'Ik voel me één groot oor'

Twee jaar was Ann Meskens filosoof-in-residence aan de Amsterdamse Rietveldacademie. Ze keek rond, luisterde en nam zich voor niet te oordelen.

Wat is dat?" Op de trappen van de Rietveldacademie in Amsterdam loopt filosofe Ann Meskens een studente tegen het lijf die gebukt gaat onder een enorm ding van papier-maché. "Een lampekap", antwoordt de studente. "Maar geen echte."

Ze moest 'iets over haar verhouding tot haar familie maken', legt ze het doel ervan uit. Wat die lampekap daar precies over duidelijk maakt blijft verder nogal mistig, maar Meskens knikt haar welwillend toe. Dan loopt ze weer door.

Zulke lukrake gesprekjes met kunststudenten had Meskens vaak, de afgelopen twee jaar. Ze was filosoof-in-residence aan de Rietveld. Wat dat in de praktijk betekende mocht ze helemaal zelf bedenken; verplichtingen waren er niet, voorgangers aan wie ze zich kon spiegelen evenmin. Tijdens de eindexamenexposities reed ze een caravan het terrein op, waarin ze bezoekers ontving. Of ze maakte van de lift haar 'werkplek'. Zoefde ze de hele dag achter een minuscuul bureautje op en neer. Als je de lift instapte, keek je direct in haar ogen. Voor de rest las ze in de bibliotheek over kunst of liep ze zonder vooropgezet plan een beetje rond door het gebouw.

Dat laatste vond ze het leukste.

"Kijk", Meskens blijft staan en wijst enthousiast naar een soort reusachtige theezak aan het plafond, "dat hing hier de vorige keer nog niet."

Haar stem is donker en verrookt, en toch zacht. "Geen dag is hier hetzelfde, dat vind ik zo fijn aan deze ruimte", vervolgt ze. "Er wordt altijd wel met iets gesleept en gesjouwd als je hier rondloopt. Ook de gangen en trappenhuizen worden volop in bezit genomen door de studenten. Balken, plastic poppen, buizen: de dingen zijn hier overal, in alle stadia van onaf tot af. Studenten met verfklodders op hun vingers of houtspaanders op hun kleren."

Die wervelende onrust van het maken - hoe anders ging het er bij háár studie aan toe. Toen Meskens filosofie studeerde in het neoklassieke, één en al rust ademende gebouw van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven, deed ze niet veel meer dan zitten, herinnert ze. "Lezen in de muisstille bibliotheek, luisteren in de collegezaal - dit was een ontstoffelijkte wereld, een wereld van ideeën. Ik had het gevoel dat er iets niet klopte. Filosofen hebben altijd een soort ascetisch ideaal gehad: hoe minder spullen, hoe beter. Maar dan ontken je iets dat bij de mens hoort: zijn liefde voor de dingen om hem heen, en zijn behoefte zelf dingen te maken, die je bij uitstek in de kunst terugziet. Voor mij is die concrete materialiteit steeds belangrijker geworden."

Ze loopt naar beneden, naar een soort kelder, en komt bij de afdeling grafiek. Hier staan massieve gietijzeren drukpersen te glimmen, fossielen uit een lang vervlogen tijdperk. Het ruikt er naar hout en inkt. In het halfdonker van de gang zit een jongen met Chinees uiterlijk voorovergebogen aan een tafeltje. Baseballpet, houthakkersbloesje, tatoeages op zijn arm. Geconcentreerd kerft hij vlakken in een grote houtplaat waarop een tekening is aangebracht. Tergend langzaam gaat het.

"Ik ben misschien een beetje ambitieus", glimlacht de student, als hij naar de ontmoedigend grote vlakken kijkt die hij nog moet uitkerven.

Hij is bezig met een soort zelfportret, legt hij uit. "Ik ben voor een spiegel gaan staan met een papier in de hand en heb mijzelf zo onbevangen mogelijk proberen na te tekenen - zonder op het papier te kijken. Van dat zelfportret maak ik nu een ets."

"Waarom deed je dat zonder op het papier te kijken?", wil Meskens weten.

De student: "Mensen zijn steeds bewuster zichzelf aan het vermarkten. Ze zetten een beeld van zichzelf neer en doen zich dus de hele tijd anders voor, ook voor zichzelf. Ik wilde kijken of ik daaraan kan ontsnappen en mijzelf eerlijker kan benaderen. Vanuit mijn onbewuste."

De student - Johannes Tsang heet hij - neemt Meskens mee naar zijn atelier en toont haar zijn eerste 'onbewuste' tekeningen van zichzelf. Die tekende hij over, eveneens zonder te kijken. En nog een keer. En nóg een keer. Hij rolt alle tekeningen uit over de tafel. Naar de laatste versie, die Tsang nu aan het uitkerven is, blijft Meskens lange tijd kijken. Het zelfportret is een grillig kluwen van lijnen geworden, waarin niets persoonlijks meer te herkennen is.

"Het is, hoe zeg je dat - sereen", zegt Meskens.

Lang kijkt ze naar het papier, zonder iets te zeggen. Het begint haast ongemakkelijk te worden. Dan begint Tsang te vertellen. Over hoe hij uit Canada via Duitsland naar Nederland kwam. Over zijn zelfportret - misschien is 'zelfdeconstructie' een beter woord - waaraan hij nu alweer een half jaar werkt. "Not always fun." Hij probeert niet aan het eindresultaat te denken. "De tussenstappen zijn minstens even belangrijk."

Hij valt stil. "Ik heb nu met jou al meer over mijn kunst gesproken dan met mijn leraren hier in een heel jaar. Ik mis een mentor. Iemand die je kent en je vooruithelpt in je eigen reis, die je begeleidt."

Tsang kijkt naar zijn tekeningen en klapt opeens opgewonden in zijn handen: "Dit is goed! I'm getting excited again!"

Meskens neemt afscheid van Tsang en loopt naar de uitgang. "Interessant", vindt ze. "Het is belangrijk om te zoeken naar wie je bent, los van die beelden die je van jezelf maakt en de verwachtingen die anderen van je hebben. Wat ik verder van zijn werk vind, weet ik nog niet zo. Ik heb mijzelf getraind in wat de Grieken 'epoche' noemden: het opschorten van een oordeel. Ik voel me één groot oor."

Ze denkt na. "Dat gebrek aan mentoren, aan meesters - dát snap ik. Hoe vaak heb ik deze klacht hier niet gehoord. Kunst is zo ongelooflijk breed geworden. Er zijn geen dogma's meer, geen regels, geen dominante stromingen. Voor de studenten is dat verwarrend, heb ik gemerkt. Er is niks voorgegeven. Het is hier keihard hoor. Je moet het helemaal zelf uitdokteren. Vanaf dag één moet je jezelf binnenstebuiten keren."

Buiten steekt ze een sigaretje op. "Vroeger zei ik: ik ga nog liever naakt op de Grote Markt staan dan mijn gedichten voordragen. En deze jongen heeft mij niet alleen zijn gedicht voorgedragen, maar ook alle onaffe versies die daaraan voorafgaan. Ik vind het geweldig dat hij me dat allemaal liet zien, een onvoorstelbaar mooi geschenk."

Het inspireert haar, vertelt ze. "Als schrijver heb ik vaak mijn potloden gebroken. Dan zei ik tegen mijzelf: 'Er is al genoeg gemaakt. Waarom zou ik schrijven? Er is al genoeg getroost, geprovoceerd, noem het maar op. Alles is er al.' Toch ging ik door, net als de studenten hier. Die hebben een enorme gretigheid om nieuwe dingen te maken."

Ze steekt nog een sigaret op. "Kunst, dat is bijna zoiets als een drift."

Wie is Ann Meskens?
Ann Meskens (1965) studeerde wijsbegeerte en toegepaste ethiek aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit van Nice. Ze is journaliste en heeft twee boekhandels (De Zondvloed). Ze kwam vanuit het zakenleven - ze werkte voor een verzekeringsmaatschapij - in de filosofie terecht. Midden twintig was ze toen ze aan haar studie begon. Sindsdien volgt ze haar heel eigen weg in de filosofie. Letterlijk, want ze dwaalt graag ergens rond. Kijken, en dan nadenken over wat ze ziet, dat is haar manier van filosoferen. Ze liet dat zien in bijvoorbeeld het boek 'Eindelijk buiten: filosofische stadswandelingen¿ uit 2008. Eerder (in 2006) schreef ze een boek over de Franse komiek en filmregisseur Jacques Tati.

Over haar tijd op de Rietveldacademie in Amsterdam is nu het boek 'The Making Of: werkplaats voor mogelijke kunst' bij uitgeverij Lemniscaat verschenen. "Ik loop graag rond op plekken waar ik normaal gesproken niet kom", aldus Meskens. "Ik zoek onontgonnen terrein. Ik wil niet vanuit theorie naar de werkelijkheid kijken, maar me laten verrassen door wat ik tegenkom. Ik zie mijzelf als een overbrugger tussen doeners en denkers."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden