'Ik moet op mijn tenen lopen. Dat houd ik niet de hele week vol.'

Door de stakingen in de schoonmaakbranche wordt Nederland steeds viezer. Vooral in de trein is dat merkbaar. Vrijdag gaan de schoonmaakbedrijven weer met de bonden om tafel om te praten over een nieuwe cao. De eisen van de schoonmakers zijn duidelijk: doorbetaling tijdens de eerste twee ziektedagen en meer loon. Maar wie zijn zij? Een portret van twee van hen.

Ana Rosa Soares Semedo (40)

Alleenstaande moeder van dertienjarige zoon. Geboren in Portugal, opgegroeid op de Kaapverdische Eilanden. Woont 20 jaar in Nederland. Werkt 38 uur per week en verdient 1350 euro netto per maand. Werkt al 16 jaar als schoonmaakster in het Hilton Hotel in Rotterdam. Ze is in dienst bij schoonmaakbedrijf ISS.

"Elke werkdag moet ik zeventien hotelkamers schoonmaken. Per kamer heb ik twintig minuten en dan moet alles picobello zijn: de douchecabine, het toilet, het bed, het woonkamertje, de vuile handdoeken moeten opgeruimd en ik moet dweilen en stofzuigen. En niet rustig aan hè, ik moet op mijn tenen lopen. Eén keer vind ik dat niet erg, maar dat houd ik niet de hele week vol. Ik haal het niet om al die hotelkamers te doen. Mijn werkgever wil dan dat ik onbetaald langer blijf. Dat doe ik niet: ik heb een zoon die thuis wacht. Dan ben ik een slechte schoonmaker, omdat ik niet flexibel genoeg ben. Bazen hebben het liefste dat ik alleen maar ja, ja, ja zeg.

Soms worden ze boos: zeg je iets terug, dan heb je een grote mond. Op de werkvloer hebben we te maken met de baas van het Hilton, maar sinds twee jaar werken we voor ISS. Klopt mijn salaris niet, dan word ik van het kastje naar de muur gestuurd. Dan zegt ISS dat het Hilton de uren niet goed heeft doorgegeven en ben je een maand verder. Niemand zegt iets. Niemand komt naar mij toe. Dan respecteer je mij niet, vind ik.

Het is lastig om elke maand weer rond te komen. Ik moet heel erg opletten en probeer niet te veel vooruit te plannen, ik wil het mijn zoon niet aandoen om hem iets te beloven en dan te moeten zeggen dat het niet doorgaat.

Eén keer in de twee maanden heb ik geld om nieuwe kleren te kopen. Echt arm zijn wij niet, er zijn mensen die het veel slechter hebben. Schulden hebben we niet, dat wil ik mijn kind niet aandoen. Ik doe er alles aan om dat zo te houden. Dan doen we de leuke dingen maar niet. Met z'n tweeën naar de dierentuin kost al twee keer 27 euro. Om dat te kunnen doen, zet ik geld opzij. Ik zou het mijn zoon heel erg gunnen als we samen een weekje weg zouden kunnen. Niks geks: Centre Parcs, of een paar dagen Brussel. Maar dat zit er niet in. Nu zitten we heel de week samen thuis. Het is zwaar en moeilijk, maar je raakt er aan gewend."

undefined

Tim Edwards (60)

Voormalig Brits militair. Samen met zijn vrouw - familie van zijn sergeant in het leger - kwam hij 33 jaar geleden naar Nederland. Werkt vijf dagen per week van negen uur 's ochtends tot kwart voor zes 's avonds als treinschoonmaker bij de NS, nu via Hago. Edwards doet dat al 32 jaar. Heeft een zoon van 37 en een dochter van 35. Verdient 1450 euro netto per maand. Edwards is vakbondsleider bij de FNV.

"Vijf jaar geleden ben ik gestopt met de nachtdiensten. Daarmee verdiende ik op maandbasis een paar honderd euro meer, maar ik kreeg te veel pijn aan mijn schouders en ellebogen. Gelukkig kon ik het mij permitteren om de dagdiensten te gaan doen, omdat mijn vrouw als archivaris bij de gemeente Maastricht werkt. Daar verdient ze tussen 1600 en 1700 euro netto per maand. De meeste collega's met klachten, hebben die keuze niet. Zij moeten blijven doorwerken. Dankzij het salaris van mijn vrouw, konden mijn kinderen studeren.

We hebben krap een half uur voor een intercityrijtuig, dat is twee derde van de tijd van vroeger. Daarin moeten we de wc's schoonmaken, het water aanvullen, de vloeren boenen, de tafels stoffen, de ramen lappen en de prullenbakken legen - fysiek het zwaarste. Vroeger kreeg je 15 minuten extra voor de vloer, of 12 minuten meer om de ramen te lappen. Nu niet meer. Het schoonmaakbedrijf zegt dan dat we alleen schoon moeten maken wat vies is, maar álles is vies. Vroeger waren het alleen boterhammenzakjes, nu plastic flessen en verpakkingsmateriaal van maaltijdsalades. Het duurt heel lang voordat dat is opgeruimd. In een dubbeldekker leunen mensen met hun hoofd tegen het raam, dat geeft vetvlekken. Door de jaren heen is het meubilair steeds korter op elkaar geplaatst. Daardoor hebben we minder ruimte om te bewegen. En de bekleding is vaker van stof: kruimels zijn daardoor moeilijker op te vegen.

Eens per drie à vier maanden wordt een rijtuig als het goed is grondig gewassen. Dat moet elke dag worden onderhouden. Voor de dagelijkse reiniging heb ik tijd voor 40 rijtuigen, maar ik moet er vaak 60 doen. Als een rijtuig door tijdnood al vijf dagen niet fatsoenlijk is gereinigd, dan krijg ik dat niet allemaal schoon. Maar wat moet ik? Bij een controle wordt de voorman op het matje geroepen omdat het werk niet goed is gedaan. Sommige voormannen reageren de druk af op de schoonmakers, of zijn bang. Dat verpest de werksfeer. Of een teamleider schreeuwt en dreigt dat de schoonmaker naar huis wordt gestuurd of bij de baas moet komen. Ik accepteer dat niet, maar er zijn collega's die dat wel doen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden