'Ik moest zo nodig geëngageerd zijn'

In de interviewserie 'Zelfkritiek' zoekt Trouw bij romanciers, beeldend kunstenaars, dansers, dichters en fotografen naar de kunst der zelfbespiegeling. Vandaag de fotograaf Bertien van Manen.

Peter Henk Steenhuis

'Ik ben niet technisch. Het interesseert me niet hoe een camera in elkaar zit. Al dat gedoe met focussen en diafragma, ik vond dat lastig, vervelend. Eigenlijk wilde ik er niets van weten. Het gaat mij om wat ik zie, mijn camera is de verlenging van mijn oog.'

Bertien van Manen begon in 1975 als modefotograaf. Dat beviel haar niet; ze verdiende er goed geld mee, maar voelde zich niet thuis in de modewereld. Toen kreeg ze het boek 'The Americans' van de Zwitserse fotograaf Robert Frank in handen. ,,Frank was in de jaren vijftig een van de eersten die met een kleine Leica begonnen te fotograferen. Daarvoor werd er altijd gewerkt met grote, zware camera's, waardoor het werk statisch werd en perfectionistisch. Maar Robert Frank fotografeerde spontaan en snel wat hij op zijn reizen door Amerika tegenkwam. Het interesseerde hem weinig of alles keurig gefotografeerd was; als er zo af en toe wat onbedoelds op de foto stond, ergerde hem dat niet, maar noemde hij het mooi. Die weinig gekunstelde houding vond ik aantrekkelijk. Daardoor kom je dichter bij de dingen zoals je ze echt ziet. Toen ik dat boek inkeek, wist ik: zo wil ik fotograferen. Ik zegde mijn baan op en ben op reis gegaan naar Boedapest en New York.''

,,Hoewel ik altijd met een kleinbeeldcamera heb gewerkt, waren die eerste toestellen in vergelijking met de moderne cameraatjes toch nog groot en zwaar. Ik vond het een openbaring dat er amateur-automatische camera's op de markt kwamen. Het toestel waarmee ik nu werk is niet veel groter dan een sigarettenpakje. Heerlijk. Ik zie wat. Knip. Omdat ik zoveel ervaring heb, hoef ik niet eens door de lens te kijken. Nu fotografeer ik precies wat ik wil en hoe ik het wil.''

U heeft een afkeer van de technische kant van de fotografie. Toch begint u uw zelfkritiek met een uiteenzetting over fototoestellen.

,,Dat doe ik omdat je die ontwikkeling van de toestellen in mijn foto's terugziet. Neem die foto van die gesluierde vrouwen. Die is statischer dan mijn latere werk. Dat komt deels door het toestel dat ik toen gebruikte. Ik moest het licht en de afstand instellen. Daardoor verloor ik de spontaniteit van het moment. Er ontstond een afstand tussen de fotograaf en de gefotografeerde.''

Die ontwikkeling verklaart het verschil in foto's, maar dat is nog geen zelfkritiek.

,,Nee, maar het is wel een van de redenen waarom ik mijn oude foto's minder goed vind dan de nieuwere. Mijn zelfkritiek heeft veel sterker betrekking op mijn houding uit die tijd. In de jaren zeventig moest ik ontzettend nodig sociaal geëngageerd zijn en dat ook benadrukken. Als een nette Nederlandse mevrouw voelde ik de behoefte iets aan het onrecht in de wereld te doen. Die houding zie ik terug in de foto's.''

,,Na Boedapest en New York kon ik vrij snel voor verschillende bladen aan de slag. Maar het was een chaotische periode. Dan weer fabrieksarbeiders in Den Helder, dan weer het dagelijks leven in Hongarije. Ik kreeg behoefte aan een leidraad. Toen las ik het boek 'The Seventh Man', van de Engelse communistische schrijver John Berger en de Zwitserse fotograaf Jean Moore. Min of meer als verantwoording schreven zij dat ze niet aan de vrouwen van de gastarbeiders waren toegekomen. Voor mannelijke fotografen was het destijds onmogelijk binnen te dringen in het huiselijke leven van allochtone vrouwen. Ik dacht: 'die vrouwen, die ga ik proberen te fotograferen'. Dat is me gelukt. Het boek 'Vrouwen te gast' was het resultaat van twee jaar fotograferen.''

,,'Vrouwen te gast' is voor mij belangrijk geweest; ik vind het ook nog steeds een goed boek. Het toonde aan dat de vrouwen die naar Nederland kwamen vanwege gezinshereniging een afschuwelijk leven hadden. Over hun situatie was niets bekend. Niemand deed iets voor ze, zelfs de FNV-vrouwen niet. Het boek heeft een zekere invloed gehad. Men werd zich ervan bewust dat die vrouwen bestonden, opgesloten in hun huizen omdat hun mannen hen verboden naar buiten te gaan. Omdat er in die tijd weinig vrouwen waren die vrouwen fotografeerden, werd ik al snel met de vrouwenbeweging geassocieerd. Zeker toen ik in opdracht van het Rijksmuseum de vrouwenbeweging ging fotograferen. Over de foto's uit dat boek ben ik niet meer tevreden. Die foto's wil ik liever niet meer laten zien. Het zijn groepen pratende, discussiërende of actievoerende vrouwen. En ik vind de foto's ook te braaf.''

Braaf?

,,Bewijzerig. Dat vind ik naar aan die tijd. En aan die foto's. 'Moet je nou eens kijken: wij zijn links en verbeteren de wereld'.''

Die foto uit Marokko, is die ook braaf?

,,Ja. De foto is genomen in de Westelijke Sahara, daar woedde de vrijheidsstrijd tegen Marokko. Ik vind dit duidelijk een foto die gemaakt is door een witte, westerse vrouw, die naar een oase trekt waar de mannen aan het vechten zijn en de vrouwen de kinderen opvoeden en leren lezen. En daar ga ik fotograferen, om te laten zien hoe primitief het onderwijs daar is.''

Is dat braaf? Esthetisch gezien is het een schitterende foto; het licht op de hand, de schrijvende vinger.

,,Er zijn fotografen die in Ethiopië prachtige foto's hebben gemaakt van mensen die sterven van de honger. Die foto's worden groot in een museum opgehangen. Hoe esthetisch verantwoord die beelden ook zijn, zo'n foto schiet zijn doel voorbij.''

Omdat hij gemaakt lijkt ter meerdere eer en glorie van de fotograaf?

,,Inderdaad. Daarom heb ik ook moeite met die oude foto uit Marokko. Je ziet dat ik er trots op ben die foto gemaakt te hebben. Toen ik 'Vrouwen te gast' publiceerde, waren er nauwelijks musea of galeries die foto's lieten zien. De Ca nongalerie in de Amsterdamse Reestraat was de eerste fotogalerie van Nederland. Zij vroegen of ik een tentoonstelling wilde maken van de foto's uit 'Vrouwen te gast'. Ik heb die foto's mooi ingelijst, niet eens zo groot. Maar toen ik ze zag hangen, geneerde ik me: al die vrouwen die ik in hun kamertjes gefotografeerd heb en die het moeilijk hebben, zij hangen nu aan de muur! Ik had de foto's gemaakt om in een boek te publiceren, intiem. Ze hingen daar ineens kunst te wezen.''

Heeft u die gegeneerdheid nadien proberen te omzeilen?

,,Nee, als fotograaf moet je je werk tentoonstellen. Ik heb wel geprobeerd mijn houding te veranderen. Ik denk dat ik tegenwoordig minder afstandelijk fotografeer, minder paternalistisch of kolonialistisch.''

,,Ik ben net terug uit Parijs, waar ik gewerkt heb aan een opdracht van het Zwitsers ministerie van buitenlandse zaken over globalisatie. Men wilde dat ik Noord-Afrikanen fotografeerde in de buitenwijken van Parijs. Het vandalisme, de agressie. Ik moest de ellende fotograferen die daar het leven beheerst. Ik vond het een kolonialistische opdracht: ik moest laten zien hoe slecht zíj en dus hoe goed wíj zijn. Als je dit te negatief vindt, kun je ook zeggen: ik moest laten zien hoe beroerd hun situatie is.''

,,Gelukkig is het me gelukt de opdracht om te buigen: ik heb niet de brandende autobanden gefotografeerd, maar de interieurs. En niet alleen van de Noord-Afrikanen, maar ook van Kosovaren en Afghanen. Ik breng niet één groep in beeld of wijs hen aan als schuldig, vreemd of anders.''

Het zijn wel allemaal immigranten.

,,Je kunt er als fotograaf niet omheen dat de problematiek van de immigranten op dit moment speelt. Maar misschien vind ik deze foto's over tien jaar ook paternalistisch. Daarmee bedoel ik niet alleen betweterig, bevoogdend, maar ook afstandelijk. Op zo'n foto uit Marokko zie je dat er tussen de fotograaf en de gefotografeerde een onoverbrugbare afstand bestaat. Tegenwoordig probeer ik deel uit te maken van de situatie.''

Dat lijkt me onmogelijk, een fotograaf blijft toch per definitie buiten de situatie staan?

,,In Parijs heb ik immigranten gevraagd of zij mij hun familiefoto's wilden laten zien. Dat is een heel intieme vraag. Samen zochten we bruikbare beelden uit. Op deze manier verdiep ik me helemaal in hun geschiedenis, probeer ik zo dicht mogelijk bij ze te komen. Vervolgens hebben we samen in hun huis naar een geschikte plek gezocht om de foto's te fotograferen. Dat is toch anders dan drie dagen naar de Sahara gaan, een foto maken en weer vertrekken.''

,,Voor mijn boek over China, dat twee jaar geleden verscheen, heb ik uiteindelijk drie jaar door China getrokken. Een westerling die door China reist blijft een buitenstaander. Maar je kunt wel proberen deel uit te maken van het leven daar. Tijdens al die reizen heb ik geslapen, gegeten, geleefd zoals de Chinezen doen.''

,,Toen ik voor het eerst in China kwam was ik overdonderd. Ik vond alles prachtig, overal zag ik kalenderplaten. Schiften, schiften, schiften. Want ik wilde niet laten zien hoe mooi China is en ook niet hoe China in elkaar zit. Ik wilde dat deel van China laten zien dat iets met me te maken heeft en me geraakt heeft. Pas tijdens mijn tiende reis kreeg ik het idee dat ik wist wat ik wilde fotograferen. Ik was in een stad, Chongqing, en opeens was er de warmte, het geluid, de straat vol mensen. Opeens had ik het gevoel: nu ben ik geen vreemdeling meer. Ik fotografeerde als een razende, alsof ik met een mitrailleur foto's schoot, de ene goede na de andere.''

,,De periode dat ik door China reisde was niet de gelukkigste uit mijn leven. Op die herken ik mijn gevoelens van toen: angst, eenzaamheid en de behoefte aan steun. Dat maakt ze ook goed. Je moet foto's niet uitleggen en er zeker geen dramatische etiketten op plakken. Maar een kijker zal deze sfeer zeker ervaren. Tegenwoordig maak ik zelf deel uit van mijn foto's.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden