Review

'Ik verklap Geert Wilders' trucjes'

Jan Kuitenbrouwer (1957) schrijft over taal.

’Al jaren ben ik gefascineerd door politieke communicatie. In de Verenigde Staten zijn op dat terrein hele nieuwe inzichten doorgebroken, vooral de Republikeinen zijn grote vernieuwers geweest, die hebben een kansloze George Bush weer in het zadel weten te krijgen.

Zo’n jaar geleden dacht ik:met Geert Wilders als voorbeeld kun je dat verhaal heel goed vertellen. In zijn taalgebruik onderscheidt hij zich enorm van andere Nederlandse politici, doordat hij als enige de wetten die in dit vak gelden stelselmatig in praktijk brengt. Ja, hij kent ze, daar ben ik van overtuigd. Wilders gebruikt de stijlfiguren die bekend staan als emotie opwekkend. Hij argumenteert niet en hij redeneert niet, hij wekt emotie op.

Hij gebruikt daarvoor bijvoorbeeld de anafoor, het voortdurend herhalen van dezelfde woorden. In een bepaald debat zei hij veertien keer: ’je zou verwachten dat’, dat is een absoluut record. Als je dat achter elkaar hoort denk je: het is allemaal nog veel erger dan ik dacht.

Hij roept een beeld op van een land dat aan de rand van de afgrond staat en dat gevoel brengt-ie over op z’n gehoor. Terwijl hij geen enkel argument gebruikt. Hij hanteert de schromelijke overdrijving, het superlatief, de opsomming, de antithese; het wekt allemaal emotie op.

Emotie is belangrijk, weten we uit recent hersenonderzoek: het onderbewuste is veel machtiger dan wij ons realiseren. Je kunt niet nadenken zonder emoties, dat is een illusie. Die wetenschap heeft gevolgen voor het taalgebruik, zeker ook in de politiek, en Wilders weet dat.

Wat hij ook heel knap doet, is wat de Engelsen noemen framing the debate: hij bepaalt de begrippen die in een debat gehanteerd worden. Als Wilders zegt: Nederland islamiseert, kun je als tegenstander honderd keer beweren dat Nederland níet islamiseert, maar je gebruikt wel iedere keer dat woord, en daar is het Wilders om te doen. De Republikeinen hebben dat framen heel handig gebruikt tijdens de herverkiezing van Bush. Zij kwamen met het woord tax relief, belastingverlichting, waar ze groot voorstander van zijn. Het lijkt op pain relief, pijnverlichting. De Democraten gingen daar tegen in, maar iedere keer dat ze de term tax relief in de mond namen, gaven ze toe dat belasting een soort hoofdpijn is. En daar was het de Republikeinen om te doen.

Ik ben het absoluut niet eens met Wilders: als ik hem voor de zoveelste keer hoor roepen dat er in dit land geen moskeeën bij mogen komen, denk ik: man, je bent helemaal gek. Maar met die politieke communicatie gaat hij heel slim om, daar heb ik wel bewondering voor. Wat ik in dit boekje in feite doe, is zijn trucje verklappen: nu kan iedereen z’n voordeel ermee doen. Dat zal-ie misschien niet leuk vinden. Publish and be damned. Ik heb trouwens die communicatietheorieën niet uitgevonden, ik zet het alleen handig bij mekaar, voor een breed publiek.

Met de kopvoddentaks heeft Wilders z’n hand overspeeld. Daarmee is hij in z’n eigen val gelopen. Als je zo graag de hyperbool gebruikt, de overdrijving, dan moet je jezelf steeds weer overtreffen. Dat houdt een keer op. De kopvoddentaks was een brug te ver, ook voor z’n sympathisanten: sindsdien loopt de PVV terug in de peilingen. En nu gaat de campagne ook al niet over integratie en kutmarokkanen, maar over de economische crisis - nee, het zit de partij niet mee.

Ik had dit boek volgend jaar bij de reguliere verkiezingen willen uitbrengen. Maar ja, er kwam een kabinetscrisis tussendoor. Ik heb zes weken lang zestien uur per dag zitten tikken. Ik vond het geweldig, een enorme kick. Er is niets zo lekker als onder een onmogelijke deadline werken.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden