'Ik voel me minder oud als ik dirigeer'

Bernard Haitink is in town. In Amsterdam dirigeert de 86-jarige op drie avonden het door hem bewonderde Chamber Orchestra of Europe in een Schumann-marathon. Over de chemie tussen een orkest en een dirigent.

Een klein onvangstcomité staat maandagochtend bij de artiesteningang van het Concertgebouw. "Hij kan elk moment arriveren", zegt directeur Simon Reinink. Hij doelt niet op de koning, maar op dirigent Bernard Haitink, wat in de muziekwereld waarschijnlijk op hetzelfde neerkomt. Maestro Haitink (86) resideert deze week met het Chamber Orchestra of Europe in Amsterdam.

Het orkest werd opgericht in 1981 door een paar 23-jarigen die de leeftijdsgrens van het European Union Youth Orchestra waarin ze speelden bereikt hadden en hun samenwerking wilden bestendigen. Het nieuwe ensemble, met musici uit heel Europa, wist zich meteen te verzekeren van samenwerking met dirigenten van naam als Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt. In drie concerten voert het orkest met Haitink de vier symfonieën van Schumann uit, plus zijn drie soloconcerten met Isabelle Faust (viool), Gautier Capuçon (cello) en Murray Perahia (piano).

Discipline

In de Grote Zaal druppelen de orkestmusici binnen. Flarden Schumann vliegen links en rechts om de oren. Haitink arriveert. Hij oogt breekbaar, maar is alert en energiek. De begroetingen met de musici zijn hartelijk, her en der wordt gezoend en gelachen. Haitink is erelid van het orkest, ze werken vaak en graag met hem.

De maestro gaat op de kruk zitten die op de bok voor hem is klaargezet. Hij overziet met een minzame glimlach het drukke gedoe, hoort de riedels en flarden om hem heen. Hoe vaak zou hij zo al hebben zitten wachten voor aanvang van een repetitie? De klok die achter een luikje in het orgelfront hangt, geeft één minuut voor tien aan. Discipline. De concertmeester geeft een teken. Er wordt gestemd. Klokslag tien uur begroet Haitink het collectief met zachte stem. Hij geeft wat wijzigingen in het repetitieschema door, heft zijn handen en daar klinken de beginmaten van Schumanns Eerste symfonie door de zaal. Haast zonder onderbrekingen, met alleen wat retouches her en der, wordt de hele symfonie gespeeld.

"Dit orkest is zo flexibel", zegt eerste hoornist Jasper de Waal, tijdens de lunchpauze. Na acht jaar Concertgebouworkest speelt hij nu een jaar hier. De Duitse altvioliste Simone Jandl (lid sinds 2009) en de Britse eerste cellist Richard Lester (sinds 1989) schuiven aan om over orkest en Haitink te praten. De Waal: "Iedereen in dit orkest is extreem alert, men reageert zó goed op elkaar. In een fractie van een seconde kan hier van tempo of dynamiek gewisseld worden. Het is heel spontaan."

"We zijn gemiddeld 110 dagen per jaar bij elkaar", zegt Jandl. "Voor projecten moeten we altijd op reis, waardoor je uit je normale leventje stapt. Dat stimuleert en is opwindend. Je hoeft niet over je elektriciteitsrekening na te denken, maar je kunt je volledig op de muziek concentreren omdat je van huis bent."

"Je bent hier niet fulltime in dienst, en dus raak je in dit orkest niet op elkaar uitgekeken", meent Lester. "Bovendien kom je hier het dichtst bij het maken van kamermuziek in orkestverband. Dat verhoogt de vreugde van het samen muziekmaken."

Geheimtaal

Over Haitink zijn de drie musici het roerend eens. Hij is altijd positief, is extreem duidelijk in zijn bewegingen en weet precies over te brengen welke kleur hij ergens wil. "Dat doet hij niet met woorden", zegt Lester, "wat het nog specialer maakt. Het is een soort geheimtaal die wij begrijpen. Een chemische reactie. Vroeger sprak hij meer, maar met de jaren is het steeds minder geworden. Ook zijn bewegingen zijn minimalistischer dan vroeger. Het is nooit overdreven, hij is nooit uit op een goedkoop effect. Alles voltrekt zich in extreem goede smaak. En omdat hij niet alles wil controleren, voel je dat hij je vertrouwt en daardoor speel je veel vrijer."

De middagrepetitie begint tot verbazing van Haitink met 'Happy Birthday' voor een jarig orkestlid. "Ben je alleen vanmiddag jarig?", grapt Haitink, "Je was er vanmorgen toch ook al?" "Ze zijn hier wat traag van begrip", antwoordt het feestvarken.

Na het gelach is Haitink direct weer serieus en begint hij aan de langzame inleiding van de Tweede symfonie. Meteen is er weer die concentratie. Je merkt dat deze compositie Haitink na aan het hart ligt. Hij drukt de musici even later op het hart dat dit ongeveer het mooiste is dat Schumann ooit componeerde.

"Dit orkest is een mirakel", zegt Bernard Haitink na afloop van een lange, lange dag repeteren, waarin drie symfonieën en het vioolconcert langskwamen. De dirigent ziet er ietwat afgemat uit, maar maakt tijd om in een rustig hoekje even na te praten. "Dit is een bijzondere club mensen met een gedeelde traditie. Inmiddels is dit de tweede generatie, maar de musici zijn nog steeds enorm geanimeerd, hebben liefde voor de muziek én kunnen die uitdragen. Dat laatste is niet vanzelfsprekend."

"Je hoeft deze uitzonderlijke musici niets voor te zeggen, dat blokkeert hen maar. Mijn ervaring is dat woorden niet zoveel uithalen. Ik hoef mijn visie op een stuk niet in een heel essay uit te leggen, mocht ik dat al willen, want daar hebben musici een hekel aan. Duidelijkheid in beweging is veel essentiëler. Wat je als dirigent wilt zeggen, moet je met je handen uitdrukken."

Chemie

Eerder die middag was er wat dat betreft een mooi voorbeeld. Haitink tikte af en wilde de celli en contrabassen gaan uitleggen dat zij in een bepaalde maat een hele bijzondere modulatie hadden. Hij begon een zin, onderbrak zichzelf al na een paar woorden en zei: "Ach nee, ik zal het laten zien." Hij dirigeerde de passage opnieuw en en haalde met een prachtige beweging van zijn handen de modulatie naar boven. Chemie.

"Ik heb in mijn lange carrière de orkestmusicus zien veranderen. Ik zelf ben overigens ook heel erg veranderd. Mijn begintijd heb ik als verschrikkelijk moeilijk ervaren. Je kunt gerust zeggen dat ik een belediging voor het orkest was. Zo jong en onervaren. Ik heb wel altijd onthouden dat ik destijds een musicus hoorde zeggen: 'Die Haitink weet niets, maar hij is wél een dirigent'. De orkestmusicus nu is een ander mens. Het is voor de musici veel moeilijker geworden. Vroeger was er lang niet zoveel talent als nu."

"Ik heb enorm veel geluk gehad. Als je bedenkt hoeveel talent er verloren is gegaan in de nazitijd, dan wordt het koud om je hart. Geluk dus. Ik voel zelfs een zekere gêne bij het feit dat ik op deze leeftijd nog steeds dirigeer."

Is het niet zo dat ouderdom weliswaar met gebreken komt, maar dat die voor dirigenten juist een zegening is?

"Het is waar dat ik mij beter voel als ik aan het werk ben. Ik voel me minder oud als ik dirigeer. Het houdt lichaam en geest fitter. Thuis partituren studeren, dat zijn hele mooie momenten. Daar kan ik nog steeds enorm van genieten. Luisteren naar mijn eigen opnamen doe ik niet zo veel. 'Van mezelf kan ik niets leren', zei mijn collega Carlo Maria Giulini ooit al, en ik ben dat volledig met hem eens."

Veel dirigenten zijn bang voor Schumann. Hoe komt dat toch?

"Daar begrijp ik niks van. Men heeft het altijd maar over die zwakke orkestraties en zo, maar ik heb in deze partituren geen noot of dynamisch teken veranderd. Alles wat wij spelen is van Schumann zelf. Schumann wist wat hij deed, maar je moet zijn muziek wel met een klein orkest zoals dit spelen. We weten dat Brahms in Meiningen ook maar twaalf eerste violen had. Schumann kan echt veel te lijden hebben onder een te groot orkest. Ik heb me daar zelf ook schuldig aan gemaakt. Ik ben met plezier opnieuw in de partituren gedoken. Het was meer dan twintig jaar geleden dat ik deze muziek gedirigeerd had en ik kon er heel objectief naar kijken. Ik heb natuurlijk wel veel meer ervaring gekregen in het voorbereiden van een stuk. Al ben ik nog steeds erg kritisch op mezelf - dat is niet veranderd. Ik moet er wel van overtuigd zijn dat het zin heeft, anders doe ik het niet."

U kreeg vorige maand van het Britse tijdschrift Gramophone de Lifetime Achievement Award. Zijn er in dit volle en lange leven eigenlijk nog wensen?

"Nee. Zo denk ik niet. Ik heb me vaak laten leven en het duurde een tijdje voor ik door had hoe ik mezelf niet gek moest laten maken. In mijn tijd in Amsterdam had ik het geluk Marius Flothuis naast me te hebben als een uitstekend artistiek leider. Die begeleidde mij en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Want het is een zeer eenzaam beroep. Weet u, je staat eigenlijk altijd voor gek."

Eenzaam of niet, straks vieren we gelukkig toch nog met elkaar dat u zestig jaar geleden het Concertgebouworkest voor het eerst dirigeerde.

"Ja, ik ben erg blij dat alle wrijvingen die er vorig jaar met het Concertgebouworkest waren uit de lucht zijn. Er zijn goede gesprekken geweest met de nieuwe bestuursvoorzitter, waardoor ik het gevoel kreeg dat ik misschien helemaal niet zo lastig was als iedereen denkt. Alle rimpels zijn volledig gladgestreken. We gaan het vieren. U weet dat ik helemaal niet van feesten en partijen hou, maar het zou dom zijn om de feestelijkheden niet te aanvaarden."

Bernard Haitink en het Chamber Orchestra of Europe vanavond, vrijdag en zondag in het Concertgebouw. www.concertgebouw.nl

'Schumann wist wat hij deed, maar je moet zijn muziek wel met een klein orkest spelen'

'Ik hoef mijn visie op een stuk niet in een essay uit te leggen, daar hebben musici een hekel aan'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden