Ik leid nu het gewone leven Femke Halsema

Femke Halsema (Haarlem, 1966) werkt als adviseur en bestuurder in het bedrijfsleven en de publieke sector. Ze was van 2002 tot 2011 politiek leider van GroenLinks. Onlangs verschenen haar politieke memoires: 'Pluche'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Het atheïsme is mij te agressief - ik mis de aandrang om te willen bewijzen dat God niet bestaat - en ik ben ook geen agnost, dat is me te zweverig. Ik geloof gewoon niet in God, maar ik respecteer de mensen die dat wél doen. Ik heb respect voor gelovigen die zoeken, maar ik heb moeite met dogmatische gelovigen die alles zeker weten. Tijdens debatten over de euthanasiewet kwam ik weleens in aanvaring met Kamerleden van het CDA en de ChristenUnie omdat die vonden dat de mens nooit zelf mocht beslissen wanneer er een einde aan zijn of haar leven was gekomen. Ik heb daar in die tijd veel gesprekken met Ab Harrewijn (hervormd predikant en Kamerlid voor GroenLinks, overleden in 2002, AV) over gevoerd. Hij wees mij op het werk van Edward Schillebeeckx (dominicaan, theoloog en hoogleraar, AV) die stelde dat er een onderscheid is tussen ethiek en geloof, en dat mensen zich in ethische kwesties - kwesties van goed en kwaad - nooit op God konden beroepen. Het geloof kan een inspiratiebron zijn, maar het zijn mensen die de wetten maken."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Warren Beatty zei ooit over Madonna, zijn ex, dat ze niet bestond als er geen camera's op haar gericht waren. Dat gevoel kreeg ik ook een beetje nadat ik in januari 2011 de Tweede Kamer had verlaten. Het is de ergste misvorming die je oploopt in de politiek: je wordt een publiek personage, de waardering is steeds extern. En wat stel je dan eigenlijk nog voor zodra die waardering wegvalt? In de luwte, pers en Twitter mijdend, worstelde ik met de tamelijk megalomane gedachte dat ik jegens 'het publiek' ernstig tekortschoot. Pas na een paar maanden begon ik iets van die adrenaline kwijt te raken en tot rust te komen. Op een dag vond ik mezelf terug op de bank, met een boek, helemaal gelukkig met het idee dat ik niet meer naar buiten hoefde te treden, dat ik me niet langer hoefde te verantwoorden. Ik leid nu het gewone leven, het leven van de meeste mensen, en dat voelt als een bevrijding."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Ik begrijp dat je je gekwetst kunt voelen als er wordt gevloekt, of als er ergens een cartoon van Mohammed wordt afgedrukt, maar aan die gekwetstheid kun je geen rechten ontlenen. Ik vind het vrije debat over de intolerantie van religie minstens zo belangrijk. In de wet is de vrijheid van meningsuiting begrensd maar wat mij betreft is alleen het oproepen tot geweld onacceptabel. Daarom vind ik het proces tegen Geert Wilders, vanwege zijn 'minder Marokkanen'-uitspraken ook zo heilloos. Wilders is een onverantwoordelijke, onfatsoenlijke politicus, maar ik vind dat je hem in debat moet laten weten hoe je over zijn ideeën denkt en niet de hulp van een rechter moet inroepen. We moeten kunnen schuren en botsen, er moet een open ruimte zijn waarin we elkaar, tot op zekere hoogte, verrot kunnen schelden. Anders wordt de samenleving te onvrij, gaan mensen ondergronds en wordt de weerzin tegen elkaar alleen maar groter. Overigens ben ik ervan overtuigd dat een overgrote meerderheid het geschreeuw en het gescheld heel akelig vindt. Onze samenleving is nog steeds heel leefbaar. Iedereen die dat ontkent, bedrijft een zekere mate van demagogie."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Een goede politicus mag niet achterover leunen. Je móet die drift hebben, er genoegen mee nemen dat je nauwelijks aan rust toekomt. Daarom, en ook om ervoor te zorgen dat eigen belang en politiek belang niet in elkaar overlopen, lijkt het me beter om dit vak alleen tijdelijk te beoefenen."

V Eer uw vader en uw moeder

"Eren is een woord dat ik in dit verband niet goed begrijp. Ik zou liever zeggen: heb mededogen met je vader en moeder. Ik kom weleens leeftijdsgenoten tegen die hun ouders nog altijd van alles kwalijk nemen. Als ze je mishandeld hebben begrijp ik dat, maar ik geloof dat de meeste ouders goede bedoelingen met hun kinderen hebben. Ze maken fouten, maar opvoeden is ook een ongelooflijk moeilijke klus!

Het respect voor mijn ouders wordt, zeker sinds ik zelf kinderen heb, alleen maar groter. Ik heb een tweeling van twaalf, een jongen en een meisje. Mijn dochter vindt op het ogenblik erg veel dingen belangrijk - alles behalve school. Ik kan haar proberen te overreden, ik kan haar proberen te verleiden, maar ik kan haar niet dwingen om school belangrijk te vinden. Ze heeft het recht om haar eigen weg te zoeken, om in zeven sloten tegelijk te lopen. Precies zoals haar moeder heeft gedaan? Ja, maar ssttt... dat mag zij niet weten.

Laatst betrapte ik mezelf op de gedachte: wat moeten jullie het moeilijk met mij hebben gehad! Ik was de oudste van de twee, een meisje bovendien. Ze hielden mij kort, vond ik, maar tegelijkertijd heb ik altijd geweten dat ze trots op me waren, dat ik er mocht zijn.

Kinderen zijn er niet om hun ouders gelukkig te maken. Ouders hebben hun leven lang de plicht om zo goed mogelijk voor hun kinderen te zorgen. Natuurlijk mag je ook iets terug verwachten, het zijn geen prinsjes en prinsesjes, maar de jeugd van nu is minder volgzaam dan die van dertig, veertig jaar geleden. Mijn moeder zei vroeger altijd dat ik als puber mijn humeur niet op haar moest botvieren. Volgens haar betrok mijn gezicht zodra ik na school het pad op kwam fietsen. 'Als je verdriet hebt,' zei ze, 'dan sta ik altijd klaar, maar die humeuren zijn tiranniek.' Je houdt je in, je past je aan - ik ben wel blij dat ze mij dit gevoel voor decorum hebben bijgebracht.

Mijn ouders zijn allebei, ieder op hun eigen manier, voorbeeldig voor mij geweest. Ik houd zielsveel van beiden, maar ik zie mijn moeder wel meer als een rolmodel. Ze komt voort uit een generatie waarin meisjes veel minder kansen kregen. Zij heeft zich weten te ontworstelen, ze is altijd nieuwsgierig gebleven. Daar sluit dit gebod overigens uitstekend bij aan: ik vind dat we soms liefdeloos met onze ouderen omgaan. Mijn moeder is 75, ze is buitengewoon in de wereld geïnteresseerd, jarenlang actief geweest voor de Partij van de Arbeid, maar toen zij zich daar laatst had aangemeld om te helpen werd ze niet meer serieus genomen. Het is dom om die potentie - zeker in een samenleving die steeds meer ouderen kent en waarin mensen ook steeds ouder worden - niet te benutten. Dus, als we het gebod op die manier lezen, dan vind ik inderdaad dat we voor onze ouderen wel iets meer eerbied mogen hebben."

VI Gij zult niet doodslaan

"Onder sommige omstandigheden is doden onvermijdelijk. Als Assad zijn eigen bevolking met gifgas bestookt, mag je Syrië bombarderen. Als IS-strijders onschuldige burgers opjagen, vrouwen verkrachten en vermoorden, dan móet je ingrijpen. En dat kan ook betekenen dat onschuldige burgers worden gedood. Schone oorlogen bestaan niet. Ik vind overigens wel dat de Nederlandse regering zich veel eerder en uitgebreider over oorlog zou moeten verantwoorden. Het is mooi dat onze minister van buitenlandse zaken in Rawagade, waar in 1947 de hele mannelijke bevolking door Nederlandse militairen werd uitgemoord, onze excuses nog eens heeft overgebracht, maar het is natuurlijk ronduit beschamend dat het allemaal zó lang heeft moeten duren. En, nog erger: dat we bij dit enorme drama vooral aan geld hebben gedacht. Het mag ons niet te veel kosten.

Na de val van Srebrenica in 1995 werden de uitvoerenden, de militairen, verantwoordelijk gehouden. De politici bleven nog jaren buiten schot. Pas in 2002 is het tweede paarse kabinet, onder druk, afgetreden. Men was 'verantwoordelijk', maar niet 'schuldig'. En excuses aan de nabestaanden bleven uit.

Misschien schamen we ons te diep om te kunnen erkennen dat we fout zaten. Of, de minder welwillende verklaring: misschien beschouwen we onszelf als te superieur - we noemen onszelf niet voor niets een gidsland - om te willen erkennen dat we zaken verkeerd hebben aangepakt."

VII Gij zult niet echtbreken

"Het schijnt dat politieke macht bij mannen erotiseert, nou, dan heb ik toch in het verkeerde parlement gezeten. Wellicht dat er op dit terrein in Frankrijk of Amerika nog iets te beleven valt, maar de gemiddelde Nederlandse politicus is gewoon een nette man met een sleurhut en een doorzonwoning. Daar raak ik niet echt opgewonden van, sorry."

VIII Gij zult niet stelen

"Ik moet bekennen dat ik als Kamerlid wel eens met het idee van een collega aan de haal ben gegaan. Het was geen enorme diefstal, maar ik voelde me er niet prettig bij. Temeer omdat ik wist hoe naar het was als leden van de grote machtspartijen iets naar voren brachten waar ik al heel lang mee bezig was omdat ze wisten dat zij er een Kamermeerderheid mee konden halen en ik niet. Ik hecht veel waarde aan intellectueel eigendom. Wat er uit mijn hoofd komt, vind ik belangrijker dan... laten we zeggen: m'n fiets."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Mijn boek, 'Pluche', is een waarachtige getuigenis. Ik kan zo openhartig zijn omdat ik geen politicus meer ben. Ik heb niks te winnen of te verliezen. Om het beeld van de duivelse politicus naar de juiste proporties terug te brengen heb ik zoveel mogelijk aandacht besteed aan mijn tekortkomingen.

Als je in functie bent, moet je dingen voor je houden, jezelf doseren. Dat komt ook door wat Michael Ignatieff (Canadees rechtsfilosoof, AV) in zijn memoires 'Vuur en as' de gestoorde letterlijkheid noemt. Alles wat je zegt blijft bestaan; er valt niets te corrigeren, voortschrijdend inzicht bestaat niet of ja, het bestaat wel, maar dan in de negatieve cynische variant van draaien of duiken.

Ik zal je een voorbeeld geven. Ik deed mee aan een lijsttrekkersdebat en toen ik even wilde roken had ik de cameraman die daar rondliep gevraagd mij wat privacy te gunnen. Afgesproken. Even later zag ik hem tóch zijn lens op mij richten en ik maakte een geïrriteerd gebaar met mijn hand. Dat moment werd uitgezonden. Op basis van dat ene gebaar werd mijn karakter geanalyseerd: onbetrouwbaar en arrogant. En daar kwamen al die oordelen over het roken nog eens bij... Je hebt als politicus de ingewikkelde opdracht om het beeld van jezelf te beschermen, want als je dat niet doet maakt iedereen er zijn eigen verhaal van. Dus: altijd 'on message' zijn. Omdat je als lijsttrekker van een kleine partij weinig aandacht krijgt, zul je ervoor moeten zorgen dat de mediaruimte wordt gevuld met standpunten en niet met trivialiteiten. Zoals roken in de pauze.

In een mediacratie houdt iedereen je voortdurend in de gaten. Kon je vroeger nog de volgende dag in de krant lezen wat men van jouw optreden in de Kamer vond, tegenwoordig weet je dat al zodra je terugloopt naar je plaats. Journalisten klagen erover dat politici zich omringen met spindoctors en voorlichters, maar ze moeten ook eens bij zichzelf te rade gaan. Als columnist Bas Heijne Diederik Samsom om een ongelukkige politieke manoeuvre kapot schrijft (over Samsoms plan voor opvang van vluchtelingen, NRC, 5 maart, AV) welke risico's durf je als politicus dan nog te nemen? Er wordt mij te vaak karaktermoord gepleegd om kleine, onbeduidende zaken. Toen ik commentaar kreeg omdat mijn vriend een oude auto had gekocht, zei hij dat ik me daar niets van aan moest trekken, maar voor mij was het een simpele rekensom: elk stuk over die auto was geen stuk over het programma van GroenLinks. Daar komt nog bij dat dit soort dingetjes véél langer in het collectieve geheugen blijven hangen dan politieke opvattingen die werkelijk ergens over gaan."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Jaloezie is echt de allerlelijkste emotie die ik kan bedenken. Je mondhoeken gaan er ook zo van hangen. Ik kan jaloers zijn op de benen van Doutzen Kroes, nee, op èlk lichaamsdeel van Doutzen Kroes, maar... ik vind praten over jaloezie al vervelend, weet je dat? Samen met bitterheid, rancune en cynisme is afgunst typisch zo'n eigenschap die je bekruipt als je ouder wordt. Ik verbaas me weleens over mensen die trots zijn op hun cynisme. Het is zo'n luie levenshouding. Natuurlijk verlies ik weleens een gevecht met mijn kleine demonen, maar dan spreek ik mezelf bestraffend toe dat ik eigenlijk het recht niet heb om jaloers of verbitterd te zijn. Ik heb twee gezonde kinderen, ik heb een lieve partner, ik kan doen wat ik wil. Zelfs emigreren naar Canada behoort, met een paar kleine aanpassingen, tot de mogelijkheden. Ik kan mijn boeltje oppakken en vertrekken. Ik ben vrij. Ik mag niet zeuren. Jaloezie is een beschamende gedachte - misschien moeten we dit gesprek maar snel gaan afronden, want ik ben bang dat ik nu alleen nog maar moralistische, calvinistische taal weet uit te kramen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden