'Ik was me niet bewust van mijn afglijden'

Peter Riezebos (1980), creatief denker

"Ik was zo'n kind dat altijd zijn fietssleuteltje kwijt was. En als ik dan, bij hoge uitzondering, op mijn moeders dure fiets naar zwemles mocht, verloor ik ook van die fiets het sleuteltje. Mij overkwám altijd alles.

Toen ik zeven was zette ik eens het vloerkleed van mijn slaapkamer in brand. Op televisie had ik gezien hoe iemand marshmallows roosterde boven een vuurtje en dat wilde ik ook. Hoewel ik aan reacties uit mijn omgeving wel merkte dat wat ik deed niet klopte, zag ik de consequenties van mijn daden volstrekt niet in. Ergens in die tijd zei ik tegen mijn moeder: 'Ik ben niks en ik kan niks.'

Tussen mij en het schoolsysteem bestond een absolute mismatch. Ik was een rebels en onrustig kind met een groot rechtvaardigheidsbesef. Toen mijn meester me ooit vroeg een propje papier van de grond op te rapen dat ik niet had gegooid, weigerde ik en bleef ik vijf uur lang als verstijfd naast dat propje staan, tot mijn moeder me kwam halen. Nu denk ik: waarom pakte ik dat stukje papier niet gewoon, waarom zocht ik altijd het conflict op? In die tijd had ik dat kennelijk nodig.

Ik zwom in onvermogen en was ervan overtuigd er niet te mogen zijn, ik bestond meer dan dat ik leefde. In een wanhopige poging onderdeel uit te maken van het sociale festijn vroeg ik voortdurend om negatieve aandacht. De basisschool verliet ik met een 'emotionele achterstand', zo liet mijn meester aan mijn ouders weten. De periode daarna verliep nauwelijks beter. Ik rookte regelmatig een joint, soms zelfs vóór schooltijd, ik liet opvallende tatoeages zetten en mijn toekomstplannen strekten niet verder dan de tosti die ik 's middags voor mezelf zou klaarmaken.

Ik was me niet bewust van mijn afglijden. Dat begon pas tot me door te dringen toen ik op mijn 22ste werd opgenomen in een kliniek. Daar kreeg ik diagnoses variërend van ADHD, het syndroom van Asperger en ernstige depressies tot trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Tijdens intensieve therapieën verwierf ik kleine beetjes zelfinzicht. Ik ving een glimp op van wat er mogelijk is als je jezelf begrijpt en omarmt als een mens met talenten.

De afgelopen negen jaar werkte ik aan mijn ontwikkeling. Ik studeerde psychologie, communicatiewetenschappen, bedrijfskunde en wijsbegeerte en reisde vijf keer naar East China Normal University in Shanghai om onderzoek te doen. Het afstudeeronderzoek voor mijn studie psychologie deed ik aan Harvard University. Vooral Harvard maakte veel los. Niet langer was ik die irritante wervelwind, maar bleek ik een creatief talent, een gedisciplineerd, gemotiveerd en zelfs begaafd mens.

Inmiddels ben ik mij zeer bewust van de bizarre ontwikkeling die ik heb doorgemaakt. Meer dan anderen leef ik een leven van uitersten. Als ik dít heb meegemaakt, wat moeten mijn ouders dan hebben doorstaan? Ik vraag het me geregeld af. Dolblij was ik, toen ik mijn moeder kon meenemen naar een barbecue bij mijn hoogleraar op Harvard thuis - het was dezelfde moeder die in groep zeven van de basisschool met tranen in de ogen aan mijn meester vroeg: 'Maar is er dan helemaal níets positiefs over die jongen te zeggen?'

En toch. Ik reis de wereld over om op handgemaakte schoenen en in mooie, strakke jasjes voor drie-, vierhonderd man de geliktste presentaties te geven, ik haal de grootste vreugde uit het bestuderen van denkers als Descartes, Kant en Aristoteles, maar gevoelsmatig ben ik nog steeds dat jongetje van zeven. Ik ben op mijn best als ik met mijn kleine neefje naar een cd van Piet Piraat luister. En als ik het lef had zou ik mezelf voor Sinterklaas een doos Lego cadeau doen."

Peter Riezebos: Van mavo tot Harvard. Metis; 200 blz. euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden