Ik moet oppassen niet Karin 'incest' Bloemen te worden.

"Nooit meer geslagen, nooit meer verkracht-dat is toch wanstaltig luxe?" Vooral met haar laatste show 'Bosje Bloemen' heeft kleinkunstenares Karin Bloemen zich een plaats op de buhne veroverd. Vandaag gaat in het Haagse Diligenta haar nieuwe theaterprogramma 'Karin in Concert' in premiere. De Nederlandse Bette Midler heeft haar diepe persoonlijke wonden uit het verleden laten dichtgroeien tot zichtbare, maar draaglijke littekens. Het theater heeft haar daarbij geholpen.

"Always look at the bright side of life-dat is voor mij wezenlijk. Er zijn mensen die zich daar aan storen, maar zonder zo'n instelling gaat het erg fout. Is dat dan de bedoeling? We zijn gewoon een praktisch ingesteld vrouwtje. Als we niet depressief mogen worden, doen we 't dus niet. Maar soms,als mensen me recht in de ogen aankijken en zeggen:'Neenee, geen bullshit.

Eerlijk!, dan voel ik me opengeritst, schrik me te pletter, gaan ze door de buitenkant heen. En dan ben ik maar een kleutertje, een klein meisje dat dom gaat zitten huilen omdat weeeeh zij er ook niks aan kan doen. Die positieve kijk is deels een scherm, ja. Mijn hele lichaam doet daarin mee, mijn hele mimiek - behalve mijn ogen. Ik schijn trieste ogen te hebben. Ze geven een ongerliggende boodschap door. Als spiegels van de zaal. Jan Bloemen, mijn vader, was een jofele peer. Een flierefluiter. Beetje gek ook, dan vrat-ie voor een weddenschap zoute haring met slagroom. Mijn vader en moeder trouwden jong; al snel hadden ze drie kinderen. Ik denk dat hij de verantwoordelijkheid niet zo goed heeft aangekund: uiteindelijk is een slippertje van hem ontaard in een scheiding. Die relatie kreeg geen nieuwe kans, want mijn stiefvader was al vrij gauw in huis. En die was hard. Ik zie mijn vader nog bij de kleuterschool staan, die hopeloos grote man. Hij werd gewoon weggestuurd.

Zijn cadeaus gooide mijn stiefvader weg, gelukstelegrammen werden verscheurd. Het begrip 'vader' is daarom vaag voor mij. Ik heb hem natuurlijk wel verheerlijkt en geidealiseerd. Na de scheiding verloor ik hem uit het oog; toen ik twaalf was overleed hij. En nu gaat het allemaal zo goed, ik ben zo trots, en zou 't zo leuk vinden om dat gevoel te hebben van 'mijn vader zit in de zaal'. Elke film die gaat over Kind Op Zoek Naar Papa is altijd bingo bij me. Maakt niet uit hoe slecht de film, hoe slecht de serie - ik huil. Mijn eigen leed, identificeren met ... nou ja. Zielderig, he?

Als Kind creeerde ik geluk in mijn dromen, zo ontsnapte ik aan de werkelijkheid. Ik hield verkleedpartijen, als clown, prachtig vond ik dat. In de persoon van iemand anders was ik opeens wel leuk, dan moesten mensen wel om me lachen. Ik hoorde er niet echt bij, vond ik als meisje, eigenlijk was ik de prinses van Nederland. En een beeldschone prinses. Beetje Sick, haha, ik was oerlelijk. Dikke kop, fout brilletje, varkenswangetjes. Vroeger had ik ook nooit veel vriendinnetjes.Van een schooljuffrouw hoorde ik later dat ik altijd zo gespannen was. Ik was druk, onzeker. Bang.

Op een dag stond ik in de slaapkamer van mijn ouders, mijn moeder was niet thuis. In bed lag mijn stiefvader. Hij zei: "Kom even bij me." Ik was verstijfd. Zo eng, zo dreigend ...Geen idee wat er was, ik was zeven. Dat was de eerste confrontatie. Daarna kreeg hij de behoefte mij elk moment van de dag seksueel te benaderen - en die behoefte bracht hij dus ook in de praktijk. Soms liet hij 's nachts zijn broers bij mijn bed komen. Stond er opeens weer een oom. 'Het mag van je vader, zeiden ze dan. Ik dacht:' Maar 't mag niet van mij!'

Je weet alsmaar niet wat je moet doen, je kunt niks zeggen. Als je een grote bek had kreeg je gewoon een klap voor je smoel. Klang! En dan voel je je zo dom. Ik ben nog niet eens zwaar lichamelijk mishandeld, Mijn zus Annelies wel. Had ze midden in de zomer weer een warm vessie aan omdat ze overal blauw was. Ik bleef vaak clown, dan ben je even niet die aangetaste persoon. Een soort overleving. Maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat er een groot gat in mijn ziel was geslagen. Een grote, gapende wond, die nooit helemaal zou helen. Zoals een lelijk tunnelgat in een berg: puur natuur, aangetast voor het belang van anderen. De situatie werd hoe langer hoe onhoudbaarder. Om naar mijn eerste brugklasfeest te kunnen gaan moest ik neuken. En ja, als je 't al zevenhonderd keer hebt gedaan ... raar, maar ik werd me bewust van het spel dat moest worden gespeeld, terwijl je op die leeftijd meer zou moeten worstelen met de vraag of je stickers koopt van David Cassidy of Donny Osmond. Uiteindelijk werd ik betrapt - of ik liet me betrappen - door mijn moeder. Eindelijk zag ze wat er gaande was, met al gevolg: een scheiding, dreigementen van hem, hysterie, allemaal ellende.

Bij natuurkundeles moest ik plotseling zo huilen. Ik ben weggerend, op mijn fiets gestapt en fietsen, fietsen, fietsen - over de snelweg - totdat ik uitkwam bij een meertje. Daar heb ik urenlang gezeten, voor me uitgestaard. Toen dacht ik: het is zwemmen of verzuipen. Ik kon in het water springen, dan was 't klaar. Dat vond ik laf! Vechten wilde ik, hem doodsteken, ik was witheet en bloedverdrietig. Maar met haat kom je nergens. Dat is alleen zo'n brok ergens onder je hart en dat schiet niet op, je hebt alleen jezelf ermee. Ik moest positief zijn, mezelf bijna vergeven - want ik vond mezelf een domme koe. Onzin. Het zou belachelijk zijn om me schuldig te voelen: wie ben je nou als je twaalf bent? Wat kun je? Niks. Bij dat meertje nam ik een beslissing. Ik had de achternaam van mijn stiefvader, maar die Karin schudde ik van me af. Ik werd Karin Bloemen. Zo schiep ik ruimte voor een nieuw persoon.

Moest ik hoer worden? Door incest denk je dat seks het enige is waarvoor je bent te gebruiken. Een beroepskeuzetest wees uit dat ik voor vijfennegentig procent geschikt was voor theater. In andermans huid lukte alles, zo kon ik perfect Jasperina de Jong nadoen. Ik was het maskervrouwtje. Maar op de Academie voor Kleinkunst werd ik eindelijk, eindelijk met mezelf geconfronteerd. Binnenin was ik totaal verwrongen. 'dat moet weg', zei m'n leraar. Interesseerde hem geen lor waar 't vandaan kwam: dat moest weg. Omdat hij 't vanuit rationele vakmatigheid benaderde, kon ik dat vrij snel oppikken. Drie jaar lang heb ik keihard gewerkt. Gebeuld. Ik werd afgebroken en weer opgebouwd.

De academie was voor mij een soort therapie. Mijn lichaam moest het instrument zijn van de dans, de zang, het acteren. Maar mijn lijf voelde meer als een omhulsel, niet echt van mij. Ik moest goed ademen, leerde hoe ik mijn bodembekkenspieren kon ontspannen voor het lage gedeelte. Adem is leven. Bij het dansen voelde ik hoe goed doorbloed mijn lichaam was. Langzaam werd mijn lichaam weer mijn lichaam. En ik ben nu dik tevreden, hoor. Hoewel ... als ik in de spiegel kijk heb ik wel iets van: Marilyn Monroe toonde toch een tikje anders, de bitch. Ach, ik ben nu eenmaal een moker van een wijf - belangrijk was dat die buitendeur was opengebroken, ik kom mijn 'waarheid' toetsen aan die van anderen. Pas toen kon ik naar het publiek toe functioneren.

Theater is illusie, geholpen door de magie. Het is allemaal van tevoren bedacht en gerepeteerd: een huilscene is al zestig keer gedaan. En van die 'leugen' moet je waarheid maken. Het is niet waar wat je staat te doen, terwijl het elke keer toch waar moet zijn, anders is het ongeloofwaardig. Mijn ambitie is om mensen op een avond een seconde te ontroeren, een seconde te boeien en een seconde aan 't lachen te maken. Dat is genoeg. Ik ga net zo lang door tot dat gebeurd. Want ik zal. En ik moet. Ook als ik eens totaal geen zin heb: eenmaal achter de coulissen komt toch weer dat instinct boven van: 'Ik zal ze beroeren, Alle-fucking-maal'. Het is een spiegelwerking met mij en de zaal. Weer die clown, maar nu veel rijker, rijper. Als ik lol heb maar het publiek niet, dan slaat 't nergens op, dus ik zit voortdurend te checken of ze goed bij de les zijn. Duizend mensen die naar huis gaan met dat yeah-gevoel - te gek, daar doe ik 't voor. Niet voor mezelf, daar zou het lelijk, plat van worden.

Sta je naar een egotripper te kijken, dat wordt hut. De aandacht moet dus naar het onderwerp, dat geldt ook als ik het over incest heb. Prive moet ik er zelf mee in het reine komen: ik moet zorgen dat ik niet met verkrampte kaken en gebalde vuisten in bed lig. In het Theater wordt al te veel persoonlijk leed naar voren gehaald, vind ik. Het moet een universele emotie zijn. Incest bestaat. In Nederland. En dat onderwerp kan ik toevallig als geen ander verwoorden, ook al was dat destijds bij toneelgroep Purper moeilijk voor me. Maar Adelheid (Roosen, Red.) zei: 'Je moet! Altijd die ontwijkende, verhullende manoeuvres van jou: ga 't er nou maar eens over hebben.' Daar stond ik. Een klein meisje in een grote roze jurk met enorme strik. En ik zei, met kinderstemmetje: Ik wou u wat vragen, alstublieft, zouden alle meneren nooit hun piemel willen steken in een zevenjarig kind...? Je hoorde de zaal denken: 'Aaauw!' Wat jij letterlijk hebt gevoeld, dat voelden zij. Njiieeng - recht naar het hart. Meesterlijk. Adelheid had gelijk, Om de hete brij heenwalsen heb ik altijd gedaan, maar ik heb me nooit verstopt. Niet.... echt.

Ik was meer bang, om te zijn wie ik was. Die angst zit er nog steeds. Vertrouwen op jezelf, vertrouwen op wat is, dat doet toch bijna niemand? De een heeft er zes potten schmink voor nodig, de ander moet bizarre jurkjes van Frank Govers aan. Zelf had ik het idee: 'Dit ben ik waard'. Ik was het waard om verder te komen dan mijn stiefvader mij ooit had bedacht. Toch was die gedachte niet genoeg. Er moest nog een foutje uit de wereld worden geholpen. Samen met mijn zussen Yolande en Annelies en mijn halfzusje Inge hielden we een soort rondetafelconferentie: de incest-sisters. We besloten voor elkaar te zorgen en we wilden een rechtszaak beginnen tegen onze stiefvader. Annelies is notabene nog getrouwd met hem geweest, maar doordat ze was gescheiden kon ze met ons getuigen. Annelies was strijdbaar. Fanatiek. Zelf klapte ik totaal dicht. Ik wilde alleen horen dat de rechter zei:'U bent schuldig'. Hij werd schuldig bevonden, maar heeft niet moeten zitten. Dat is jammer geweest. Zo jammer.

Antwoordapparaat. Ome Gerrit, ik moest onmiddellijk terugbellen. Het was de zomer van 1989, ik was net lekker ontspannen terug van een vakantie in America. ik belde. Brand, bij Annelies. Ze was door. Drie maanden daarvoor had ze een kindje gekregen, omarmd met haar baby werd ze op bed gevonden. Ook haar autistische zoontje van tien overleefde de vlammen niet. Alleen Gerben, toen zes, en echtgenoot Sasja konden via een achterraampje ontsnappen. Alsof Annelies nooit heeft mogen bestaan, zo meedogenloos weggevaagd van de aardbodem was ze. Het was allemaal even over. Ik zag een zwart gat, kon alleen maar huilen, huilen, huilen. Voor de begrafenis moesten de Prive-, Storyen de Weekend-fotografen nog uit de bomen worden gehaald. De eikels. Niets moet ik ervan hebben, van die strondbladen. Gelukkig hadden we nog wel een eigen begrafenis.

Ik zorgde voor haar erfenis, zeg maar. Ik heb Gerben meteen in huis genomen. En toen was er niet meer ik, mijn carriere, de show, het geld of wat ook-nee, er was gewoon een kind. En ik was de moeder. Dat kind moest gelukkig worden. Punt. Ruim twee weken na de begrafenis stond er een commercieel optreden gepland. Zo'n hossende zaal, wijn, zuipen, feestenen dan sta ik daar. Maar als ik 't nu niet doe, dacht ik, doe ik het nooit. Theater is voor mij een ontsnappingsclausule. Dan kan ik de ellende loslaten, ben ik effe weg. Ik heb me door dat optreden heen geslagen. Het moest.

Annelies is altijd trots geweest op wat mij was gelukt: mijn beroemdheid, de tv, het theater. Ik was sterk geworden, ik ben nooit bang geweest, dus als ik zou stoppen... dat had Annelies nooit gewild! Wat?! Ze had me voor m'n bek geslagen! Ben je helemaal besodemieterd!?.

Dat idee is toen de basis, de drijfveer geweest om mij grote show 'Bosje Bloemen' door te zetten. De eerste try-outs, niet lang na de brand, waren het moeilijkst. Ik wist dat zij er had gezeten als ze had geleefd. Ik stond in de coulissen en dacht: 'Je moet gaan, Karin. Je moet de tranen achter je ogen wegtrekken en hard worden voor jezelf.' In mijn hoofd heb ik Annelies heel duidelijk zien zitten in de zaal, zo rechts in de hoek. Ze zei: 'Toe maar.' Zo emotioneel. Maar als je particuliere ik' zich doodongelukkig voelt, komt je 'theater-ik' je redden. Met dat besef kwam er een geweldige stoot energie vrij. Mijn theater-mens deed het werk, zo kon mijn prive-ik meer afstand nemen. Bij de premiere van 'Bosje Bloemen' zat mijn moeder op de eerste rij. Die schat lijkt ook nog zoveel op Annelies.... dat trek je niet. De hele avond heb ik over haar heen gespeeld. Aan het einde van de voorstelling kreeg ik een grote bos bloemen, ik kijk recht mijn moeder aan, loop naar haar toe, geef haar die bos... en ik breek. 'Nu ga ik zo huilen', dacht ik. Ik draaide me om en dacht:'niet doen, niet doen'. Ik moest heel kwaad worden, ik kreeg hartkloppingen - mijn prive-persoon stond daar. En die is bang, kwetsbaar. Die kon alleen maar heel hard huilen.

Op het toneel heb ik dat gevoelige plekje dus nog steeds niet, maar de afgelopen twee jaar ban ik toch meer mezelf geworden op de buhne. Het blijft grotendeels het theater-mens dat daar staat, kan ook bijna niet anders. Mijzelf op de planken neerzetten - ik zou niet durven. Ik heb wel trucjes die mijn 'ik' helpen. Als het publiek slecht geconcentreerd is, moet je niet als een gefrustreerd artiest op de vloer stampen. Dan moet je je openmaken. Dat kan ik door hun moeder te spelen. Een moeder staat open voor iedereen, ze is groot, sterk en ze overziet alles. Vooral in het begin van mijn carriere had ik behoefte aan iemand die zei wat ik moest doen. Een vader-figuur. Hans Perukel, mijn manager, was zoiemand. Drie jaar lang nam hij het heft in handen heerlijk.

Hij kon me uit de put trekken, hij hielp me met Gerben. Alles ging goed, totdat het te goed ging. Het grote geld kwam, de big bucks. Toen heeft hij zichzelf verloren. Werd Hans Perukel weer dat oude patsertje van vroeger met een Porsche en vier wijven. Hij heeft gelogen en bedrogen, door hem heb ik twee a tweeenhalve ton verloren. Niet alleen heeft hij me als manager belazerd, als vriend schond hij mijn vertrouwen. Vooral dat laatste is voor mij moeilijk geweest. Elke keer als ik met moeite mijn vertrouwen geef en die persoon laat me dan vallen als een baksteen, ben ik tot in 't diepst van m'n wezen gekwetst. Sluit ik me weer af. Lang geleden besloot ik om positief in het leven te staan, met optimisme. vanuit die drang schiet ik soms door naar het andere uiterste - en ben ik weer zo stom naief. Dat mechanisme gaat bij mij niet vanzelf. Met Hans Perukel is het nu over. Klaar is klaar, op is op. .. over het leven ben ik wel benieuwd wat er nog meer zou kunnen komen. Rond oud en nieuw vraag ik me altijd af wat we in het volgende jaar weer mogen beleven. Af en toe zie ik het niet meer zitten. Maar dan ga ik mezelf lopen opfokken, koop een leuk jurkie voor mezelf-ik ben 't waard! Mag het nu even tegenzitten, slechter wordt het nooit. Misschien verklaart dat wel mijn basis: het wordt nooit meer zoals het was. Nooit meer geslagen, nooit meer verkracht, dat is toch heerlijk? Dat is toch wanstaltig luxe? Incest gaat nooit over. Maar het beeld dat sex alleen macht, vernedering en pijn is heb ik in de afgelopen vijftien jaar weten te keren. Die wond in mijn ziel is zo goed als gedicht. Het is een litteken geworden, dat af en toe hinderlijk jeukt.

Een ster, ik wilde een ster worden -dat was mijn eerste ambitie. Mijn tweede ambitie hield in dat het beter moest dan anderen, de derde ambitie dat het goed diende te zijn en nu is de vierde: wat ik doe moet waarheid zijn. Dat is de zoektocht. Ik weet dat ik het vak in de vingers heb, ik heb bewezen dat ik een theatershow kan dragen, maar nu gaat het om de verdieping. Wat wil ik nou echt vertellen? Ik heb de behoefte aan mooie, stille, eerlijke, warme, tedere, kwetsbare momenten op toneel. Datgene waarmee ik dus zelf niet meteen voor de dag kom. Het theaterpersoon moet dichter bij mezelf komen. In 'Karin in Concert', mijn nieuwe theatershow die ik samen doe met Marjolein Touw en Arthur Schlemper, kies ik daar nu meer voor. Ik zing langzame, gevoelige, mooie ballads. Een lied over een vriend en hoe hij me heeft kunnen laten vallen: gewoon wat het is, zonder spot. Om artistieke redenen hebben we een medley over incest laten vallen, ook omdat ik moest oppassen niet Karin 'incest' Bloemen te worden.

De Nederlandse Bette Midler - Ik? Nou, zelf heb ik het gevoel dat ik er misschien aan geroken heb. Zij kan zo mooi schilderen met haar lichaam... die bodytalk, in combinatie met haar stem, haar kracht, haar energie. Of het nou grappig, ondeugend, geil, vunzig, triest of brutaal is - ze sleept je mee. Zo warm, zo mens, dat het bijna is alsof jouw beste vriendin daar staat. Als zij huilt, huil jij ook. Haar leed is jouw leed. Ze communiceert dus top. Zo op de buhne staan kan dus, het is geen waanidee. Dat stimuleert me, daar werk ik nu naar toe.

Ik wil naar de kern, de essentie van dingen. Stel je voor dat de mens een roos is. Rozenblaadjes vormen de buitenkant van je wezen, en die zijn belangrijk: je kunt niet zonder. Bij mijn publiek wil ik die blaatjes zacht opzij duwen om bij de binnenkant te komen, de plaats waar het allemaal vandaan komt; 't stampertje. Het hart van de roos. Dat wil ik even aanraken, als het ware even strelen, om voor dat moment de pijn weg te halen. En dan vouwen de blaadjes zich weer langzaam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden