Ik sar

J.A.A. van Doorn kijkt naar het heden als naar het verleden van de toekomst. En hij vraagt zich af of een materialistische samenleving als de onze het wel kan stellen zonder concrete zingeving. Vanaf vandaag schrijft de socioloog Van Doorn een wekelijkse column op de Podium-pagina van de Verdieping. Een interview.

Jacques van Doorn (1925) heette tot zijn twintigste Koos. Van Jacobus. Koos vonden ze in Maastricht, de stad waar Van Doorn is geboren en getogen, maar een vreemde naam. Toen hij in 1945 in Amsterdam ging studeren, deed hij blij afstand van de koosnaam. Hij nam afscheid van zijn Limburgse jeugd en werd als J.A.A. van Doorn een van de belangrijke maatschappijvorsers van het naoorlogse Nederland. En een van de productiefste columnisten, een veelschrijver in talloze periodieken, tot op heden.

Door Indië-veteranen, van wie hij er een is, werd hij uitgescholden voor 'nestbevuiler' vanwege zijn 'Ontsporing van geweld' (1970), de kritische studie naar de Nederlandse politionele acties in Indonesië (met W. Hendrix).

En voor antisemiet werd hij uitgemaakt door krantenlezers die zijn reserves tegenover het Israël-vriendelijke sentiment in Nederland wantrouwden. Een rel was geboren, en Van Doorn moest zijn column in NRC Handelsblad staken (1990).

En de rest noemde hem conservatief.

Samengevat zegt Van Doorn: ,,Ik sar.''

Van Doorn doet er schamper over, hij vindt zichzelf niet zo interessant. Ach, het is eigenlijk heel simpel. ,,Ik heb nooit in bepaalde kringen opgesloten gezeten. Ik ben altijd een loner geweest.'' Het spreekt bijna vanzelf dat hij op zijn 75ste niet te beroerd is om zijn wekelijkse column in het weekblad HP/De Tijd te verruilen voor eentje in Trouw.

Hij betracht distantie. Interviews noemde hij eens 'luie producten'. Zijn geheim is dat van een socioloog in hart en nieren die nooit school wist te maken omdat hij te eigengereid is om zelf de baas te spelen. ,,Het meest krasse voorbeeld is mijn tijd in Indië, waar ik drieënhalf jaar in militaire dienst heb doorgebracht. Ik heb daar een studie van gemaakt, en ben op het onderwerp 'militaire organisatie' gepromoveerd. Vriendjes van mij die tegen hun zin in dienst moesten, leende ik dat boek. Ze leerden anders naar het leger te kijken. Zo van 'ik hoor er niet bij'.'' Niet voor niets doceerde Van Doorn in de jaren zestig tien jaar militaire sociologie aan de Koninklijke Militaire Academie.

De sociologenbril heeft Van Doorn na die Indische jaren nooit meer afgedaan. Toen hij een paar jaar geleden een operatie moest ondergaan, slaagde hij er wonderwel in zijn ziekenhuisopname sociologisch waar te nemen. ,,'s Avonds voor de operatie wilden ze me een pilletje geven, zodat ik kon slapen. Maar ik weigerde. 'Ik vind het wel interessant', zei ik, 'om te zien hoe het verder gaat'. Ik kreeg een hempje aan, een paar sokken. Ik kwam op een zaal waar allemaal mensen lagen te wachten. Toen werd ik weggereden en werden mijn armen vastgebonden. Ik had iets ingestudeerd voor het moment dat ze me een prik zouden geven: 'Aux armes citoyens'.''

Hij verhaalt van zijn jeugd in het katholieke Maastricht van de jaren dertig. Het was het hoogtepunt van de verzuiling. ,,Ik herinner me bijvoorbeeld dat er zich in Maastricht een nieuwe groenteboer had gevestigd, en die was 'niks'. Hij had geen godsdienst. Mijn ouders twijfelden of we daar wel boodschappen konden doen. Het besluit was: we doen het toch. Want het was een fatsoenlijke man.''

Uit zo'n milieu moest Koos van Doorn zien weg te breken. ,,Ik wist dat er protestanten bestonden, maar dat er verschillen waren binnen het protestantisme is pas op mijn twintigste in Amsterdam tot mij doorgedrongen.'' Vanuit een omgeving waar de dagelijkse kerkgang normaal was en iedereen altijd te biecht ging, kwam hij terecht in een CPN-gezinde omgeving waar de PvdA als een rechtse partij werd beschouwd. Een geloofscrisis maakte hij niet door, zoals zoveel van zijn generatiegenoten. ,,Het is van me afgegleden.'' Het instituut van de kerk liet hem voortaan koud, behalve als menswetenschapper.

,,Zuid-Limburg is heel interessant op het ogenblik. In het dorp waar ik woon, gaan de mensen naar de kerk. Niet dat ze geloven, maar ze gaan. Eens in het jaar is er een processie, helemaal traditioneel, met een priester, een baldakijn, een monstrans, en Jezus zelf is er bij. Alles loopt mee.''

Van Doorn ziet zulke godsdienstigheid als bindmiddel. Het is wezenlijk voor de gemeenschapszin. Voor de cohesie in een samenleving die op nationaal niveau gemeenschappelijke normen en waarden moet ontberen. ,,Als dat wegvalt krijg je dat massale.''

De socioloog raakt aan een cruciaal thema in zijn werk: zijn aanhoudende bekommernis over de kwetsbaarheid van de moderne samenleving waar de miljoenen uiteindelijk enkel door politieke mechanismen, zoals dat van de democratie, worden bijeengehouden. De verkiezingen in de Verenigde Staten (,,quasi-democratisch, geregeerd door het geld'') als case in point. Het is een onderwerp dat de socioloog Van Doorn bezighoudt sinds zijn vroegste studiejaren: hoe valt de grote massa te binden aan de politiek?

Van Doorn erkent dat de maatschappelijke samenhang niet optimaal gediend is met het louter bevredigen van het consumentenbelang. Om het sociologisch te zeggen: voor Van Doorn blijft de vraag of een samenleving als de onze, materialistisch tot op het bot, stevig genoeg in elkaar zit om het zonder concrete zingeving te kunnen stellen. Hij maakt de kanttekening dat het streven naar politieke zingeving door totalitaire ideologieën als nazisme en communisme in een kwaad daglicht is komen te staan.

Van Doorn vertelt. ,,Al jong las ik het dagboekje dat de Zwitserse christen Denis de Rougemont in 1936 bijhield van zijn bezoek aan nazi-Duitsland ('Jour-nal d'Allemagne', red.). De Rougemont was geïnteresseerd in wat er in Duitsland gebeurde. Hij liet zien hoe de jeugd volledig was gegrepen. Hij was eens in een stad waar Hitler een toespraak zou houden. Die hele stad begon te zinderen. De massa stroomde het gebouw binnen, voorop SS'ers met trommels. Toen kwam Hitler, en na afloop zongen ze het Horst Wessellied. De Rougemont schrijft: 'Ik was alleen en stond met de handen in mijn zakken. De rest bracht de Hitlergroet. Het was griezelig'. Aan het eind zegt hij: 'Christenen ga terug naar de catacomben. Hier kunnen we niet tegenop. Ze vieren hun eredienst'. Dat was religie.''

In die zin is de twintigste eeuw zeer religieus geweest, meent Van Doorn. ,,Als je leest over het vroege sovjetcommunisme bijvoorbeeld, sta je versteld. Revoluties zijn religieuze ervaringen geweest, waar mensen hun leven voor over hebben en hun kinderen voor opofferen.''

Zijn grote ideeën put Van Doorn uit kleine verhalen. Het hoeft niet te verwonderen dat de voormalige hoogleraar in de sociologie eigenlijk historicus had willen worden. Probleem: voor de studie geschiedenis was een gymnasiumdiploma vereist, en Van Doorn kwam in de zomer van 1942 van de HBS. De universiteiten werden op last van de Duitsers gesloten. Zijn leraar aardrijkskunde besloot zich over hem te ontfermen en zette hem op het spoor van de sociale geografie.

,,Ik kreeg de dissertatie van Ter Veen te lezen over de kolonisatie van de Haarlemmermeer. Het gebied werd drooggelegd en opengegooid. De polderwerkers die er als kolonisten heentrokken, stierven als ratten. Dertig jaar later was het een van de rijkste en meest vooruitstrevende landbouwgebieden van Nederland. Ter Veen vroeg zich af: 'Hoe kunnen we als beschaafde Nederlanders dit effect repliceren zonder slachtoffers te maken?' Ik vond dat fascinerend.''

Het was oorlog, en het was deze belangstelling voor het sociaal darwinisme - hoe vervolmaken we de maatschappij? - die Van Doorn uiteindelijk warm maakte voor de nieuwe richting der sociale wetenschappen in bevrijd Nederland. Hij noemt zich een autodidact, want hij volgde nauwelijks colleges en las zijn bul bij elkaar achter de Nederlandse linies in Semarang. ,,Ik was een allesetertje. De meest malle dingen heb ik gelezen.''

Het handboek 'Moderne Sociologie', dat Van Doorn samen met C.J. Lammers schreef, maakte dik honderdduizend studenten wegwijs in de nieuwe wetenschap. Van Doorn werd in 1963 gevraagd de sociologische faculteit aan de Economische Hogeschool in Rotterdam op te zetten.

Van Doorn is zelf niet bij de pakken gaan neerzitten toen zijn vak in de jaren tachtig samen met het maakbaarheidsideaal moest onderduiken. ,,Ik ben teruggegaan naar de geschiedenis'', zegt Van Doorn. Eigenlijk zijn sociologen in potentie goed toegerust voor de bestudering van de eigentijdse geschiedenis, vindt hij.

,,Het is niet waar dat sociologie een linkse of socialistische wetenschap is. Het is een sterk analytisch vak dat ook liberale beoefenaren kent die al analyserend tot bepaalde bevindingen komen. Ik kan niet verklaren waarom de sociologie zo langzamerhand, ook in Amerika, helemaal uit de gratie is geraakt.'' Een terugkerende frase in zijn werk is: ik kijk naar het heden als naar het verleden van de toekomst.

De socioloog herkent in de huidige historische ontwikkeling van de westerse cultuur de neergang zoals deze door de vooroorlogse Duitse schrijver Oswald Spengler is beschreven. Hij oordeelde dat we aan het einde van een lange cyclus waren geraakt. ,,Voor hem ontwikkelt de maatschappij zich op een bepaalde manier. Je moet ervan uitgaan dat zo'n ontwikkeling autonoom is. Het had in zijn ogen geen zin daar tegen in te gaan, tenzij je een profeet was.''

Van Doorn citeert Spenglers 'Untergang des Abendlandes' van na de Eerste Wereldoorlog: we zijn in deze tijd geboren en we moeten aan de eisen van deze tijd voldoen. ,,Spengler raadde de Duitse jeugd aan de schilderkunst te verruilen voor de marine, en de kenniskritiek voor de techniek.''

,,In de tijd van Spengler tekende het militarisme de cultuur, nu is het de markt. De rest is voorbij. Dat is geen kwestie van optimisme of pessimisme: als socioloog trekt deze manier van kijken mij aan. Ik vind dat interessant.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden