'Ik verdwijn, als het erop aankomt'

Hans Driessen. Foto: Koen Verheijden Beeld
Hans Driessen. Foto: Koen Verheijden

INTERVIEW - Hans Driessen vertaalde Schopenhauer, Nietzsche en Sloterdijk. In december is hij bekroond, omdat hij hen zo 'zuiver, scherp en gloedvol vernederlandst'. Driessen over de deugden van zijn vak en de drang om boeken tegen de muur te smijten.

Halverwege de jaren tachtig stuurde Hans Driessen een brief naar drie uitgeverijen. Hij had het ambitieuze plan opgevat om 'Die Welt als Wille und Vorstellung', het hoofdwerk van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, te vertalen in het Nederlands. Want dat was nog nooit gebeurd en Driessen hield van Schopenhauer.

Driessen: "Na mijn filosofiestudie in Nijmegen had ik een paar jaar gedoceerd aan een sociale academie, maar mijn baan verdween. Het zag er even naar uit dat ik me moest omscholen tot computerprogrammeur. Toen kreeg ik het idee om te gaan vertalen, dat leek me een zinnige manier om me met filosofie bezig te kunnen blijven houden. En mijn Duits is altijd goed geweest, ik ben in een grensstreek opgegroeid."

Eén van de uitgeverijen, Wereldbibliotheek, toonde voorzichtig interesse. "Probeert u eerst eens een kleiner werkje van Schopenhauer. Als de markt daar positief op reageert, kunt u door naar de grote boeken." De markt reageerde positief. Vijfentwintig jaar later heeft Hans Driessen (1953) een imposant oeuvre bij elkaar vertaald. Hij werd hoofdredacteur van de tiendelige Nietzsche-bibliotheek (verschenen bij de Arbeiderspers) en stortte zich op de vertaling van de omvangrijke 'Sferen-trilogie' van Peter Sloterdijk (Boom, 2003 en 2009). Drie Duitse denkers die een pessimistische grondtoon combineren met een rijke en polemische literaire stijl.
In december werd Driessen bekroond met één van de drie Letterenprijzen (10.000 euro per prijs), die voortaan wordt gereserveerd voor een vertaler van literaire non-fictie die zich bijzonder heeft ingezet 'voor de ontsluiting van werken van groot cultureel of historisch belang'. Volgens de jury heeft Driessen, de eerste laureaat in deze categorie, de Duitse filosofen 'zuiver, scherp en gloedvol vernederlandst'.

Hoe moeilijk is het om filosofie te vertalen?
"Ik kan alleen iets zeggen over Duitse filosofen en het kan tamelijk ingewikkeld zijn om die te vertalen. Ze maken lange zinnen, dat is Duitsers eigen. Ze kunnen onbeperkt zelfstandig naamwoorden verbinden op een manier die in het Nederlands onzin oplevert. Iemand als Peter Sloterdijk is qua gedachtegangen best te volgen, maar als je hem vertaalt, beginnen de problemen. Hij heeft een exuberante stijl en gebruikt veel neologismen, door hem zelf uitgevonden woorden die je in geen enkel woordenboek zult aantreffen."

Dan verzint u zelf iets?
"Soms heb ik geen andere keuze. Op die momenten kun je je afvragen of een tekst überhaupt vertaalbaar is. Zoals je je dat kunt afvragen bij het vertalen van poëzie. Poëzie is in theorie onvertaalbaar. De rijm- en ritmedwang maakt het vaak noodzakelijk ver af te wijken van de betekenisinhoud.
"Het vertalen van een buitengewoon talige filosoof als Heidegger, die ook nog eens uitputtend over de grenzen van taal nadacht, roept vergelijkbare problemen op. Heidegger heeft een compleet eigen taal geschapen. Filosofie vertalen kan dus even onmogelijk zijn als poëzie vertalen. En moeilijker dan romans, omdat romans doorgaans minder abstract taalgebruik bevatten.

Zoals de Italianen zeggen: traduttore traditore, de vertaler is een verrader. De vertaler kan niet anders dan verraad plegen aan de auteur, er gaat bij het vertalen immers altijd iets verloren."
De vertaler geeft de schrijver ook iets: een nieuw publiek.
"Dat is waar. Bovendien: als de vertaler zich aan de drie kardinale vertaaldeugden houdt, kan het verraad binnen de perken blijven."

Namelijk?
"Zorgvuldigheid, respect voor de schrijver en dienstbaarheid aan de lezer. De eerste deugd spreekt voor zich, al gaat het vaak mis. Je haalt een kop koffie of de telefoon gaat en je begint op de verkeerde plaats verder te werken, waardoor er een paar regels ontbreken. Maar toch: de eerste deugd valt aan te leren. Het toepassen van de tweede en de derde deugd is een stuk moeilijker, deze kunnen onderling strijdig zijn. In de spanning tussen die twee belangen ontstaat de kwaliteit van de vertaling."

Want als u te veel aan de lezer denkt, verraadt u de schrijver?
"In principe moet een vertaler zo letterlijk mogelijk vertalen, tenzij dit Nederlands oplevert dat onbegrijpelijk of lelijk is. Een vertaling moet soepel lopen, de brontaal mag er niet doorheen schemeren. Soms is het dus onvermijdelijk om interpretatief te vertalen, omdat letterlijkheid niets oplevert. Het moet wel echt Nederlands worden. Daarbij moet je altijd weer aan de tweede deugd denken: respect voor de auteur. Vertalen is niet herscheppen, hoe verleidelijk het ook is 'verbeteringen' aan te brengen."

Peter Sloterdijk schrijft bijna elk jaar een boek, steevast bijzonder dik. U hebt inmiddels meer dan 4000 pagina's Sloterdijk vertaald. Blijft dat boeiend?
"Als Sloterdijk na een paar honderd pagina's weer met een hele rits neologismen komt aanzetten, erger ik me wel eens dood. Dan denk ik: had je dat niet eenvoudiger kunnen zeggen, Sloterdijk? Minder spectaculair, maar wel duidelijker? Ik heb wel eens een boek van hem tegen de muur willen smijten. De verhouding van de vertaler met de auteur heeft iets van een liefdesrelatie: soms weet je niet wat je ooit in die ander zag, soms ben je weer vol bewondering."

Begrijpt u zijn boeken?
"Dat vragen mensen mij wel vaker: Wat is nou de filosofie van Sloterdijk? Na 4000 pagina's zou ik het moeten kunnen weten, maar eerlijk gezegd ben ik geen kenner. Ik ben technisch met de taal bezig. Een paar uur nadat ik een passage heb vertaald, moet je me al niet meer vragen waar dat gedeelte precies over ging. Natuurlijk bouw je een bepaalde band op, maar uiteindelijk weet ik net zo goed of net zo slecht als andere lezers wat Sloterdijk wil zeggen. Soms heb ik geen idee."

En andersom: is de schrijver betrokken bij het werk van de vertaler?
"Er zijn schrijvers die internationale bijeenkomsten organiseren waarop ze al hun vertalers toespreken en instrueren. Dan leggen ze uit wat belangrijk voor ze is en hoe bepaalde woorden en begrippen bedoeld zijn. Ik zou nooit naar zo'n bijeenkomst gaan. Wat zou de schrijver mij kunnen vertellen over de keuzes die ik moet maken? Wat weet de schrijver van een voor hem vreemde taal?
"Ook Sloterdijk, die een Nederlandse vader heeft, spreekt geen Nederlands. Zelfs al had hij het gesproken, dan zou ik niet op zijn aanwijzingen zitten te wachten. Hij zou ze overigens ook nooit geven."

De werelden van de schrijver en de vertaler dienen gescheiden te blijven.
"Absoluut. Ik heb Sloterdijk een paar keer ontmoet. De eerste keer dat hij me zag, omhelsde hij me en zei Das ist mein Übersetzer. Dat was een mooi moment. Meer dient het niet te worden."

Onzichtbaarheid is de grootste deugd van de vertaler.
"Inderdaad. Uiteraard is het wel mooi dat een prijs als deze aandacht vraagt voor ons ambacht en dat er meer waarde aan de vertaling wordt gehecht in recensies en dergelijke. Maar als het erop aankomt, moet de vertaler uit zicht verdwijnen. Alleen als een vertaler zijn werk niet goed heeft gedaan, gaan mensen zich afvragen wie er zo heeft zitten blunderen.
"Peter Sloterdijk, dat klinkt tamelijk Nederlands. Misschien kan iemand die het leest zonder zich in de schrijver te verdiepen, een tijd in de veronderstelling verkeren dat de schrijver een Nederlander is. Dat zou het grootste compliment zijn dat ik kan krijgen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden