Ik treur vooral om de vernietiging van mijn parochiekerk

Het lukte mij niet goed de afgelopen weken. Maar het is smorgens eerder licht! roepen mijn huisgenoten.

Het begon eigenlijk niet slecht, met Fénéon’s novelle in drie regels die ik aantrof in The New York Review: Mme Fournier, M. Vouin, M. Septeuil, uit Sucy, Tripleval, Septeuil, hingen zich op: neurasthenie, kanker, werkeloos.

Toen kwam de brand in het Armandomuseum, mijn oude parochiekerk. Ik schrok van de vlammen die door het dak heen braken. Het leek allemaal zo 19de-eeuws. Hebben ze daar in Amersfoort dan geen samenhangende visie op die vorm van versnelde oxydatie die men ook wel noemt ‘BRAND!!!’ Het zinloze zoeken naar de schuldigen is inmiddels begonnen.

Ik treur beleefd mee met berichten over de vernietiging van het werk van Armando, Hercules Seghers, Mauve, Koekkoek, Kiefer, Schelfthout en Dürer. Zelfs het verlies van creaties van Broodthaers, Tuymans, Manders, Doig en Petterson vind ik heel erg, al heb ik nooit van ze gehoord. Maar onder al deze recent aangebrachte lagen treur ik om de vernietiging van een veel dieper gelegen graf: de Elleboogkerk. De parochie van Maria Hemelvaart (of ten Hemel Opneming voor de theologisch preciezen, die Maria omhooggetild willen zien, en niet zelfstandig opvarend als haar zoon). Deze kerk, onze kerk, was net ietsje sjofeler dan het even verderop gelegen ’t Zand, waar in onze ogen een misplaatste arrogantie heerste, die al meteen doorklonk in de onuitspreekbare naam van de daar heersende patroonheilige: Franciscus Xaverius. Zo’n naam met een X, dat zegt toch alles? Deze hovaardij werd overigens fraai afgestraft door het feit dat onze parochie de dekenale parochie was, zodat onze pastoor de deken was van heel Amersfoort. Nou jij weer!

Boven het hoofdaltaar hing een prachtig schilderij van Maria Hemelvaart. Nou ja, prachtig, eigenlijk weet ik dat niet meer, want ik heb er als misdienaar zo veel uren naar zitten kijken dat alle esthetiek er uit verdween om plaats te maken voor de huiselijkheid van de kapstok in de gang van ons huis. Eigenlijk weet ik alleen maar achteraffend dat het Maria Hemelvaart voorgesteld moet hebben. Het was geloof ik een brave 19de-eeuwse versie van Titiaans tumultueuze visioen. Volgens mij hing het er ook nog in de Armandodagen van de kerk, toen zich boven het hoofdaltaar ook het bescheiden roosvenster nog bevond, waarin Jezus Maria in de hemel kroont. Later is dit door de familie S. geschonken venster niet gesloopt maar wel weggemetseld. Ook het schilderij is toen ergens heengegaan. Over de glas-in-loodramen lees ik op internet: ‘deze vensters zijn in 1971 verdwenen’. Ik hoor van oud parochianen dat de kerststal nog een tijd als zomerprieeltje in de tuin van een van de kerkmeesters dienst deed.

Zo’n gebouw moet gevoeld hebben hoe opeenvolgende generaties het op almaar grovere wijze te grazen namen door een steeds verder gaande uitholling zodat er op het laatst een proper soort kadaver restte waar het vuur zich dan nu over ontfermd heeft.

Deze trieste brand onderbrak mijn lezen in Jean Amery’s ’Ãœber das Altern’, een loodzware meditatie waarin ik deze zin aantrof over de dood: durch seine totale Negativitüt, durch das vollkommene und unaufhebbare Debakel, das er bedeutet (so fern von Bedeutung da noch gesprochen werden darf ..), hebt der Tod den Sinn jeglicher Vernunft auf.

Naast een dermate verterende vergeefsheid is de brandende Elleboog bijna een vriendelijk baken in de nacht. Overigens zou ik het lezen van Amery willen afraden. Wacht ermee tot de lente. En voel u ook dan vrij om het uit te stellen tot een volgende lente, want je moet wel erg stevig omhelsd worden door een overal kussend leven wil je na Amery niet op een sukkeldrafje het woud in rennen op zoek naar een boom.

Vervolgens zag ik op het station in Zwolle een hond met deels verlamd achterlijf. Zijn even lieve als vindingrijke bazin had hier iets op gevonden. Naast een band om zijn hals had zij ook een wat bredere band om zijn onderlijf gedaan, waarmee zij zijn achterhand optilde zodat de loopbewegingen die hij nog immer kon maken niet helemaal verloren gingen. Een sympathieke oplossing, waarvan het tijdelijke haar evenwel zal teisteren. Een dierenarts die ik er over vertelde begon een uitleg over de bekende Teckel-Lühme. De langwerpigheid van deze honden leidt dikwijls tot een inzakking, maar het was geen teckel en ik wil niet nog meer ellende horen.

Hetgeen mij naar een deze week opgedane botanische teleurstelling voert. Wie niet op een sukkeldrafje het woud in wil, maar gewoon als een generaal in bed wil sterven die zal slechts moeizaam soelaas vinden in het gemiddelde Nederlandse voortuintje. Taxus, vingerhoedskruid en monnikskap bieden in de vorm van taxol, digitalis en aconiet in principe een uitweg, maar de gewenste dosering is onbekend, want de concentratie van de relevante stof is in elk bloempje en besje weer anders.

Smorgens eerder licht, ja. Maar savonds eerder donker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden