'Ik weet niet hoe een heremiet zich gedraagt'

Ruim twintig jaar werkte Thérèse Cornips aan haar hertaling van de duizenden pagina's uit Prousts 'A la Recherche du Temps perdu'. Op 28 oktober ontvangt zij in de Nieuwe Kerk van Amsterdam daarvoor de Martinus Nijhoffprijs.

Afgezonderd, maar omgeven door drie talen en minstens drie tongvallen, woont Thérèse Cornips in het glooiende Land van Herve. Haar landweg meandert door het plateau tussen beekdalen - aan welke dalkant woont zij nou? Geef haar Franstalige adres geen onjuiste klemtoon mee, want dan krijg je telefonisch al duchtig de wind van voren. Uit haar stem, die even onverhoeds stijgt als daalt, spreekt de verstoordheid van een barones die de zoveelste landloper van haar domein moet verjagen. Maar eenmaal oog in oog met de hertaalster van Marcel Prousts levenswerk, sta je voor een tengere, frêle verschijning met een weelderige markiezinnenhaardracht.

Haar boerderij in noordoost-België valt amper warm te stoken; voor de overwintering wijkt zij jaarlijks naar Amsterdam uit. Noem haar dus geen heremiet. Bovendien: ,,Ik weet niet hoe een heremiet zich gedraagt. Ik woon afgelegen ja. Ik ben goed in alleenzijn. Altijd geweest. Er zijn mensen die daaronder lijden; dat kun je van mij niet zeggen.''

Ze is op haar hoede, ze berispt en wijst terecht, en paart vorsende strengheid op wonderbaarlijke wijze aan bedeesdheid. Naast de potkachel suft een zwerfkat die haar in onaangekondigde regelmaat komt bezoeken. Poeffh, heet zij, naar het gedicht van Rudy Kousbroek: 'Een poeffh houdt veel van viffh'. Stapels boeken, paperassen, een groot fornuis. Ruim twintig jaar werkte zij hier aan de hertaling van de duizenden pagina's uit de romancyclus 'Op zoek naar de verloren tijd'.

Eerst dacht ze zo'n tien bladzijden per dag te kunnen vertalen, maar dat bleek al gauw een pagina per dag. Ze kan niet sneller dan ze kan, en ze prijst zich gelukkig dat ze geen uitgever heeft die haar op de hielen zit. ,,Als ik iets heel vlug doe, is mijn ervaring, wordt het niet goed.'' Snelheid is ook iets wat je uitgerekend niet bij Proust moet zoeken.

,,Als kind al speelde ik altijd alleen. Met alles, met stenen uit de tuin. Ik speelde ook cello, nu nog. Mijn moeder hield zo van dat instrument, en stuurde mij naar de muziekschool in de hoop dat ik met mijn pianospelend zusje zou musiceren. Cello studeren beschouwde ik destijds als corvee. Kinderen lachten mij uit omdat ik, klein als ik was, met zo'n groot instrument rondsjouwde op weg naar de muziekschool. Maar er was ook een jongen die mijn cello wel wilde dragen.''

,,Ik ben niet zo ambitieus. Toen ik ging studeren wilde ik criminoloog worden, het strafrecht veranderen. In mijn middelbareschooltijd was het oorlog, werd je met je neus op onrecht gedrukt. Criminologie was een droom, die in de loop van mijn verdere leven vervloog.'' Ze ging schilderen, en trouwde met de schilder Klaus Grunewald, die voordat hij zijn oeuvre vernietigde haar één zelfportret naliet. ,,Ik las veel, en toen ik nog niet lezen kon, liet ik me door mijn moeder of een oom voorlezen. Later Duitse immigranten, veel Russen; Tolstoi, Dostojevski, Amerikanen; Hemingway, Faulkner. Ja, ook Proust, zoals een mens leest: alles wat je geacht wordt van de wereldliteratuur te lezen.

,,Mijn man had een stripverhaal getekend, waarmee ik naar uitgeverij Dupuis ging. We moesten toch wat verdienen, al waren we gewend van niets te leven. Van de vruchten des velds, we kregen karnemelk van de boeren, we raapten peren, zochten champignons, plukten bramen, bosbossen. Dupuis wilde het stripverhaal niet, waarop ik vroeg: 'Hebben jullie niets te vertalen voor mij?' Dat werd 'Les belles heures', zo'n weekblaadje met een liefdesroman erin. Als werkstudent heb ik 'Kapitein Rob' voor de uitgever Vaz Diaz in het Frans vertaald, voor Canada meen ik. Pas op m'n 35ste begon ik met het serieuze vertalen. Vanaf omstreeks 1980 krijgen vertalers subsidie en werkbeurzen. De letteren zijn, in vergelijking met muziek of theater, altijd slecht bedeeld geweest. Een habbekrats verdiende ik er mee; ééneneenkwart cent per woord, anderhalf, twee, ten slotte drie.''

Ze ging samenwonen met de dichter Chris van Geel in het Noord-Hollandse Groet achter de duinen, en raakte bevriend met Roland Holst ondanks dat zij en Van Geel 'in een grote boog om Bergen heen fietsten, want daar woonden allemaal artiesten'.

Of Proust in die jarenlange dagelijkse aanwezigheid een geliefde is geworden?

,,Niet in de zin van beminde, nee. Wel verslavend. Alles wat je veel en vaak doet, werkt verslavend. Mensen die veel stofzuigen, raken aan stofzuigen verslaafd. De stijl van Proust is misschien onnavolgbaar door die steeds weer genoemde lange zinnen van hem. Niet dat hij zich van te voren op het schrijven van die lange zinnen toelegde. Die ontstonden al schrijvend, doordat zijn gedachten alle kanten op wilden. Hij associeert, springt met zijn fabelachtige geheugen rond in de tijd. Hij schreef letterlijk een roman fleuve. Al zei Proust zelf: ,,Ik ben geen romancier, ik kan niets zelf verzinnen, ik verhef het bijzondere tot het algemene.'' Een ander zou zeggen dat hij juist het algemene tot het bijzondere verheft. Je moet veel kerken, jonge meisjes hebben gezien om één te kunnen beschrijven. De syntaxis, het idioom, het grote vocabulaire, de cultuur bij Proust is ontzettend moeilijk te vertalen. Niet alleen omdat ik al doende steeds kritischer ben geworden. Ook voor een Fransman is Proust een moeilijke schrijver. De Franstalige rector van de universiteit van Luik vroeg me eens: 'Vertelt u mij toch hoe u dat overleeft?' Het was tijdens een drukke receptie, dus kon en hoefde ik daar niet op te antwoorden.''

Paradoxaal genoeg moet een hertaler steevast tussen een letterlijke en een vrije vertaling manoeuvreren. ,,Vrij vertalen, geheel afwijken lijkt uitnodigend maar is ook gemakzuchtig. Vertalers zijn ontzettend bang om letterlijk te vertalen. Daarom doen ze het soms niet waar het wel kan.'' Begeleid door een wervelende schaterlach herinnert zij zich zo'n geval uit haar Werthervertaling. Goethe's 'Aber es ist noch viel ürger' transformeerde Cornips tot haar eigen schrik in: 'Maar zo is het niet eens!' Pas nu, in de tiende druk, heeft zij de gelegenheid gekregen het te veranderen in 'Maar het is nog veel erger'.

,,Vertalen'', beslist zij kortweg, ,,is onmogelijk, maar het moet nou eenmaal gebeuren. Het is nooit hetzelfde, je kunt alleen je best doen om zo dicht mogelijk in de buurt van de oorspronkelijke tekst te komen. Dat zogenaamd creatieve vertalen vind ik niet interessant om te doen.''

Zou zij Proust hebben geraadpleegd als hij nog leefde? ,,Dolgraag! Want ook aan de prestigieuze Pléiade-editie kun je dat niet vragen. Daarin zijn de manuscripten gevolgd met de eerbied die men koestert voor een monstre sacré. En Proust overleed voordat hij van zijn laatste boeken drukproeven kon zien. Schrijvend aan zijn vele inlassingen en toevoegingen, vergat hij dat bepaalde personages al gestorven waren en liet ze weer tot leven komen. Hoewel het, vooral aan het eind, een groot rommelzooitje met veel herhalingen is, ga ik in alles met Proust mee. Als Proust een fout maakt probeer ik dat ook, zodanig dat je er overheen kunt lezen. Ik heb overgenomen wat er staat. Proustvertalingen zijn altijd langer dan het origineel. Door zijn compactheid te respecteren heb ik dat weten te voorkomen.''

,,Proust gaf zijn roman honderd jaar; hij zit nu op z'n top. Natuurlijk is het bij vele lezers een kwestie van snob-appeal: 'je moet Proust gelezen hebben'. Precies waar Proust de draak mee stak; 'Als je het gezien moet hebben, heb ik het gezien', antwoordt de Duc de Guermantes op de vraag of hij Vermeers 'Gezicht op Delft' kent. Maar ware Proustliefhebbers zullen er altijd blijven.''

Wat nu, nadat Proust zijn roman in 1922 afsloot met: ,,(-) comme des geánts plongés dans les anneés à des époques, vécues par eux si distantes, entre lesquelles tant de jours sont venus se placer - dans le Temps.

En Thérèse Cornips in 1998 voltooide met: ,,(-) een plaats juist ongemeten verlengd - aangezien zij tegelijk, als giganten ondergedompeld in de jaren, perioden raken, door hen zo ver uiteengelegen beleefd, waar zich zoveel dagen tussen zijn komen voegen - in de Tijd.''

Is zij opgelucht, afgemat, op zoek naar een nieuwe verovering?

,,Nou en of opgelucht! De laatste loodjes wogen echt het zwaarst, ik haakte naar het einde. Na al die jaren wil ik wel wat uitblazen hoor. Heel graag zelfs.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden