het preken.” Derde aflevering in een serie over werken en stoppen met werken.

Nee, ze ziet niet op tegen ouder worden. Als ze dat maar mag doen op haar eigen manier en naar haar eigen normen. Dat betekent dat ze zolang mogelijk het uiterlijk wil behouden dat ze nu heeft. Al tien jaar lang heeft ze geen enkele cosmetische operatie ondergaan, maar stel dat ze op haar 68ste vindt dat het gezicht wel heel erg rimpelig en uitgezakt wordt, dan zal ze niet terugschrikken voor een facelift. Dat heeft dan niets te maken met een vlucht voor de ouderdom, maar alles met het in evenwicht houden van haar innerlijk en uiterlijk.

Ik ben een laatbloeier. Ik voel me eigenlijk pas de laatste jaren gelukkig en in evenwicht. Bij dat geluksgevoel hoort een bepaald uiterlijk: geen somber, rimpelig en uitgezakt hoofd, maar een blij hoofd. Het irriteert me wanneer mensen tegen me zeggen dat ik de ouderdom niet accepteer. Snauwerig zeg ik dan : ’Hoe komt u daarbij? Ik accepteer het ouder worden wel degelijk, alleen niet op úw manier’. Dan laat ik een sheet zien met foto’s van mij toen ik 18, 28, 38 en 45 was en nog niets aan mezelf had laten doen. ’Hoe vond u me daar?’, vraag ik. ’U had hetzelfde uiterlijk als nu’, zeggen ze dan. Precies. Ik vond mezelf toen mooi en dat wil ik zo lang mogelijk houden.”

Waarom eigenlijk? Waarom wilt u niet veranderen, althans van uiterlijk?

„Ik maak gebruik van de techniek die er is en ik voel me daar prettig bij. Net zoals we ons slechte gebit reguleren en onze slechter wordende ogen voorzien van een bril, lenzen of een laserbehandeling. Ik wil als ik 80 ben nog huppelend rondlopen met ongeveer hetzelfde uiterlijk als nu. Misschien vinden mensen dat overdreven, misschien willen ze wel meehuppelen. Ik ben, wat cosmetische operaties betreft, al jaren clean als je het zo wilt uitdrukken. Al tien jaar niks meer. Nou ja, vijf jaar geleden nog een botoxje, maar dat was het dan ook. Nu heb ik maandelijks een koude laserbehandeling voor mijn gezichtshuid. Daarmee houd ik de zaak aardig op peil.

In het verleden heb ik zeker het een en ander aan me laten sleutelen: toen ik 45 was zijn m’n oogleden gelift, op m’n 46ste de borsten vergroot, op m’n 50ste een facelift en tussendoor zijn m’n lippen steeds beetje bij beetje opgespoten. Inmiddels ben ik ook van mijn strenge dieet, je mag wel zeggen mijn uithongering, af. Met mijn 1.68 meter woog ik maar 49 kilo. Ik at alleen groenten en fruit. Nooit aardappels, nooit brood en hoe een koekje smaakt, weet ik niet. Toen ik twee jaar geleden in dat Villa-programma van Rik Felderhof zat en hij zag hoe ik at, zei hij: „Dat is helemaal niet gezond, je eet als een bataljon konijnen, heel eenzijdig. Je moet ook een stukje vis, een boterham en een aardappel.

Sinds die tijd ben ik dat gaan doen, soms wel vier boterhammen met beleg achter elkaar en ik weeg nu zes kilo meer. Van maatje 34 ben ik veranderd in maat 36. En ik voel me daar goed bij. Ik moet eerlijk zeggen, dat is alleen zo omdat ik veel leuk werk heb. Als ik thuis zou zitten en dan die zes kilo erbij, zou ik daar gek van worden en weer streng aan het lijnen slaan.”

Hoe is dat zo gekomen: die grote aandacht voor het uiterlijk, waardoor u het uithangbord van de cosmetische chirurgie en het Medisch Centrum Scheveningen bent geworden?

„Ik denk dat heel veel te verklaren is vanuit mijn moeder: een mooie vrouw, altijd bezig met haar uiterlijk, wat alles te maken had met haar levenslange gevecht om erbij te horen. Mijn vader was chef administratie bij DSM, de Limburgse mijnen. Hij hoorde bij de subtop, net onder de directie, maar ver boven de ambtenaren en de mijnwerkers. Mijn moeder heeft altijd geprobeerd bij de toplaag te komen, maar dat lukte nooit, hoe mooi de jurkjes en schoentjes ook waren. Want ze leefde nog in een maatschappij met vastomlijnde rangen en standen. Ach, als je haar gezien had: ze was een plaatje. Met bijvoorbeeld een donkerblauw rokje en een wit bloesje van Brusselse kant. Bijpassende glacé handschoenen en een bijpassend parapluutje. Iedereen keek naar haar. Eenvoudig, maar sjiek.

Ik ben veel meer van de toeters en de bellen. Haar grote valkuil was het moederschap: ze had geen kinderen moeten hebben. Ze was ooit gouvernante bij een adellijke familie in Den Haag. Net als ik, was ze een ambitieuze doorzetter, ze kon goed met geld omgaan en was altijd bezig mijn vader te promoten. Ze had zelf carrière moeten maken: hoofd van een lagere school of zoiets, maar geen moeder worden. Dat kostte haarte veel energie, die ze voor zichzelf nodig had. Ze had geen tijd voor ons en onze vader had het veel te druk. Dat heb ik beter gedaan dan mijn moeder: bewust geen kinderen gekregen.”

Was uw man het daarmee eens?

„Ik was zeventien toen ik Harry leerde kennen, hij was mijn eerste vriendje en nu al veertig jaar mijn man. Op mijn zeventiende zei ik al tegen hem: ’Ik wil geen kinderen’. Harry’s moeder, een echte dame en een wijze vrouw, zei: ’Harry, daar moet je goed over nadenken. Als Marijke dat niet wil, moet je dat respecteren’. Dat heeft hij meteen geaccepteerd. Voor mij was die kinderloosheid heel geschikt, voor hem minder, maar hij heeft zich daar nooit over beklaagd. Hij zei: ’Als jij dat niet kunt en we doen het tóch, wordt het een drama’.

Toen ik 45 was, heb ik wel eens gedacht : hè, wat jammer, als ik vrouwen met hun tienerdochter op consult zag komen in Scheveningen. Maar dan realiseerde ik me ook weer dat zo’n meisje best een drakepit kon zijn, want van de vrouwen in het Gooi, waar ik woon, hoor ik vaker over drakepitterige dochters, die het hele serviesgoed door het huis gooien dan over lieve, aanhankelijke meisjes. Ik ben trouwens een soort surrogaatmoeder voor een paar Afghaanse zusjes, die bij mij thuis schoonmaken. Eerst waren het de oudste meisjes, die inmiddels allemaal keurig zijn afgestudeerd en getrouwd, nu heb ik de jongere zusjes: een tweeling, die op het lyceum zit en nog een oudere zus, die coupeuse is bij een bruidswinkel, maar nog altijd trouw twee uur per week bij mij komt werken.

Vooral met haar heb ik een goede band. Ik heb me uit de naad gesjouwd om passend werk voor haar te zoeken, eerst bij een van m’n ontwerpersvriendjes maar die betaalde haar nooit, dus toen heb ik het geprobeerd bij een bruidsmodezaak, waar ze nu vier dagen per week werkt.

Een schat van een meid, voor wie ik veel over heb. Heel goed voor mijn zorgbehoefte en heel wat beter dan een eigen kind. Op dat gebied heb ik echt het juiste besluit genomen want, net als mijn moeder, heb ik veel tijd en aandacht voor mezelf nodig.”

Nooit eens eenzaam?

„Jawel, ik heb een kern van eenzaamheid in me. Daarom ben ik ook zo gefocust op mijn werk. Ik ben niet iemand die vijf dagen per week rustig met een boek op de bank kan zitten, dan word ik gedeprimeerd en eenzaam. Ik heb mensen om me heen nodig, reuring, opwinding, afleiding. Zoals bepaalde mensen weten dat ze moeten oppassen met alcohol en het liefst helemaal van de fles afblijven, zo weet ik dat ik moet oppassen voor stilte en werkloosheid. Ik moet aan de slag blijven.”

Dus voor u geen pensioen op uw 60ste of 65ste. Kunt u op die leeftijd eigenlijk nog wel hét gezicht van de cosmetische chirurgie zijn?

„Nee, ik ga zeker niet met pensioen. Ik moet doorgaan, niet zozeer om financiële, maar vooral om psychologische redenen. En ja, natuurlijk kan ik op die leeftijd nog prima over cosmetische chirurgie praten. Ik ben allang niet meer de vrouw bij wie toekomstige klanten thuis komen kijken en praten. Die kennis vinden ze tegenwoordig allemaal haarfijn op internet. Ik zit nu meer in tv-programma’s en discussies met studenten, artsen, hoogleraren ethiek en gezondheidsleer en kritische vrouwen.

Overigens zal mijn werk steeds minder op het gebied van de cosmetische chirurgie komen te liggen en meer te maken hebben met dieren en het bezoeken van bejaarden, kinderen en zieke mensen. Dieren maken het beste in mij wakker. Die doen een beroep op mijn zachte kant. Ik ga, als een nieuwe Francisca van Assisi, op stap met een maatschappelijk werker, die een mobiele boerderij heeft, een soort mini-Ark van Noach, met duiven, konijnen en kippen. We bezoeken ziekenhuizen, bejaardentehuizen, instellingen met lichamelijk en verstandelijk gehandicapten, overal waar men behoefte heeft aan wat liefs en aaibaars. Dat is natuurlijk allemaal liefdewerk.

Daarnaast heb ik een heel zakelijke kant, die goed geld in het laatje brengt. Ik word vaak ingehuurd om gebouwen te openen of nieuwe lanceringen te doen. Tegenwoordig is ’facelift’ namelijk hét toverwoord bij renovaties van gebouwen en presentaties van nieuwe automodellen en bedrijfslogo’s. Mercedes heeft een nieuw model sportwagen met speciale koplampen? Die komt Marijke presenteren, de vrouw die alles weet van nieuwe koplampen. En wie weet er meer van renoveren en verbouwen? Toch niemand méér dan Marijke Helwegen.

Die metafoor kan ik best waarderen. Ik heb ook heel wat openingen en presentaties gedaan voor de gemeente Amsterdam, in de vernieuwde westelijke tuinsteden.

Hoe ik aan die opdrachten kom? Dat spreekt zich rond en ik doe ook aan acquisitie op feestjes en recepties. Dat kan ik prima. Ik had vroeger niet voor niets een goed lopend acquisitiebureau. Wat mijn werk voor de cosmetische chirurgie betreft: ik werk nu zestien jaar voor Scheveningen, daar ga ik parttime mee door, zo’n dag of twee per week, tot m’n 65ste en als het kan tot m’n 67ste. Ik laat me dat deel van m’n pensioen toch niet uit handen glippen?

Door deze baan ben ik heel erg veranderd: ik heb goed leren praten en discussiëren. En overeind blijven, zonder kwaad te worden. Het heeft me een stuk assertiever en zelfstandiger gemaakt. En financieel onafhankelijk. Wat wil je nog meer?”

Stel dat Harry vraagt: Marijke, ga eens wat minder werken, we gaan als pensionado’s fijn reizen en golfen.

„Golfen kan ik niet, ik heb geen balgevoel. Voor de rest zou het dan schipperen worden. Ik wil best een keer per jaar met vakantie, maar dat is het dan ook wel. Niet wekenlang musea bezoeken of op een schip of een strand zitten. Alsjeblieft niet, zeg.”

Dus doorgaan met de Ark van Noach, de bedrijfsopeningen en de discussies over de cosmetische chirurgie?

„Het liefst zou ik nog iets heel anders gaan doen: preken. Als ik zou mogen kiezen tussen preken en mijn werk voor Scheveningen, kies ik voor preken. Reken maar dat Marijke de kerken weer vol zou krijgen. Ik heb niet alleen botox in mijn hoofd, maar ook heel veel hersencellen, zij het niet universitair gecultiveerd.

Wat dat preken betreft: ik heb dat jarenlang geoefend met mijn beste vriend, de oude dominee Hörchner, met wie ik zestien jaar bevriend ben geweest. Afgelopen september is hij overleden, 91 jaar oud. Ik mis hem vreselijk, veel meer dan mijn ouders en veel meer dan ik gedacht had. Elke week ga ik naar zijn graf. Hij was mijn soul mate, mijn leermeester, we hadden een diepe Seelenverwandtschaft, we hielden van elkaar. Door hem heb ik ook geleerd dat oude mensen jong van hart kunnen zijn.

Ik ontmoette hem toen ik joggend door het dorp liep en hij zijn keeshondje uitliet. Een paar keer per week kwam ik die keurige oude heer met dat hondje tegen. Hij nam zijn hoed voor mij af, net zo galant als die professor die in de film ’Der Blaue Engel’ in contact komt met Marlène Dietrich. Ik heb hem, brutaal als ik ben, uitgenodigd voor een kopje thee, maar dat kon niet, zei hij, want zijn vrouw lag ziek thuis. Dus ben ik bij hem thuis thee gaan drinken.

Meneer Hörchner, zoals ik hem noemde, bleek een gepensioneerde dominee uit Rotterdam te zijn. Tot aan zijn dood kwam ik een- of tweemaal per week bij hem thuis. Hij werd mijn leermeester op elk gebied: cultuur, theologie, politiek, natuur, noem maar op. Net in die tijd begon ik met die cosmetische chirurgie. Ik liet toen een paar operaties doen. Hij veroordeelde niets, hij zag de échte Marijke, de eenzaamheid en de kwetsbaarheid in mij, hij nam mij zoals ik was, waardoor ik mij veilig en geborgen voelde in die grote kamer vol antiek, schilderijen en boeken.

Het enige waarover hij wel eens kritisch was, waren mijn uitspraken op de televisie. Soms zei ik, in een verhitte discussie tegen een onsympathieke presentator, wel eens zoiets als: ’Ik heb niet alleen ballen van boven, maar vooral ook tussen mijn benen.’

’Marijke, dat moet je niet zeggen’, zei hij dan zachtmoedig, ’dat is niet stichtelijk’. Maar stiekem moest hij er wel om grinniken.

Tussen ons is een complete vriendschap ontstaan, completer dan ik ooit met wie dan ook heb gekend. Zo’n vriendschap zal ik nooit meer krijgen. Een relatie die niets met seks, leeftijd, geld, afkomst of opleiding te maken had. ’Jij bent de zon in mijn leven’, zei hij wel eens. We hadden het vaak over het geloof, de Bijbel en theologie. Soms zei ik: ’Ik ga weer eens voor u preken’ en dat deed ik dan. ’Zo staat het niet precies in de bijbel’ , zei hij, maar hij genoot.

Hij was protestant, ik katholiek van een vrolijk, ondeugend soort. Met zingen, huppelen en vrije meningen. Zo vind ik dat een jong meisje dat onbedoeld in verwachting raakt best abortus mag laten plegen. Dat was hij niet met mij eens. Ik denk dat God mij accepteert zoals ik ben: in mijn mooie jurken, met make-up en valse wimpers. Maar ook met mijn mensen- en dierenliefde.

Ik was helaas niet bij het sterven van mijn vriend. Vlak erna kwam ik bij hem. Ik heb lang bij hem gezeten en hem gekust. We hadden samen zijn begrafenis besproken. Ik heb daar gepreekt, zoals hij wilde. Ach, die lieve meneer Hörchner, ik werd wijzer en blijer van hem en hij iets minder gereformeerd door mij. Hij was en is voor mij een milde vader geweest, een heer van stand. Er zal nooit meer iemand zijn die zo veel en zo zuiver van mij zal houden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden