Ik roep walging op

Ethicus Theo van Willigenburg had seks met een minderjarige, belandde in de cel, en leerde de mens van een heel nieuwe kant kennen.

Zijn ster rees snel. Op zijn veertigste was ethicus Theo van Willigenburg (1960) al hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij zat in tal van besturen en adviescommissies. In zijn vrije tijd was hij zanger in enkele koren en cantor van een kerk. Maar die ene avond, nu tien jaar geleden, veranderde alles. Van Willigenburg had seks met een 13-jarige jongen.

Hij bekende schuld, zat in de gevangenis en verloor zijn hoogleraarschap. Hij probeerde weer aan de bak te komen, in München, in Oxford, in Amsterdam, zonder succes.

In 2008 werd hij nogmaals aangehouden. Dit keer ten onrechte, volgens hem. Enkele jongens uit het koor waar hij weer actief was geworden, beschuldigden hem van misbruik. Er volgden jaren van onzekerheid, afwisselend in en buiten de cel. Terwijl het Openbaar Ministerie zijn computer, huis en kennissenkring uitploos, trok Van Willigenburg van de ene gevangenis naar de andere: Nieuwegein, Vught, Arnhem en Lelystad, waar hij acht maanden zat. Zijn zaak loopt nu bij de Hoge Raad.

Met vlotte pen beschrijft Van Willigenburg zijn ervaringen in het boek 'Gevallen Vogel', dat deze maand verscheen. Dagboeknotities doorspekt hij met kleine exposés over de filosofen die hij in zijn cel las. "Als je hoog vliegt, kun je diep vallen", licht Van Willigenburg de titel toe. Hij zit in de schaduw van een appelboom, in de tuin van zijn huis aan de Utrechtse Oudegracht. "Ik leefde in een waanwerkelijkheid. Ik stapelde functies, kreeg nauwelijks tegenspraak. Ik liet steken vallen maar kwam ermee weg. Ik voelde me onaantastbaar."

Voor veel mensen zal het schuren dat uitgerekend een ethicus zo de fout in gaat.

"Men denkt vaak dat een ethicus een beter leven leidt - of zou moeten leiden - dan anderen. Dat is niet zo."

Sterker, u schrijft ergens: Hoe kun je over het goede schrijven als je het kwade niet kent?

"Sommigen zeggen tegen me: 'Nu je de andere kant hebt gezien, ben je misschien wel een betere ethicus geworden'. Daar zit wat in."

U heeft uw recht op spreken over ethiek dus niet verloren?

"Nee, ik denk niet dat ik ongeschikt ben geworden voor het vak. Ik heb nu zelfs meer te zeggen. Ik heb veel nagedacht over seksualiteit en moraal en ben tegen wil en dank een expert geworden in zedenkwesties. Maar waar moet ik met die ervaring heen? Op de universiteiten willen ze me niet meer. En in het publieke debat krijg ik ook geen stem meer. In de gevangenis schreef ik een stuk voor NRC Handelsblad. Zij plaatsten het, ze vonden het een goed stuk. Toen ze ontdekten dat ik het had geschreven vanuit de cel, waar ik zat voor seks met een minderjarige, kwam er een hele rel van."

Vindt u het slecht wat u heeft gedaan?

"Ja. Ik brak in op de puberale seksuele ontwikkeling van deze jongen. Ik had die te respecteren, maar maakte hem in mijn hoofd ouder dan hij was. Hij heeft op geen enkele manier nee gezegd, het kwam om zo te zeggen van twee kanten. Maar ik had wijzer moeten zijn. Ik erken dus dat ik mijn straf heb verdiend, maar ik ben ook boos. Wat ik onderga staat niet meer in verhouding tot wat ik heb gedaan. Er kwam een machinerie op gang die niet meer te stoppen leek. Het OM maakte van mijn dossier een prestigeproject. Er werd veel tijd en geld in gestoken. Ik moest en zou de spin zijn in een web van kindermisbruik."

Was het niet verdacht dat u na uw vrijlating weer actief werd in de koorwereld?

"Ja, dat had ik niet moeten doen. Ouders worden argwanend door voorlichtingsbijeenkomsten en berichten in de media. Kinderen halen zich dingen in hun hoofd. Ik was naïef. Ik heb mij ook verkeken op de vastberadenheid van het Openbaar Ministerie. Het OM was erop gebrand het verhaal kloppend te krijgen. De aangiften in mijn tweede zaak waren overduidelijk vals. Toch zocht men door.

"Als het bij de eerste zaak was gebleven, had ik er vrede mee gehad. Hoewel ik me nog steeds afvraag wat het slachtoffer eraan had dat ik mijn hoogleraarschap verloor, en of die hele rechtsgang nou zoveel goeds heeft gedaan. Het gaat in het justitiële systeem meer om productie draaien dan om relaties herstellen. De rechtsgang was voor die jongen en zijn familie minstens zo intensief als voor mij. Wat hun betreft had de rechtszaak niet gehoeven. 'Ik had Theo liever gewoon een rake klap gegeven', zei de moeder." Glimlachend: "Mijn partner trouwens ook."

De filosofen die hij in de cel las, leerden hem misschien op abstract niveau te analyseren wat hij doormaakte, voor de praktijk van het gevangenisleven had hij aan hen niets.

"Ik viel hopeloos op. Ik kocht een foute trainingsbroek, want die draagt iedereen daar. Het hielp nauwelijks. Vooral in Lelystad had ik het moeilijk. Ik zat op een afdeling van 52 mannen die allemaal wisten waarvoor ik zat. Ik moest echt knokken. Toch heb ik mij gehandhaafd."

U klinkt trots.

"Ik kwam aan als noviet en heb een leergang doorlopen, zo voelt het. Ik leerde bondgenootschappen sluiten, wheelde en dealde. Wat hielp was dat ik ontdekte dat iederéén bang is in de gevangenis.

"In Lelystad leerde ik een Surinamer kennen die een Turkse winkelier had vermoord. Hij zou binnenkort vrijkomen en was doodsbang dat ze hem zouden neerknallen. Een boom van een kerel, trillend als een rietje.

"In de gevangenis heb je geen vrienden. Elk vertrouwen is er verdwenen. Het is een en al dreiging en geweld, eindeloze stress."

Laat de gevangenis zien hoe mensen écht zijn, zonder het vernis van beschaving?

"Nee. Het is een schaduwwereld, niet de echte. Ik herinner me dat ik weer op vrije voeten was en op station Utrecht een kopje koffie kocht. Ik werd vriendelijk geholpen. Dat bracht mij zo van mijn stuk dat ik nog een kopje kocht. En nóg een, gewoon omdat ze zo aardig was. Het was de schok van normaliteit.

"Je zou het niet zeggen, maar uiteindelijk zijn mensen relatief aardige dieren. Ze kunnen in omstandigheden de meest verschrikkelijke dingen doen, zeker, maar over het algemeen zijn ze mild sociaal. Dat moet ook wel want de mens is het meest kwetsbare dier dat er bestaat. Hij moet het hebben van zijn socialiteit."

Hebben uw ervaringen uw denken over ethiek veranderd?

"Ja. Ik ben scherper gaan zien hoe moraal verbonden is met emotie. Als homo en zedendelinquent sta je in de gevangenis op de allerlaagste tree. Regelmatig werd ik afgerost. In Zeist gebeurde dat voor het eerst. Er werd geen woord bij gezegd. Het was op de een of andere manier duidelijk dat ik iemand was die je moest slaan.

"In Nieuwegein was het nog erger. Ik had het aanvankelijk goed voor elkaar, ik noemde mijzelf Paul, een witteboordencrimineel. Toen bekend werd ik wie ik echt was, begon een grote Hollander mij opeens te trappen in een hoek waar geen camera's hingen. Er kwamen anderen bij. Terug in mijn cel was ik zó bang dat ik mijn eigen angst kon zien.

"En je hebt zelfs nog naar de foto van mijn dochtertje gekeken!, siste die man die me trapte. Hij had een keer haar foto laten zien. Nu had hij het gevoel dat mijn blik op die foto zijn tweejarige dochter had besmeurd. Hij onderging een rauw, fysiek gevoel van ontzetting. Ik dacht: ik roep walging op. Letterlijk.

"Ethiek gaat helemaal niet om keurige redeneringen, zoals ik die leerde op de universiteit, maar om emoties.

"Walging is een biologisch voorgeprogrammeerd mechanisme om jezelf te beschermen. Maar het object ervan ligt niet vast. Eenjarige kinderen pakken doodgemoedereerd een stukje poep op. Dan trekken ouders een vies gezicht en leren de kinderen ervan te walgen.

"Walging is beweeglijk. Hij groeit mee met onze morele ontwikkeling. En breidt zich ook uit naar de representant van wat je moreel afkeurenswaardig vindt. Als zedendelinquent vertegenwoordig ik iets waar mensen van walgen. Ik ben er het symbool van. En daar voelen ze hetzelfde bij. Dus willen mensen niet met me geassocieerd worden.

"Ik mag niet meer op het terrein van mijn universiteit komen. Sommige studenten willen niet eens meer een boek van mij beetpakken. Zover gaat die smetvrees."

Nadenkend: "Ooit was ik vaandeldrager van de wetenschap. Een voorbeeldfiguur. Dat komt niet meer terug. Misschien is dat niet erg. Ik ben er helemaal doorheen gegaan en heb veel geleerd.

"Ik heb mijzelf vergeven. Het waren verschrikkelijke jaren, maar ik geloof dat ik ook kan zeggen: ik had ze niet willen missen."

Theo van Willigenburg: 'Gevallen vogel', Uitgeverij Damon, Budel; 528 blz. euro 36,90

interview

Theo van Willigenburg: 'Ik ben tegen wil en dank een expert geworden in zedenkwesties.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden