INTERVIEW

Ik snap dat mijn vader op Le Pen stemt

Beeld Hollandse Hoogte / LEEMAGE

Édouard Louis verdedigt de man die hem verkrachtte; de dader komt vrij. Volgens Louis wordt een slachtoffer van geweld zelf ook gewelddadig.

Schrijnende armoede, sociale onderdrukking en geweld: het werk van Édouard Louis hakt erin. Literatuur moet schuren en pijn doen, vindt hij. Alleen zo kan een schrijver de wereld ter discussie stellen. De angry young man heeft op zijn 24ste al twee veelbesproken romans op zijn naam.

In zijn debuut schrijft Louis over het arbeidersmilieu in het Noord-Franse dorpje Hallencourt, waar hij opgroeide. Het is een ruwe wereld zonder perspectief, geteisterd door armoede en alcoholisme. In het huis van de jonge Louis hebben de kamers geen deur maar alleen een gordijn; er zitten schimmelplekken op de muur en tegen het einde van de maand is er niets meer te eten. “Vanavond eten we melk”, zegt zijn moeder dan. Of ze stuurt de fragiele Louis naar de kruidenier, in de hoop dat hij iets op de pof meekrijgt; een behoeftig kind wekt nu eenmaal meer medelijden dan een volwassene. Louis beseft al vroeg dat hij op jongens valt. Dat probeert hij verborgen te houden, maar zijn gevoelige natuur en vrouwelijke ‘maniertjes’ verraden hem. Zowel op school als thuis wordt hij voortdurend uitgescholden voor ‘flikker’ - en erger. In dit bekrompen milieu kan hij onmogelijk aarden, hoezeer hij dat ook probeert. Gelukkig wordt hij op zijn 15de toegelaten tot een gegoede kostschool in de grote stad Amiens: een ontsnapping. Zijn potsierlijke naam, Eddy Bellegueule (‘Mooibek’), verandert hij in het chique Édouard Louis, om de sociale transformatie te bezegelen.

In zijn nieuwe boek, ‘Geschiedenis van Geweld’, vervolgt Louis het autobiografische verhaal. Hij heeft inmiddels geschiedenis en sociale wetenschappen gestudeerd en verkeert in het comfortabele intellectuele milieu van Parijs. Dan brengt een onenightstand met een Algerijnse immigrantenzoon hem opnieuw in contact met een achtergestelde klasse. De nacht loopt vreselijk uit de hand; Louis wordt verkracht en bijna vermoord.

Behalve schrijver is Louis ook socioloog. Hij werkt aan een proefschrift over mensen die van sociale klasse wisselen; in feite vormt hij dus zijn eigen studie-object. Zijn engagement toont hij ook in de media. Deze maand ondertekende hij een open brief met een oproep aan de Franse president Emmanuel Macron om vluchtelingen in Calais beter te beschermen. Een maand eerder legde hij in The New York Times uit waarom zijn vader, net als veel andere arbeiders, al jaren op het Front National stemt.

Waar komt uw engagement vandaan?

“Wat me het meeste opviel toen ik in Parijs kwam wonen en het intellectuele milieu leerde kennen, was dat mensen uit de betere klassen, mijn medestudenten, nauwelijks geraakt werden door de politiek. Ze hadden geld, een diploma, algemene ontwikkeling en een netwerk; daardoor waren ze beschermd. Als je minder macht hebt, ben je veel kwetsbaarder voor de politiek. Toen ik een jaar of 13 was, creëerde de regering een subsidie waardoor arme mensen naar de tandarts konden. Mijn vader ging toen voor het eerst in zijn leven naar de tandarts. Voor ons maakte de politiek dus het verschil tussen wel of geen kiespijn, tussen wel of geen honger. Maar voor mensen uit de overheersende klasse, les dominants, bestaat de politiek nauwelijks. Zij zijn vergeten wat het betekent.

“Ik wil ze daarom met de neus op de feiten drukken. Ik wil hen ervan doordringen hoezeer je als arme, zwarte of homoseksueel wordt overheerst en afhankelijk bent van politieke bescherming.”

De kloof tussen hoog- en laagopgeleiden vormde een belangrijk thema bij de Franse verkiezingen. Gaat Macron die kloof overbruggen, zoals hij belooft?

“Nee, daar geloof ik niets van. Macron koestert een diepe minachting voor de lagere klassen. Er is een filmpje waarop hij een fabriek bezoekt, een jaar geleden. Een arbeider zegt tegen hem dat hij boos is omdat Macron als minister bepaalde arbeidsrechten heeft afgeschaft. De man wijst op zijn T-shirt en zegt dat hij nooit zo’n maatpak als Macron kan kopen. Dan zegt Macron: ‘Jij maakt me niet bang met je T-shirt. De beste manier om een kostuum te kunnen betalen, is ervoor te werken.’ Alsof die arbeider niet al keihard werkt.

“Dat was zó neerbuigend. Toen ik het filmpje zag, moest ik huilen. Want die man in dat T-shirt was in feite mijn vader, mijn broer. Ik schrijf om een bestaan te geven aan de mensen die het meest worden overheerst en buitengesloten. Mijn vader en moeder zeiden vroeger: ‘Wij bestaan niet. De hogere klassen en de politici zien ons niet staan.’ En dat klopte. Boeken gingen niet over ons, kranten schreven niet over ons, de tv negeerde ons. Daar leden we onder. Toen mijn ouders op het Front National gingen stemmen, was dat voor hen een manier om hun bestaan te bevestigen. ‘Le Pen is de enige die over ons praat’, zeiden ze. Ik vind Le Pen vreselijk, met haar racisme en homohaat. Maar ik begrijp waarom de mensen uit het dorp van mijn jeugd massaal voor haar kiezen. Ze willen bestaan in de ogen van de ander.

“Macron begrijpt dat niet. Die voelt alleen minachting, net als de rest van de politici. Met mijn boeken wil ik die dominante klasse provoceren en aanvallen. Ik wil dat de huidige politici plaatsmaken voor nieuwe, die meer oog hebben voor de strijd en de overheersing in de maatschappij. Revolutionair? Misschien wel, ja.”

U schrijft in uw nieuwe boek dat een Algerijnse immigrantenzoon uw mobieltje stal en u met een pistool bedreigde. Hij verkrachtte u en probeerde u te wurgen. Heeft u overwogen de nationaliteit van de dader te veranderen, om het racisme niet te voeden?

“Daar heb ik inderdaad over nagedacht. In het begin durfde ik het verhaal van die nacht bijna niet te vertellen omdat ik bang was dat anderen zouden zeggen: ‘Zie je wel, alle Arabieren zijn gevaarlijk.’ Daarom wilde ik het personage Reda veranderen. Maar zo zou ik juist in de racismeval zijn getrapt. Het was veel interessanter om een literaire formule te zoeken waarmee ik het racisme kon bestrijden. Daarom laat ik het verhaal vertellen door mijn zus. Zij vergelijkt de toestand van de dader voortdurend met de situatie die wij als kind hebben gekend in dat blankje dorpje in Noord-Frankrijk. Ze zegt: ‘Reda steelt, nou Édouard stal ook.’ En als ze vertelt hoe Reda me aanviel, roept ze in herinnering dat mijn broer en mijn neef ook zijn opgepakt voor geweld. Op die manier verpulver ik het racisme.”

Gezien zijn achtergrond was de dader net zo’n underdog als u. Voelde u verwantschap?

“In ‘Geschiedenis van Geweld’ vraag ik me af wat het betekent om homo te zijn in een Algerijnse familie die gebukt gaat onder racisme, in zo’n ongezond krot waar Frankrijk zijn immigranten in parkeert. ‘Eddy Bellegueule’ draait in feite om dezelfde vraag: wat betekent het om homoseksueel te zijn in een armoedig homofoob dorpje op het Franse platteland? Dat is een duidelijke parallel.

“Maar de overeenkomst is breder. In beide boeken gaat het ook over hoe het is om in zo’n achtergesteld dorp vrouw te zijn, vanaf je zestiende niet meer naar school te mogen en al jong met de kinderen thuis te moeten zitten, zoals mijn moeder en m’n zus is overkomen. Het gaat over gedomineerd worden tussen de gedomineerden.

“Mensen die onophoudelijk sociaal geweld ondergaan - armoede, discriminatie - worden uiteindelijk zelf ook gewelddadig. Ze gaan het geweld tegenover anderen reproduceren. De Franse socioloog Pierre Bourdieu noemde dat ‘de wet van behoud van geweld’. Mensen reageren zich af door op het Front National te stemmen, of op Trump. Of door mij vanwege mijn geaardheid in elkaar te slaan, zoals die twee schoolkinderen in ‘Eddy Bellegueule’ doen.”

Vier dagen nadat uw nieuwe boek in Frankrijk verschenen was, werd de verkrachter toevallig opgepakt bij een drugsdeal. Zijn DNA kwam overeen met de sporen bij u thuis. Toch vroeg u om zijn vrijlating. Waarom?

“Er ligt een hele stapel medische analyses die bewijzen dat Reda een verwoesting in mijn lijf heeft aangericht. Aan de ene kant wilde ik hem graag aanklagen en gebruikmaken van een recht dat de homobeweging heeft verworven; dat kennen aangevallen homo’s in Sint-Petersburg of Tsjetsjenië niet. Aan de andere kant wilde ik niet dat de rechtbank zich mijn verhaal zou toe-eigenen en op Reda’s geweld zou antwoorden met geweld. De dader zou dan in de gevangenis zijn beland. Dat wilde ik niet.

“Ik was geïnspireerd door een feministische beweging die in de jaren zestig is ontstaan rond Simone de Beauvoir; die vrouwen vochten voor het recht om aangifte te doen van seksueel geweld, maar in de rechtbank eisten ze telkens vrijspraak. Ze wezen zowel het geweld van de mannelijke agressor af, als dat van de rechtbank. Ook Reda is uiteindelijk vrijgelaten, na een slepend proces en bijna elf maanden voorarrest.”

In uw nieuwe boek keert u voor het eerst na jaren terug naar het dorp uit uw jeugd. Was het eigenlijk een vrije keuze om er ooit weg te gaan?

“Ik vond m’n jeugd vreselijk, net als de wereld waarin ik toen leefde. Toch wilde ik er niet weg. Integendeel, heel mijn kindertijd heb ik gevochten om net zo te zijn als de anderen, om er koste wat kost bij te horen. De moraal in het dorp werd gedomineerd door mannelijkheid en machogedrag. En ik was een nogal verwijfd jongetje met een hoog stemmetje, gebaartjes en seksuele gevoelens voor jongens. Zo ben ik nou eenmaal geboren. Daarom zeiden ze tegen mij: ‘Je bent anders, je bent een flikker.’ Maar zelf, van binnen, voelde ik me niet anders. Als ik praatte, wendde m’n vader van schaamte zijn blik naar de grond. Ik droomde ervan dat hij daarmee zou ophouden, dat het verschil zou verdwijnen. Maar dat gebeurde niet. De omgeving voelde een afkeer voor mij, niet andersom. Ik had geen andere keuze dan te vertrekken, anders was ik eraan kapotgegaan.”

Hoe gaat u nu met uw familie om?

“We zijn uit elkaar gegroeid, spreken niet meer dezelfde taal, denken niet meer hetzelfde. Ik zie m’n ouders soms nog wel, maar het lijkt alsof er een muur tussen ons in staat. Die muur, dat is de maatschappij, dat zijn de sociale klassen. Elke keer als ik iets zeg, ervaren mijn vader en moeder het als een aanval. ‘Waarom zeg je dat zo raar?’, vragen ze dan. Of: ‘Waarom kleed je je zo deftig?’, terwijl ik gewoon een vaal, studentikoos poloshirt draag. Omgekeerd ervaar ik het als een daad van agressie als zij praten, want mijn moeder begint altijd meteen over die geweldige Le Pen, de losbandige moderne vrouwen en de gevaarlijke Arabieren. Mijn god, wat heb ik er goed aan gedaan om uit dit volkse milieu te vertrekken, denk ik dan. Er komt geen echt contact meer tot stand. Daarom heb ik ‘Geschiedenis van Geweld’ opgebouwd als een serie monologen. Ik praat, mijn zus praat, maar onze woorden slagen er niet in om elkaar te ontmoeten. Als je eenmaal bent vertrokken, kun je nooit meer terug - al voel ik die behoefte wel.”

Is uw sociale transformatie na negen jaar voltooid?

“Het was een ingewikkeld proces. Toen ik voor het eerst in Parijs aankwam, schaamde ik me voor mijn verleden. Daarom trok ik een pak met een stropdas aan, want ik wilde verbergen wat ik was geweest. Nu schaam ik me er juist voor dat ik me toen schaamde.

“Die dubbele houding tegenover de lagere klassen zie je terug in de hele maatschappij. Aan de ene kant heb je de minachting, zoals bij Macron met dat T-shirt, en bij de voltallige rechtse pers die mensen uit de arbeidersklasse wegzet als luilakken en viezeriken. Aan de andere zijn er de idealisten die denken dat armen een beter soort mensen zijn, sympathieke levensgenieters, echte nobele wilden. In mijn boeken wil ik ontsnappen aan die valse tweedeling, door te laten zien dat de mensen uit mijn jeugd tegelijk slachtoffer en dader zijn. Ik ben dat armoedige verleden ontvlucht, maar het blijft in mij voortleven. Mijn huidige bestaan wordt er nog voor een groot deel door bepaald. Je kunt je nooit helemaal ontdoen van de persoon die je ooit bent geweest.” <<

Édouard Louis

(1992) is schrijver en socioloog. Hij geldt als een literaire sensatie in Frankrijk en ver daarbuiten. Zijn boeken zijn in meer dan 25 talen uitgebracht. Met zijn debuut ‘Weg met Eddy Belle- gueule’ (2014) won hij de Pierre Guéninprijs tegen homofobie. Louis schijft opiniestukken in Le Monde, Libéra- tion, The Guardian en The New York Times.Komende week verschijnt zijn tweede roman, ‘Geschiedenis van Geweld’.

Geschiedenis van geweld

De Bezige Bij; 208 blz., € 19,99

Édouard Louis

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden