Ik was feminist voordat ik het woord kende Assita Kanko

Ze las Simone de Beauvoir en besefte dat je de ondergeschikte positie van meisjes en vrouwen niet normaal hoeft te vinden. Nu pleit Assita Kanko voor een nieuw feminisme.

Ze is, zegt ze, helemaal van streek. Assita Kanko is net terug uit haar geboorteland Burkina Faso, waar ze met de Belgische minister van ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo op werkbezoek was. "Op het politieke vlak is er weer hoop. Maar wat vrouwenrechten betreft, lijkt het wel of er niets verandert. Vrijwel alleen mannen hebben een betaalde baan, als ze wat rijker worden nemen ze een tweede vrouw. Tienerzwangerschappen zijn aan de orde van de dag. En abortus is nog steeds verboden."

Ze houdt haar hart vast voor haar jongere zus, 21 en student economie. "Ze zit in het voorlaatste jaar en moet binnenkort stage lopen. Maar al die jonge meisjes zijn een prooi. Ik weet nog dat ik voor mijn stage bij de opleiding journalistiek een gesprek had met de directeur van de nationale televisie. Voor ik het wist zat zijn hand onder mijn rok. Die man was ouder dan mijn vader. Ik ben weggelopen."

Het heeft haar alleen maar gesterkt in haar overtuiging dat het tijd is voor een nieuw feminisme. In het pas verschenen 'De Tweede Helft' onderbouwt ze die stelling met een breed overzicht van de ellendige realiteit van het leven van talloze meisjes en vrouwen over de hele wereld. Eigen ervaringen wisselt ze in het boek af met harde cijfers en feiten. "Soms is het net of het een stráf is, als vrouw geboren te worden", citeert ze haar moeder.

We spreken elkaar in een café in de Brusselse wijk Elsene, waar ze voor de liberale Mouvement Réformateur in de gemeenteraad zit. Sinds 2004 woont Kanko (35) in België. Ze kwam er, per toeval, terecht nadat ze drie jaar eerder door een Nederlandse vriendin was uitgenodigd voor een bezoek en verliefd werd op een Waal die in Nederland werkte. Een betrokken vrouw, in een prachtige oranje jurk, met een vrolijke lach, die haar ideeën in helder Nederlands verwoordt - wat, ook al is Brussel officieel tweetalig, bepaald geen vanzelfsprekendheid is. "Ik was al feminist voordat ik wist dat het woord bestond."

Waar komt die gedrevenheid vandaan?

"Ik ben besneden toen ik vijf was. Ik heb dat als een enorm bedrog ervaren, dat was eigenlijk nog erger dan de fysieke pijn. Mijn moeder, degene die ik het meest vertrouwde, lokte me naar de besnijder. Zij was het die me met een smoes bij de besnijdster bracht. Ik ging haar met andere ogen bezien. Tegelijk voelde ik me schuldig, dat ik haar niet meer vertrouwde. Ik wilde wel van haar blijven houden.

Ik wilde weten waarom dit was gebeurd. Een oom zei; omdat je een meisje bent. Het maakte me bang. Wat kan me nog meer overkomen omdat ik een meisje ben? Je krijgt het idee dat je voortdurend waakzaam moet zijn. En je voelt boosheid, maar je weet niet precies tegen wie of wat."

Was er niemand met wie u het daarover kon hebben?

"Nee. Je mag niet spreken over besnijdenis. Het is een taboe. Twee jaar geleden heb ik er een boek over geschreven, toen heb ik er voor het eerst over gesproken met mijn moeder. Maar ook nu blijft nog veel ongezegd. Mijn zusje is niet besneden, maar ik weet niet waarom het bij haar niet is gebeurd."

Maar u heeft zich er niet bij neergelegd?

"Er is geleidelijk een enorme kracht ontstaan in mijn hoofd. Ik ontdekte niet alleen dat ik besneden was omdat ik een meisje was, maar dat ik ook allerlei taken in huis moest doen omdat ik een meisje was. Mijn broers mochten gewoon buiten spelen. Ik dacht eerst dat dat was omdat men iets tegen mij had, maar ik zag dat het eigenlijk met alle meisjes gebeurde.

"Het was een zoektocht. Mijn vader was leraar, las veel en ik begon steeds meer te lezen wat hij las. Simone de Beauvoir bijvoorbeeld . Dat was voor mij echt een moment van 'wow'. Die Simone de Beauvoir was van heel ver en toch bleek dat op heel andere plaatsen vrouwen hetzelfde meemaakten. Ik besefte dat er meer aan de hand was. En dat het ook oké was te twijfelen of dat wel normaal was."

Uw vader vond het geen probleem dat u dat las, discussieerde ook met u. Toch voelde u zich ook door hem in de steek gelaten.

"Ja, toen hij polygaam werd. Hij kwam thuis met de mededeling dat hij ons iets moest vertellen. 'Jullie krijgen binnenkort een broer of een zus'. Wij begrepen het niet, onze moeder was zwanger, dus dat wisten we toch al. Maar toen zei hij; 'de moeder van die broer of zus komt vanavond hierheen. Ze komt hier wonen en gaat jullie moeder in de keuken helpen'. Dat was een enorme schok.

"'s Avonds stond ze daar inderdaad, met witte schoenen, een koffertje en een dikke buik. Ze heeft niet in de keuken geholpen, mijn moeder heeft voor een persoon extra gekookt.

"Ik heb mijn vader brieven geschreven om te zeggen dat ik het schandalig vond. Ik schoof die brieven onder zijn slaapkamerdeur door, en hij antwoordde, ook per brief, dat ik me er niet mee moest bemoeien.

"Het erge was dat mijn oma, de moeder van mijn vader, heel erg trots was. Nu was haar zoon een echte man."

Deze vrouw is uiteindelijk weggegaan en u schrijft dat uw vader daar zelf ook niet ongelukkig om was.

"Iedereen was ongelukkig met de situatie. Ik ben lang boos geweest, maar heb later bedacht dat mijn vader ook slachtoffer was van de cultuur en de traditie.

"Ik ben ervan overtuigd dat ieder zijn eigen strijd moet voeren. Mijn vader heeft de zijne gevoerd. Hij was de enige in zijn ganse familie die heeft leren lezen, omdat hij dat heel graag wilde. Hij was misschien al wel tien toen hij voor het eerst naar school ging, maar hij was slim, heeft hard gewerkt en is leerkracht geworden. Ik bewonder dat. Had hij dat niet gedaan, dan had ik wellicht Simone de Beauvoir nooit in handen gekregen. En dat vind ik een eng idee. Hij heeft ons een stuk op weg geholpen en nu moeten wij weer verder zodat onze kinderen voor minder hoeven strijden."

Toch betekent voor u begrip hebben voor culturele of religieuze druk niet hetzelfde als deze druk accepteren. U heeft niets met cultuurrelativisten die vinden dat we vooral begrip moeten hebben.

"Absoluut. Je moet de rechten van de mens toepassen, ongeacht waar je vandaan komt. Over mensenrechten valt niet te onderhandelen. In artikel 1 van het verdrag staat niet dat er andere regels gelden wanneer je zwart bent of wanneer je moslima bent.

"Vandaag de dag is er in Europa sprake van segregatie als het gaat om toepassing van de wet, zeker waar het de rechten van de vrouw betreft. Kijk naar de sharia-rechtbanken in Engeland, kijk naar Brussel waar meisjes naar een arts gaan om hun maagdenvlies te laten herstellen. Officieel mag dat niet, maar het gebeurt wel. We houden ons niet aan de principes van Europa en ik vind dat dat niet kan."

Mede door uw afkeer van cultuurrelativisme wordt u wel de Belgische Hirsi Ali genoemd. Is dat een compliment of zegt u; nou nee?

Kanko aarzelt even en moet dan lachen: "Vroeger thuis werd ik wel Thatcher genoemd, ik was nogal een dictator. Maar nee, ik ben Assita. Ik ben mezelf, ik onderhandel niet over bepaalde principes, maar ik onderbouw het wel met argumenten en ik ben ook bereid naar de argumenten van anderen te luisteren. En ik wil graag dat dat een discussie geeft die tot oplossingen leidt."

In uw boek bepleit u een nieuw feminisme waarbij vrouwen solidair zijn met elkaar. U ergert zich aan wat u "het gebrek aan empathie onder vrouwen" noemt.

Ik kan het al niet hebben dat mannen vrouwen onderdrukken, maar het is nog erger als vrouwen andere vrouwen onderdrukken of dat toelaten. Neem de genitale verminking in Burkina Faso. Dat is een traditie die doorgegeven wordt van vrouw tot vrouw. Als ze daarmee stoppen is het afgelopen."

Maar in hoeverre is solidariteit echt mogelijk? De ervaringen van vrouwen zijn heel verschillend. Steun van bijvoorbeeld witte aan zwarte vrouwen hier of elders wordt al gauw als paternalistisch of koloniaal gezien. Hoe ziet u dat?

"Ik ben kleurenblind en dat zouden meer mensen moeten zijn. Ik geloof wél in solidariteit tussen vrouwen. Het feit dat Simone de Beauvoir boeken schreef over vrijheid is een vorm van solidariteit. Het feit dat ik mij nu inzet voor vrouwenrechten is een vorm van solidariteit ten opzichte van mijn dochter van acht.

"Mijn beste vriendin is arts. Op de middelbare school hebben we elkaar beloofd dat we elkaar niet in de steek zouden laten, waarheen het leven ons ook zou leiden. We hadden foto's van onze moeders gezien toen ze jong waren, pittige vrouwen waren het toen. Zo anders dan de versleten, afgeleefde vrouwen die wij kenden. We wilden vrije en financieel onafhankelijke vrouwen worden en beloofden elkaar er aan te herinneren als we die principes zouden vergeten. En dat hebben we ook gedaan."

Waarom is financiële onafhankelijkheid voor u zo belangrijk?

"Ik heb eens iemand horen zeggen: de hand die je voedt zal je ook bevelen."

Dan moet het voor u wel vreemd zijn geweest dat die Europese man waarmee u trouwde aanvankelijk niet begreep waarom u zo graag wilde werken.

"Ik vind het vreselijk om afhankelijk te zijn, heb allerlei jobjes gehad. En op een gegeven moment was ik degene die voor onze dochter zorgde, werkte en het huishouden deed. Toen heb ik tegen hem gezegd: als een vrouw alles moet doen, is ze feitelijk alleen. Dan kan ik beter echt alleen zijn, voor mij is het voorbij. Als je ooit feminist bent, kom dan maar kijken of ik nog van je hou."

(Lachend): "Hij is heel erg feministisch geworden, hij heeft het eigenlijk drukker dan ik. Ik hoop niet dat hij een keer bedenkt dat we de zaken eerlijker moeten verdelen."

Aan het eind van uw boek schrijft u dat we moeten zorgen voor echte gelijkheid, 'desnoods met de tang gehaald'.

"We moeten niet wachten tot ons de gelijkheid wordt gegund. We moeten ons invechten. Ik pas dat elke dag toe. Bij partijbijeenkomsten ga ik altijd op de eerste rij zitten. Iemand vroeg een keer waarom ik daar zat, ik was toch geen minister. Dat komt nog, heb ik gezegd."

Wie is Assita Kanko?

Assita Kanko werd in 1980 geboren in Godyr in Burkina Faso, studeerde journalistiek en verhuisde in 2004 naar België, waar ze een master in de internationale politiek behaalde. Ze is lid van de denktank Liberales. Ze was onder meer parlementair medewerker en werkt nu in het bedrijfsleven. Sinds 2012 zit ze namens de liberale Mouvement Réformateur in de gemeenteraad van Elsene.

In 2014 publiceerde ze 'Parce que tu es une fille. Histoire d'une vie excisée'. Eind vorig jaar verscheen 'De Tweede Helft. Tijd voor een Nieuw feminisme' (Uitgeverij Lannoo).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden