'Ik weet nu dat Jodenhaat verkeerd is' Abdou Bouzerda

interview Ally Smid | Burgemeester Aboutaleb riep in Trouw moslims op zich te keren tegen IS. Journalist en IS-expert Abdou Bouzerda weet tot in detail wat die beweging wil en waarschuwt via zijn reportages. Vijf jaar geleden nog was hij een militante moslimactivist.

De Nederlandse moslimgemeenschap staat bepaald niet te trappelen om massaal 'inderdaad' te zeggen op de oproep van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb, of 'ja, nu u het zegt...' of 'mea culpa'. "Waarom staan er 10.000 mensen op voor Gaza, en niet 20.000 tegen IS?" vroeg Aboutaleb zich vorige week af in Trouw. Spreek je alsnog uit tegen IS, zei hij.

De reacties op websites als Marokko.nl en Wijblijvenhier.nl spreken boekdelen. "Wij als moslimgemeenschap nemen geen afstand van elke halvegare psychopaat", liet Jilani Sayed weten, Rotterdammer van Indiase afkomst, getrouwd met een Amsterdamse Pakistaanse. "De extremisten nemen namelijk zelf al afstand van de islam en onze mooie moslimgemeenschap." En de Leidse consultant Nourdine Tighadouini schreef gisteren in Trouw: "Dankbaar zijn dat we hier wonen? (..) Pak de radicalen aan, maar heb geen speciale verwachtingen van mensen die in niets verschillen van de rest van de Nederlandse bevolking."

De Arnhemse IS-kenner Abdou Bouzerda heeft er als moslim geen enkele moeite mee zich van IS te distantiëren, zij het dat hij journalist is, en objectief wil blijven. Na een op zijn minst opmerkelijke persoonlijke ontwikkeling is hij nu een rustige, slimme en, als het onderwerp het toelaat, grappige man van 36.

U was jarenlang actief bij de Arabisch-Europese Liga, de AEL, die wij vooral kennen van de geruchtmakende Abou Jahjah.

"Ik voelde me ontheemd na de aanslagen van 11 september 2001, ik was 23, studeerde rechten met bijna alleen autochtone studenten aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ik was kort daarna op een feestje waar ik me continu moest verantwoorden, ik voelde een druk, ik kwam met argumenten en verdedigde steeds de islam. Ik nam een abonnement op de Volkskrant en ging elke zaterdag naar de bibliotheek, anderhalf uur voor ik aan mijn horecabaantje begon, las ik heel veel kranten, scande ze op het onderwerp moslims, Marokkanen en 9/11, dat was niet zo moeilijk in die tijd. Later, in de periode 2002-2004 spraken mensen als Leon de Winter, Ayaan Hirsi Ali, Afshin Ellian en Theo van Gogh zich fel uit tegen de islam. De AEL kwam op, in Antwerpen, ik had er eerst niet veel mee, ik vond de beweging te rellerig."

Toch werd u lid.

"Ja, maar niet met de bedoeling activist te worden. Ik ging soms ook naar bijeenkomsten van politieke partijen, daar voelde ik me niet thuis, PvdA, GroenLinks. In 2004, toen Van Gogh werd vermoord, zat ik bij een kapper in Arnhem. Een Nederlandse klant liet zich woedend uit over moslims in Nederland. Niet veel later werd ik activist, mijn ouders en vrienden vonden het maar niets. Voor mij was de AEL juist een uitlaatklep, ik voelde de hele tijd alsof ik op een werkplek zat waar iedereen voortdurend over me aan het roddelen was, terwijl ik me niet kon verdedigen. Toen de AEL bijna uit elkaar viel, ontmoette ik Abou Jahjah. Toen kreeg ik een leidinggevende positie, ik moest de beweging in Nederland opbouwen."

U schreef over die tijd: 'We waren geen subsidie-allochtonen en geen djihadstrijders tegen het Westen. We waren democraten, academisch geschoold, maar bleven de onderklasse trouw.' Klinkt goed.

"Ja. Maar er zaten ook minder rustige types tussen, leden die hun lidmaatschapsgeld contant betaalden, die niet geregistreerd wilden staan. Het beleid van de AEL was: we zeggen niets over onze leden. Zo was de oprichter van Sharia4Belgium ook AEL-lid, en onze polderdjihadist Samir A. Het was achteraf logisch dat de AIVD ons volgde."

Dacht u nooit: ik vertrek uit de groep, ik ga mijn eigen weg?

"Ik voelde me slachtoffer. Als ik dezelfde geestestoestand zou hebben als nu, was ik daar anders mee omgegaan. Dan had ik zaken niet zo serieus genomen, dan was ik me niet steeds gaan verdedigen, zoals ik heb gedaan. Het was een heftige, emotionele tijd. We waren een minderheid, we werden gediscrimineerd, ik werd geweigerd bij discotheken, ook als ik met een Nederlands meisje of vriend aankwam, in een groep, verzin het maar, op een gegeven moment kwam ik binnen omdat ik sportte. Ik heb lang gebokst en zat veel in de sportschool, dus kende ik sommige uitsmijters. Ik kan me nu pas voorstellen dat mensen soms bang zijn voor Marokkanen. Gek hè?"

U schreef tien jaar geleden dat u zich ernstig zorgen maakte over de toekomst van moslims in Nederland en Europa. En nu?

"Ik zie dat er een assertieve generatie is opgekomen die meedoet, geaccepteerd wordt. Ik zie nu dat als Marokkanen buitengesloten worden dat niet puur met racisme te maken hoeft te hebben. Ik had niet zover kunnen komen zonder de mensen om mij heen, ook Nederlanders. Ik maak me soms wel zorgen als ik zie hoe populair rechtse partijen zoals in Frankrijk zijn. Daarmee zeg ik niet dat mensen die daarop stemmen racistisch zijn, ik kan me sinds een paar jaar goed voorstellen dat ze zo'n keuze maken. Dat ze bang zijn."

U hebt u namens de AEL voorheen soms zeer antisemitisch uitgelaten, neemt u daar afstand van?

"In 2010 heb ik bewust het voorzitterschap neergelegd, omdat ik niet meer dezelfde persoon was als toen ik daar kwam. Waar ik me nu voor het eerst publiekelijk van wil distantiëren, is de antisemitische cartoon die ik tekende in die tijd. Het was een reactie op het voortdurend verspreiden van die Deense Mohammed-cartoons. Ik had dat echt helemaal niet moeten doen."

Op welke cartoon doelt u, want u tekende er meerdere, waarvan sommige heel gruwelijk.

"De AEL, en daarmee ik ook, is door het gerechtshof veroordeeld vanwege de cartoon die ik tekende waarbij twee Joden beenderen bij elkaar vegen in Auschwitz, waarbij het aantal van zes miljoen vermoorde Joden betwijfeld wordt. En ik neem ook afstand van de cartoon waarbij Anne Frank met Hitler in bed ligt, en andere die mensen als racistisch of seksistisch kunnen ervaren."

Ik keek nog even 'Knevel & Van den Brink' terug uit 2008 waar u in debat was met Ronny Naftaniël van het Cidi. U spuugde bijna op hem, wilde hem ook geen hand geven voor de uitzending.

"Ik heb er denk ik meer schade mee berokkend dan dat het wat opleverde. Ik zou het nu heel anders doen. Ik ben kort na die tijd door een journalist aangesproken die mij kende. Hij zei: je passie is misschien het activisme, maar je bent veel meer bezig met vragen, en je kunt schrijven, en komt ook nog uit een cultuur die velen onbekend is. Ga de journalistiek in. Ik kwam er na lang nadenken en praten uit dat ik inderdaad liever dingen wilde onderzoeken dan dingen bewijzen."

Zag u deze zomer met het Israël-conflict ook die tweedeling op Facebook en Twitter? Bekende Marokkanen veranderden in activisten, hun Joodse Facebook-vrienden leken afstand van ze te nemen. Waarom triggert dat conflict vooral Marokkanen zo?

"Het traditionele Midden-Oosten-conflict werkt als een katalysator, het versterkt de tegenstellingen. Het heeft niets met godsdienst te maken, wel alles met kolonialisme. Ik zal zeggen waarom het mij zo raakt. Ik ben opgegroeid in een familie die trots is geweest dat ze een rol heeft gespeeld in de strijd om de onafhankelijkheid tegen de Fransen. De bezetting door de Fransen werd door ons als één op één gezien met de bezetting door Israël van de Palestijnen. Palestijnen zijn ook moslim, ook Arabier. Voor Marokkaanse moslims blijft Palestina het epicentrum van alle conflicten in de wereld. Moslims vinden dat wat hen wordt aangedaan, hun underdog zijn, in dat conflict samenkomt. Hun kinderen groeien daarmee op. Mijn neefje, puber, kwam laatst naar mij toe en liet zich heel antisemitisch uit. Hij kijkt nooit naar het nieuws, hoort alles op straat, van mijn zus heeft hij het zeker niet. Ik legde hem uit hoe het zat.

"De energie die Marokkanen in Palestina steken, zou zich nu tegen IS moeten richten. Mensen, ook mijn collega-journalisten, beseffen nog niet half het gevaar, ook voor ons hier. Mijn goede vriend Raoul Heertje waarschuwde ik eerder dit jaar: het is een ideologisch fenomeen dat zijn weerslag heeft op de hele wereld, het zijn niet zo maar een paar gekken die hoofden afsnijden. Ik heb het handboek van IS vertaald uit het Arabisch, ik weet wat ze van plan zijn."

Laatst stond er een petitie in De Telegraaf: Kritiek op Israël OKE, Jodenhaat NEE. Verschillende Turkse prominenten tekenden, en maar één Marokkaanse: het Amsterdamse raadslid Samira Bouchibti.

"Ik denk dat veel Marokkanen op dat moment dachten: er worden nu mensen afgeknald in Palestina, dan ga ik mij niet druk maken om antisemitisme. Als mij vijf, zes jaar terug zou zijn gevraagd had ik nooit getekend, als ik nu geen journalist was zeker wel. Ik zie nu dat zaken gescheiden moeten worden. Antisemitisme is een groot probleem. Het moet niet zo zijn dat een Jood zich bedreigd voelt, omdat hij een Jood is. Elke schijn van antisemitisme, dat je zo'n petitie ziet als afleidingsmanoeuvre door Israël bijvoorbeeld, moet je van je af werpen. Jodenhaat is principieel verkeerd. Als het over criminaliteit door Marokkanen gaat, moet je er ook geen discriminatie bij halen. Er zijn verbanden, maar het gaat om de feiten."

Ik denk dat als een Jood nu met een keppeltje door een grote stad in Nederland wandelt, hij heel wat over zich heen krijgt, en een zichtbare moslim of moslima niet.

"Daar heb je gelijk in, zeker in de migrantenwijken. Zo'n moslim zou dan zeggen: ja, maar ik heb meer moeite met het vinden van werk. Antisemitisme kan nooit gelegitimeerd worden vanwege eigen omstandigheden. Het is gewoon fout."

U werkt nu als freelancejournalist in het VPRO-gebouw, treedt op bij 'Pauw' en 'RTL nieuws', schrijft in Vrij Nederland. Werd u gelijk vertrouwd?

"Toen ik bij de VPRO begon, moest ik uitdrukkelijk beloven dat ik niet meer activistisch zou zijn of iets zou doen wat het imago van de omroep kan schaden. Ze kunnen mij natuurlijk wel geloven op mijn mooie bruine ogen, en ik kan praten als Brugman, maar het gaat om wat ik aan journalistiek werk aflever. Weet je wat het eerste onderwerp was dat ik bij de radio in november 2011 moest voorbereiden? Het gebouw van de Franse krant Charlie Hebdo was net in brand gestoken vanwege het publiceren van Mohammed-cartoons. Dat moest zo zijn."

Wie is Abdou Bouzerda?

Abdoulmouthalib Bouzerda werd in 1978 in Arnhem geboren. Zijn vader Ahmed (78) kwam als gastarbeider naar Nederland, moeder Fatima (72) was huisvrouw. Zijn familie komt uit Taourirt, in het oosten van Marokko bij de stad Oujda, tegen de Algerijnse grens. Pas op de middelbare school kwam hij in contact met 'witte' kinderen, hij zat op een 'zwarte' basisschool. Abdou was in 2008 en 2009 voorzitter van de Arabisch-Europese Liga , afdeling Nederland. Hij is jurist en sinds een paar jaar freelancejournalist bij de VPRO-radio. Zijn vriendin is Marokkaanse. Bouzerda gaat soms naar de Marokkaanse Al Fath-moskee in Arnhem (in de wijk Broek). Die moskee spreekt zich volgens hem uit tegen radicalisering, maar heeft al verschillende leden van de Marokkaanse gemeenschap naar Syrië zien vertrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden