Ik wil beter zijn dan mezelf

Raymond van de Klundert (Tilburg, 1964), beter bekend als Kluun, is schrijver en columnist. In 2003 verscheen zijn debuut ’Komt een vrouw bij de dokter’ dat door velen werd geprezen (een half miljoen exemplaren verkocht, NS Publieksprijs 2006) en door velen werd afgekraakt. De schrijver van het grotendeels autobiografische boek werd vaak op zijn ’amorele gedrag’ aangesproken: hoe kun je vreemdgaan als je vrouw kanker heeft? Vorig jaar verscheen het vervolg op ’Komt een vrouw bij de dokter’: ’De Weduwnaar’.

I

Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

„Begrafenissen waren mijn specialiteit. Dan stond ik daar, samen met een ander tienjarig misdienaartje, op vrijdag- of zaterdagochtend naast zo’n kist te ginnegappen – geen idee van het verdriet van al die mensen in de kerk. Het was een soort clubje waar ik op zat – voor hetzelfde geld was ik gaan voetballen – en waar ik na twee jaar weer vanaf ging toen het verkooppraatje – een ’misdienaarsreisje’! – een loze belofte bleek te zijn. Ik ben langzaam maar zeker van het geloof geraakt, heb me er toen jarenlang niet meer mee bezig gehouden.

Het is goed gebruik om zoiets belachelijk te maken, maar ik ben een aanhanger van wat ze tegenwoordig het ’Ietsisme’ plegen te noemen. Ik geloof dat al die wereldreligies een zekere bron delen – noem het God – en dat er een grote waarheid schuilt in de combinatie van wat er in al die heilige boeken geschreven en door grote filosofen gezegd is. Ik weet heus wel dat het verhaal van de Celestijnse Belofte aan alle kanten rammelt, maar toch, het fascineerde mij wel dat juist zo’n boek een wereldwijde bestseller werd. In die tijd begon ik mij af te vragen: waar geloof ik eigenlijk in? Die vraag werd veel dwingender toen Judith, mijn vrouw, kanker kreeg. Wat is de zin van ons leven?

Of we uit wanhoop maar iets zijn gaan geloven? Sorry hoor, maar dat vind ik nou een typische Volkskrant-vraag. Waarom dat zure? Waarom zo negatief? Natuurlijk heb ik mij, net als Stijn (de hoofdpersoon in ’Komt een vrouw bij de dokter’, red.), afgevraagd of het geen vorm van emotioneel zelfbehoud was om te geloven in een leven ná dit leven – Stijns frustraties en gevoelens zijn, wat dat betreft, ook mijn frustraties en gevoelens geweest. Maar het dédain dat, bijvoorbeeld, een man als Richard Dawkins in zijn boek ’God als misvatting’ aan de dag legt, is mij vreemd. De manier waarop hij – maar ook de Nederlandse opiniemakers die het zo roerend met hem eens zijn – stelt dat er geen God is, vind ik net zo aanmatigend als de stelligheid waarmee de dominee, de pastoor of de imam zegt dat zijn God de ware God is. Dat is precies dezelfde domheid.

Ik ben analytisch ingesteld. Voor mij is het altijd erg moeilijk geweest om in de buurt van mijn intuïtie te komen. Vrouwen zijn daar veel beter in. Judith vóelde dat het geen toeval was wat ons overkwam. Ze raakte er – hoewel ze niet gelovig was opgevoed – van overtuigd dat er na dit leven nog iets zou komen. Ik weet zeker dat ze mij, na haar dood, heeft geholpen mijn leven weer op de rit te krijgen. Ze heeft ook haar aandeel in het schrijven van mijn boek gehad. Zoiets heeft weinig met doorzettingsvermogen of talent te maken; het was een explosie van creativiteit. De inspiratie kwam, dat kan niet anders, uit een andere wereld, van God – geef het maar een naam. Voor mij staat vast dat je wordt geholpen als je, met alle passie die je in je hebt, bezig bent met het realiseren van goede dingen. Hoe? Ja hoe? Leg dat eens even in een paar zinnen uit Ik denk haast dat het een natuurkundige formule is die we nog niet kennen. Zoals we vroeger nog niets van zwaartekracht, elektriciteit of radiogolven wisten. Zou het niet mooi zijn als wetenschappers zich dáár nu eens mee bezig hielden? De belangstelling voor een nieuwe vorm van zingeving is groeiende, maar de intellectuele elite ziet het niet. Laatst sprak ik met Hafid Bouazza. ’God als misvatting’ was zijn favoriete boek. ’Eindelijk het bewijs dat God niet bestaat!’ riep hij. En dan denk ik: waarom zouden we niet uitgaan van ons gevoel, van onze intuïtie? Wanneer staan er wetenschappers op die gaan proberen te bewijzen dat God juist géén misvatting is?”

II

Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken

„Laatst heb ik met de zoekfunctie van Word de ’verdommes’ in ’De Weduwnaar’ opgezocht. Dat bleken er heel wat te zijn. Ik begrijp dat mensen er door beledigd kunnen raken, maar ik betrapte mezelf ook op de gedachte dat een aantal van die ’verdommes’ gewoon heel functioneel was. Je kunt natuurlijk discussiëren over de vraag of het überhaupt nodig is om te vloeken, maar daar gaat het mij nu niet om. Ik doe het wel, maar ik doe het alleen in een zekere context; als ik het sterker vind in de tekst van de ik-persoon. Ik zou niet weten hoe ik de gevoelens van Stijn, op dat moment in het verhaal, anders had moeten verwoorden. Maar altijd alles zo maar zeggen? Ik weet het niet Het woord geitenneuker is op zich haast cabaretesk, maar hoe je het ook wendt of keert: het wordt een belediging zodra je een hele bevolkingsgroep consequent geitenneukers noemt. En nee, daarmee bedoel ik niet dat ik enig begrip heb voor geweld. Nooit. Ik heb op zich geen moeite met grof taalgebruik, maar ik hou er beslist niet van om anderen willen en wetens te kwetsen.”

III

Gij zult de dag des heren heiligen

„Ik kom er meestal te laat achter dat ik het rustiger aan moet doen. Ik heb enorm veel energie – al wordt het langzaam minder. Vroeger kon ik een bedrijf opstarten, een voetbalclub leiden en tussendoor nog een feest voor iemand regelen. Nu zie ik al op tegen de verbouwing hier in huis. Ik vind het heerlijk om een beetje te zitten, een beetje te schrijven, een beetje niks doen. Ik hoef niet ieder weekend meer te gaan stappen, maar àls er ergens een leuk feest is hou ik het nog makkelijk tot vijf uur ’s ochtends vol. De nacht heeft mij altijd aangetrokken. De zelfkant? Misschien wel. Het is de nacht met alles wat daarbij hoort: de seks, de drank, de spanning, de mateloosheid. Ik sleepte mij van avond naar avond. Overdag was er weinig te beleven. Het gewone leven was te saai.”

IV

Eer uw vader en uw moeder

„Mijn vader is heerlijke man, een ontzettende ouwehoer. Soms betrap ik mezelf er op dat ik denk: pa, alsjeblieft, lúl toch niet zo! Dat is niet erg eerbiedig, toch? Ik zou willen dat ik hem kon nemen zoals hij is. Ik zou ook vaker bij mijn ouders op bezoek kunnen gaan. We zien elkaar nu een keer per maand en ik bel misschien twee keer per week. Is dat wel genoeg? En wat als ze ziek worden? Of als één van onze ouders doodgaat? Nemen we de ander dan in huis? Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken terwijl dat, in de bijbelse zin, het echte eren zou zijn. Gelukkig denken mijn ouders er net zo over als ik. Ze willen hier niet wonen en over dat regelmatig bezoeken zeggen ze: ’Denk je dat wij het leuk vonden om vroeger elke zondag bij opa en oma op visite te gaan?’ Maar goed, jouw vraag is terecht: als ik vind dat ik het anders aan moet pakken, wat let mij dan? Egoïsme, denk ik. Ik heb het druk met mijn eigen gezin. Ik ga liever iets leuks doen met de kinderen, dan wéér die auto in naar Tilburg. En dit bedoel ik echt niet onaardig, maar toch: ik voel me fijner bij vrienden met wie ik gesprekken kan voeren die ik interessanter vind dan de gesprekken die ik met mijn ouders voer. Andersom is dat trouwens ook zo. Mijn moeder kent mij heel goed en eist daarom ook weinig van mij. Mijn vader maakt zich nergens druk om. Een echte levensgenieter. Gezellig. Biertje erbij. Op vakantie naar Spanje met de bus. Ze weten echt wel dat ik er alleen maar nukkig van zou worden als ik vier keer week bij hun op de bank moest zitten. Het heeft ook met het Tilburgse, met de provincie te maken. Ik had al vrij snel het gevoel dat ik er aan moest proberen te ontsnappen. In Brabant wordt, meer nog dan in andere provincies, het standpunt gehuldigd dat je gewoon moet doen: ’dan doe de al gek genoeg’. En dat in een soort arrogantie vertaald. ’Waar woon de gij? Amsterdam? Lekker bijzonder. Het is de humor van Theo Maassen. ’Pilske? Neeje, ik moe nog rije. Hoezo, ben de gij een homo?’ Zodra iemand iets doet wat niet in het plaatje past: hop, neerzetten, afkraken. Ik woon nu zestien jaar in Amsterdam, ik voel me een Amsterdammer. Maar ik heb wel een haat-liefde verhouding met de stad. Aan de ene kant kan hier alles, niks is te gek, maar als je er echt bij wil horen, moet je wel óf mooi, óf creatief, óf bijzonder, óf bekend zijn. Terwijl ik nou juist een zwak heb voor mensen die bewust een gewoon leven leiden. Het hoeft niet altijd hip, kunstzinnig of diepzinnig te zijn. Ik hou van functionele oppervlakkigheid op zijn tijd. Slap ouwehoeren, doorzakken, voetbal kijken, kroketten van de Febo, Ibiza, carnaval!”

V

Gij zult niet doden

„Vroeger vonden we het normaal om elkaar met knotsen de hersens in te slaan. Daar zijn we op den duur mee opgehouden. Zestig jaar geleden lieten we de ene bevolkingsgroep de andere bevolkingsgroep nog uitroeien – ja, in Joegoslavië lieten we het wéér gebeuren, maar we zitten er nu wel, dankzij internet, met z’n allen bovenop. We geloven steeds meer, rationeel maar ook met ons hart, dat we het anders moeten doen. Nee, er is geen stijgende lijn – kijk maar naar Afrika, kijk naar de manier waarop we met elkaar en met het milieu omgaan: we zitten in een periode van verval – maar er is wel een stijgend bewustzijn. Ik koester de hoop dat we, in the long run, massaal zullen kiezen voor verandering. We moeten ook wel want een beetje doorkabbelen, dat kan niet meer. Als er niets gebeurt, is het over zestig, zeventig jaar helemaal afgelopen. Dan is het experiment aarde mislukt. Noem mij naïef, maar ik geloof echt dat we, nèt op tijd, die draai zullen gaan maken. Er zal een golf over de wereld spoelen die voortkomt uit een herwaardering van de liefde of uit een nieuwe vorm van spiritualiteit. Een revolutie, een politieke stroming, charismatische leiders, verzin het maar. Ik erger me rot aan mensen die niets doen, die alleen maar negatief of cynisch willen zijn, die Bono in Afrika zien en zeggen: ’Kijk, die man moet zonodig Jezus uithangen.’ Wees blij dat er tenminste iemand is die dat wil doen!”

VI

Gij zult geen onkuisheid doen

„Religieuze leiders hebben waarschijnlijk gedacht dat geld, carrière, genotmiddelen en seks ons van de aanbidding van ’het hogere’ zouden afhouden. Seks is zondig. Seks is vies. Ik snap wel wat de functie van het celibaat is als je in een klooster woont of in een oranje gewaad bovenop een berg zit, maar voor ons, gewone mensen, is seks, als je er op een gezonde manier mee omgaat, juist geweldig. God heeft ons smaakpapillen geven zodat we van ons eten kunnen genieten en hij gaf ons geslachtsorganen zodat we – wat zeg je, pro creatio? Rot op! Waarom is klaarkomen dan zo lekker?”

VII

Gij zult niet stelen

„Mijn boeken staan vol wramples: fragmenten uit songs of boeken. Er is niks mis met jatten – zo lang je maar zegt waar je het hebt weggehaald. Ik ben nu eenmaal een bewonderaar. En als ik iets niet mooi vind, zwijg ik er liever over. Laat mij, in het Nederlandse medialandschap waar alles onmiddellijk wordt afgezeken, de positivo dan maar uithangen.”

VIII

Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

„Ja, ik heb als reclamestrateeg producten aangeprezen die ik zelf nooit zou kopen. Ik heb, toen ik begon met werken, de Gouden Gids op kabeltelevisie verkocht. Het sloeg helemaal nergens op, maar ik heb het vol overgave aan de man gebracht. Daarna werkte ik bij Neckermann, het postorderbedrijf. Het was de tijd van de Prijzenfestivals: ’Ja, meneer Visser, de sleutels van deze prachtige auto liggen al klaar!’ Helaas niet voor u De teksten waren zo insinuerend dat jij zeker dacht te weten dat je die prijs had gewonnen. Gewetenswroeging? Ben je gek! Ik vond het wel een sport. Ik geloof ook niet dat er veel twintigers zijn die daar last van hebben. Pas als je ouder wordt en dingen hebt meegemaakt, ga je over dat soort zaken anders denken. Of ik eerlijker ben geworden? Laat ik het zo zeggen: ik ben het belang van eerlijkheid gaan inzien, maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik nooit meer lieg. Het is een van mijn zwakke kanten. Ik moet mijzelf tegen het gemak van een leugentje beschermen.”

IX

Gij zult geen onkuisheid begeren

„Naat, mijn vrouw, leest alle mail voor mij. Zij selecteert de berichten die ik moet beantwoorden. Kijk, als je schrijver bent – en zeker een schrijver van boeken zoals ik ze schrijf, met veel seks en zo – komen er allerlei types op je pad die goed, je begrijpt me wel. En dan heb ik het nog niet over de vrouwen die bij lezingen naar me toe komen. Als me dit tien jaar geleden was overkomen, had ik mij waarschijnlijk helemaal de tyfus geneukt, maar dat wil ik nu niet meer. Ik zei het je net al: ik heb het belang van eerlijkheid ingezien. Stijn had last van monofobie. Zo erg was het bij mij niet, maar ik ben ook nooit volledig trouw geweest. Dat betekent dat je continu moet liegen òf de ander pijn moet doen. Ik koos voor het eerste. Ik kon de moed niet opbrengen om eerlijk te zijn. Hoe het komt dat ik zo vaak ontrouw wilde zijn? Weet ik niet. Laat daar maar eens een psychiater op los. Het is een vlucht. Dat ik ook vreemd ging toen Judith ziek was, was bijna een logisch gevolg van die zwakte. De een sluit zich in zo’n periode af, de ander gaat aan de drank. Ik vluchtte in mijn grootste zwakte; ik stortte mij in het nachtleven. Tijdens Judiths ziekte hield ik het dankzij mijn verhouding met Naat vol. Hoe amoreel het misschien ook klinkt: ik denk dat die verhouding mijn huwelijk heeft gered. Doordat ik die uitlaatklep had, heb ik Judith op het einde gelukkig kunnen maken. Na Judiths dood ben ik helemaal kopje onder gegaan. Drank, vrouwen, ik was volledig de weg kwijt. Uiteindelijk besloot ik met mijn dochtertje drie maanden naar Australië te gaan. Daar kwam ik tot rust. Daar ging ik schrijven. En daarvandaan heb ik ook weer contact met Nathalie gezocht. Wij zijn inmiddels getrouwd en hebben samen ook een dochter. Die wilde periode ligt nu achter mij. Ik zal niet zeggen dat ik een echte believer in trouw ben geworden, maar ik wil mensen geen pijn meer doen. En de behoefte is minder obsessief, dat helpt ook. Nee, ik heb geen spijt. Ik vind het erg dat ik Judith verdriet heb gedaan, maar ik wil vooral denken aan alles wat we voor elkaar hebben betekend. Ik heb geleerd van de fouten die ik heb gemaakt, is dat dan niet de opdracht in ons leven?”

X

Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

„Ik wil niet beter zijn dan een ander, ik wil beter zijn dan mezelf. Ik wil het beste boek schrijven dat ik in me heb, ik wil de eindtijd van mijn snelste halve marathon verbeteren. Ik kijk niet naar andere schrijvers, ik kijk niet naar die drieduizend hardlopers voor mij. Het enige wat telt is dat ik alles wat ik doe met hart en ziel wil doen. Ik heb gemerkt dat ik op mijn best ben als ik een verhaal kan vertellen waar ik in geloof. Ja, ik ben een missionaris èn een reclamestrateeg. Dat vind ik zo’n eigenaardig verwijt; dat ik de reclame gebruik om mijn boek te verkopen. Is het dan niet nobeler om literatuur aan te prijzen dan verzekeringen of maandverband? Ik kan alleen maar blij zijn dat ik in mijn opzet ben geslaagd. Verpakt in een hoop hedonistische prietpraat – waardoor ik een groot publiek kon bereiken – heb ik deze boodschap over weten te brengen: liefde overwint alles.”

www.trouw.nl/tiengeboden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden