'Ik voel me slecht omdat ik een zelfmoordaanslag wilde plegen'

Pakistaanse jongeren die zijn beïnvloed door de taliban worden in kostscholen heropgevoed tot vreedzame burgers. Dat gaat niet altijd makkelijk.

'Je mag niet iemand dreigen te wurgen of een pistool op zijn hoofd zetten om hem te laten bidden. Absoluut niet", zegt de docent tegen zijn leerlingen in een kostschool in Noordwest-Pakistan. "De heilige Koran geeft geen toestemming om anderen schade te berokkenen. Als je een persoon doodt, of het nu een moslim of niet-moslim betreft, is het zo'n grote zonde dat het gelijk staat aan het doden van de mensheid."

Een leerling, gladgeschoren maar verder in traditionele Pakistaanse kleding, luistert aandachtig naar de les in vreedzaamheid. "Dwing niemand om naar de moskee te gaan of een baard te laten staan. Je kunt iemand wel vriendelijk vragen naar de moskee te komen of een baard te laten staan", zegt hij.

Dat wisten de 170 studenten van de door het leger geleide kostschool, Mishaal genaamd, niet. Zij waren lid van de taliban, en probeerden de bevolking strikte leefregels op te leggen totdat het leger hen oppakte. In een rigoureus programma van drie maanden, of soms langer, moeten de studenten nette burgers worden. De meeste studenten zijn hier ouder dan 18 jaar.

Er is nog zo'n kostschool, maar die richt zich op minderjarigen die door de taliban zijn geronseld. Onder hen zijn voormalige zelfmoordenaars in opleiding.

Alle studenten komen uit de Swat-vallei, waar de taliban in 2009 korte tijd de scepter zwaaide. De overheid is nu weer aan de macht, maar de straten worden nog zorgvuldig bewaakt, onder andere door een politiemacht die vier keer zo groot is als voorheen.

De bezoeken aan de kostscholen, waar journalisten en andere professionals voor waren uitgenodigd, maakten deel uit van een conferentie over hoe het Pakistaanse leger de radicalisering bestrijdt. De conferentie komt op een moment dat het Pakistaanse leger zowel in binnen- als buitenland onder vuur ligt.

Een van de sprekers op de conferentie is Feriha Peracha, een Pakistaanse neuroloog en de directeur van een van de heropvoedingsscholen. Zij stelt dat je bij de jongere talibanleden niet van radicalisme kan spreken. "Ze hadden geen idee wat er met hen gebeurde. Het probleem is armoede, onwetendheid en analfabetisme. Ze kiezen om te sterven voor de islam in plaats van te leven voor de islam, omdat ze hun leven hebben opgegeven." De meeste jongeren komen uit grote families tot wel 25 personen. Meer dan de helft zijn voortijdige schoolverlaters. Hun vaders werken en leven vaak ver van huis. Daardoor hebben de kinderen geen gezagsfiguur; vrouwen in hun cultuur hebben geen autoriteit.

Ook kunnen kinderen slecht redeneren of dingen in twijfel trekken. Dat blijkt uit een video-opname van Peracha in gesprek met een 13-jarige jongen die vertelt dat hij de taliban vaak in de moskee zag. "Hadden ze wapens in de moskee?", vraagt Peracha. De jongen beaamt dat. "Wat deden die wapens in de moskee?", vraagt Peracha, "Dat is iets om over na te denken, vind je niet?" "Ja dat is het", zegt de jongen bedeesd.

Sommige jongens sloten zich vrijwillig aan bij de taliban. Anderen werden ontvoerd of door hun ouders gestuurd in de overtuiging dat het hun heilige plicht was, zoals de taliban hen voorhield. Amir (niet zijn echte naam) vertelt in een van de kostscholen dat zijn moeder hem naar ochtendsessies met de taliban stuurde in de hoop dat hij zo van zijn drugsverslaving af zou komen. Maar ze hadden een ander plan met de jongen. "Ze lieten me zien hoe ik een zelfmoordaanslag moest plegen. Ze sloegen me heel erg en zeiden dat ik het moest doen. Ik vertelde het aan mijn moeder." Zij lichtte haar man in die in Karachi werkte, zo'n 1400 kilometer verderop. Hij zorgde ervoor dat zijn zoon werd opgepakt door het Pakistaanse leger. "Ik voel me er nu slecht over dat ik toen een zelfmoordaanslag wilde plegen", zegt Amir.

Meer dan voor zelfmoordaanslagen zetten de taliban de jongens in om inlichtingen te verzamelen over de troepenbewegingen van het leger. Een kind dat post op een straathoek valt minder op dan een volwassene. Weer anderen werkten als slaaf, zegt Peracha. "Ze lieten ons werken. We moesten koken en thee voor ze maken", zegt een leerling.

De jongens zijn in eerste instantie vaak woest dat hun een missie is ontnomen, vertelt brigadier Mowadat Hussain Rana, een psychiater. "In het begin hadden we scènes waarin ze hun hoofden tegen de muur beukten. Ze braken hun kasten. Maar na verloop van tijd werden ze rustiger, omdat ze hier faciliteiten hebben waar ze nog niet van zouden dromen in hun eigen huizen. Ze kunnen televisie kijken en zingen", zegt hij. Amir zegt blij te zijn. "Het Pakistaanse leger beschermt ons, we krijgen heel goed te eten en goed onderwijs."

De studenten van de beide kostscholen krijgen, naast les in een tolerante vorm van islam, ook opleidingen tot electricien of agrarisch laborant. Daarnaast krijgen ze therapie, omdat ze kampen met een trauma van het geweld dat ze zagen tijdens de opkomst van de taliban en de militaire operatie die de taliban versloeg. In een video in Peracha's presentatie vertelt een 17-jarige jongen dat hij een onthoofd lichaam aan een boom had zien hangen. Het hoofd lag op de grond. "Een politieman vertelde me dat het hoofd bleef bewegen nadat het was afgesneden. Mensen vroegen zich af hoe dat kon. Toen kwam er een andere gast aan en hij piste op het hoofd. Toen stopte het met bewegen."

Sommige studenten knappen zichtbaar op, zegt Rana. "Een van hen scoorde goed in zijn schoolexamen. Een ander vertelde me dat hij psychiater wil worden en hij heeft het in zich. Maar met sommigen blijven we moeite hebben om tot ze door te dringen." Veel van de oudere studenten gaan al na drie maanden naar huis. Jongeren moeten vaak langer blijven. Van hen zijn slechts 31 van de 181 studenten gereïntegreerd. Een man die nog moet blijven toont zich van goede wil: "Het is mijn belofte aan God dat we de slechte dingen niet zullen herhalen. Mijn hele leven, mijn kinderen en mijn hele familie zullen zich wijden aan het verspreiden van de juiste islam."

Maar als de studenten van de beide heropvoedingsscholen thuiskomen, zullen daar nog steeds armoede, corruptie, sociale ongelijkheid en ander onrecht heersen. Zij zullen wellicht voor de rest van hun leven beseffen dat de taliban geen oplossing bieden voor deze problemen, maar volgende generaties kunnen toch weer in de ban van de taliban komen.

Zal de geschiedenis zich herhalen? Er was maar een genodigde bij de conferentie, de welzijnswerker Ehsanullah Khan, die dat hardop aan de orde durfde te stellen. Khan, 63, is een rijke landheer uit het Swat-dal. Hij begon twee jaar geleden met welzijnswerk toen hij zag hoe de toekomst van de kinderen in Swat in het geding was geraakt. Scholen waren vernietigd bij de gevechten tussen de taliban en het Pakistaanse leger. Hij heeft samen met collega's inmiddels 39 scholen gebouwd, maar werkt ook aan andere welzijnsprojecten. "We moeten allemaal onze gedachtengang veranderen en een omgeving creëren van recht, gelijkwaardigheid, en vrede. Anders zal deze tikkende tijdbom van corruptie en vip-cultuur en nepotisme ons vernietigen. Het is aan ons allemaal."

De hand van de oude welzijnswerker met daarin het zorgvuldig voorbereide, gepassioneerde commentaar trilde van emotie. Niemand reageerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden