'Ik smokkelde belastingvrije whisky'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Schrijver Mensje van Keulen (1946) begon aan boord op de lijn Hoek van Holland-Harwich. Haar boek 'Liefde heeft geen hersens' werd genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs.

"Tijdens mijn jaar aan de kunstacademie in Londen ontstond er een correspondentie met mijn kalverliefde. Ik keerde terug naar Nederland en trouwde met hem. In die tijd wilde ik vreselijk graag varen, dat had ik altijd al gewild. Zo kwam het dat ik op een passagiersschip belandde: van Hoek van Holland naar Harwich en weer terug. Dat was destijds een vrij oud schip: het kraakte aan alle kanten en je deed zo'n acht á negen uur over de reis.

Ik dreef in mijn eentje de shop in de tweede klas. Boven zat nog een winkeltje voor de eerste klas. De winkel werd geëxploiteerd door Bruna: er werden een paar boeken verkocht, maar het ging vooral om de belastingvrije parfum, sigaretten en drank die je er kon krijgen. Vooral drank deed het erg goed - daar stonden mensen voor in de rij.

Ik begon in november. Die eerste weken was ik ontzettend ziek. De Noordzee is misschien een kleine zee, maar het is een van de wildste zeeën die er is als het slecht weer is. Zeker in de winter ging dat schip soms helemaal omhoog en dan klapte het weer neer, 'stampen' heet dat. Het was verschrikkelijk: als je zeeziek bent wil je echt dood. Het gekke was: als het schip in de baai bij Harwich kwam hield die zeeziekte meteen weer op.

De bemanningsleden gaven mij allerlei tips om er vanaf te komen: ik moest veel jenever drinken of juist een flinke bodem leggen door veel te eten. Het hielp allemaal niet. Maar na drie weken was het opeens over en had ik de zeeziekte bedwongen. Dat gold trouwens niet voor veel passagiers. Het winkeltje grensde aan het restaurant van de tweede klas. Bij slecht weer begonnen mensen tijdens het eten vaak al te spugen. Dan glibberde je door de gangen. De eerste maanden viel het nog mee met de drukte aan boord. Maar rond mei werd het ongelooflijk druk. Achter mijn toonbank moest ik alles berekenen in marken, ponden en guldens. En telkens switchen van Engels naar Nederlands, naar Duits en Frans. Het was een gekkenhuis. Of er kwam weer iemand die probeerde een gebroken fles jenever om te ruilen voor een nieuwe.

In die tijd smokkelde ik belastingvrije whisky: want ja, zo'n meisje van de shop valt niet op. In Hoek van Holland ging ik standaard van boord met twee gevulde heupflacons. Ik zwaaide nog even vriendelijk naar de mannen van de douane: 'Dag!' Thuis in Amsterdam kieperde ik de flessen leeg in een enorme fles. En dat deed ik vrijwel om de twee dagen.

Fulltime werkte ik bij Stoomvaartmaatschappij Zeeland: ik voer op de Beatrix en op de Juliana. Met de vroegste trein ging ik om de twee dagen van Amsterdam naar Hoek van Holland, dan door de douane, de shop op orde maken, verkopen, aanmeren in Harwich, 's avonds kaarten met de bemanning, overnachten in mijn hut en de volgende dag weer terug. Na acht maanden ben ik gestopt: ik kon niet meer.

Ik heb geen slechte herinneringen aan die tijd. En ik ben van de zee blijven houden. Toen ik begon had ik een romantisch beeld: ik dacht dat je de hele tijd zeelucht zou ruiken, maar aan boord rook je op de vooral stookolie."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden