Ik leef nog steeds in de droomwereld van mijn jeugd. Ik verzin dezelfde dingen, maar word er nu veel beter voor betaald

E rgens in Chelsea, New York City, op de vijfde verdieping van een roodbruin ap partementencomplex, woont Pieter Henket samen met zijn man Roger Inniss en Elliot de Poes, hun kat zonder haren.

Het leven van Pieter, tot nu toe, is te vangen in het cliché van The American Dream. Van liftbediende tot sterfotograaf. Een kwestie van keihard werken, de juiste mensen tegenkomen en een beetje geluk hebben.

Binnen vijftien jaar heeft hij een riante plek in 'het wereldje' weten te bemachtigen. Zijn grote doorbraak kwam met het portret dat hij maakte van Lady Gaga, een foto die later onderdeel zou uitmaken van de tentoonstelling The American Woman in The Metropolitan Museum of Art.

Pieter en Roger - hij was ober in een restaurant voordat hij naam maakte als castingdirector - vliegen de hele wereld over. Tussen de bedrijven door is er even tijd voor bezoek uit Holland.

Roger zet thee en weet zich vervolgens in het kleine appartement onzichtbaar te maken, Pieter gaat er eens goed voor zitten - "Leuk, Trouw!" - en Elliot lijkt vanaf de schouw het juiste moment af te wachten om ons te bespringen.

Stel je voor dat ik hier niet ben voor een interview, maar om mij door jou te laten fotograferen. Hoe zou je dat dan aanpakken?
"Ik denk altijd eerst aan de belichting. En dan kijk ik naar iemands kop. Oké, die kop van jou. Wat zie ik? Een spannende kop, een boevenkop? Wat kan ik ermee doen? Ik houd me niet bezig met hoe je je voelt of wat je denkt, maar meer met de enscenering. Ik bedenk een verhaal en kijk vervolgens hoe ik jou daar zou kunnen inpassen. Of een shoot gaat slagen hangt dus ook af van de bereidheid van de ander om daar in mee te gaan.

Ik heb een mooi voorbeeld voor je: vorig jaar mocht ik meewerken aan het boek '40 registers', waarin veertig Groningse organisten werden geportretteerd. Ik zag meteen beelden van een geheim genootschap voor me, mensen in donkere capes - maar ik had er, eerlijk gezegd, niet langer over nagedacht. Tot ik die zaterdagochtend tegenover negen brave Hollanders stond. Er was een mevrouw bij, die voor de gelegenheid haar haar nog in de krul had laten zetten. 'Oké', zei ik, 'jullie zijn orgelspelers, niemand heeft eigenlijk contact met jullie, maar toch weten jullie enorme emoties op te roepen.' Ik zag ze denken: wat is dat voor een halve idioot? Een van die mannen zei ook: 'Hier zitt'n we niet op te wacht'n'."

Hoe krijg je het dan toch voor elkaar?
"Ik liet voorbeelden van prachtige zeventiende-eeuwse schilderijen zien. 'Te negatief', zei iemand, 'zo zijn we helemaal niet.' Waarop ik zei dat ze, zo sereen gefotografeerd, juist veel liefde zouden uitstralen. Ik stelde voor het eerst zonder cape te proberen. Daarna met. Capuchon af, capuchon op. 'Uw hoofd iets meer naar beneden, nog iets, nog iets... Ja!' Zo dus. En met charme natuurlijk. Heel veel charme. Je moet als fotograaf - maar misschien ook wel als interviewer - steeds onthouden dat het niet om jou, maar om die ánder gaat."

Is dat een hint?
"Nee, haha, maar je begrijpt toch wel wat ik bedoel? Mijn ego is weg, tijdens zo'n shoot."

Zolang het maar op jouw manier gebeurt.
"Eh... ja, maar ze hoeven geen gekke dingen te doen. Ik zet mensen niet voor schut. Het zijn echt prachtige foto's geworden: van die Hollandse boerenkoppen in een soort monnikendracht. Een van die mannen is sprekend Sean Connery uit 'The Name Of The Rose'. Ik begrijp hun twijfel wel hoor, maar hee, hoe vaak word je door Pieter Henket gefotografeerd? Een conventioneel en natuurlijk portret kunnen ze nog honderd keer laten maken."

Maakt het je iets uit of je bekende of onbekende mensen voor de camera hebt?
"Nee, niet echt. Nederlanders, bekend of onbekend, zijn altijd heel erg aardig. Amerikanen kunnen nogal lastig zijn. Oké, Lady Gaga is een superleuk, lief en makkelijk meisje - toen we de shoot deden, hebben we lopen klieren in de studio, een beetje zoals scholieren doen als de leraar te lang wegblijft. Dus zij is een uitzondering, maar veel van die acteurs en muzikanten... Nee, schrijvers! Schrijvers zijn het allervervelendst. Ik moest voor Opzij een portret maken van Karin Slaughter - wat een verschrikkelijke vrouw was dat. Echt zo'n boze lesbienne in een te groot mannenpak. Ze kwam hier, bij mij thuis. Ik had iets bedacht op het dak. Ze reageerde op al mijn voorstellen agressief. Toen ik vroeg of ze misschien een beetje kon lachen, antwoordde ze: 'If you don't shut up, I'll push your whole team of the roof'. Uiteindelijk lukte het één van mijn assistenten om het ijs te breken. Hij trok zijn shirt uit en begon vrolijk heen en weer te springen. Dat vond ze wel grappig; zo'n gekke homo in zijn blootje. Hij heeft de shoot gered en- nee, Elliot! Ga eens weg, jij. Haha, je vindt hem echt eng hè?"

Ik vind het een griezel.
"Ah, Elliot, dat meent hij niet hoor. Voor mij is die kat net een kind; ik ben de hele dag met hem bezig. Hij staat ook vaak op de foto. Het begon ermee dat Mitchell McCormack, een soort mentor en collega-fotograaf die zijn lelijke zwarte poedel naast Naomi Campbell op de foto had gezet, aan mij vroeg of ik misschien een wedstrijdje wilde doen wiens huisdier het eerst beroemd zou worden. Binnen een week had ik Elliot voor mijn collectie van de Flatland Gallery op het hoofd van River Viiperi, het vriendje van Paris Hilton, gezet. Daarna werd hij door andere fotografen, voor diverse tijdschriften, geschoten. Iedereen kreeg interesse in Elliot. Na een tijdje belde Mitchell me op en zei: 'Okay, game over. Elliot won'. Het mooie van Elliot op de foto is dat het onderwerp daardoor net iets geks, een of andere rare twist krijgt."

Een rare twist. Is dat typerend voor jouw werk?
"Ja, dat is misschien wel zo. Ik ben een vrolijk persoon - ik probeer de hele dag door mensen te vermaken - maar mijn werk heeft altijd een donkere kant. Iets spannends. Ik was als kind gek van heksen. We woonden in Esch, midden in een bos. Ik had een enorme fantasie en sleepte mijn vriendjes en vriendinnetjes daar in mee. Later word ik serieus, dacht ik, maar nu ben ik getrouwd met een man die de serieuze kanten van ons bestaan regelt en ik leef nog steeds in de droomwereld van mijn jeugd. Ik verzin dezelfde dingen, maar word er nu veel beter voor betaald."

Zag je jezelf als klein jongetje in zo'n toekomst?
"Nee, eerlijk gezegd heb ik mijn hele jeugd gedacht dat er niets van mij terecht zou komen. Ik ging netjes naar school, maar ik had totaal geen belangstelling voor de dingen die ze mij wilden leren. Toen ik van de mavo naar de havo zou gaan, vroeg mijn vader of ik dat echt wilde. 'Nee', zei ik, 'ik doe het voor jullie.' Hij was blij dat ik zo eerlijk was. Omdat ik al een paar jaar filmpjes maakte, hadden mijn ouders iets leuks voor mij bedacht. Ik mocht twee maanden lang een cursus volgen op de Film Academy van New York; als dat iets voor mij was, mocht ik er blijven. Ik vond een kamer en vloog naar New York. Al op mijn eerste dag daar zag ik de regisseur Joe Schumacher en Robert de Niro die ergens, zomaar op straat, bezig waren met filmopnames. Er stond zo'n enorme regenmachine te draaien en ik dacht: al zou ik daar alleen maar bij in de buurt mogen zitten, dan zou ik al gelukkig zijn. Na twee weken iedere dag op die set te hebben rondgehangen, durfde ik Joe Schumacher aan te spreken. Of ik stage bij hem kon lopen. 'Sure', zei hij. Werken mocht niet, maar ik kreeg een regisseursstoel en heb wekenlang mee mogen kijken. Toen ik een keer aan hem vroeg waarom hij dit voor mij deed, antwoordde Joe: 'Omdat iemand anders ooit hetzelfde voor mij heeft gedaan'.

Ik ging van daaruit steeds een stapje hoger, en gek genoeg was wat ik bereikte steeds meer dan ik voor ogen had gehad. Ik ontdekte dat fotograferen - maar dan op een manier die dicht tegen filmen aanzat, met grote sets en interessante scripts - nog beter bij mij paste. Overdag werkte ik als pizzakoerier of liftboy, maar iedere minuut die ik vrij had besteedde ik aan de fotografie. Vanaf het moment dat ik met een antiekhandelaar, bij wie ik als magazijnbediende in dienst was, mee naar de Filippijnen ging om daar een fotoreportage te maken, zag ik mezelf als professionele fotograaf."

Om in New York zo ver te komen, moet je streetsmart zijn, zei je eens. Ik neem aan dat je in Esch ook al zo'n soort ventje was.
"Ja, ik lijk op mijn moeder wat dat betreft. Mijn vader is architect, cum laude afgestudeerd in Delft, mijn moeder ging op haar vijftiende van school en heeft tot haar vijfenzestigste gewerkt. Ze werd modeontwerper, ontwierp een eigen collectie voor Liberty in Londen en verkocht aan alle grote warenhuizen van de wereld - ja, mijn moeder is net zo'n vechter als ik."

Moest je ook op andere terreinen vechten? Bijvoorbeeld omdat je homo bent?
"Ik heb daar tot mijn eenentwintigste niets aan gedaan."

Huh? Wist je het niet?
"Tuurlijk wel. Al vanaf mijn zesde ofzo, maar ik dacht dat mijn ouders het erg zouden vinden. Soms hoor je nog wel eens zeggen dat mensen er voor kiezen om homo te zijn. Nou ik kan je vertellen dat ik er nachten van wakker lag. Ik vond homo's verschrikkelijk. Rare mensen. Nu vind ik het hartstikke leuk om homo te zijn, maar toen dacht ik: als er een pil bestaat die van mij een hetero kan maken, dan koop ik die onmiddellijk. Ik heb er dus letterlijk nooit iets mee gedaan. Pas toen ik naar New York ging, besloot ik mezelf niet langer te verbergen. Dat was mijn wereld, ik zou gaan doen waar ik zin in had."

Wat moet dat een bevrijding zijn geweest.
"Ja, ongelooflijk. Maar ook wel lullig voor mijn ouders. Ze zijn de liefste en makkelijkste ouders die je je maar kunt voorstellen. En ze hadden het natuurlijk al lang in de gaten. Toen een van mijn eerste vriendjes in dienst moest, belde ik mijn moeder op omdat ik erg verdrietig was. 'Hij is echt een goede vriend hè?', zei ze. 'Ja.' 'Een heel bijzondere vriend.' 'Jaa...' 'Misschien is hij wel je aller- allerbeste...' 'Ja, oké, oké, ik ben homo!' 'O, wat fijn', zei ze en daarna hoorde ik haar mijn vader roepen: 'Hubert-Jan, 't is Pieter, en hij is homo'. Kreeg ik mijn vader aan de lijn. 'Hee, Pietje! Wat goed dat je het eindelijk durft te zeggen!' Op de achtergrond hoorde ik mijn moeder op een andere lijn met mijn broer praten: 'Nicolaas, moet je horen, Pieter belt net en hij...' Het was heel ontroerend. Ze waren alledrie zo blij voor me."

Je zei dat je, qua werk, steeds iets verder kwam dan het doel dat je in gedachten had. Word je ook steeds gelukkiger?
"Volgens mij ben ik altijd gelukkig geweest. Ik ben maar heel af en toe verdrietig."

Wanneer dan?
"Als ik er aan denk dat dingen voorbijgaan. Dat iedereen ouder wordt. Dat mensen sterven. Dat wil ik niet. Soms denk ik: eigenlijk moeten we met z'n allen in Esch, in ons huis in het bos gaan wonen. Mijn familie, mijn beste vrienden, Roger, Elliot en ik. Gewoon daar wonen en gelukkig zijn... Soms word ik zo onrustig van dit leven. Al die enorme producties, de stress - iedere keer weer - of het wel gaat lukken. Gelukkig heb ik Roger. We zijn al twaalf jaar samen, anderhalf jaar getrouwd. Roger is een solid rock. Hij is in veel opzichten het tegenovergestelde. Letterlijk: hij is zwart, ik ben wit. Hij is kalm, ik ben onrustig. Ik denk wel eens dat ik een jonge ziel ben die met zijn eerste rondje op aarde bezig is. Roger is hier al veel vaker geweest. Hij weet al hoe het er hier aan toegaat en zorgt ervoor dat ik niet over de kop ga."

Word je nog wel eens verbaasd wakker?
"O ja! Eigenlijk iedere dag. Dan zie ik mezelf hier, in dit appartement, met een neger en een naakte kat en dan denk ik: hoe heb ik dit allemaal bij elkaar bedacht?"

Pieter Henket
Pieter Henket werd op 21 januari 1979 in het Brabantse Esch geboren. Zijn vader is architect, zijn moeder is modeontwerper. Hij vertrok op 19-jarige leeftijd naar New York en maakte binnen tien jaar naam als glamourfotograaf. Hij portretteerde buitenlandse sterren zoals sir Ben Kingsley en Stephen Frears, heeft voor het Nederlands Filmfestival een groot aantal acteurs en actrices gefotografeerd en maakt regelmatig reportages voor het tijdschrift Linda. In mei 2013 verzorgt het door zijn vader verbouwde museum De Fundatie in Zwolle een tentoonstelling met nieuw werk van de jonge fotograaf.

tekst | Arjan Visser foto | René Clement

AMERICAN DREAM

Pieter Henket fotograaf

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden