'Ik voelde me ontkoppeld'

Lisa (19) werd afgelopen herfst na een gezellig middagje in een café door twee jongens een steegje ingetrokken en verkracht. Erg veel last heeft ze er niet van, zegt ze. Deel 4 van een serie waarin Asha ten Broeke de verhalen van vijf vrouwen optekent.

Het gaat wel goed met me. Ik ben niet getraumatiseerd of zo. Ik kan er gewoon over vertellen, zonder te huilen of wat dan ook. Achteraf ben ik wel blij dat ik die middag wat gedronken had. Misschien heb ik er daarom, als ik eraan terugdenk, niet zoveel gevoel bij.

Het gebeurde zo'n vijf maanden geleden, op een vrijdagmiddag. Ik was uit met een vriendin. Dat deden we vaker: eerst naar het café, daarna eten. Zij kende mensen van haar school, daar gingen we wat mee drinken. Een grote groep van haar klasgenoten, buitenlanderachtige types. Dat was wel leuk.

Zelf zit ik niet meer op school. Ik was altijd een braaf kind, deed goed mijn best. Ik speel piano, klassiek. Het liefst Vivaldi. Maar op de middelbare school ging het wat minder. Daar begon ik te spijbelen, en leraren te pesten. Sommige mensen kunnen dat, spijbelen en toch goede cijfers halen. Ik niet. Mijn schoolwerk leed eronder. Ik zakte voor m'n vmbo-examen. Mijn diploma heb ik gehaald op een andere school.

Daarna ging ik naar het mbo. Sociaal-pedagogische hulpverlening. Niet omdat ik dat nou zo ontzettend graag wilde, trouwens. Na een jaar ben ik gestopt en aan het werk gegaan. Twee banen had ik, een in de horeca en een als koerier. Had, ja. Vorige week is het café waar ik werkte afgefikt. Dezelfde dag ben ik ontslagen als koerier. Echt klote. Nu moet ik op zoek naar iets nieuws. Ik weet nog niet wat. Ooit wil ik wel weer een opleiding gaan doen. Maar wat? Ik heb geen plan. Ja, ik hád een plan, omdat iedereen dat van me verwachtte. Maar wat ik zelf wil? Geen idee.

Ja, samenwonen, dat wil ik. Ik heb mijn vriend ontmoet toen ik zestien was. Op een skatebaan. Ik was meteen verliefd, hij niet. In het begin kwamen we telkens bij elkaar, en dan ging ik weg. Ik was als kind al heel fel, gauw boos. En we zijn allebei heel koppig, dus we krijgen snel ruzie. Dan ging ik bij hem weg. De laatste keer dat dit gebeurde, heb ik me eroverheen gezet. Je kunt ook niet weg blijven gaan en blijven terugkomen. Dus nu zijn we gewoon samen.

Sigaretten halen
Op die vrijdagmiddag was hij er niet bij. Het was gezellig met de klasgenoten van mijn vriendin. Toen ik sigaretten moest halen, vroegen twee jongens of ze met me mee mochten. Ja, oké, waarom niet, dacht ik. Ik vertrouwde ze gewoon. Maar eenmaal buiten duwden ze me een steegje in. Ik werd tegen de muur gedrukt, tussen de twee jongens in. Eén stond achter me, de ander voor me. Volgens mij hadden ze dit al van tevoren afgesproken.

De jongen die achter me stond, duwde me voorover, dwong me te bukken. Hij trok mijn panty naar beneden. Hij nam me van achteren, de ander in m'n mond. Ik kon eerst de omschakeling niet maken, van aardige jongens naar dit. Ik zei wel nee, maar volgens mij niet erg overtuigend. Maar toen realiseerde ik me dat mijn vriendin nog vlak in de buurt was. En ik begon om haar te schreeuwen.

Zij kwam, de jongens stopten. Op dat moment belde mijn vriend. Hij was ongerust, omdat hij al een tijd niets van me had gehoord. Zo is hij nou eenmaal. Hij dwong me bijna om de politie te bellen. Weet je wat echt bizar was? Terwijl ik op een bankje op de politie zat te wachten, kwamen die jongens langs. Ze probeerden me te troosten. Ik voelde me raar, ontkoppeld van mijn lichaam, alsof ik er niet echt bij was.

Klungelig
Op het politiebureau was het echt vreselijk. Ik moest mijn kleren uitdoen, ze moesten overal monstertjes van nemen. Het ging klungelig, het leek wel alsof ze alles voor het eerst deden. En de arts stotterde ook nog, dus het duurde eindeloos. Uiteindelijk heb ik mezelf maar gewoon uitgezet. Het over me heen laten komen.

Mijn vriend had gelijk mijn moeder en zijn moeder gebeld. Ze zijn alledrie meteen gekomen. Ik heb een goede band met mijn moeder. De eerste vier jaar van mijn leven zijn we met zijn tweeën geweest. Na die eerste vier jaar kreeg mijn moeder een vriend. Hem zie ik als mijn vader, zijn zoon als mijn broer. Mijn ouders kregen samen nog een kind, mijn broertje. Hij is twaalf jaar jonger dan ik, en een soort hobby van me. Ik ben dol op kinderen. Ze zijn zo lekker eerlijk. Zoals mijn broertje, toen hij in de supermarkt een man met een witte baard zag. Roept hij keihard: 'Kijk, kabouter Plop'. Daar kan ik zo om lachen.

Na het onderzoek op het politiebureau moest ik door naar het ziekenhuis voor allerlei prikken. Daar ging het helemaal mis. Alles kwam eruit bij me. Letterlijk: ik moest steeds overgeven, ik viel steeds flauw.

De dagen daarna was ik heel erg moe. En ik voelde me zo vies. Hoe vaak ik ook douchte, dat gevoel bleef. Maar verder ging het wel. Bij mijn vriend was het wel heel emotioneel. Hij was ontzettend kwaad. Hij kan niet tegen onrecht, zeker niet als het om iemand gaat van wie hij houdt. Hij had me willen beschermen. Dat heeft een tijdje tussen ons ingestaan. Dan was hij boos aan het zijn op de jongens die dit hadden gedaan, terwijl ik er rustig over wilde kunnen praten. Ik dacht: wat zeur je nou, troost me nou gewoon. Nu gaat dat beter.

Verder gaat het dus eigenlijk wel goed. Nachtmerries heb ik niet. Behalve dat ik soms in mijn slaap mijn vriend ineens uit bed gooi. Of bovenop hem kruip, met mijn handen om zijn keel. Daar herinner ik me niets meer van als ik wakker word.

En ik ben nu wel sneller bang. Soms kan ik ineens in een roes raken. Dan ben ik bang dat iemand achter me aan komt, dat ik achtervolgd word. Dan ga ik bij het raam zitten, zodat ik in de gaten kan houden wie er langskomt.

Seks met m'n vriend hebben, is geen probleem. Het helpt dat die verkrachting niet voelde als seks. Ik heb me natuurlijk wel heel lang schuldig gevoeld. Alsof het toch een soort vreemdgaan was. Kijk, achteraf denk ik dat ik die jongens wel door had moeten hebben. Dingen die ze hadden gezegd tijdens het drinken vielen later ineens op hun plek. Nu denk ik: ik had anders moeten reageren, ik had eerder weg moeten gaan.

Wat ik ook heel erg vind, is dat mensen nu tegen me zeggen dat ik voorzichtig moet zijn. Het is vast goedbedoeld, maar het klinkt alsof ze denken dat ik toen onvoorzichtig was. Alsof ze denken: jou kan dat dus gebeuren, dus het ligt aan jou. Alsof het toch ergens mijn schuld was.

Van de politie heb ik eigenlijk nooit meer iets gehoord. Ze hebben twee keer de verkeerden gearresteerd, pas daarna de juiste jongens. En die waren na een week weer vrij. Eén van de eerste keren dat ik weer uitging, kwam ik ze tegen. Maar dat deed me niet zoveel. En ze hebben mij niet eens gezien. Of niet herkend, dat kan ook.

Ideale toekomst
Dat ze zo snel weer vrij rondliepen, kwam door die groep mensen die mijn vriendin kende. Die hadden tegen de politie gezegd dat ik met die jongens had gezoend, dat ik al in het café met mijn hand in hun broek had gezeten. Dat ik in het steegje zelf mijn jurk had uitgedaan. Zelfs mijn vriendin heeft neutraal getuigd. Ze vindt het heel belangrijk om aardig gevonden te worden, en het waren wel haar klasgenoten. Dus heeft ze gezegd dat ze niet precies weet wat er is gebeurd. Ik zie haar nu bijna nooit meer.

Ik leef elke dag gewoon weer bij de dag. Eigenlijk zou ik wel een plan moeten hebben. Ooit wil ik een gezin. Maar verder kan het nog alle kanten op. Nou ja, ik zie mezelf wel werken in de zorg- en welzijnsector. Misschien iets met kinderpsychologie? Een leuke baan, zodat je weet dat je alles goed voor elkaar hebt. Dat je genoeg geld hebt voor een huis, voor eten, zonder zorgen. In mijn ideale toekomst heb ik twee kinderen. Oh, en elke dag schijnt de zon.

Ontstaan van de serie

Asha ten Broeke beschreef op 21 januari 2013 in haar column hoe ze op haar achttiende werd verkracht door de vriend van haar vriendje. De column maakte veel los. Sommigen vonden dat het Ten Broeke's eigen schuld was, andere vrouwen vatten moed en vertelden hun eigen verhaal. Onder hun eigen naam, omdat er eigenlijk niets is om je voor te schamen. De verhalen gaan niet alleen over hun verkrachting. Ze gaan over hun complete leven. Want evenmin als deze vrouwen schuld hebben aan wat hen overkwam, zijn ze eeuwige slachtoffers.

'Ik kon eerst de omschakeling niet maken, van aardige jongens naar dit. Ik zei wel nee, maar volgens mij niet erg overtuigend.'

Lisa (19): 'Op het politiebureau was het echt vreselijk. Het ging klungelig.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden