Ik moet de rúimte hebben

interview | Jeroen Brouwers is vijftig jaar schrijver. Zijn nieuwe boek 'Het Hout' is de eerste Nederlandse roman over misbruik op katholieke kostscholen. Op bezoek bij een groot schrijver, 'wereldberoemd in Vlaanderen, maar in Nederland onbekend'.

Een literaire onrechtvaardigheid, dat klinkt misschien wat zwaar, maar veel te weinig mensen weten het niet en dat is eeuwig zonde. Jeroen Brouwers namelijk, is een van de grote schrijvers binnen het Nederlands taalgebied. Brouwers beheerst alle literaire genres tot in de finesses, schrijft op zijn 74ste nog of zijn leven ervan afhangt en nergens sijpelt dan ook maar een spoor van gedateerdheid door in zijn letteren. Alleen aan poëzie waagde hij zich nimmer serieus. "Poëzie is voor mij een te kleine vorm", zegt de schrijver daarover. "Ik moet de rúimte hebben."

Brouwers kreeg bijna alle grote literaire onderscheidingen die er in het leven geroepen zijn. En in Vlaanderen, waar hij woont, wordt hij wél door het grote publiek erkend. Misschien dat 'Het Hout', de eerste Nederlandse roman over misbruik in katholieke pensionaten, dan eindelijk de bestseller wordt die Brouwers in dit land verdient.

Zo, dat is eens gezegd.

In Het Hout is hoofdpersoon broeder Bonaventura getuige van seksueel misbruik, vernedering en sadisme in het klooster waar hij woont. Bepaalt geen vrolijk onderwerp, uiteraard, maar Brouwers trekt de lezer niet de put in. Evenals zijn overige werk bevat ook Het Hout autobiografische elementen - de auteur verbleef van zijn tiende tot zijn zeventiende in katholieke kostscholen.

"Maar ga niet proberen daar de biografische realiteit uit te halen, want daar klopt heel weinig van", stelt de schrijver.

We treffen Brouwers op een slecht moment. Hij heeft net gehoord dat hij zijn huis in het Belgisch-Limburgse Zutendaal moet afbreken. Het is illegaal gebouwd in een natuurgebied en dat had Brouwers, die het huis in 1993 kocht, moeten weten, oordeelde de rechter. De schrijver en zijn vrouw moeten hun huis binnen een jaar afbreken.

En als u dat niet doet?

"Dan moet ik een dwangsom betalen van 125 euro per dag. En dat kan ik niet opbrengen. Er zit dus niks anders op dan de boel afbreken en iets anders zoeken. Dat is nogal wat, ja. Maar er staat tegenover dat ik hier 21 jaar met ontzettend veel plezier heb gewoond."

Ik dacht dat er in België altijd wel iets te regelen viel bij dit soort zaken.

"Met dat idee heb ik dit huis destijds ook gekocht. Het is heel lang goed gegaan. God, die Brouwers is al zo oud, zeiden ze dan, laat die maar zitten waar die zit. Of ik kreeg een brief waarin dan zoiets stond als 'gelet op zijn letterkundige verdiensten....' En dan mocht ik blijven. Er valt hier inderdaad veel te ritselen, maar nu is het uitgeritseld. Cassatie is nog mogelijk, mijn advocaten zien nog genoeg mogelijkheden om het te voorkomen. We wachten het maar af. Mijn vrouw en ik steken nu voorzichtig de voelsprieten uit, op zoek naar iets anders. Maar we vinden nooit meer zoiets als dit. We hebben een groot huis nodig voor al die boeken en archieven. Laten we er maar vanuit gaan dat Het Hout 500.000 exemplaren verkoopt."

U bent 74. Hoe staat het met uw gezondheid?

"Het is kwakkelen. Je hoort het wel aan mijn ademhaling, daar is het slecht mee gesteld. Ik heb een luchtpijpprothese. Kijk maar, hier zit-ie. Ik blijf ook stug doorroken, het lukt me maar niet om van die verslaving af te komen. Met drank is het me wel gelukt. Dat werkt anders, dan zegt je lichaam: je hebt genoeg gezopen. Hou op! Dat zegt het niet over sigaretten. Ik kan ook wel van het roken genieten. Niet altijd - als ik op de bank zit, doe ik het puur uit gewoonte - maar roken geeft mij tijdens het schrijven stoten energie. Alsof de motor blijft draaien."

Want schrijven kunt u in ieder geval nog goed.

"Wacht even, hoor. Zullen we alsjeblieft je zeggen? Dat ge-u....

"Dat schrijven. Ja, nu weer wel, gelukkig. Bij mijn gesukkel hoort dat ik een herseninfarct heb gehad en daarbij was mijn schrijfhand uitgeschakeld. Ik kon niet meer schrijven. Ik raakte in dolle paniek. Vergeet niet dat ik uitsluitend met de hand schrijf. Als die weigert, wat kun je dan nog?

"Therapie bleek uitkomst te bieden. Je vingers bewegen, de hele dag door. Trainen. Kijk, zo doe ik dat: eindeloos vaak mijn wijsvinger en mijn middelvinger naar mijn duim toe bewegen. Elke keer als ik wil schrijven moet ik mijn hand dwingen. Als een schoolkind heb ik opnieuw leren schrijven. Een halve bladzijde per dag lukt me nog, daarna protesteert mijn hand. Ik schrijf nu op opengeknipte bakkerszakken. Ken je die? Grote vellen. Zo houd ik het overzicht over mijn oogst. Zo is ook Het Hout ontstaan."

De 'eerste Nederlandse roman over misbruik in katholieke pensionaten', volgens uw uitgever. Toen u tien jaar was werd u in diverse rooms-katholieke pensionaten ondergebracht. Putte u uit uw eigen ervaring?

"Deels natuurlijk wel, maar mij is verder niks overkomen. Wel dat slaan en dat sadisme, maar die viezigheid niet."

Toch zult u door uw tijd in die kostscholen ongetwijfeld hebben nagedacht over de vraag hoe die kloosterlingen tot hun daden kwamen.

"Het begon in Ierland, later ook in de VS, Duitsland en andere landen. Hier werd het pas later bekend. Misschien moet je beginnen met het verschijnsel het celibaat. Daar zit men al eeuwen mee. En het is gebleken dat er veel homoseksualiteit voorkwam in kloosters. Dat moest eruit, dus richtten die geestelijken zich op die jongetjes. En dan natuurlijk die beslotenheid, dat zwijgen. Daarom is het ook zo laat naar buiten gekomen allemaal. Als je daar getuige van bent, zoals mijn hoofdpersoon Bonaventura in dit boek, aan wie moet je dat dan vertellen? En dan is die Bonaventura nog een pionier, die door omstandigheden de kans krijgt om 'buiten' te komen.

"Het is erg treurig wat er in die pensionaten is gebeurd. Daarom heb ik bewust humor in het verhaal gestopt. Als ik dat niet had gedaan, was deze roman veel te zwaar geworden."

Gelooft u dat die geestelijken wérkelijk in God geloofden?

"In het begin wel, denk ik. Dat het mensen waren met een roeping. Na tien, vijftien jaar in zo'n klooster wordt die roeping gewoonte, routine. Maar dat vragen wij ons nú af, in 2014. Honderd jaar geleden vroeg niemand zich iets af."

U heeft eens gezegd: de autobiografie van de schrijver is niet de weergave van werkelijk (of waarlijk) door hemzelf 'beleefde' gebeurtenissen, maar het is zijn werk zèlf. Kunt u dat nog eens toelichten?

"Het is niet mijn eigen leven dat ik beschrijf. Het boek, dát ben ik. Het Hout, dát ben ik. Maar ga niet proberen daar de biografische realiteit uit te halen, want daar klopt heel weinig van. Ik kon mij het kloosterleven natuurlijk wel goed voorstellen. En ik heb altijd aan de rand van de wereld gewoond. Ik leef hier ook als een monnik, ik leef hier als een heremiet. Mijn dagen bestaan uit een derde arbeid, een derde ontspanning en een derde geestelijk leven."

Waar bestaat dat geestelijk leven uit bij u?

"Lezen. Muziek beluisteren. Staren."

Uw oeuvre is indrukwekkend. Niet alleen in omvang, ook in kwaliteit. Bent u de laatste van een 'ambachtelijke' literaire generatie?

"Dat zou goed kunnen, ja. Ik ben inmiddels vijftig jaar schrijver, dan begin je het weleens in de vingers te krijgen. Ik hoor de jeugd vaak zeggen: Schrijven is het 'fijnste' dat bestaat. Het fijnste! Nou, daar kan ik niks van bakken, hoor. Het is hard werken. Discipline. Stijl, ritme, melodie. Zó moet een roman in elkaar zitten. Het liefst handgeschreven. Met een computer ben je sneller tevreden. Op een beeldscherm ziet het er al uit als een boekbladzijde. Dat maakt lui. Ik heb ze allemaal zien komen en ik heb ze allemaal zien gaan. (lachend) Het wordt tijd dat ik er ook eens mee ophoud."

"Maar we moeten ze blijven lezen. Tenminste; we moeten niks, maar ik doe het wel. Vestdijk, Reve, Mulisch, Hermans. Ik heb ontzettend veel geleerd door die te lezen. Ik bestudeerde dat echt: hoe doet hij dat nou, die Mulisch?

"Ik vind het onzin, hoor, altijd dat verhaal over De Grote Drie (Mulisch, Hermans, Reve JvV.) maar als we het er dan toch over hebben dan denk ik dat Hermans de grootste was van de grote drie. Reve wordt niet meer gelezen. En Mulisch, zou die tijdloos zijn? Ik betwijfel het. Toch hou ik de literatuur van nu nog goed bij. Het gaat altijd door en er komen altijd nieuwe goede schrijvers. Maartje Wortel, Joost de Vries, Merijn de Boer, Ilja Leonard Pfeijffer. Die zijn allemaal goed."

Uw oeuvre is veelvuldig geprezen en onderscheiden, maar bij de massa lijkt u ondergewaardeerd. Althans, in Nederland. Of voelt u dat niet zo?

"In Nederland ben ik onbekend, in Vlaanderen ben ik wereldberoemd. Dagblad De Morgen had deze week een hele Jeroen Brouwers-bijlage. Ik woon hier ook al driekwart van mijn leven, ik ben hier ooit gedebuteerd, dat zal er wel mee te maken hebben.

"Ach, het is een klein verdrietje van me. Maar het schrijverschap is ook weer geen lijden, hoor. Het is nu eenmaal mijn beroep, net als iemand die achter een loket werkt. Dan moet je er ook niet over zeiken."

Het Hout. Jeroen Brouwers. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam. 283 blz, euro 19,99.

Alleskunner en veelvraat

Jeroen Brouwers (Batavia, 1940) komt uit een gezin van vijf kinderen. In de oorlog belandde hij samen met zijn oma, zijn moeder en zus in het Japanse interneringskamp Kramat in Batavia, het huidige Jakarta. Later werden ze overgeplaatst naar het kamp Tjideng, ook in Batavia.

Zijn grootouders hebben de kampen niet overleefd. De romans 'Bezonken rood', 'Het verzonkene' en 'De zondvloed' gaan over die tijd. Terug in Nederland woonde Brouwers aanvankelijk thuis bij zijn ouders tot hij op zijn tiende in diverse rooms-katholieke pensionaten werd ondergebracht. Hij zou onhandelbaar zijn.

Brouwers begon halverwege de jaren zestig met schrijven en debuteerde als romanschrijver in 1967 met Joris Ockeloen en het wachten. Inmiddels telt zijn oeuvre rond de honderd essays en boeken.

Ook aan prijzen geen gebrek in huize Brouwers: hij ontving onder meer de Constantijn Huygensprijs, De Gouden Uil (drie keer), de AKO Literatuurprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren (2007).

Die laatste weigerde hij omdat hij het geldbedrag te laag vond. Brouwers werd in 1992 opgenomen in de Orde van de Vlaamse Leeuw, en is sinds 1993 Ridder in de Belgische Kroonorde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden