Ik schilder Harpenaus

'Bijstandsmoeder schildert zich rijk.' Die kop in De Telegraaf blijft Patty Harpenau (34) achtervolgen. Inmiddels weet heel 'bladenlezend' Nederland evenveel over Patty's priveleven als over haar veelkleurige doeken. Gert Jan Droge noemde haar in zijn televisieprogramma Glamourland: de schilderes van wie Corneille alles geleerd heeft.

"Corneille? Die man heeft me echt voor kattedrek uitgemaakt. En waarom? Ik vind hem prima schilderen, hoewel, al die pennen en stropdassen, dat is me iets te veel van het commerciele. Ik zelf zal nooit een Tshirt beschilderen, behalve voor een goed doel, zoals voor SOS kinderdorpen - daar doe ik namelijk heel veel voor.

Maar Corneille, nee, die blaast echt veel te hoog van de toren. Die doet net of-t-ie patent heeft op vogels, en of hij zelf, inplaats van Onze Lieve Heer, de primaire kleuren heeft uitgevonden. Hij veroordeelt iedereen die geel, rood en blauw gebruikt, dat is toch belachelijk.

Het is begonnen, toen Jos Brink over mij riep dat ik tot de Cobragroep behoor, of nee, het was Jan Lenferink die me vroeg: hoor je bij Cobra? Toen heb ik gezegd: 'nee, ik schilder Harpenaus'. Maar bij Corneille is dat toch in 't verkeerde keelgat geschoten.

Het kan mij verder niks schelen, hoor. Ik heb helemaal nogal een scheve verhouding met de kunstwereld. Vooral de gevestigde, intellectuele kunstcritici vinden het maar raar wat ik doe. In hun ogen moet je 60 zijn, een beetje belegen, en het liefst man natuurlijk, om erbij te kunnen horen. Maar ik ben een juffrouw op gympjes, met twee kinderen, en een grote mond. Tja, dat is even schrikken.

Ik heb het gewoon anders aangepakt dan gebruikelijk. Ik kwam in '86 terug uit Israel en niemand kende me. Toen ben ik eerst alle galeries langsgegaan, maar ik realiseerde me al snel dat ik de duizendste was die ze zagen komen. Ik besloot de zaak om te draaien. Ik zou ervoor zorgen dat de galeries naar mij toe kwamen. Toen ben ik naar het Hiltonhotel gegaan met een schilderij dat ik gemaakt had van John Lennon. Je weet wel, Lennon en Yoko Ono hebben ooit in dat hotel, liggend in bed, voor de vrede gedemonstreerd. Ik heb dat destijds letterlijk kunnen volgen, want ik woonde er met mijn ouders ongeveer tegenover.

Afijn, de hoteldirectie lag meteen helemaal blind voor dat schilderij en voor de rest van mijn werk, dus een expositie was gauw afgesproken. Toen heb ik alle galeries een uitnodiging gestuurd en vanaf dat moment brak de pest uit. Ik heb meteen een zakelijk leider gezocht. En nu heb ik een kantoor, met een secretaresse en overal op de wereld exposities: in Antwerpen, Parijs, Hongkong.

Dat plotselinge succes, dat is dus iets wat de officiele kunstwereld niet pikt. Wel als je 30 jaar op een zolderkamertje hebt geploeterd, dan wordt het chic gevonden,als je ineens bekendheid krijgt. Het is de kift, hoor, denk ik. Alles wat boven het gras uit komt in Nederland, daar wordt toch onmiddellijk de Black en Decker overheen gehaald?

Ach, ik vind het niet belangrijk, ik hoef er ook niet bij te horen. Maar ik moet wel eens lachen, als ik in New York kom en een interview heb bij CNN. Dan staan ze voor me in de rij. Voor Amerikanen is Nederland immers het land van de kunstenaars. Zoals de Fransen de Camembert hebben, zo hebben wij Karel Appel en Willem De Kooning. Het is toch vreemd dat je daar in Nederland zelf niks van merkt?

Ik ben opgegroeid in een keurig joods gezin, in het keurige Amsterdam-Zuid, en ging na de middelbare school naar de Rietveldacademie. Dat vonden ze thuis natuurlijk maar niks, nee, want ik kom uit zo'n bepaald milieu . . . zo'n milieu waardoor je als kind denkt: ik wil later nooit ergens bij horen. Nou, dat is in ieder geval gelukt. Ik hoor nergens bij, niet bij een galerie, niet bij een bepaalde kunstkring, ik heb gewoon mijn eigen zaak.

Ik ben destijds naar Israel geemigreerd, omdat ik een Israelische man had leren kennen en moeder werd. In Jeruzalem heb ik toen een postacademische kunstopleiding gevolgd. Daar leerde ik wat het is om 'kunstenaar te zijn' en vooral 'hoe je dat kunt worden'. Ze leerden ons hoe je galeries moet benaderen, hoe je met de pers om moet gaan, dat soort dingen. En dat is hard nodig, anders kom je er niet. Het is vandaag de dag niet meer genoeg om de sterren van de hemel te schilderen. Je moet een totaalpakket in huis hebben. Je moet een babbel hebben, een media-training volgen. Je kunt betwisten of dat terecht is, maar we leven nu eenmaal in die wereld. Alles moet verkocht worden, dus ook kunst. Neem een pak luiers. Vroeger knalde je die om een paar babybillen en klaar was Kees, moet je nu zien wat er allemaal wordt bijgehaald om die luiers aan de man te brengen.

Er zijn hoe langer hoe meer kunstenaars die dat doorkrijgen. Ik noem maar iemand als Rob Scholte. Hoewel onze uitgangspunten verschillen, voel ik me verwant met zijn manier van werken. Rob en ik hebben allebei iets van 'live and let live', weet je wel. Verdraagzaamheid ten opzichte van kunst, ten opzichte van andere kustenaars. Als je er maar voor zorgt dat je eindresultaat verantwoord is, zowel artistiek als commercieel.

Maar ja . . . het woord commercieel mag je, volgens de gevestigde orde, al helemaal niet in de mond nemen als kunstenaar. Maar ik zeg je, er is een generatie kunstenaars bezig, die het wel o.k. vindt om op t.v. te verschijnen, en die het niet erg vindt om in Prive te staan. Wat is daar feitelijk ook op tegen? Het enige vervelende is dat ze op je priveleven jagen. Maar een prettig gevolg van die bekendheid via de media is bijvoorbeeld, dat mensen je op straat aanhouden om te zeggen dat ze je werk zo mooi vinden. Dat is toch fantastisch. Een schilder die ineens bereikbaar is geworden . . . dat kun je van de meeste 'geaccepteerde' kustenaars niet zeggen. En dat mensen die Prive lezen, geen verstand van kunst zouden hebben, is gewoon flauwekul. Je hoeft helemaal geen verstand van kunst te hebben, vind ik, om een schilderij te beoordelen. Je vindt het mooi of niet. Iedereen kan ook tekenen en schilderen, daar ben ik van overtuigd.

Ik vecht in mijn werk tegen het idee dat het kunstenaarschap een soort mysterie zou bevatten. Of het nou om theater maken gaat, of om schilderen, het hoort gewoon bij onze cultuur. Kunst is voor het grote publiek. Je ziet dat toch ook om je heen veranderen. Vroeger had iedereen een poster aan de wand, nu kopen mensen steeds vaker een zeefdruk. En bij Ikea hebben ze tegenwoordig zelfs borden met kunst erop. Dat gaat dus de goeie kant op.

Ik zal ook niet moeilijk doen, wanneer mensen een werk van mij willen ruilen. Waarom niet? Het kan toch gebeuren dat je in een galerie weg bent van een schilderij, maar dat het thuis boven de bank tegenvalt? Ik heb liever dat ze terugkomen, dan dat het in de kelder verdwijnt.

Als ik schilder, heb ik een doel en dat is dat er eindelijk eens een vrouwelijke Nederlandse kunstenaar wereldberoemd wordt. Ze zijn wel in opmars hoor, vrouwen in de kunst, neem Marte Roling, of Gertie Bierenbroodspot en natuurlijk de vrouw die voor mij een groot voorbeeld is: Niki de St.-Phalle. Maar welke vrouw breekt echt internationaal door?

Ach, ik weet het ook niet, ik schilder gewoon wat ik te zeggen heb en toevallig doe ik niets liever. Het verveelt me nooit. Ik heb wel eens een dag dat ik denk: zit hier eigenlijk wel iemand op te wachten . . . natuurlijk ken ik die twijfel. Op zulke momenten ga ik altijd even het museum in. Want als ik daar zo rondloop, weet ik zeker: als deze shit hier hangt, dan kan ik voorlopig rustig blijven doorschilderen. Nee, zo'n bezoekje aan een museum, dat geeft altijd weer moed."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden