'Ik leef uit genade', schrijft filosofe Karin Melis. Maar wat heeft ze eraan nu ze voor de rechter staat?

Nooit geweten dat ze op Goede Vrijdag ook aan rechtszittingen doen. Maar zie hier. En daar, in de rechtszaal, voelde het alsof mijn moederschap in de beklaagdenbank zat.

Nog steeds weet ik niet goed hoe het zit. Als ouder ben ik verantwoordelijk voor het gedrag van mijn kind. Maar het is mijn dochter (17) die mogelijkerwijs straf krijgt: taakstraf of ondertoezichtstelling. Die OTS was door de Raad voor de Kinderbescherming aangedragen als motivatie voor een rechtszitting. Ik ervoer het als een dreigement, de raad zag dat anders: het diende ter bescherming van het kind én ter ontlasting voor moeder. De gezinsvoogd stond, nog voor het vonnis was uitgesproken, al paraat, zei de mevrouw van Jeugdzorg monter.

'Ontlasting' verwijst naar ouderlijk onvermogen. Voor de goede orde: school kreeg dochter niet gemotiveerd, dochter kwam structureel te laat, school had leerplicht ingeschakekeld. Nog één keer te laat en er werd proces-verbaal opgemaakt. Nog één keer. De uitkomst laat zich raden. "Dit zijn de regels, mevrouw, ik handhaaf de wet." Begrepen ze dan niet dat je regels moet toepassen op omstandigheden die je eerst naar eer en geweten interpreteert? Dat regels niet bedoeld zijn als dwangmiddelen als konden zij het leven zelf afpersen?

Het hele hulpverlenend en soms aanklagend systeem openbaarde zich aan me. Vertegenwoordigers van Jeugdzorg, raadsonderzoeker voor de Raad voor de Kinderbescherming (waar ging het fout, wie is de schuldige?), Cardea, behandelcentrum De Waag en leerplicht -ze registreerden nauwgezet, en ik moet zeggen met zorg, het doen en laten in ons huishouden. Elke ruzie of een of andere onverwachte beweging achter mijn voordeur lag onder verdenking. Ons thuis was een openbare ruimte geworden. Bekeken en geanalyseerd in gesprekken en opgeschreven in rapporten. Achter elk poppetje stond een chef trommelend met zijn vingers te wachten op acties en resultaten. De belangen van de zorgverleners vallen niet per se samen met die van ouders en kinderen: de pedagogische opvatting van de staat versus mijn daarin tekortschietende moederschap.

Ik geloof dat ik in en van genade leef. Wat betekent dat als je, zoals mijn dochter en ik, aan de goden die leven van beelden bent overgeleverd? Ook het besef van genade - dat alles, wat het dan ook is, mij gegeven is - betekent dat ik ben overgeleverd. Maar die connotatie ligt significant anders: vóór alles ben ik aangewezen op genade waarop dankbaarheidhet enige antwoord is, al is dat vaak ontzettend moeilijk,

Overgeleverd zijn aan beelden maakt weerloos: alles, zelfs het goede, kan tegen je worden gebruikt. Dat ik een alleenstaande, werkende moeder ben, maakt dat ik tot een risicogroep behoor. Dat ik hoogopgeleid ben, is zeker geen pre: mondigheid kan zomaar ontaarden in snedige sluwheid. Dat ik mijn leven zou geven voor mijn dochter uit een innerlijk gedreven noodzaak, nou daar hebben ze vast wel een diagnose voor in het diagnostisch handboek DSM-V. Ik bedoel dat niet cynisch, het is de werkelijkheid waarin ik diep moest doordringen om te kunnen blijven staan voor de onherroepelijke liefde voor mijn kind.

Een advocaat had ik van de hand gewezen. Want hoezo kan een ander mijn diepste belangen en drijfveren als moeder verdedigen? Naderhand een beetje onnozel, maar goed.

In het schrijven van mijn verweerschrift heb ik, zoals ik de raadsonderzoeker al had beloofd, alle registers opengetrokken. Ik ben dankbaar voor alle krachten die mij richtten op deze taak. Voor de moed ook die maakte dat ik me vrijelijk kon uitspreken. Als je met je rug tegen de muur staat is dat eigenlijk de enige en best denkbare optie, ongeacht de uitkomst.

Ik liet me niet verleiden de fouten die er gemaakt waren in mijn voordeel te gebruiken. De integriteit van mijn gezin stond op het spel - het wijzen op een vormfout kon dat aan het oog onttrekken. Het ging me niet om winnen. Er valt niets te winnen. Ook die toezichthouder die met een vette ontslagpremie naar huis mag gaan, heeft niets gewonnen, noch die oorlogsmisdadiger die ver heen vliedt om in vrijheid te leven heeft in feite gekozen voor ballingschap. Wereldlijk gewin is slechts schijn.

Toen ik daar tegenover de rechter zat, streed ik misschien voor de vrijheid om te mogen dwalen en gebrekkig te zijn. Protesteerde ik met heel mijn wezen tegen een ongeoorloofd ingrijpen: in de onnavolgbare goedheid die zich tussen mensen afspeelt. Een heilige verontwaardiging ontstak in me. Over de vragen van psychologische tests die de werkelijkheid geweld aandoen in een poging een beeld tevoorschijn te toveren waarmee je aan de slag kunt. Ik ervoer in die vragenlijsten dat er een volmaaktheidsideaal rondspookt dat gehuld is in schimmigheid. Ergens ligt een sjabloon hoe mijn gezin moet functioneren. Dat een gezin in al zijn weerbarstigheid en eigenaardigheid simpelweg bestaat, is ondenkbaar. Een gezin moet functioneel zijn, het heeft een kennelijke staat van nuttigheid.

Dit is een wazig maar zeer hardnekkig beeld dat rondwaart en met een onzichtbare hand een systeem aanstuurt. Ik geloof niet dat uitvoerders ook maar enige notie hebben dat dit beeld bestaat, laat staan dat ze weten hoe het eruit ziet. Ik reken het ze niet aan, want het systeem dat hulpverlening heet, is een eigen leven gaan leiden, onttrokken aan de invloedsfeer van de individuele persoon. Zoals een hulpverlener tegenover mij, object van onderzoek, verzuchtte: "Mijn teamleider zegt dat ik te veel tijd aan deze zaak besteed."

Ik klaag het systeem niet aan, maar eis het recht op voor het bestaan van een particulier geval: mijn gezin. Ons leven met al zijn valkuilen en kronkelwegen. Uitdagingen, pijn en moeite.

Ik geloof in erbarmen en barmhartigheid als we de wonderlijke weg van de mens aanschouwen. Zelfs al faal ikzelf aan de lopende band in zo'n toegenegen houding van mededogen. Die komt niet noodzakelijkerwijs uit mijzelf: zij wordt mij gegeven als de woede en frustratie vermoeid zijn gaan liggen. Of zij komt van elders. Niet van een of andere metafysische werkelijkheid waarnaar het godsgeloof verwijst als een veilig en onschadelijk onderkomen, maar in de werkelijkheid waarin wij dagelijks leven en die wij maar te delen hebben. Ook al kost me dat ongelooflijk veel moeite, opgesloten als we zijn in een contactarme subjectiviteit die geen woorden heeft om zich te delen.

Het enige dat ik kon doen daar tegenover die rechter - en hoe moederziel alleen ben je dan? - was opkomen voor mijn diepste bewogenheid. En voor het recht op falen, al vraag ik me af wie daar nu eigenlijk over gaat. De vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming vond mijn dochter 'zelfbepalend' - dat was geen compliment, maar een aantijging tegen haar te inlevende moeder.

Toen ik door emoties bevangen werd (wie heeft het recht om te zeggen wat voor een dochter mijn dochter moet zijn en wat voor een moeder ik ben?) begreep ik: een raadsheer was wel handig geweest. In dat ogenblik heb ik er het zwijgen toegedaan, biddend dat ik verlost zou worden van de band om mijn keel.

Ik wist maar al te goed dat de uitkomst niet viel te regelen. Ik ga niet over de perceptie, normen en overtuigingen van anderen. Waar ik misschien over ga is dat ik me opricht en laat zien waar ik sta. Mijn dochter zat vlak achter me. Even tevoren had ik verbijsterd naar haar kaarsrechte rug gekeken die verdween in de rechtszaal voor een onderhoud met de rechter. Het was uit mijn handen. Zoals het eigenlijk altijd al is. En, denk ik, moet zijn. Onder mijn geregel ligt een werkelijkheid die ik niet kan beheersen en die zich voordoet als mogelijkheid om in al mijn weerloosheid op te staan. Het onbeheersbare is de vrijheid die mij elk moment opnieuw door mijn Schepper wordt aangeboden. En het is diezelfde vrijheid die maakt dat de uitkomst ongewis is.

"Zit je nou te huilen?", vroeg mijn dochter in de auto. Ja, knikte ik. "Ik heb alle vertrouwen in dit gezin", had de rechter gezegd. Het klonk even alsof ik dat vertrouwen had uitbesteed. Of de blik van de ander meer zag dan de vernauwende blik van mijn moederschap.

Mag ik mijn dochters moeder zijn?

Karin Melis is filosoof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden