'Ik laat zien wat je met hard werken bereikt'

interview | Ronald Hertog (26) werd Nederlands kampioen verspringen, ondanks zijn prothese - of juist dankzij?

Voor het rijtjeshuis in Gouda staat naast de Volkswagen voor olympische topsporters zijn zware, rode motor geparkeerd. In de achtertuin wordt geklust na een recente verhuizing. De Nederlands kampioen verspringen opent de voordeur: een blonde, krachtig gebouwde atleet in korte broek, waaronder naast zijn gezonde onderbeen een prothese te zien is.

Wie op de website van paralympiër Ronald Hertog onder biografie kijkt, ontdekt eenzelfde openheid. Een bleke tiener met een ontwapenende lach zwaait je aarzelend toe vanuit een ziekenhuisbed. Daaronder een foto van een ravage op een snelweg. Een omgeslagen jeep waaronder hij moet liggen, een hulpverlener met infuuszakken en op de achtergrond een sleepwagen. 30 mei 2003, de dag waarop Ronald Hertog als veertienjarige zijn rechter onderbeen verloor.

Hertog (26) maakt duidelijk dat een ramp niet het einde van je wereld is. Mensen onderschatten wat je met een handicap kunt, voor wie wil zijn er nauwelijks verschillen. Maar met het beter worden van zijn sportprestaties, neemt de weerstand toe. Met als bizarre vraag: wordt zijn handicap een (te groot) voordeel?

Over de openheid op zijn site: "Ik vind het prettig om mensen een eerlijk beeld te geven. Zo'n ongeluk gaat niet als in een film, met veel lawaai en explosies. Het is een kaal, blikkerig geluid als je over de kop gaat met een open jeep. In eerste instantie dacht ik dat ik in slaap was gevallen, het voelde als een nachtmerrie waar je normaal gesproken uit wakker schrikt. Ik ben niet wakker geschrokken. En het is geen nachtmerrie meer, absoluut niet zelfs."

"De eerste weken in het ziekenhuis waren vanwege de pijn het lastigst. Het klinkt misschien raar, maar met dat been heb ik nooit zoveel moeite gehad. Ik wilde meteen door, de dingen doen zoals ik die vroeger ook deed."

"Ik heb nog een stuk onderbeen. Dat is voordelig, ik kan zelf mijn knie besturen. Leren lopen was niet zo moeilijk, maar na mijn revalidatie wilde ik meer. Er zijn niet zo veel mensen met een onderbeenprothese die motorrijden, fietsen of in een normale auto rijden. Ik bied mij aan voor lezingen. Ik vertel hoe ik van jonge jongen die geen idee had wat hij wilde een van de beste sporters van Nederland ben geworden. En goed weet wat ik wil. Ik doe dingen die andere mensen ook doen, dat wil ik met sportprestaties uitdragen."

Tijdens de Paralympische Spelen van Londen was hij vlaggedrager. "Het motto daar was Inspire a generation, daarom vond André Cats, chef de mission, mij zo geschikt. Ik vind het belangrijk dat lotgenoten begeleiding krijgen van ervaren atleten, begeleiding die ik nooit kreeg maar waar ik wel behoefte aan had. Ik help anderen zo veel mogelijk."

Hertog trainde met valide atleten bij Rotterdam Atletiek; sinds hij zich op verspringen heeft toegelegd, traint hij in de paralympische selectie op Papendal. Hij won internationale medailles op 100 en 200 meter, speerwerpen en verspringen.

Op de Paralympische Spelen van Peking en Londen werd Hertog als speerwerper respectievelijk vierde en derde. De 'emotionele achtbaan' waarin hij de begeerde medaille won, was zijn laatste wedstrijd als speerwerper. Door een verkeerde techniek had hij zich in 2009 al een rugbreuk gegooid. Voor het olympische doel negeerde hij bewust een zware schouderblessure en gooide het gewricht aan gort. Zo zadelde die o zo gezonde topsport hem op met nog twee blijvende handicaps.

Verspringen beheerst Hertog ook, steeds beter zelfs. Hij was de eerste atleet met prothese die aan Nederlandse kampioenschappen voor validen deelnam, een medaille won en eind vorige maand kampioen werd.

Dat laatste verleidde een lezer tot de mail 'foute keuzes in de sport' aan Trouw: "Mijn voorstel is om het verspringen verder over te laten aan protheselopers want zij kunnen met gemak het einde van de springbak halen en er zelfs overheen springen als de prothese wat is aangepast." Een pleidooi voor desintegratie.

Hertog: "Het is een beetje dubbel. In de tijd dat ik niet zo ver sprong was het prima, nu is het voor organisatoren een probleem aan het worden. Voorgaande NK's had ik nooit problemen met deelname. Afgelopen keer zou ik buiten mededinging mee moeten doen, net als tegenwoordig in Duitsland. Dat is teruggedraaid, en geen atleet had er problemen mee dat ik won."

Met 7.53 is Hertog mondiaal de tweede prothesespringer. De Duitser Markus Rehm sprong dit jaar met 8.29 meter het wereldrecord. "Het wereldrecord validen is 8.95; er zijn twee paralympiërs die over zeven meter springen. Ik vind het daarom moeilijk te geloven dat je zoveel voordeel kunt hebben van je prothese.

"Veel mensen hebben het idee dat een prothese een heilig middel is om superprestaties neer te zetten. Natuurlijk wordt op dat gebied ook doorontwikkeld. Als we ver in de toekomst kijken, zal er een gecertificeerde prothese zijn voor valide wedstrijden. Nu is materiaal maken dat heel blijft nog een probleem. De gangbare blades zijn gemaakt voor de 99 procent die lekker wil hardlopen. Die ene procent die het extreme wil, moet het zelf uitzoeken." Werk dat hij na zijn actieve carrière op zich wil nemen.

Oscar Pistorius is de enige protheseloper die heeft deelgenomen aan een WK en Olympische Spelen. Hertog en Rehm zoeken die mogelijkheid ook. "Mensen verwachten niet dat je met een handicap zo ver kunt springen, dat je dat met hard werken kunt bereiken. Het is zo gaaf om dat te kunnen laten zien. Ik vind het daarom jammer dat wij internationaal worden uitgesloten op basis van vermoedens. Maar hoe onderzoek je of iemand voor- of nadeel heeft van zijn prothese? Wat meet je, hoe vergelijk je? Dat is het lastige van dit verhaal."

Toen Pistorius via het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) deelname afdwong, kregen sportfederaties het verwijt vooral te kijken naar voordelen van een prothese, niet naar nadelen. "Zet een valide springer zijn voet verkeerd, dan kan hij corrigeren. Als die prothese staat, kan je niets meer doen. Ik heb al mijn kracht, energie en focus nodig om die prothese goed te plaatsen. Om dat te beheersen moet ik topfit zijn. Dat luistert nauwer dan bij een valide springer.

"Afhankelijk van kracht en gewicht moet je het goede materiaal hebben. Een sterke polsstokhoogspringer met een te slappe stok springt niks. Vorig seizoen begon ik met een persoonlijk record, ging steeds beter springen, maar mijn afstanden gingen achteruit. Omdat die voet niet meer kon beantwoorden aan mijn potentie."

"De angst van sceptici is dat een prothese wordt gebouwd waarmee je verder springt dan valide sporters. In theorie zou volgend jaar in Rio Markus Rehm op de Paralympics verder kunnen springen dan de kampioen van de Olympische Spelen. Greg Rutherford werd in Londen kampioen met 8.31 meter, misschien komt Rehm met een perfecte sprong tot 8.50. Maar hij is de uitzondering."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden