’Ik vind het trouwens een groot plezier om klootzakken te spelen’

’Dat de overgang van een minibedrijfje van zes mensen als Annette Speelt naar een groot repertoiregezelschap als het Nationale Toneel groot zou zijn, werd al in de voorbereiding duidelijk. Bij Annette Speelt kwam komt bijvoorbeeld de decorontwerper bij de repetities kijken en zei dan na verloop van tijd: ’Ik heb iets bedacht.’ Of de productieleidster zei: ’We zitten nu vlak voor de try-outs, nu moet er wel wat gebeuren.’ Nu bij het Nationale Toneel is het allemaal andersom. Er is voor de repetities al een hele basis neergelegd met decorontwerp en planning. Dat was wel even wennen. We waren bang dat zou opslokken wat wij juist zo leuk vinden: gezamenlijke arbeid.”

Thijs Römer (28) speelt de titelrol in ’Othello’ van William Shakespeare, een co-productie van zijn eigen gezelschapje Annette Speelt en het Nationale Toneel: „Ook de vier mensen die bij ons de productie, zakelijke leiding, marketing en techniek doen, zijn hierbij betrokken. Zodat zij knowhow opdoen. Michel Sluysmans, die Jago speelt, en ik vinden het nogal een klus. Maar de anderen van ons bedrijfje, die er het meest tegenop zagen, vinden het erg meevallen. Door de omvang van het gezelschap is de manier van samenwerken anders. Bij Annette Speelt beginnen we vanuit een idee. Hier verhouden wij ons nu tot het decor, in plaats van andersom.”

„Michel en ik hebben met regisseur Johan Doesburg uitvoerig voorgepraat. Vooral over wat ons aan het stuk en de personages fascineerde. Dat geeft een voorsprong en wat heel positief was: vanaf de eerste repetitiedag gaf Johan heel veel vrijheid, liet van alles ontstaan. Van de acht weken repetitietijd is zes weken lang niks vastgelegd, waardoor toch een soort collectief werkproces ontstond. Heel organisch. Van tevoren had ik Johan ingeschat als een regisseur die meer zou dicteren.”

„Wij hebben al langer contact met het Nationale Toneel. In 2001, toen we net van de toneelschool kwamen, hebben wij hier een werkhuisvoorstelling gemaakt, ’Orestes’, en hebben we gesprekken gehad met Johan en directeur Evert de Jager. Gevolg was dat we onze eerste voorstelling, ’De Perzen’, hier in de Guido de Moorzaal hebben uitgebracht.”

„Wij wilden heel graag eens met Johan werken, maar hij had te veel verplichtingen bij het Nationale Toneel om zich voor een regie bij Annette Speelt vrij te kunnen maken. Ook hadden we ons voorgenomen een keer een grote-zaalproductie te maken. Daarover pratend, kwam ’Othello’ langs, en kwamen die twee verlangens bij elkaar. Financieel en organisatorisch zijn we zelf niet in staat een grote-zaalproductie te maken. Toch hadden we in onze aanvraag voor structurele subsidie geschreven, dat we dat in ons derde jaar wilden. En het is gelukt!”

„We dachten toen eigenlijk dat een aanvraag geen zin had. Maar onze zakelijk leider vond dat we het hoe dan ook moesten proberen. Jullie hebben nog een week, zei hij. ’Schrijf lukraak je gedachten op, dan maak ik er een coherent verhaal van.’ In drie avonden hebben we toen – ik ijsberend en Michel achter de pc – de aanvraag geschreven.”

Inmiddels is de destijds vierkoppige artistieke kern gehalveerd. Toch gaat het volgens Römer goed met Annette Speelt: „Christiaan Mooij heeft zo’n vijf voorstellingen bij ons heeft geregisseerd. Zoals Christiaan en wij uit elkaar zijn gegaan, was oké. Hij wilde andere dingen doen, meer opera, en was al vaker weg voor langere tijd, wat het moeilijk maakte om de continuïteit te bewaren. Met Kristen Denkers hebben we helaas een conflict gehad. We begonnen als heel goede vrienden en dat ging lang goed. Maar het bleek moeilijk om vriendschap en werk te scheiden. Dat botste. Heel verdrietig dat we er niet meer uit kwamen.”

Römer bestrijdt dat de co-productie met het Nationale Toneel een eerste teken is van een zachte dood van Annette Speelt. „Het voelde wel een beetje als NSB-gedrag, maar Michel en ik vonden allebei: we gaan door. Het was anders zonde van alles wat we al hadden geïnvesteerd. Er valt nog zo veel te halen. Na ’Othello’ gaan we gewoon weer een zelfstandige voorstelling maken in Theater aan het Spui: ’Eeuw van mijn dochter’ van Ilja Leonard Pfeiffer. Voor het eerst met oudere acteurs: Jaap Spijkers en Nettie Blanken.”

„Het belangrijkste van Annette Speelt is, vind ik, dat we heel erg vanuit de acteur redeneren, dat het ontstaat vanuit een innerlijke noodzaak en dat het iets te maken heeft met wat om je heen gebeurt. Het mag nooit routineus worden.”

„Toen we ’Vleesch’ speelden, naar de vreetfilm ’La Grande Bouffe’, stonden we ’s middags om twee uur al eten te koken. Het voedsel was allemaal echt. Ik propte dat dan allemaal naar binnen en kotste de boel tussendoor achter het toneel weer uit. Dat was wel smerig. Maar Theo van Gogh, de regisseur, zei: ’Je moet de drift daarachter doorkrijgen.’”

„Ons repertoire is een optelsom van losse onderdelen. We proberen van alles. Uit een klein onderzoekje bleek dat ons publiek wel van dat onverwachte houdt. Wij hopen daarom dat wie ’Revolutie’ heeft gezien, ook naar ’Othello’ komt.”

„Eerst wilde ik Othello alleen zacht spelen, maar dan heeft het publiek geen referentie aan zijn harde, militaire kant. Het is meer een moordmachine die gedichten is gaan schrijven. Overigens vind ik het een groot plezier om klootzakken te spelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden