Review

'Ik vind dat de armen verdedigd moeten worden'

De nieuwe roman van Willem van Toorn speelt zich af in 19de-eeuws Amsterdam. Alle types die je daar verwacht aan te treffen, levert 'Stoom': de jongen die hogerop wil, de toegewijde schoolmeester, de bevlogen socialiste - zulke sjablonen maken de roman er niet spannender op.

Liefhebbers van de 19de eeuw komen de laatste jaren niets tekort. Na Thomas Rosenboom en de Britse schrijver Michel Faber, is er nu Willem van Toorn die zich in het tijdperk verdiept.

Het begin van zijn nieuwe roman 'Stoom' is ronduit meesterlijk. Van Toorn wekt een foto van de Amsterdamse Noordermarkt tot leven, gemaakt in 1896 door Jacob Olie. Een - drastisch aangesneden - afdruk ervan siert het omslag.

Wie houdt van oude foto's kent de fantasie: wat zou die oude heer daar doen, wat zou er van dat meisje geworden zijn, en waarheen is die jongeman met hoed zo haastig op weg? Dichters zijn er dol op.

Van Toorn promoveert de jongeman tot de held van zijn roman. Maarten Corbelijn heeft net een erotisch treffen achter de rug met de vrouw van zijn collega. Hij spoedt zich naar zijn baantje aan het Entrepôtdok. Na deze ijzersterke opening ontrolt het verhaal zich langs de vertrouwde lijnen van de Bildungsroman. Maarten is het enige kind van een spoorwegbeambte. Zijn vader sterft in het harnas, door toedoen van zijn eigen rangeerlocomotief. De eenjarige Maarten verhuist met zijn moeder naar de deftige villa van de fabrieksdirecteur, waar zij dienstbode wordt.

Maarten heeft een klassieke schoolmeester, rommelt klassiek met meisjes, verlangt klassiek naar een grootser bestaan dan in het dorp aan de rivier mogelijk is. Dat klinkt als de betere jeugdroman, en dat is het bij vlagen ook. Zijn moeder wil begrijpelijkerwijs niets meer met stoom te maken hebben. Maarten daarentegen is erdoor gefascineerd. Stoom betekent vooruitgang, de nieuwe tijd, de toekomst, de vrijheid. Van Toorn, in zijn poëzie een goeie zwijger, laat niet af het de lezer in te peperen. Als Maarten zijn moeder betrapt met de fabrieksdirecteur is de maat vol. Gekrenkt loopt de jongeling weg van huis, meldt zich aan als knecht op een binnenschip. Het is het begin van een stormachtige carrière in Amsterdam. Maarten wil hogerop.

Van het socialisme moet hij, anders dan zijn oude schoolvrienden, weinig hebben. Hij is de buitenstaander die de commotie op afstand observeert - een vertrouwd personage in Van Toorns oeuvre. Maarten houdt zich bezig met hard werken, dromen, de liefde bedrijven. Hij kent alleen de verzen van Herman Gorter, niet diens politieke activiteiten. Maar de sociale onrust laat zich niet langer negeren. Uiteindelijk kiest ook Maarten voor de underdog: hij besluit de advocatuur in te gaan.

,,Ik denk helemaal niet dat arbeiders betere mensen zijn dan kapitalisten. Het kost me ook zo'n moeite om in zulke woorden te denken. Maar ik vind wel dat mensen die geen enkele kans hebben in de samenleving, de armen, de mensen zonder macht, net zoveel recht hebben op ontwikkeling en een goed leven, en dat ze verdedigd moeten worden als er onrecht is.“

Erg overtuigend klinkt het niet. En het zijn hinderlijk lelijke zinnen. Merkwaardig toch, dat een zorgvuldig dichter als Van Toorn in zijn proza zo liefdeloos met de taal omspringt. Modieus is hij ook: ,,Hij dacht weinig aan de villa, omdat er zoveel indrukken waren die een plek moesten vinden in zijn hoofd.“

Maar dat 'Stoom' niet blijft boeien, schuilt meer nog in de vlakke personages die Maartens universum bevolken. De dronken binnenschipper die zijn vrouw mishandelt, de gedreven vrienden, de toegewijde schoolmeester - het zijn sjablonen die niet tot leven willen komen. En de scène waarin Maarten met zijn latere vriendin Klaartje kennismaakt, zou bij Cissy van Marxveldt niet misstaan. De lezer voelt van verre aan dat de held nog veel te maken krijgt met de strenge schooljuffrouw die grijsblauwe ogen heeft en donker krullend haar.

Met vrouwenfiguren kan Van Toorn sowieso slecht uit de voeten. Het zijn óf bloedgeile verleidsters óf halve heiligen. 'Schrik en schaamte' voelt Maarten bij de eerste categorie. Dan constateert hij 'een vreemde afkeer van zichzelf'. Maar zie, bij de verheven Klaartje heeft hij 'een gevoel van thuiskomen'. Zelfs de seks is perfect. Klaartje - schooljuffrouw te Deventer, begin 19de eeuw - meldt het zo'n idioot idee te vinden dat een vrouw 'altijd meteen onder moet gaan liggen'. Dus neemt zij het heft in handen, en berijdt ze Maarten met verve. ,,Hij denkt dat hij gek wordt.“

Zo veelbelovend als de roman begint, zo braaf is het einde. Klaartje is zwanger, de toekomst ziet er zonnig uit. Natuurlijk wil zij niet trouwen ('We bepalen zelf wat we doen'). En natuurlijk kan Maarten zijn geluk niet op. ,,Midden in de lege Vinkenstraat blijft hij staan, steekt zijn armen in de lucht en schreeuwt, terwijl zij half schrikt en half reddeloos in de lach schiet, tegen de spionnetjes en de vitrages: Ja!“ Het is een slotakkoord dat geen seconde beklijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden