Ik vraag me niet af: waarom ik, maar waarom ik niet

'Op school heb ik nogal wat pech gehad. Ontzettend getobd met mijn slechthorendheid. Zelfvertrouwen had ik niet meer, ik kreeg het advies om de huishoudschool te proberen.

Op mijn achttiende zat ik wel op de havo, maar in de derde. Zonder diploma ging ik van school. Gelukkig slaagde ik wel voor een deeltijdcursus bibliothecaris. Misschien kan ik tóch wel meer, dacht ik.

Op mijn vijftiende belandde ik in de Rotterdamse Araunagemeente van Tom Naastepad. Zo'n katholieke gemeente was voor mij, gereformeerd meisje, wel eng, maar Naastepad liet me voelen dat de Bijbel meer is dan de zondagsschoolverhalen.

In De Nieuwe Linie las ik een advertentie voor een katholieke middelbare opleiding theologie. Met veel moeite haalde ik eerst schriftelijk m'n havo, toen onderwijsakte MO-A en MO-B. Maar het onderwijs is geen succes voor een slechthorende. Wel ontdekte ik dat het gesprek met volwassenen me beviel. Ik kwam in het leerhuizencircuit terecht, schreef in Hervormd Nederland, en publiceerde in 1992 'Donkere Majesteit', over het huilen van God, over gedenken.

Mijn werk in de bibliotheek heb ik altijd in deeltijd gedaan. De bibliothecaris is grootbeheerder van boeken, daarnaast was ik kleinbeheerder van bijbelboeken. Ik was de veertig voorbij en vroeg me af: hobbel ik maar wat door, zoals veel mensen met een volle baan denken: na mijn zestigste ga ik van alles doen?

Ik had ondertussen nieuwtestamentisch Grieks en klassiek Hebreeuws geleerd in privé-lessen - van klassikaal onderwijs kreeg ik de stuipen. Daarna ben ik de judaïca ingedoken. Zonder doctoraal op zak kwam ik terecht bij Karel Deurloo, kerkelijk hoogleraar bijbelse theologie, toen nog aan de Universiteit van Amsterdam. Dat mondde in 2002 uit in een proefschrift over Genesis 22. De inhoud in één zin: Abraham beproeft God met de Tora in de hand.

Het werken aan mijn dissertatie is de mooiste tijd van mijn leven geweest. Dat klinkt als het opmaken van de balans, en dat is het ook. Precies een jaar na mijn promotie kreeg ik te horen dat ik ziek was. Ongeneeslijk. Mijn tijdsperspectief is gekanteld, ik leef in een toegift tussen de chemokuren in.

Ik heb altijd geleefd met de bijbelse verhalen, van Henochs wandelen met God, Mozes die de stenen tafelen kapotslaat, ik ben doordrenkt van die taal en die cultuur. Maar het zijn de mensen om me heen die me stimuleren, niet zozeer God. Een lijntje met God heb ik niet.

Leerhuizen en kringen, dat is voorbij, langetermijnafspraken zitten er niet meer in. Schrijven wel, ongelofelijk, ik heb net drie artikelen klaar voor het theologische tijdschrift Interpretatie, over spreken en zwijgen in Genesis. In de eerste hoofdstukken lukt het niet om de dialoog op gang te brengen, Kaïn slaat Abel dood, Noach zegt niets. Dan komt Abraham die God aanspreekt.

Zwijgen is een kardinale beslissing, soms moeilijk, maar je moet haar nemen. Voor mij betekent het: mijn ziekte als een gegeven ervaren. Wie is er gebaat bij mijn protest? Ik niet, want het kost zinloos veel energie. En anderen helpt het ook niet verder. Zwijgen moet je over onmogelijke vragen, zoals het waarom van mijn ziekte. Voor mij speelt niet: waarom ik? Wel: waarom ik niet?

Ik wil van de gegunde tijd wat maken. Heerlijk achter de laptop zitten schrijven. Elke dag een baksteen, misschien wordt het een muurtje.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden