'Ik werk in Sjaafat, hoe moet ik straks door die muur? Dat is uren omrijden'

Israël bouwt een muur, die ook Jeruzalem zal opdelen. De geplande muren en hekken volgen een grillig traject, dat er in feite op gericht is zoveel mogelijk Palestijnen buiten de stad te sluiten. De 'Koedsies' vrezen de gevolgen. Aan welke kant van de muur komt hun huis straks te liggen?

En het geschiedde in die dagen dat Sahhar en Hani Aboe Kweik uit de Verenigde Staten vertrokken naar Jeruzalem om hun zoontje te laten inschrijven. Ahmad was al negen maanden oud en volgens de Israëlische wet kon het kind vóór z'n eerste verjaardag geregistreerd worden en bijgeschreven als Arabisch inwoner van Jeruzalem. Let wel, niet als burger, maar als 'inwoner'.

Als Ahmad een jaar of wat ouder zou zijn, dan kon hij geen aanspraak meer maken op zo'n verblijfsvergunning. Dan zou hij het land van zijn voorvaderen niet meer in kunnen. Zijn ouders hadden haast, want de Israëlische ambassade in de Verenigde Staten weigerde de vergunning daar af te geven.

Maar ook in Jeruzalem stuitten ze op problemen: het Israëlische ministerie van binnenlandse zaken staakte er al sinds maanden. Vergunningen, van welke soort ook, gaf het niet af. Toen geruchten hem bereikten dat het ministerie dinsdag voor één dag open ging, stond Hani daar maandagnacht al op de stoep. En met hem vele anderen. Vanwege de kou persten ze zich met een stuk of vijftien mensen in een bestelwagentje, tot de atmosfeer binnen vergiftigd was door sigarettenrook.

Hani hoorde verhalen: hoe Israëlische soldaten een identiteitskaart innamen en niet teruggaven, zodat de Palestijnse eigenaar illegaal werd in eigen land. En - natuurlijk- ging het over het meest besproken onderwerp van de afgelopen maanden: de muur rond Jeruzalem.

Die morgen had Hani geluk. Als een van de eersten ging hij naar binnen, om glunderend naar buiten te komen met een verblijfsvergunning voor Ahmad. Dat moest gevierd. Hani kocht twee geiten om te slachten. Eén voor Ahmads geboorte en de ander vanwege zijn registratiebewijs.

Palestijnen die in Jeruzalem zijn geboren en getogen hebben een andere status dan de Palestijnen uit de Gaza-strook en Westelijke Jordaanoever. Israël annexeerde meteen na de oorlog van 1967 het Arabische oostelijk deel van Jeruzalem, waardoor de Arabische inwoners ineens ongevraagd bij Israël hoorden. Hun Israëlische identiteitskaart geeft toegang tot Israël en geeft ze ook allerlei niet te versmaden rechten, bijvoorbeeld op de Israëlische gezondheidszorg en sociale voorzieningen zoals minimumloon, bijstand of werkloosheiduitkering.

Maar al jaren is de Israëlische politiek erop gericht om in Jeruzalem een Joodse meerderheid te garanderen. Palestijnen die voor langere tijd Jeruzalem verlaten verliezen dan ook al snel hun recht om in de stad te wonen. Daar komt nu 'de Muur' bij, de fortificaties die Israël aanlegt in naam van de veiligheid. In Jeruzalem volgen de muren en hekken een grillig traject dat er in feite op gericht is zoveel mogelijk Palestijnen buiten te sluiten.

De Jeruzalemse Palestijnen is nu de schrik om het hart geslagen. Aan welke kant van de muur komt hun huis straks te liggen? Kunnen ze Jeruzalem dan nog wel in? Is reizen tussen de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem nog mogelijk? Niemand weet nog hoeveel Palestijnen binnen of buiten de barrières komen te wonen: tienduizenden, honderdduizenden?

Djamal Djoema, directeur van een Palestijnse organisatie tegen de 'apartheidsmuur', spreekt van een nieuwe 'nakba', ramp. Dat 'nieuwe' verwijst naar de eerste Ramp: de massale stroom vluchtelingen tijdens de oorlog van 1947. ,,Palestijnen raken door de muur opgesloten in enclaves. Ze zijn afgesloten van werk, grondstoffen en sociaal-culturele activiteiten. Je ziet nu al dat mensen gedwongen verhuizen. Voor de paarhonderdduizend houders van Jeruzalemse identiteitskaarten betekent dat: vertrek naar de Palestijnse wijken in Oost-Jeruzalem. Of naar het buitenland.''

Volgens Djoema is het plan van Israëls premier Sjaron om de muur strak rond die wijken te trekken, zodat ze zich niet uitbreiden naar de Westoever. Dorpjes met grote concentraties Palestijnen komen achter de muur te liggen. Die mensen mogen de stad niet meer in. Joodse nederzettingen die diep in Palestijns gebied snijden, worden daarentegen bij bij Jeruzalem getrokken.

Daardoor wordt de Westelijke Jordaanoever in twee blokken geknipt, en daarbinnen weer opgedeeld in kleinere enclaves. Eindresultaat is isolatie van Jeruzalem voor de Palestijnen. Een stad zonder achterland. Een stad die een dorp wordt. En een stad die nooit meer pretenties zal hebben zich de hoofdstad van Palestina te noemen.

Maar Djoema heeft ook kritiek op zijn eigen regering. ,,Gisteren werd ik door Aboe Ala'a (de koosnaam voor de Palestijnse premier Ahmed Koerei, red.) uitgenodigd. Wij hebben een goed gedocumenteerd boek uitgegeven over de muur, met kaarten, interviews en foto's. Hij vroeg me om twintig exemplaren, om aan westerse gasten te geven. Gratis, want het Palestijnse Gezag heeft geen geld, zei hij. Dat is onze regering; ze weten zelf nog niet eens waar Kalkilia en Toelkarem liggen, onze eigen steden.''

Djoema vroeg premier Koerei om de onderhandelingen met Sjaron te staken zolang Israël doorgaat met de bouw van de muur. ,,Hij zei me dat hij dat niet kan. Hij is niet in staat om voorwaarden te stellen. De Amerikanen zouden maar kwaad worden.''

Feit is dat de Palestijnse Jeruzalemmers de uitkomst van de onderhandelingen niet afwachten en hun maatregelen treffen. Een daarvan is, zoals Hani en Sahhar, om hun recht op verblijf niet te laten verlopen. Een tweede is: verhuizen. De verhuisstroom is al op gang gekomen. Sjoekri, eigenaar van verhuisbedrijf Minimax in Jeruzalem heeft het ontzettend druk: ,,Ik krijg heel veel aanvragen om naar bepaalde wijken te verhuizen die waarschijnlijk binnen de muur vallen. Mensen huren daar voor woekerprijzen een tweede huis. Waar je vroeger voor een appartement 500 dollar betaalde moet je nu 700 neertellen, en dat zal nog wel meer worden. En de huizen in de randgebieden kelderen in waarde. Niemand wil er nog wonen.''

Ook instellingen proberen te redden wat er te redden valt. Zo liet het Comité voor vrouwenzaken al een oogje vallen op een kantoor aan de overkant van de straat. Mochten de geruchten waar zijn, dan zal het huidige kantoor links van de hoofdstraat op de Westelijke Jordaanoever komen te liggen, terwijl de rechterkant Jeruzalem wordt. Hemelsbreed een afstand van een luttele honderd meter. De buurman, supermarkt Jafar, verhuisde om diezelfde reden al eerder naar de overkant van de straat.

De geruchtenmachine draait op volle toeren en in de randgebieden is iedereen bang. In Al Ram in het noorden komt op een koude avond Baha, een student aan de universiteit van Aboe Dis, bij zijn ouders binnenrennen. Buiten adem roept hij: ,,De Israëlische soldaten komen eraan! Ze gaan van huis tot huis en willen van iedereen de verblijfsvergunning zien. Ze registeren wie er hier woont en dan kunnen ze natuurlijk de bouw van de muur aanpassen!'' Even zijn alle gasten in rep en roer, maar als er niets gebeurt vervolgen ze de overvloedige maaltijd met gevulde druivenbladeren.

Het gesprek gaat uiteraard over de muur. Aida Ramadan, eigenaresse van het huis en lerares: ,,We moeten een ander huis zoeken. Ik werk in Sjaafat, hoe moet ik straks door die muur? Een paar uur omrijden? Dat gaat niet. En een huis huren in Sjaafat is te duur. We kwamen hier twee jaar geleden omdat het Israëlische leger ons huis in Ramallah aan het bombarderen was. Het is blijkbaar ergens geschreven dat we elke twee jaar moeten verhuizen'', grijnst ze.

Ook student Baha zal moeten verhuizen, of van universiteit veranderen, denkt ze. Zijn universiteit ligt nu pal achter de muur in het Jeruzalemse deel. Aida wil hem nu inschrijven op Bir Zeit, de universiteit op de Westelijke Jordaanoever. Dat is vanuit Al Ram beter bereikbaar als de muur er komt.

Toch zijn er ook Palestijnse Jeruzalemmers die de commotie aan zich voorbij laten gaan: de gelukkigen die bij Jeruzalem worden getrokken. ,,Als ons huis 50 meter dichterbij de Westelijke Jordaanoever had gelegen, hadden we nu een probleem'', zegt Kais al Dries. Hij is niet bang voor de muur, integendeel. ,,Het is beter. Laat die muur maar komen, dan zijn we afgescheiden van die lui verderop die onze auto's stelen, ze meenemen en helemaal uit elkaar halen om onderdeel voor onderdeel te verkopen. Vroeger was het hier netjes, en kijk eens wat een bende het is geworden!'' Zijn vrouw voegt er aan toe: ,,Ik wil niet bij Arafat horen. Ook niet bij de Israëliërs, hoor. Maar ik ben niet tegen die muur.''

De 'Koedsies' -de inwoners van Al Koeds, Jeruzalem- kregen bij de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever een slechte naam omdat ze ervan verdacht worden met de Israëliërs te flirten en te profiteren van de goede sociale voorzieningen.

Ook Nivien, studente aan de Hebreeuwse universiteit, zegt dat de Jeruzalemmers eigenlijk liever onder het beter georganiseerde systeem van de Israëliers vallen, hoewel iedereen ze haat. ,,De infrastructuur aan deze kant is veel beter, de straten zijn schoner en de scholen hebben een hoger niveau. Moet je kijken wat het Palestijnse Gezag ervan gemaakt heeft.''

Verderop naar het oosten, in Aboe Dis, is de muur al een feit. Blokken beton van een paar meter hoog zijn daar al neergezet. Over niet al te lange tijd zullen ze worden vervangen door kolossen van acht meter hoog. Desondanks gaat het leven er gewoon door, zij het dat de atmosfeer grimmiger is geworden.

Beneden op de hoofstraat aan de Jeruzalemse kant patrouilleren soldaten. Twee studenten staan bij de betonblokken op de uitkijk en geven seintjes aan de mensen die over de muur heen klimmen. Er is een kleine opening waar iedereen overheen klautert. Bij een oude man wordt tijdens het klauteren onder zijn overkleed een witte lange onderbroek zichtbaar. Een hoogbejaarde vrouw van enorm volume legt eerst haar tasjes met boodschappen op een steen, hijst zich op aan de touwen die er speciaal voor dat doel hangen en slaagt er met veel gehijg in de andere kant te bereiken. Een triomfantelijke lach met een paar gouden tanden is het resultaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden