'Ik laat zien hoe snel mensen meegesleurd kunnen worden'

Wanda Reisel: Voor de actualiteit hoefde ik niet diep te graven om op een rijke ader te stoten. © Maartje Geels

INTERVIEW - In de negende roman van Wanda Reisel ligt de nadruk op de tijdgeest: het Nederland van nu. Boeiende tijden, maar: "Dit boek is ook uit verontrusting geschreven."

Het is tot nu toe maar een klein publiek dat het werk van Wanda Reisel heeft ontdekt. Met haar zojuist verschenen roman 'Nacht over Westwoud' heeft ze een onderwerp te pakken dat daar verandering in kan brengen. Een dokter gaat naar Westwoud om de huisarts daar te vervangen en raakt tegen zijn zin verzeild in de spanningen binnen een kleine gemeenschap. Daarbij komt hij zichzelf tegen.

Hoe kwam u op dit thema?


"Het begon met een boom. Die stond op de binnentuin in het Oostelijk Havengebied, waar mijn man en ik wonen. Die boom moest gesnoeid want hij nam te veel licht weg. Dus mijn man zagen. Dat maakte nogal wat los bij de overige bewoners van het appartementencomplex. Hij kwam aan 'hun enige groen'. Daar ontstond een dreigende sfeer onder anders gewoon beschaafde mensen. Een confrontatie met de hedendaagse groenterreur, zou je kunnen zeggen. Door die toestanden rond die boom begon er bij de schrijver in mij wat te broeien. En dat broeit dan door."

U stuitte op de tijdsgeest?

"Ja, voor de actualiteit hoefde ik niet diep te graven aleer ik op een rijke ader stootte. Het eisen van allerlei dingen die niet helemaal reëel zijn. Als we maar mensen met ons niet-welgevallige intenties weren, dan krijgen we ons eigen paradijs wel. Je ziet meer absurde voorbeelden. Vermenselijking van dieren. Ik zag steeds meer aanknopingspunten om daarop voort te borduren."

Westwoud. Waarom koos u juist voor dit dorp?

"Het dorp bestaat echt, maar in dit verhaal is het een fictief dorp. De naam is goed, er klinkt iets van het 'westen' in door."

U komt zelf uit de stad. Kon u zich wel in het dorpsleven verplaatsen?

"Ik ken enkele stadsmensen die in een dorp zijn gaan wonen. In het boek komen de dorpsbewoners bij elkaar voor een vergadering waar de dictatuur van de meerderheid speelt. Op vergaderingen van de wijkvereniging in de stad die ik bezocht, zag ik dat ook. Het verschil is niet zo groot."

Het is een rijk onderwerp voor een roman. Waar zit hem dat in?

"Niet alleen in de tijdgeest. Ik probeer ook een verbinding te maken met hoe snel zich iets kan ontrollen. Dat is van alle tijden. De meeste dorpelingen van Westwoud protesteren tegen de jaarlijkse intocht van moslims, die naar de schapenboerderij komen voor een schaap voor het offerfeest. Dat verwijst natuurlijk naar de opkomst van de PVV."

De Tweede Wereldoorlog speelt ook een rol in uw boek. Ligt daar de link met hoe snel zich iets kan ontrollen?

"Ik laat zien hoe een keitje een lawine wordt en hoe snel mensen meegesleurd kunnen worden. Ik vind het nu een grimmige maar ook een boeiende tijd. De opkomst van het populisme is ergens ook een correctie op een soort onverschilligheid die er heerste. Maar ik denk dat je niet moet onderschatten hoe vlug iets zijn loop kan nemen. De deksel is zo van de pan. Nacht over Westwoud heb ik dus wel degelijk ook uit verontrusting geschreven."

Uw eigen joodse achtergrond speelt daarbij mee. In uw hele oeuvre, en toch ook weer in dit boek.

"Ik ben er toch mee opgegroeid dat er ooit een onveilige tijd was. Mijn eigen ouders zijn met de dood bedreigd, mijn grootouders zijn door schijnbaar normale mensen vermoord. Dus je moet wel even goed blijven nadenken. Het is goed dat de boel eens wordt opgeschud, maar er schuilt tegelijk iets primitiefs in. Dit is een rare tijd en daarom uiterst vruchtbaar voor romanschrijvers."

U komt uit een 'anarcho-liberaal doktersgezin', zoals er op de flap staat van de meeste van uw boeken. Wat moet ik me daar toch bij voorstellen?

"(lachend) Dat heb ik deze keer maar eens van de flap gehaald. Een keurig liberaal gezin waarin heel veel ruimte was om te doen wat je wilde. Ons huis was meer een soort hotel. Je moest je aan een paar dingen houden; in zekere zin waren we verwend. Als we bij andere mensen thuis kwamen, die het minder hadden, dachten we: jezus, die gaan allemaal naar dezelfde badkamer. En we werden niet geslagen. Ja, ik heb een heerlijke jeugd gehad, hoewel er van alles broeide."

De oorlog, het doktersgezin; het blijft u kennelijk inspireren. Is die oerbron eindig?

"Het is prettig om zo'n bron te hebben. Bij het schrijven van Nacht over Westwoud gaf het mij een soort waaier. ik ken zo'n soort gezin, ik ken die dokterswinkel goed, dat geeft een stevige bedding. Toch staat dit boek het verste af van mijn oerbron. Het is, samen met 'Een man een man', mijn meest stuwende, meest plotgedreven roman."

Moest u daarvoor uw stijl nog omgooien?

"Zoals je bij toneel steeds een ander decor hebt, zo gebruik ik stijl. Ik heb veel geschrapt. Vrienden die ik het liet lezen, zeiden dat er te veel uitweidingen in stonden. Er zitten wel meer dialogen in. Voorheen vermeed ik die vanwege mijn toneel- en filmwerk. Maar de dialoog kruidt een roman, geeft de personages contour. En ik heb er - zoals dat hoort bij thrillerachtigen - op gelet dat je direct in het verhaal zit. Ik houd niet van doorbijtboeken die pas na honderd bladzijdes op gang komen. Het moet meteen goed zijn."

Waarom is Wanda Reisel niet net zo bekend als Arnon Grunberg?

"We spreken bij mij niet van honderdduizenden verkochte exemplaren, nee. Dat heeft met zoveel te maken. Het is niet iets dat je goed kunt regisseren. Je moet ook geluk hebben. Het zit ook niet helemaal in mijn karakter om allerlei stunts uit te halen. Ik ga niet met een geit op de Dam staan schreeuwen dat iedereen dit boek moet kopen."

Ook toneel en tv

Wanda Reisel (Curaçao, 1955) mag dan voor het grote publiek een onbekende zijn, binnen de Nederlandse letteren wordt zij gewaardeerd. Zij won in 2008 de Anna Bijns Prijs met haar roman 'Witte liefde', waarmee zij ook voor de AKO-literatuurprijs was genomineerd. Voor de shortlist van de Libris Literatuurprijs werd Reisel twee keer genomineerd. Eerst in 1997 voor 'Baby Storm' , vier jaar later voor 'Een man een man'. Een ander goed ontvangen boek van haar is 'Plattegrond van een jeugd' (2010) , waarin Reisel aan de hand van de kamers en gangen van haar ouderlijk huis haar jeugd in korte verhalen beschrijft.

Met gymnasium op zak en een niet afgeronde studie Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam in de rugtas volgde Reisel de regieopleiding van de Theaterschool in Amsterdam. Eerder nog dan met haar proza debuteert zij dan ook als schrijfster van toneel (in 1984). Meer dan tien toneelstukken staan op haar naam. Reisel schrijft ook film- en televisiescenario's. De film 'Dwaalgast', waarvan zij het scenario voor haar rekening nam, kreeg in 2003 een Gouden Kalf voor beste korte tv-drama. Op het moment werkt ze samen met Frans Weisz.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden