'Ik vind altijd engeltjes, overal'

Imca Marina, artiestennaam voor Hindrikje Imca Bijl (Zuidbroek, 1941) is zangeres en buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Oldambt. Ze gebruikte haar huis, 'De Vicarie' in Midwolda, als trouwlocatie. Begin dit jaar moest ze die plek gedwongen verlaten.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Mijn vader was van huis uit Nederlands Hervormd, maar hij had joodse roots en wilde altijd lernen. Het ene moment dacht hij erover zich aan te sluiten bij de Jehova's, het volgende moment noemde hij zichzelf een communist. Mijn moeke - een lawaaierig type met Spaans bloed in de aderen - kon prachtig vertellen over al die keren dat haar man zijn fiets tegen de heg gooide, naar binnen stormde en uitriep: 'Nu heb ik het gevonden!'

Ik lijk op allebei mijn ouders, maar het meest op mijn vader. Ik ben ook altijd zoekende geweest. Ooit, toen ik nog jong en mooi was, heb ik als technisch tolk Duits voor een Turkse handelsdelegatie in Tibet gewerkt. Daar kwam ik een Frans-sprekende monnik tegen die mij vertelde over het fenomeen van de reïncarnatie. Ik zei dat ik er niet in geloofde, waarop hij mij vroeg hoe ik, als christen, dan aankeek tegen de onbevlekte ontvangenis. Het kindje Jezus in de buik van Maria, was dat geen vorm van reïncarnatie? En wist ik wel dat het scheppingsverhaal uit de Bijbel al duizenden jaren eerder door Confucius was beschreven? Die monnik bracht mij op het spoor van de theosofie. Ik raakte ervan overtuigd dat in alle religieuze stromingen dezelfde waarheid schuilging. Eenmaal terug uit Tibet ben ik naar mijn vader gegaan en heb gezegd: 'Hou op met zoeken, het zit in jezelf!' Ik bedoelde eigenlijk te zeggen dat hij niet voor één kerk hoefde te kiezen, dat het verhaal van de scheppende kracht universeel was. De scheppende kracht, God, is overal om ons heen. In de stenen en de schelpjes die ik overal ter wereld vind, in de oude, wilde kat die mij hier komt opzoeken, in jou en mij, in de prachtige tuin rondom mijn huis. God bestaat echt, maar het lijkt erop dat steeds minder mensen Hem willen zien."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Ik heb het gevoel dat de spullen waarmee ik mij omring op een of andere manier voor mij bedoeld zijn. Al die Mariabeelden in en rondom mijn huis, ze hóren hier. Ik vind ook altijd engeltjes, overal. In mijn woonkamer hangt een schilderij van Ellen Lórien. Zij was de vrouw van Johfra, een meta-realist die visionaire, Jeroen Bosch-achtige doeken schilderde. Toen ik dit schilderij, 'De zoete geur der leliën', voor het eerst in een galerie zag hangen wist ik meteen: dit komt ooit aan mijn muur te hangen. Om mij heen hoorde ik geschrokken reacties. Veel mensen zagen een doodsengel. Ik had onmiddellijk in de gaten dat het een schutsengel is die waakt over een vrouw in zielennood. Het schilderij was te duur, ik zette het uit mijn hoofd, maar drie jaar later kwam ik het weer tegen. Ik vertelde de galeriehouder mijn verhaal. Hij zou Ellen vragen of ze het voor minder wilde verkopen. Na een paar weken liep ik de kunstenares zelf in de modezaak van Fong Leng in Amsterdam tegen het lijf. Ze beaamde mijn vermoeden: de mensen waren bang voor haar schilderij. Ik mocht het voor een bespottelijk lage prijs meenemen. En zo kwam de schutsengel, nu bijna veertig jaar geleden, met enige vertraging thuis."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Gods naam is Jahweh, of het tetragrammaton JWHW. Een vloek met het woord God erin betekent dus niet zoveel. Ik geloof dat het vooral om de gedachte erachter gaat. Je kunt mensen vervloeken, het boze oog op iets of iemand laten vallen. Ik heb lang geleden een half jaar op Jamaica gewoond, waar dat soort dingen dagelijks gebeurt. Op een dag ging ik met de mensen bij wie ik in huis woonde naar een rasta-viering in Montego Bay. Zit ik daar, in een of andere pijpenla, komt er na vijf minuten een man binnen van wie ik onmiddellijk voel, nee wéét, dat hij over boosaardige krachten beschikt. Hij loopt recht op me af en zegt: 'Who are you?' Ik zeg: 'I am Imca'. Hij zegt: 'You are such a white witch!' Ik zeg: 'Yes, but you are a black one'.

We maakten kennis en aan het einde van de avond stelde hij voor dat wij onze krachten zouden bundelen, maar daar voelde ik niets voor. Ik had hem aan het werk gezien. Hij kon wind oproepen en een ei bakken op iemands hoofd - nee, niet op een kale kop! Echt, bovenop zo'n krullenbol. Ei breken, hand erboven, klaar. Hij bewoonde een wereld die ik niet wilde binnengaan. Mijn gaven beperken zich tot een beetje helderziendheid, maar daar wil ik niemand mee lastigvallen."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Het is vandaag dinsdag, maar ik ben moe dus ik heb er een sabbatdag van gemaakt. Ik zou vaker moeten rusten, maar er is niemand die voor mij zorgt en ik heb geen pensioentje; ik kán niet eens stoppen met werken als ik dat zou willen. Ter compensatie zou ik wel aan yoga kunnen doen, maar ja, ik kom er niet aan toe. De cursus gregoriaanse zang? Nog niet gedaan. Je hebt gelijk: staat al jaren op het programma. Daar ben ik heel enthousiast over tot ik weer door de waan van de dag in beslag wordt genomen...

Het is goed dat je me er aan herinnert. Gregoriaanse zang. Ga ik doen. Ik zet het meteen in mijn agenda."

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn ouders hadden een heel goed huwelijk. Ze plakten elkaar regelmatig achter het behang, maar ze waren ook stikgek met elkaar. En ze waren dol op mij. Geboren op een zondag, midden in de oorlog. Mijn moeder kon mij geen melk geven, dus gaf haar zuster, tante Dietje die naast ons woonde, mij de borst. Ik aan de ene en Adriaan, haar zoontje van twee, aan de andere tiet. Tante Dietje werd mijn tweede moeder, Adriaan is tot aan zijn dood, niet lang geleden, als een broer voor mij geweest. Mijn moeke was wel eens jaloers op haar zuster, maar als ik zei dat ik toch echt het meest van haar hield was ze wel weer gerustgesteld.

Ze was niet altijd even makkelijk in de omgang hoor, moeke, maar ik heb haar op het einde van haar leven wel beter leren kennen. Ik heb die laatste jaren voor haar gezorgd. Ze was altijd bezorgd, zei vaak dat ze mij veel te lief had opgevoed, dat ik te goed van vertrouwen was. Helemaal op het eind is ze er pas tussenuit gepiept toen ik na dagen bij haar te hebben gezeten even naar huis ging om schoon ondergoed aan te trekken. Ik was nog maar vijf minuten weg toen mijn nichtje belde: moeke is gestorven. Ze had echt gewacht tot ik weg was. Het was haar laatste kans om mij iets verdrietigs te besparen. Zo zie ik dat.

Mijn vader is al op zijn 59ste overleden. We zijn sterke mensen, maar onze aderen zijn zwak. Dat heb ik zelf twee jaar geleden in Turkije aan den lijve ondervonden. Ik kreeg een hartinfarct, maar anders dan mijn vader vroeger kon ik nog worden geopereerd. Hij werd onwel, riep om mijn moeder. Ze ging naar hem toe, hield zijn hand vast en zei ''t is niks'. Daarna stierf hij.

Ik hoor mijn ouders nog regelmatig praten. Tussen waken en slapen heb ik mijn helderste momenten. Vooral mijn moeder laat vaak van zich horen. Ze waarschuwt me, ze adviseert me, ze troost me als ik verdrietig ben."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik kan nog geen spinnetje doden en ik zal zelf nooit geweld gebruiken, maar ik ben wel voor de herinvoering van de doodstraf. Ik begrijp gewoon niet waarom TBS'ers, die ongeneeslijk ziek zijn, een leven lang op onze kosten worden verpleegd. Of zelfs met proefverlof gestuurd, zodat ze wéér iemand kunnen vermoorden? Waarom geven we nog één cent uit aan de idioot die Els Borst - die prachtige, lieve, wijze Els Borst - heeft afgemaakt? Zo'n man moet toch gewoon dood? Wat krijgen we nou zeg! De elektrische stoel is misschien iets te wreed, maar een vuurpeloton lijkt me wel geschikt. Snelle dood. Weg ermee."

VII Gij zult niet echtbreken

"Het is, op den duur, onmogelijk om getrouwd te blijven met iemand die in de showbusiness zit. Je komt altijd op een tweede plaats, je staat net buiten de spotlights. Ik werd me daar pas echt van bewust toen Steve in mijn leven kwam. Een Engelsman. Toen hij voor de eerste keer met mij meeging naar een optreden, wurmde zich na afloop een man van de organisatie tussen ons in die mij, met zijn rug naar Steve toe gedraaid, begon te complimenteren. Hij zegt: 'O, Imca, kom alsjeblieft volgend jaar weer'. Ik zeg: 'Nee, vraag nu Corry Konings of Lenny Kuhr maar eens een keer'. Afijn, later, op weg naar huis, sloeg Steve totaal op tilt. 'Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Wat een onbeschoft gedrag!' Ik schrok en beloofde beterschap. In de maanden erna zat ik bij wijze van spreken aan hem vastgeplakt; daar kwam niets of niemand meer tussen.

Een half jaar later was hij zelf ook al iets meer gewend aan wat hij 'die Hollandse mentaliteit' noemde, maar onze relatie hield uiteindelijk toch geen stand. We hebben jarenlang samen een groot horecabedrijf gerund en ik denk dat, al met al, die druk hem te veel is geworden. Op een dag kwam hij thuis, zette zijn boodschappentas op tafel en zei met zachte stem: 'Ik ga terug naar Engeland'. Zomaar ineens. Terwijl we nooit onenigheid hadden gehad. Hij ging. En hij liet zijn bordercollie achter. Dat hondje heeft drie maanden lang zitten treuren bij de poort.

Jaren later kwam Steve nog eens langs om zijn golfspullen op te halen. Hij was dik geworden - ik vond er helemaal niks meer aan. Het hondje keek voortdurend van hem naar mij, maar bleef aan mijn voeten zitten. Steve vertelde dat hij naar een psychiater was geweest omdat hij er zo'n last van had gehad dat hij z'n hondje had moeten achterlaten. 'What is that for kind of shit and nonsense?' zei ik, 'Je moest helemaal niks!' En ik dacht: wat ben jij een gluiperig mannetje, eigenlijk. Hij had natuurlijk een ander, in Engeland, maar dat heeft hij nooit durven toegeven... en toch: Steve was mijn grote liefde. Ik ben nooit meer naar een ander op zoek gegaan.

Hoewel de mannen in mijn leven me veel verdriet hebben bezorgd, vind ik het nog altijd een feest om als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand andere mensen te trouwen. Soms heb ik mijn twijfels over het slagen van zo'n huwelijk, maar veel vaker kom ik echte en oprechte liefde tegen. Ik vraag meestal of ze van te voren willen opschrijven waarom ze zich zo tot elkaar aangetrokken voelen. Het mooiste liefdesbriefje kwam van een man uit Heiligerlee. Daar stond in: 'Alie betekent alles voor mij. Ik hou heel veel van haar. Jan.' Ze zijn nog steeds bij elkaar."

VIII Gij zult niet stelen

"Er ligt altijd een knipschaar in mijn auto. Voor het geval ik ergens mooie bloemen zie staan. O, kijk daar: zulke prachtige rozen! Die móet ik hebben. Meestal vraag ik het wel even, maar als er niemand is, dan... Ik knip niet lukraak hoor. Eentje hier, eentje daar, zodat de schoonheid intact blijft en je amper kunt zien dat ik iets heb gepikt."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Als je Evert Santegoeds en Boris van Zonneveld van De Telegraaf moet geloven ben ik een paar maanden geleden 'in het diepste geheim ondergedoken in een piepklein dorpje in Noord-Holland' nadat De Vicarie in Midwolda gedwongen geveild moest worden. Nou, dat ik hier kwam wonen stond al drie weken eerder in de plaatselijke krant, daar was helemaal niets geheimzinnigs aan. Ze schreven ook: 'Imca Marina neemt straks twee miljoen mee haar graf in!' Ik werd meteen gebeld door de redactie van Linda. Of ik wilde meewerken aan een productie over vrouwen die failliet waren gegaan, maar daarna toch weer waren opgekrabbeld. 'Ik heb goed nieuws', zei ik, 'ik ben nog nooit van mijn leven failliet gegaan! We hadden een holding. Het horecabedrijf dat daar deel vanuit maakte hebben we failliet laten gaan'. Het was even stil. Tja. Dat was toch een minder sensationeel verhaal dan ze gedacht hadden.

Natuurlijk, ik heb een vreselijke tijd achter de rug, ik heb het gordijn laten zakken, maar ik ben opnieuw begonnen. Ik heb mezelf niet verstopt, ik heb niemand belazerd. En ik hoef toch zeker mijn financiële situatie niet aan Evert Santegoeds uit te leggen? Laatst kwam ik hem tegen op een feestje. Hij zag me wel, maar dorst me niet aan te kijken. Ik zal niet zeggen dat Santegoeds een slechte man is, maar vals is 'ie wel. O, zo vals. Echt een valse nicht."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Maar ik geníet juist van wat mijn naasten hebben! Mijn achterbuurman, bijvoorbeeld, heeft een tuin met elfhonderd hortensias. Je weet niet wat je ziet! En hij heeft laatst ook nog een engel aangeschaft. Door mijn toedoen, denk ik. Zoiets moois hoef ik zelf niet te hebben. Soms is ergens naar kijken al genoeg."

Imca Marina: 'Ik kan nog geen spinnetje doden en ik zal zelf nooit geweld gebruiken, maar ik ben wel voor de herinvoering van de doodstraf.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden