'Ik snap eenvoudig niet waar Wim Kok mee bezig is'

De waarheid en niets dan de waarheid, ook over die vermaledijde politici en andere publieke functionarissen. Maar klopt het beeld wel dat de media van hen oproepen en wat vindt het 'slachtoffer' er zelf van? Waar ergens loopt de grens tussen mythe en werkelijkheid? Vandaag Arie Groenevelt (68), de spraakmakende voorzitter van de industriebond NVV, later FNV, in de jaren zeventig en tachtig. Voor brave burgers was hij de baarlijke duivel; een zo schrikbarende 'revolutionair' dat zelfs Joop den Uyl zich genoodzaakt zag zichzelf in vergelijking met hem af te schilderen als een 'zondige reformist'. Ondertussen beoogde Groenevelt 'slechts' perspectief voor werknemers en uitkeringsgerechtigden af te dwingen. Nadrukkelijk binnen de grenzen van de wet. De schok was evenwel dat hij er niet voor terugdeinsde desnoods naar het stakingswapen te grijpen en wat dat betreft is hij nog geen draad veranderd. Hij zou zo weer de barricaden op willen.

Of de heer Hoogendijk zo vriendelijk wilde zijn de betreffende passages voor te lezen, vroeg Arie Groenevelt. Hoogendijk zocht in het flinterdunne geschrift. Ondertussen ging de discussie voort. Af en toe verscheen hij naarstig bladerend in beeld en halverwege informeerde gespreksleider Herman Wigbold met zijn smerigste grijns of 'ie al wat gevonden had. Niks dus. In Fijn is Anders geen woord over een op handen zijnde revolutie.

Radicaal was het wel. De NVV had het gevoel binnen de overlegstructuren in een fuik te zitten. Rituele dansen om een procentje meer of minder, terwijl de samenleving schreeuwde om een rechtvaardiger verdeling van inkomen, kennis en macht. De industriebond wilde zich weer laten inspireren door de oorspronkelijke bron, de idealen van de sociaal-democratie.

Groenevelt dacht dat ze dit tenminste binnen de PvdA wel begrepen hadden. Maar bij de doop van de brochure op het jubileumcongres van de bond in 1973 bleek er in de partij 'een soort paniek' uitgebroken te zijn. Tot hun verbijstering hoorden ze hoe Joop den Uyl hen als kersverse premier van het meest linkse kabinet aller tijden, maar vooral als 'zondige reformist' bezwerend toesprak. Groenevelt: “In plaats dat hij zei: god zij dank, eindelijk weer eens een vakbeweging die met ons mee wil denken, die niet alleen maar over de centjes zit te praten, kwam hij eigenlijk zeggen: ik stel er geen prijs op. Terug in je hok jullie. Dat is een enorme deceptie geweest.”

Misschien was dat het probleem wel. De vakbeweging was gewend op centraal niveau zaken te doen met de regering. In de Sociaal Economische Raad. In de Stichting van de Arbeid. De overlegdemocratie, nietwaar? Daarin past geen eigenzinnige bond?

“Maar ook op centraal niveau kwam er niets van terecht. Hoe vaak heb ik niet binnen m'n eigen bond en met NVV-voorzitter Harry ter Heide de discussie gevoerd of we echt iedere vrijdag urenlang in de Ser moesten ouwehoeren. Na een paar keer in de Ser te zijn geweest had ik het wel gezien. Ik barstte van het werk en dan zou ik van die stupide verhalen moeten aanhoren, terwijl achteraf bleek dat het compromis voorgebakken was?”

En zo werd de nivelleringseis gesteld en kwam het tot twee keer toe tot een keiharde staking, waarbij de inzet niet zozeer een betere cao gold, als wel een 'rechtvaardiger' cao, waarin de verschillen dankzij de voor iedereen gelijke procentuele verhoging niet groter, maar kleiner werden. Wat men verder ook van die eisen vond: ze werden wel doordacht aan de orde gesteld en met het nodige lef. De bond wist zich gesteund door een geölied apparaat en door een sterke publiciteitsman, Jan Sorgdrager, die de informatievoorziening zowel naar de leden als naar de media uitstekend in de hand had.

Groenevelt: “Jan zei altijd: geef me zes weken, dan heb je een staking. Die zes weken had hij nodig om zodanige informatie te geven dat een belangrijk deel van de mensen zou weten waar het om ging. Hij zei ook: je moet van tevoren weten of je het conflict durft aan te gaan, of liever volgend jaar. In je pakket zaten zodoende altijd wel zaken die je op de spits wilde drijven en weggevertjes, waar we het andere jaar wel weer op terug zouden komen. Jan was daar een scherpe in, want hij moest wel de voorlichting perfect kunnen regelen.”

Groenevelt erkent dat de acties mede dankzij de professionaliteit van de bond knap bedreigend overkwamen en zo ook bedoeld waren, want de bond was er niet 'voor praatjes voor de vaak'. Het gevolg was dat de media het gevecht behandelden als een uiterst serieuze aangelegenheid.

Groenevelt: “Eigenlijk waren er maar twee kranten die een beeld schetsten dat strijdig was met waarmee we bezig waren. Dat was aan de ene kant De Waarheid. Die vond mij een salonsocialist, iemand die een show opvoerde maar zich in werkelijkheid bezighield met hielenlikkerij van het groot kapitaal. Van De Waarheid heb ik nooit een waarderend woord te horen gekregen. Aan de andere kant had je De Telegraaf, in die tijd veel meer dan nu een hele ordinaire rechtse krant, die niet naliet om er van die roddelachtige toestandjes bij te slepen die met het conflict niets te maken hadden. Ze probeerden te laten zien dat Groenevelt bezig was heel Nederland naar de verdommenis te helpen. De werkelijke eisen die we stelden kregen nooit een behoorlijke plek.”

“De rest van de kranten was wel kritisch, maar deed over het algemeen op redelijke wijze verslag over waar we mee bezig waren. Ik denk dat dat ook de verdienste was van onze afdeling publiciteit, die altijd probeerde om de journalisten van voldoende materiaal te voorzien en goed te informeren. Dat je daarnaast in de weekbladen weleens gevloerd werd door jongens als Nypels en Tamboer vond ik niet erg. Die groeven wat dieper en kwamen met rotvragen. Maar voor het overige heb ik nooit het gevoel gehad dat men ons per definitie probeerde weg te schrijven of te bagatelliseren. Als bond konden we ons verhaal goed kwijt zonder dat journalisten ons naar de mond praatten.”

Groenevelt wakkerde de politieke polarisatie aan en daar kon de tv-kijker van meegenieten: “Wiegel, bijvoorbeeld, begon hard te roepen dat hard werken nu eenmaal beter beloond moest worden. Dan was dan mooi meegenomen. Wist je in ieder geval waar Wiegel stond. Je zag dat er in het CDA verschrikkelijk slecht op gereageerd werd en ook de PvdA had er moeite mee. Sommige VVD-ers gedroegen zich soms zelfs ronduit onbeschoft.”

“Jan Sorgdrager zei altijd: de mensen moeten zich in je kunnen herkennen. Dat betekent dat de gemiddelde Nederlander het op prijs stelt dat je netjes gekleed bent. Met een stropdasje voor. Je haren netjes gekamd. Netjes spreken ook. Ik heb ooit een keer met een coltruitje voor de tv gezeten. Op zaterdagmiddag was ik zo uit huis naar de tv-studio gelopen. Jan was woedend. Ik kreeg ongezouten op m'n flikker van hem. Hij zei: dat waag je me nooit weer, joh. Zo zijn we niet getrouwd.”

Lukte het goed over te komen op de buis?

“De eerste keer niet. Dat was in '65-'66, toen we bij Werkspoor de eerste golf ontslagen te verwerken kregen. Dat ging van-dik-hout-zaagt-men-planken. Toen kwam ik voor het eerst met de tv in aanraking en heb ik gemerkt dat de presentatie van jezelf - en ik zeg dat als geheelonthouder - een slok op een borrel uitmaakt als het gaat over de manier waarop mensen dat begrijpen. De eerste keer werd ik overvallen en toen heb ik een beetje staan stotteren, omdat ik zo gauw niet wist hoe te antwoorden. Dat overkomt me geen tweede keer, dacht ik. Ik heb me toen grondig geprepareerd, zodat ik moeiteloos kon inspelen op de vragen die gesteld werden.”

“Ik heb geen slechte ervaringen met radio en tv opgedaan. Dat is een compliment voor de journalistiek. De gemiddelde journalist weet waarover je het hebt en probeert ook tot de kern van de zaak door te dringen. Alleen een lummel, die komt uiteindelijk als een lummel in de krant of op de radio of tv. Dat is zijn eigen schuld. Als jij je onvoldoende prepareert moet je dat niet de journalist verwijten, maar jezelf.”

“Eén keer heeft Jaap van Meekren van de Avro me een rotstreek geleverd. Die heeft mij een keer gevraagd of ik met hem een gesprek wilde hebben over een bepaald onderwerp. Er zou niet in geknipt worden, dat gebeurde ook niet. Maar wat ik niet wist was dat ze Ed Peereboom hadden gevraagd na afloop van het interview commentaar te leveren. Die brandde me compleet af en ik kon niets terugzeggen. Ik vond dit beneden de waardigheid van de Avro en dat heb ik ze ook gezegd. Peereboom verdraaide mijn argumenten. Die ging een verhaal houden in een heel andere context. Nou je weet hoe hij dat deed, die rechtse bal. Als ze me pakken terwijl ik er zelf bij ben, dan heb ik daar geen moeite mee, want dan denk ik: daar zit ik voor en als ze het lukt dan heb ik het mezelf aangedaan. Maar dit? Schandelijk.”

Is de polarisatie van de baan?

“In de politiek zijn de verschillen buitengewoon gering, maar maatschappelijk gesproken is de tweedeling gatverdamme groot. Daar word je toch koud van. Ik zou vandaag zo weer aan de slag kunnen om op precies dezelfde wijze ook weer polariserend duidelijk te maken dat de mensen door de politiek zand in de ogen gestrooid krijgen, waardoor ze dingen minder scherp zien. Want wezenlijk is er natuurlijk niet veel veranderd sinds de jaren zeventig. Met elkaar zijn we er wel wat beter van geworden, we zijn goed verzekerd, hoewel steeds minder natuurlijk. We hebben een goede oudedagsvoorziening, hoewel die onder druk staat. Kijk naar de grote groep die eigenlijk niks heeft, geen inkomen, geen kennis, geen positie. Die zijn teruggeworpen op het naakte bestaan. Het is toch eigenlijk verschrikkelijk, het zou niet zo mogen.”

Sterker: solidariteit maakt het alleen maar slechter, zegt men. Globalisering verdraagt geen dure sociale voorzieningen. Je mag het mensen niet te makkelijk maken.

“Ik vind het een van de zwakke punten van de PvdA, dat ze dat laten gebeuren en er aan meewerken. Terwijl er een groeiende groep is in de samenleving die alleen maar rijker wordt en die ook makkelijk een enorm aandeel zou kunnen betalen voor het op peil houden van de collectieve voorzieningen. Maar op grond van het feit dat de PvdA zegt dat dat niet nodig is, dat we te ruimhartig zijn geweest, creëer je bij tal van mensen die misschien best solidair willen zijn iets van: het is helemaal niet nodig. Dat vind ik het bezwaar. Mensen in mijn omgeving, die alleen van de aow moeten rondkomen, dat is pure armoede. Die komen niet meer in de schouwburg, gaan niet meer naar de bioscoop, die kunnen geen dure voetbalwedstrijden meer bijwonen, die kunnen niet meer met vakantie. Dan denk ik: dat is toch van de zotte. Dat is pure armoe. Als iemand alleen achterblijft krijgt die ook nog eens keer een vermindering van inkomsten te verwerken. Heb ik het alleen maar over mensen die gepensioneerd zijn? Nee, ook over mensen die door het nieuwe regime van de wao in een uitzichtloze positie zitten. Ze kunnen zo naar de bijstand, waar ze op een houtje zitten te bijten. Geen enkel perspectief op werk, maar dan ook geen enkel! Ik vind dat volstrekt a-sociaal. En daar heeft mijn partij aan meegewerkt. Dat is onbestaanbaar voor mij.”

“Het liberale denken heeft de overhand gekregen, omdat hun soort geluiden harder klinkt dan de roep om rechtvaardigheid. Daar doet mijn club aan mee. Ik blijf de club wel trouw. Maar ik begrijp het niet. Ik snap eenvoudig niet waar Wim Kok mee bezig is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden