'Ik vraag me elke zomer weer af waar al die vogels blijven'

Beeld Maartje Geels

En weer een zomer voorbij. Al weken is het in de Eifel herfstig. Nat en koud. 

Ouderwets Eifelweer. Zo hoort het daar te zijn, zo was het me voorgespiegeld. De opvallendste gebeurtenis was het overzomeren van vrijwel alle vogelgezinnen met kleintjes. Meestal zie je die niet meer terug na het uitvliegen. 

Ik vraag me elke zomer weer af waar al die vogels blijven, en waarom het vogelgekwetter in de loop van juli vrijwel verdwijnt, nu willen er soms wel twintig tegelijk op twee mezenbollen. Dat gaat natuurlijk niet, dus er wordt gevochten en geschreeuwd en gefladderd. Vooral de matkopjes zijn zeer ‘vertrouwelijk’, zoals dat in ‘Petersons Vogelgids’ heet; het kan ze niks schelen als je aan de voet van het vogelvoederstation aan het straten bent.

Ik droom altijd nog van een zó grote vertrouwelijkheid dat ze door het open raam de keuken binnen komen vliegen om daar van mij hoogstpersoonlijk iets te eten te krijgen. Dat komt onder andere door ‘Het vogelhuis’ van Eva Meijer, een boek over de Britse Len Howard, die vogels bestudeerde en daar boeken over schreef. De mezen aten van haar bord en zaten op de toetsen van haar typemachine en mensen werden bruut verjaagd, want die verstoorden de relatie die ze had met de vogels. Het kan trouwens zijn dat het overzomeren van die vogels in mijn tuin een eerste stap is naar het domesticeren ervan.

Mens en vogel

Een tijdje geleden had ik een kans, dacht ik. Een jonge boomklever was de schrijfkamer ingevlogen door de openstaande balkondeur en bij het paniekerig naar buiten willen, knalde hij tegen het dichte raam boven de schrijftafel. Daar lag-ie, op zijn ruggetje.

Ik heb een minuut of tien rondgelopen met het vogeltje, en al die tijd streelde ik zijn kop met mijn duim. Zijn bek wagenwijd open van de stress. Mijn hand als een kommetje. Op een bepaald moment ontkomde ik mijn hand, maar hij vloog niet weg. Laat mij nog maar even liggen, zal-ie gedacht hebben. Ik ben nog niet zover.

Toen hij het tijd vond, vloog-ie in een rechte lijn naar een dikke tak in de Hongaarse eik. Daarna heb ik hem niet meer gezien; ik ben zo’n grove vogelaar dat ik echt al die boomklevers niet uit elkaar kan houden. Ik hoopte natuurlijk dat die kleine bij me terug zou komen, dat ergens in die minuscule hersentjes een herinnering aan de ‘redding’ zou blijven hangen, al was het alleen maar dat hij de ene klever zou zijn die niet op zou vliegen van het vogelvoederstation als ik te dicht in de buurt kwam. Niks hoor. Zo gaan die dingen blijkbaar niet. Ik ben een mens, een groot en gevaarlijk wezen, en hij of zij een kwetsbaar vogeltje. Hij of zij: ‘geslachten gelijk’, zegt Petersons Vogelgids.

De kans dat het vogeltje later alsnog is bezweken aan de frontale botsing met het glas laat ik hier graag buiten beschouwing.

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden