Ik wil de ander voorbij, al moet ik over het gras Max Verstappen

Max Verstappen is 17. Over twee maanden schrijft hij geschiedenis als hij in Melbourne debuteert als jongste Formule-1-coureur ooit. 'In de race komt eruit wie ik ben.'

Je wurmt je in de nauwe cockpit, je snoert je gordels om en je klapt het vizier van je helm dicht, zo begint het. Je wacht daarna op de monteur van Scuderia Toro Rosso die jouw motor aanjaagt. Daarna draai je aan het stuur, geef je voorzichtig gas en dan ligt de weg open. Jouw Formule-1-carrière is begonnen. Vervolgens rijd je voorzichtig je eerste rondje.

Fout. Max Verstappen zegt: "Ik ging gelijk vol gas. Ik schoot weg. Een heerlijk gevoel."

Max Verstappen was 16 jaar oud toen hij in augustus een contract tekende bij Red Bull, en hij was slechts een paar dagen 17 toen hij begin oktober in de auto van het satellietteam van Red Bull Racing mocht meedoen aan de vrije trainingen van de Grand Prix van Japan, als de jongste coureur ooit. De jongen zonder rijbewijs voor de openbare weg raasde met topsnelheden van dik boven de 300 kilometer per uur over het circuit. "Hij had best wel wat vermogen," zegt Verstappen een paar maanden later in Noord-Limburg over de Toro Rosso STR9. "Het verschil in topsnelheid met de auto uit 2012 waarmee ik een paar weken eerder in Italië ter voorbereiding testte was best wel groot, moet ik zeggen."

Op het circuit van Suzuka werd hij direct geconfronteerd met de gevaren van de autosport. In de slotfase van de race op zondag crashte de Fransman Jules Bianchi, die sindsdien in coma ligt. "Ik was al thuis", zegt Verstappen, zittend aan een tafeltje in de werkplaats aan de oevers van de Maas. Hij weet dat hij zulke gebeurtenissen van zich moet 'afzetten'. Na een korte stilte zegt hij: "Nou ja, het was wel een heel ongelukkig moment. Bianchi schiet van de baan af en hij raakt precies met zijn hoofd die kraan die daar geparkeerd staat. Hoe ongelukkig kan je zijn?"

Hij? Bezig met de dood? Nee, zegt hij, en dan koeltjes: "Als je de hele tijd gaat denken; oh, ik kan nu doodgaan dan schiet het ook niet op."

En neus voor inhalen

Max Verstappen is de zoon van oud Formule-1-coureur Jos Verstappen, die in 2003 na ruim 100 Grand Prix' zijn laatste F1-race reed, en het rennerskwartier verliet als succesvolste Nederlandse coureur ooit. Max was toen zes. Al snel zette senior in op de carrière van het jongetje toen bleek dat hij zeer veel talent bezat. En Max, zo laat Jos niet na te vertellen, is een betere coureur dan hij zelf was. Hij heeft de racekunde van zijn vader - agressief, een neus voor inhalen - maar hij bezit daarnaast het geduld van zijn moeder Sophie, zelf ooit vermaard kart-coureur.

De herinneringen van Max aan de periode dat hij mee was met zijn vader naar de Formule-1-races zijn diffuus. Hij weet nog dat de reizen met zijn moeder en zusje Victoria voelden als 'een uitje'. Van de auto's en de races zelf herinnert hij zich niets. "Ik kan me herinneren dat ik door de paddock (plaats waar de auto's staan, red.) liep te rennen en te spelen. Maar met wie? Geen idee.

Elvis in de bus

Op de parkeerplaats van het complex in Maasbracht waar de karts worden gemonteerd, vertelt vader Verstappen bij het afscheid nog even snel over de uren dat hij en zijn zoon bij elkaar in de grijze Transporterbus zaten, rijdend door Europa. In de maanden dat Max in 2014 deelnam aan het Europese Formule-3-kampioenschap en veel races won (hij eindigde als tweede in de titelstrijd), reden ze 56.000 kilometer en zaten ze meer dan zeshonderd uur naast elkaar, pratend over het vak autocoureur. Vader Jos Verstappen weet: dit zijn de dingen die je je later van je vader blijft herinneren en die belangrijker zijn dan welke prestatie op het circuit ook.

"We hebben alles samen gedaan", zegt Max Verstappen. "We hadden het altijd over racen en dat maakt het extra speciaal als je races wint en 's avonds samen naar huis rijdt. Dat zijn de mooiste momenten, als je daaraan terugdenkt."

En wie was de baas over de muziek tijdens de uren op de snelweg? Max: "We draaiden mijn vaders muziek. Wat oudere muziek. André Hazes en soms Frans Bauer. Ook Duitse muziek en Elvis."

Vanuit de achtergrond: "Hij moest wel luisteren! Of hij wilde of niet, hahaha."

Max: "Elvis, ja. Ik het het zo vaak gehoord dat ik het ook wel prima vind. Klinkt wel goed, die muziek van Elvis."

De limiet vinden

Het hoofd van Max Verstappen is een spons en alle informatie komt soepel binnen. Let op als hij vertelt over zijn voorbereiding op de eerste race, half maart in Melbourne. Hij kent het stratencircuit van Albert Park al van de computerspelletjes en voor vertrek naar de openingsrace van het 65ste F1-kampioenschap, zal hij een dag doorbrengen in de racesimulator van Red Bull Racing. "Ik ken de baan", zegt Verstappen. "Dat is geen probleem. En na een rondje of zeven ken ik hem écht. Dat gaat inderdaad best snel, maar het gaat bij mij ook bijna automatisch, daar hebben we jaren op geoefend in karting, om het snel te kunnen. Ik probeer iets wat me verteld wordt zo snel mogelijk in mijn hoofd vast te zetten. Ik denk daar verder niet zo over na. Zo snel mogelijk de limiet vinden."

Even later: "Bij Toro Rosso en Red Bull zijn ze er blij mee, want zo kan ik sneller alle aandacht geven aan het verbeteren van de auto waardoor we sneller over het circuit kunnen gaan."

Verstappen is nu bezig om lichamelijk sterker te worden, om races van iets meer dan twee uur vol te kunnen houden. Hij verwacht geen problemen. Meestal duren de 'stints' tijdens een race ongeveer twintig rondjes en dan is een bezoek aan de pitbox voor nieuwe banden vereist, waardoor de coureur even kan ontspannen voor hij aan een nieuw deel van de race begint. "In de race, als je in een ritme komt, is het minder zwaar, in die flow gaat alles gemakkelijker, een beetje vanzelf."

En als het op een bepaald moment een keer niet meer vanzelf gaat - hij weet dat het moment gaat komen - wat doe hij dan? "Dan moet je gewoon je best blijven doen en dan zien wat er van komt."

Leeftijd maakt niet het verschil

Hij was een jaar of zeven toen het idee ooit wereldkampioen Formule-1 te willen zijn zich begon vast te zetten. Nooit stond er iets hogers dan karting of autosport op de prioriteitenlijst. Maar of hij zou slagen als coureur wist hij pas afgelopen seizoen, het jaar waarin hij dertien van de 46 races waaraan hij deelnam zou winnen. "Toen wist ik dat ik het wel kon."

In de Formule-1, de hoogst aangeschreven raceklasse ter wereld, werd er met een mengeling van opwinding en verbazing gereageerd op een jongen die op zijn 16de een contract op zak had. Hij hoorde het aan, wist ervan toen hij met zijn vader op het vliegtuig naar Japan stapte, maar zich daarover drukmaken deed hij niet. Zenuwachtig bij zijn entree in de paddock? Nee, ook niet. Dat ze de minimale leeftijd inmiddels hebben vastgesteld op 18 jaar, doet Verstappen weinig. Hij zegt: "Iedereen mag zijn mening hebben. Ze moeten niet kijken naar de leeftijd, maar kijken naar hoeveel werk je erin hebt gestopt om in de F1 te komen. De leeftijd maakt niet het verschil."

Ook over de impact van de Formule-1 maakt hij zich geen zorgen. Hij is nauwelijks geïmponeerd door deze sport waarin miljarden omgaan, waar de meest hoogwaardige technieken worden gebruikt, waar het wemelt van journalisten, marketinggoeroes en directeuren van multinationals en waar de teams met budgetten van meer dan 300 miljoen dollar per jaar werken. "Je hebt als coureur niet met iedereen te maken hè?" zegt hij doodkalm. "Alleen met bepaalde mensen ben je druk bezig. Dat was wat ik in Japan deed: ik stapte in de auto, deed wat ik moest doen en dat is rondjes rijden. Ik ben er niet van ondersteboven dat er in de paddock veel mensen lopen. Daar houd ik me ook niet mee bezig. Mensen denken dat Formule-1 een hele grote show is - en je ziet er ook veel bekende mensen - maar voor mij gaat het erom zo hard mogelijk te rijden en uiteindelijk races winnen. En af en toe moet je als coureur even glitter en glamour doen."

"Racen is mijn sterkste kant", zegt hij. "Trainingen zijn er om uit te zoeken wat je wil met de auto, hoe je hem wil afstellen. De kwalificatie gaat om een rondje om de startvolgorde te bepalen, maar in de race ben ik op mijn best, dan komt eruit wie ik ben."

Inhalen, dat is zijn handelsmerk, daar steekt hij uit boven de rest. Denkt hij niet te veel over na natuurlijk, het is gewoon: opschieten en er voorbij. Frustraties als het even niet lukt, die kent hij niet. Geen tijd voor, frustraties zorgen er slechts voor dat je er nooit voorbij komt, vertelt hij. Nee, liever bedenken: waar kan ik het nog een keer proberen? Hij zegt: "Ik wil er gewoon voorbij, al moet ik ervoor over het gras. Als ik er maar voorbij ben."

En toen hij naar de F1-races op televisie keek, had hij toen een idool? Nee, zegt hij eerst.

Dan met een kleine grijns: "Mijn vader."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden