'Ik vind conflicten normaal. Ik ben Argentijn'

Het einde van het tijdperk-Ocampo is in zicht. Het Internationaal Strafhof krijgt komende maand niet alleen zes nieuwe rechters, maar ook een nieuwe hoofdaanklager. Wie is Luis Moreno-Ocampo en wat heeft hij bereikt? Deel 2 van een serie over het Internationaal Strafhof.

Drie lange minuten staat zijn assistente in de deuropening. Ze klopt zo bescheiden op de deur, dat hij het niet hoort. Hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo gaat helemaal op in het document dat hij op zijn computer redigeert. Tot de assistente na aanmoediging van een collega iets harder klopt, en hij eindelijk opkijkt. Moreno-Ocampo staat op. "Ik ben de hoofdredacteur van alles hier", zegt hij, bij wijze van introductie, met een glimlach. Hij draagt een zwarte stropdas, en een wit overhemd, met opgerolde mouwen.

Hij heeft de 'beste baan van de wereld', grijnst hij. Zonder te hoeven solliciteren. In december 2002 kreeg Moreno-Ocampo een telefoontje waarin werd meegedeeld dat hij bovenaan de lijst met kandidaten stond om tot eerste hoofdaanklager van het nieuwe Internationale Strafhof te worden gekozen. "Maar we weten niet of u de functie ook graag wilt", klonk het aan de andere kant van de lijn. Moreno-Ocampo stond op het punt om aan Harvard in de VS te doceren. "En nu ben ik hier."

Zijn belangrijkste taak? "Dit instituut op te bouwen, door zaken te doen." Moreno-Ocampo is verantwoordelijk voor het selecteren van zaken die de ernstigste internationale misdrijven betreffen. "Het is complex. Elk besluit is strategisch." Bij elke keuze staat de reputatie van het Strafhof op het spel. 'Het is een enorme verantwoordelijkheid. Want het recht om een onderzoek te starten hebben de verdragstaten gedelegeerd aan het Strafhof."

Op de vraag welke kenmerken iemand moet hebben om een goede aanklager te zijn, reageert Ocampo gepikeerd. "Het gaat niet om persoonlijkheid. Het gaat om plicht. De vereiste voor deze baan is het hebben van integriteit. Integriteit betekent niet alleen eerlijk zijn. Maar ook, dat als je bewijs hebt, en de wet zegt dat je moet doorpakken, je ervoor moet gaan." Hij vervolgt: "Integriteit is het negeren van applaus of kritiek."

Hij is gewend aan stevige tegenwind. Als jonge aanklager was hij betrokken bij de processen tegen de Argentijnse junta. "Toen we de generaals aanklaagden, in een land dat zestig jaar staatsgrepen had gezien, was dat een gigantische verandering. Natuurlijk werd ik daarvoor bekritiseerd. Mijn moeder was woedend op me. Mijn oom wilde niet meer met me praten. De helft van mijn familie was militair. Maar ik zei: Als aanklager doe ik gewoon mijn werk."

Ook de volgende stap in zijn carrière riep tegenreacties op. "De politieke leiders die de slachtoffers van de dictatuur waren, waren blij toen ik de juntaprocessen deed. Ze waren echter zeer ongelukkig met de corruptiezaken die ik daarna begon." Maar Ocampo ging door. Als man met een missie - om het recht te verspreiden, in een grotendeels wetteloze wereld.

En zo arriveerde Ocampo in 2003 in Den Haag, waar het Bureau van de Aanklager slechts enkele medewerkers telde. "Nu heb ik 300 medewerkers uit 80 landen. Dat houdt ook in dat ik 300 opinies op mijn kantoor heb. Het was in het begin ongelooflijk moeilijk. Maar we hebben nu onze identiteit gevonden."

Hij werd het gezicht van het Internationaal Strafhof. Bij belangrijke aankondigingen is het de hoofdaanklager die journalisten bij een persconferentie toespreekt. Moreno-Ocampo houdt de regie strak in handen. Gedreven pareert hij vragen van de media. In het 'Spanglish'. Zijn Engels wordt gekenmerkt door een zwaar latino accent. In de rechtszaal presenteert Moreno-Ocampo met verve de aanklachten tegen de verdachten. Als hij tijdens een zitting niet aan het woord is, hangt hij vaak achterover in zijn stoel, en speelt met het pootje van zijn bril tussen zijn tanden. Quasi nonchalant of soms zelfs ongepast. Maar een houding waarover is nagedacht.

De ambitieuze Ocampo zorgde ervoor dat het Internationaal Strafhof een belangrijke speler op het wereldtoneel werd. Op zijn eigen manier. "Ik ben geen Nederlander. Niet Noors. Ik ben Argentijn. Ik spreek met passie. Het is mijn passie voor het recht die mij drijft."

Gedurende zijn termijn, die volgend jaar afloopt, heeft hij zeven 'situaties' op de kaart gezet - zo heet dat formeel, die conflictsituaties waar het hof onderzoek doet en verdachten selecteert: Oeganda, Democratische Republiek Congo, Centraal Afrikaanse Republiek, Kenia, Soedan, Libië en Ivoorkust. Onlangs nog waarschuwde hij Liberia, toen daar verkiezingsgeweld losbarstte.

Alleen in Afrika dus, en dat leverde kritiek op. Zijn tegenspelers zijn mannen als de Soedanese president Al-Bashir en de Libische leider Kadafi - het hof vaardigde tegen beiden een arrestatiebevel uit. De twee staatshoofden voerden een campagne om Afrikaanse landen te bewegen zich tegen het Internationaal Strafhof te keren. Ook al zegt Ocampo het niet persoonlijk te nemen, zo praat hij er wel over. "Het idee dat het verkeerd is om in Afrika te zitten, is een campagne die door Bashir is gestart. Daarna waren er zelfs enkele ngo's die zeiden dat ik geen nieuwe zaak in Afrika moest openen." Even later zegt hij: "Dat is okay. Verwacht niet van mij dat ik een consensusaanklager ben. Want ik breek het systeem, door de wet te vestigen."

Ook de Libische leider Kadafi zette hem de voet dwars. "In 2009 was Kadafi voorzitter van de Afrikaanse Unie, die in Sirte bijeen kwam. Tijdens het laatste half uur van de vergadering wilde de Libische leider nog een kwestie inbrengen: dat de AU niet zou meewerken met het strafhof. Kadafi zei: 'We hoeven mijn voorstel niet te bespreken. Wees stil. Voorstel aangenomen.' Hij was toen een van de rijkste mannen ter wereld. En dan: Bam. Op de vlucht voor justitie."

Het Internationaal Strafhof zou kolonel Kadafi echter niet in handen krijgen. De Libische leider werd op 20 oktober in zijn geboorteplaats Sirte vermoord. Na zijn dood hield het Internationaal Strafhof zich een week stil. Er kwam geen enkele reactie uit Den Haag. Tot de BBC en CNN op 28 oktober meldden dat er achter de schermen via tussenpersonen werd onderhandeld met zoon Saif al-Islam Kadafi en het hoofd van de militaire inlichtingendienst om zich aan het strafhof over te geven.

Op 22 augustus had Moreno-Ocampo al abusievelijk bevestigd dat de zoon gearresteerd was. Toen Saif vervolgens bij een hotel in Tripoli verscheen waar de internationale pers verbleef, stond Moreno-Ocampo in zijn hemd. Maar nu, in dit interview, laat de hoofdaanklager doorschemeren dat hij zijn arrestatie bewust had gemeld. In de hoop dat de jacht op Saif gestaakt zou worden, en duidelijk te maken dat het strafhof een claim op hem had. "Ik probeerde ervoor te zorgen ze hem niet zouden doden. Ik denk dat het belangrijk was. Als Saif zou zijn gearresteerd, zou hij moeten worden overgedragen, niet vermoord. Dat was mijn zorg."

De hoofdaanklager gelooft in wat hij doet. "We presenteren nooit zaken zonder bewijs. We doen geen stomme dingen. We bedenken geen getuigen. We checken zorgvuldig. We presenteren nooit getuigen die we niet vertrouwen. We zijn volstrekt zeker van onze zaak."

Dat bijvoorbeeld in de zaak tegen zes Kenianen, die worden beschuldigd van het organiseren van geweld na de verkiezingen in 2007, ook criminelen als getuigen fungeren, is voor de hoofdaanklager een gegeven. "Het is een normale werkwijze als je onderzoek doet naar georganiseerde misdaad. Deze mensen houden geen notulen of aantekeningen bij. De enige manier om aan te tonen hoe de verdachten tot hun misdaden kwamen, is via mensen die onderdeel van die criminele organisatie waren. Ik ben er ontzettend trots dat mijn onderzoekers erin zijn geslaagd om zulke personen bereid te vinden om van binnenuit te getuigen. Deze getuigen hebben daardoor wel enorm veel problemen. Er wordt getracht om hen om te kopen of te doden."

Naast de landen waar de hoofdaanklager onderzoeken heeft lopen, heeft hij al jaren een lijst met situaties - zoals Afghanistan, Colombia, Korea, Afghanistan, Nigeria, Georgië, Palestina en Honduras - waarover hij geen besluit heeft genomen. De hoofdaanklager verzucht: "Afghanistan is zo'n puinhoop. Het is moeilijk voor ons om te bepalen welke groepen welke misdrijven hebben begaan. Ik weet dat Afghanistan geen nationale zaken tegen krijgsheren doet. Maar de taliban vertellen ons dat ze wel hun eigen zaken doen. Ook de Navo-landen hebben hun eigen nationale onderzoeken." Moreno-Ocampo reageert op de gelaatsuitdrukking van de journalist en veert op. "Exact. Jij gelooft de taliban niet? Maar wat er gebeurt, is dat ze zelf zaken doen. Moet ik hen daarin respecteren of niet?"

Het einde van zijn droombaan is in zicht. De verdragstaten zullen tijdens hun jaarvergadering, van 12 tot 21 december in New York, een nieuwe hoofdaanklager kiezen. Grote kanshebber is Fatou Bensouda. De huidige vice-aanklager bij het strafhof, die in de rechtszaal stevig en overtuigend overkomt, heeft het voordeel dat ze vrouw én Gambiaanse is. De Afrikaanse Unie heeft zich inmiddels achter haar kandidatuur geschaard. De drie anderen zijn de Britse Andrew Cayley, internationaal co-aanklager bij het Cambodja Tribunaal; Robert Petit, internationaal aanklager, nu als raadsheer afdeling oorlogsrecht bij het Canadese ministerie van justitie, en Mohamed Othman, nu opperrechter in Tanzania.

Terugblikkend op zijn beste momenten zegt Moreno-Ocampo: "Die heb ik elke dag. Ook nu bij het beantwoorden van deze vragen." Hij buigt zich naar de interviewer toe. "Elke dag moet je een of meer moeilijke besluiten nemen. Wanneer je een besluit hebt genomen, wacht je een nieuwe uitdaging. Elke dag is fascinerend."

Op de vraag naar zijn slechtste moment valt een lange stilte. De journalist denkt aan de onbevestigde beschuldigingen wegens ongepast gedrag jegens een medewerker, personeel dat in razend tempo vertrok, en de rechters die tot twee maal toe besloten dat de verdachte Thomas Lubanga moest worden vrijgelaten omdat de hoofdaanklager weigerde cruciale informatie over bronnen en tussenpersonen vrij te geven.

Maar de aanklager refereert er niet aan. De stem van Moreno-Ocampo wordt zacht. Bijna fluisterend. "Ik kan niet zeggen dat er een slechtste dag was. Ik hou van", maar dan corrigeert hij zich: "Ik ben getraind om conflicten te hebben. Ik heb elke dag conflicten. Een groot conflict is geen probleem voor mij. Het is normaal. Ik ben Argentijn. Ik ben gewend aan chaos."

Hij is trots op het effect dat zijn strafhof sorteert. "In de club van wereldleiders is geen plek meer voor genocideplegers. Als je tegenwoordig aan de macht wilt zijn, moet je enige legitimiteit hebben. Als het strafhof je vervolgt voor misdaden tegen de menselijkheid of genocide, heb je geen legitimiteit. Je kunt geen macht krijgen of houden door wreedheden te begaan. Of je nu een rebellenleider of een president bent. Dan lig je er uit." Dat de Soedanese president nog steeds aan de macht is, wuift hij weg. "Wees niet zo Nederlands. Het is geen zwart of wit. Het is een proces dat tijd nodig heeft."

En dan, tegen het einde van het gesprek, verwijst hij naar een oude leermeester. "Weet je wat Machiavelli zei? 'Het oprichten van nieuwe openbare instellingen zal twee vijanden creëren. Degenen die de macht verliezen, zullen dat beseffen en zullen zich tegen je verzetten. Degenen die winnen, beseffen die overwinning niet, en zullen je ook aanvallen.' Denk daar maar over na. Mensen zullen leren inzien hoe belangrijk het is, wat we bij het strafhof doen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden