'Ik voel me niet bevrijd'

“Ik lag in een kinderbedje en voelde me alleen gelaten en heel angstig, omdat ik niet wist wat er met me ging gebeuren. Ik weet nog dat ik in paniek was en om water riep.”

Het was het moment dat de tweejarige peuter in september 1945 bij haar pleegouders in Den Bosch werd 'afgeleverd'.

Wil van der Vaart ervaart bij deze 'oudste herinnering' nog steeds de emotie van het in de steek gelaten zijn. “Ik heb mijn opvoeding te danken aan mijn pleegouders, Sebastiaan en Miep van Bezooyen-De Vries. Dat wil zeggen, zo heb ik dat altijd moeten voelen. Aan ouderliefde heb ik geen herinnering. Die warmte was er niet, ik moest vooral dankbaar zijn. Hoe vaak heb ik niet moeten horen: 'Als het je niet bevalt, dan hoepel je maar op'!”

Ze werd heel strikt volgens het boekje opgevoed. “Ik moest eigenlijk aan hun ideaalbeeld beantwoorden. En ik schikte me in die rol. Op school haalde ik hoge cijfers. Ik was plichtsgetrouw en iedereen was tevreden over mij.” Totdat ze 17 jaar was geworden en er een hevig conflict ontstond. Hoewel opgegroeid in de Nederlands Hervormde kerk, zei ze geen belijdenis te willen doen.

“Die avond werd mij de deur gewezen. Ik heb toen aangeklopt bij de rooms-katholieke kweekschool, waar ik al twee jaar extern in opleiding was. Ik werd intern en hoorde de volgende morgen van de rector dat ik een kind was van een Duitse soldaat en een onbekende moeder. De boodschap drong niet goed tot me door, het leek alsof ik verdoofd was.”

Ze bleek in Amsterdam te zijn geboren, in de Boerhaavekliniek. Plotseling heette ze niet meer Willi van Bezooyen, maar Willi van der Steen. Naar Johanna van der Steen, haar échte moeder. “Binnen enkele dagen wist ik nog meer: ik was r.k. gedoopt, in een kerk in Amsterdam. Een Duitse vader! Zie dat de buitenwereld, het was 1961, maar eens duidelijk te maken!”

Wil besloot hoe dan ook te overleven. “Niemand kon echt voelen wat dit voor mij betekende en ik stond volstrekt alleen. Trouwens, waarom zou ik anderen belasten met de schande die ik niet eens zelf kon dragen.” Vijfentwintig jaar lang, van november 1960, toen haar pleegouders haar op straat zetten, tot eind 1985 zweeg ze over haar afkomst. Ze kropte haar problematiek op, totdat de rek eruit was. “Ik merkte dat ik vastliep, omdat ik niet zonder wortels kon leven. Ik moest ermee naar buiten.” In 1985 begon de lange speurtocht naar haar identiteit. “Ik ging op zoek, allereerst naar mijn moeder, ook naar wie mijn vader was, en hoe mijn leven zo had kunnen verlopen.”

Door speurwerk van haar huisarts ontdekte ze dat haar moeder in Utrecht woonde, aan de Aziëlaan, onder de naam Johanna Kraai-Van der Steen. “De geboorteakte die ik bij de gemeente Amsterdam opvroeg, was in het Duits gesteld. Ik kreeg ook het adres van de Boerhaavekliniek, die tijdens de oorlog fungeerde als kraamkliniek voor vrouwen die een kind kregen van Duitse militairen. Die vrouwen moesten wel een vaderschapsverklaring hebben, maar veel van die verklaringen zijn zoek.”

Ze was geboren op 5 juli 1943. Haar moeder was toen 36. ,Het was een schok te ontdekken dat ik, na negen maanden Boerhaavekliniek, van maart 1944 tot november 1944 in een kindertehuis in Laren was ondergebracht. Daarna woonde ik op diverse adressen voordat ik in Den Bosch terechtkwam. Ik bleek ook een halfbroer te hebben die vijf jaar ouder is, en met wie ik nu, sinds twee jaar, contact heb.''

Wil ontmoet haar moeder in december 1985 voor het eerst. Ze verwacht een moeder, zonder precies te weten wat dat betekent. In de deuropening staat een vrouw met gelaatstrekken waarin ze zichzelf herkent. “Op het eerste gezicht lijkt ze niet onaardig totdat, godbetere, mijn afkomst aan de orde komt. Dan blijkt ze zich met leugens eruit te willen redden, met een verhaal dat gewoon niet waar kan zijn. Ze is verkracht en weet dus niet wie mijn vader is. En: 'Je hebt nu toch een goed leven, je komt toch niets te kort. Waarom kom je me hiermee lastig vallen, het is al zo lang geleden. Vind je zelf ook niet?'. Het gesprek wordt een flop. En ik had er zó naar uitgezien. En weer sta ik op straat.”

Toch blijft ze proberen een goed contact met haar moeder tot stand te brengen. Maar telkens weer worden andere verhalen opgedist. “De ene keer zegt ze dat ze voor mijn vader, volgens haar een hoge Duitse militair, werkte in Utrecht. De andere keer dat ze hem niet kende. Tenslotte knapte ik helemaal op haar af.”

Het dringt tot Wil door dat haar moeder haar beschouwt als een rustverstoorder die haar verleden komt oprakelen. “Niet als een dochter die haar met geduld en begrip wilde benaderen, terwijl dat toch ook in mijn vak zit als lerares Nederlands voor anderstaligen. Maar nee, mijn moeder had haar verleden in 1945 al begraven, en dat moest zo blijven. Ze bedreigt me zelfs. In deze moeder herken ik niets van mezelf.” Des te groter wordt de hunkering naar wie haar vader was en dringt zich de vraag op of ze eigenschappen van hem heeft.

In mei 1995 neemt ze opnieuw contact op met haar moeder. “Ze had me in 1985 verloochend en ik hoopte nu een nieuw begin te kunnen maken.” Maar elke poging om het verleden bespreekbaar te maken brengt de inmiddels 88-jarige vrouw tot uitbarstingen van woede. Het FIOM, een hulpverleningsorganisatie voor adoptie, die in contact was gekomen met haar moeder, benadert Wil. “Maar die koos tenslotte partij voor mijn moeder. Ik werd als een paranoïde dochter afgeschilderd die het leven van haar moeder onmogelijk maakt. En het FIOM adviseerde mijn moeder zelfs geen contact meer met mij te hebben. Opnieuw word ik, nu ook door een hulpverleningsorganisatie, met lege handen op straat gezet. Andermaal voel ik me rechteloos, bedrogen en misbruikt. Ik ben dan, mei vorig jaar, op een absoluut dieptepunt beland.”

Een poging om via de tv-rubriek Spoorloos haar vader te vinden, wordt door haar moeder geblokkeerd. “Mijn advocaat kon de zaak niet meer redden, toen de advocaat van mijn moeder Spoorloos bedreigde met een kort geding. Uiteindelijk is het me duidelijk dat ik alleen via de rechter achter de waarheid kan komen. Maar ook dat geen rechter bereid zal zijn een vrouw van 89 aan te pakken.” De nu 54-jarige Wil van der Vaart blijft hopen ooit te achterhalen wie haar vader was. “Zolang zijn portret een lege lijst blijft, voel ik me niet bevrijd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden