'Ik laat de Tweede Wereldoorlog er juist buiten'

Sociaal-democratie en nationaal-socialisme in Nederland worden nogal eens op één hoop gegooid. Flauwekul, meent historicus Rob Hartmans. Hij schreef er het boek 'Vijandige broeders?' over.

Dat sociaal-democratie grote verwantschap heeft met nationaal-socialisme vindt historicus/journalist Rob Hartmans grote flauwekul. Hij erkent dat de stromingen elkaar op bepaalde gebieden raken, maar de verschillen zijn eindeloos veel groter. Toen hij in 2010 in het verkiezingsprogramma van de PVV las dat op 4 mei 'de slachtoffers van het (nationaal-)socialisme' worden herdacht, begon hij aan het boek 'Vijandige broeders?' dat vandaag verschijnt.

Een andere reden voor het boek is de crisis waarin de PvdA sinds 2001 overduidelijk zit en het feit dat die zich geen raad weet met de opkomst van nieuwe partijen. Hartmans ziet grote overeenkomsten met de crisis waarmee sociaal-democraten in de jaren dertig kampten. De SDAP verzeilde in een hopeloos politiek isolement en groeide niet verder. De kans op regeringsdeelname werd steeds kleiner. Maar de partij verzette de bakens net op tijd en vernieuwde zich in die jaren op radicale wijze.

"De invloed van de opkomst van nationaal-socialisme is daarbij altijd onderbelicht gebleven", zegt Hartmans. De grote held in zijn boek is de vrijzinnig hervormde predikant Willem Banning, die als bestuurslid van de SDAP zag dat nationaal-socialisme (Duitsland) en fascisme (Italië) een electorale bedreiging voor zijn partij werden. "Door die stromingen zag hij hoe de SDAP veel mensen in de kou liet staan. Hoezeer hij de ideeën ook verafschuwde, wel zag Banning de kracht van het idealisme die de nieuwkomers uitstraalden."

Voor de verandering van een arbeiderspartij naar een brede volkspartij heeft Banning volgens Hartmans nooit de credits gekregen. Sterker nog: in de jaren zestig en zeventig gaf Nieuw Links hem er de schuld van dat de partij toen afstand had gedaan van haar marxistische veren en een volkspartij was geworden. Met zijn pleidooi voor meer sentiment en passie in de politiek had hij de partij op een 'hellend vlak' gebracht.

"In de jaren dertig zat de SDAP ideologisch op een dood spoor. Het was een partij voor industrie-arbeiders, die andere groepen die sinds de Eerste Wereldoorlog waren opgekomen - zoals de middenklasse, intellectuelen, middenstanders - niets te bieden had. De partij was gefocust op materiële zaken zoals korter werken, hogere lonen en sociale zekerheid. Dat vond Banning te eenzijdig, er was meer in het leven. Mensen konden zich door scholing verheffen. Hij was bang dat het materialisme in zijn partij zou doorschieten naar eigenbelang en individualisme. De samenhang en het gemeenschapsdenken zouden verdwijnen.

"De opkomst van nationaal-socialisme bevestigde hem in dat idee. Op serieuze wijze bestudeerde hij die bewegingen en vroeg zich af of sociaal-democraten lering konden trekken uit hun razendsnelle opmars. Hoewel hij de ideeën van die partij verafschuwde, moest hij toegeven dat die bewegingen idealen hadden die zij met veel theater, passie en zelfvertrouwen uitdroegen."

Banning slaagde er volgens Hartmans in om steeds meer mensen in zijn partij ervan te overtuigen dat die marxistische ideologie, met de nadruk op klassenstrijd, grote delen van de samenleving, zoals intellectuelen, middengroepen en agrariërs, van zich vervreemde. Hij stond voor het 'gezindheidssocialisme', waarbij de socialistische maatschappij niet het onvermijdelijke eindstation was, maar een zedelijk ideaal waarnaar je moest streven.

"Willem Banning had als ideaal een rechtvaardige samenleving waar iedereen zijn inbreng kon hebben en daarvoor een rechtvaardige beloning moest krijgen."

Hij constateerde dat arbeiders geen geloof meer hadden in de marxistische mythes en dat nationaal-socialisme succesvol was met andere mythen. Banning zag dat mensen behoefte hadden aan meer emotie, pathos en theater met parades en vaandels. SDAP-ideoloog Jaques de Kadt deed dit toen smalend af als 'vaandel- en eedaflegging en lichtwerper-flauwekul'. "Maar veel mensen in de jaren dertig sprak dit aan. Het bracht de romantiek terug in de beweging. Mensen hadden meer behoefte aan het sentiment en saamhorigheidsgevoel dan aan de zakelijkheid en rationaliteit van de wethouder met zijn aktetas vol vergaderstukken."

Op de vraag of sociaal-democratie en nationaal-socialisme familieleden waren die ruzie maakten over de dezelfde erfenis, is het antwoord volgens Hartmans negatief. "Natuurlijk bestreden beide bewegingen het liberalisme, stelden ze de belangen van de gemeenschap boven die van de enkeling en traden ze op identieke wijze het publiek tegemoet door parades en massabijeenkomsten te organiseren en de jeugd in uniformen en met strijdliederen over straat te laten gaan."

Maar die overeenkomsten zijn volgens Hartmans met alle andere stromingen te vinden. In woord en gebaar waren de nazi's tegen het kapitalisme, maar in de praktijk onderhielden zij innige relaties met grote ondernemingen. En conservatieven hebben nauwelijks betere papieren. "Zij hebben met het fascisme hun verzet gemeen tegen het rationalisme en universalisme van de Verlichting. In Duitsland waren het de conservatieven die het met Hitler op een akkoordje gooiden."

De uiterlijke overeenkomsten van de bijeenkomsten van de SDAP en de NSB zijn op het eerste gezicht treffend, zegt Hartmans. "Maar je moet niet vergeten dat dat massale en dat gemarcheer pasten in die tijd. Mensen vonden dat gezwaai met vaandels en het zingen van strijdliederen mooi. De katholieken hadden de Graalbeweging. De nazi's hadden dat overigens wel afgekeken van de socialisten. Een van hun eerste strijdliederen was een nieuwe berijming van de Internationale: dezelfde melodie maar een andere, nationalistische tekst. Bovendien zag iedereen die langer dan twee tellen naar een parade keek een wezenlijk verschil tussen de 'uniformen' van de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) en die van de Mussertbeweging. Bij de NSB ging het er veel militaristischer aan toe."

Een van de meest opvallende vertolkers van de gedachte dat sociaal-democratie en nationaal-socialisme 'één pot stinkend nat' zijn, is PVV-ideoloog en Tweede Kamerlid Martin Bosma. Hij schreef in 2010 'De schijn-élite van de valse munters' waarin hij onder meer stelde dat Hitler een socialist was.

"Martin Bosma maakt zich er in zijn boek wel heel gemakkelijk vanaf door geen onderscheid te maken tussen communisme en sociaal-democratie. Hij ziet bewust over het hoofd dat de SDAP een andere weg is ingeslagen dan communisten."

Hartmans stelt dat de verschillen tussen nazi's en sociaal-democraten vele malen groter zijn dan de overeenkomsten. Daar waar de NSB een afkeer toonde van de rechtsstaat en parlementaire democratie, werd die in het beginselprogramma van de SDAP van 1937 juist ten volle omarmd. Daar waar de NSB een voorliefde toonde voor strijd en geweld, koos de SDAP ervoor om het criminele gedrag van WA'ers te beantwoorden met geweldloosheid.

Bosma verwees in zijn boek verschillende keren naar de in 2008 overleden socioloog en Trouw-columnist Jacques van Doorn, die in 2007 zijn boek 'Duits socialisme' publiceerde. Daarin stelde hij dat de Duitse sociaal-democratie in de jaren dertig had gefaald en daarmee Hitler aan de macht had gebracht. De vraag of nationaal-socialisme en sociaal-democratie kinderen van één vader waren, beantwoordde Van Doorn bevestigend.

Het is opvallend hoe negatief u bent over dat boek van Van Doorn, dat in Nederland zeer positieve kritieken kreeg en ook in Duitsland positief is ontvangen.
"Over die positieve reacties in Nederland was ik ook verbaasd. Zelfs Bart Tromp, iemand die ik vrij hoog heb zitten, was lovend. In Duitsland waren zeker niet de toonaangevende historici het met Van Doorn eens. Ik vind dat Van Doorn, die ik zeker heb bewonderd, de waarheid ernstig geweld aandoet als hij de SPD als hoofdverantwoordelijke aanwijst voor het aan de macht komen van Hitler. Weimar werd voortdurend belaagd door anti-democraten van allerlei snit: behalve door Hitler ook door ultranationalistische conservatieven en communisten. Vanaf de zomer van 1932 beschikten de doodsvijanden van de democratie een meerderheid in de Rijksdag. Van Doorn maakte van de SPD een karikatuur. Het spijt me, 'Duits socialisme' is een broddelwerk dat vooral is gebaseerd op literatuur uit de jaren vijftig."

U kunt niet de verleiding weerstaan stil te staan bij de vergelijking tussen de PVV en de NSB. Maakt u niet dezelfde fout als Thom de Graaf, die bij het pleidooi van Fortuyn om het verbod op discriminatie uit de Grondwet te halen over Anne Frank begon?
"Ik vind het inderdaad dom om bij dit soort discussies de oorlog erbij te halen. Die laat ik er altijd juist buiten. Als ik over het rechts populisme praat, gaat dat tot 1940. Ik heb het niet over deportaties en gaskamers. Niemand in de jaren dertig kon bevroeden op welke dramatische wijze het nazisme na 1940 zou escaleren. Over dit soort discussies moet je nooit de slagschaduw van Auschwitz laten vallen. Het fascisme was een maatschappelijk verschijnsel van de jaren twintig en dertig. Het paste in die tijd en dus vind ik het onzin om op de PVV het etiket fascisme te plakken. Dat verheldert ook zo weinig. Maar dat neemt niet weg dat er overeenkomsten zijn tussen PVV en NSB. Bovendien komt PVV'er Bosma zelf met de vergelijkingen van voor de oorlog. Mag ik dat niet corrigeren?

"Wat ik schrijf, is dat na de indus-triële revolutie snelle maatschappelijke veranderingen aan de orde van de dag waren en niet iedereen voelde zich daar goed bij. Dat verkruimelde sociale verbanden, maakte het leven onvoorspelbaar, onzeker. Vanaf dat moment zijn er politici geweest die inspelen op onzekerheden en angst die bij burgers leven. Fascismekenner Ernst Nolte wees de anti-parlementaire Action Française van Charles Maurras aan als het begin van dat steeds terugkerende verschijnsel. Hij noemde dat proto-fascisme.

"Na de Eerste Wereldoorlog stak in Duitsland en Italië onvrede de kop op en ook toen probeerden populisten daar gebruik van te maken. De partijen die zij oprichtten deden mee aan verkiezingen, maar waren zelf niet democratisch georganiseerd. Een ander kernmerk is het doen van simplistische voorstellen voor gecompliceerde problemen die zelden uitvoerbaar zijn. Zij praten de vatbare groep naar de mond en opportunisme is daarbij zelden afwezig.

"Populisten geven anderen de schuld van die problemen: is het niet de 'linkse kerk', dan zijn het wel de buitenlanders. En als dat niet meer werkt, is Europa aan de beurt. Het nationalisme zie je bij al die bewegingen terug. In welk tijdvak ook, populisten zetten zich af tegen het establishment en de elite, want die verdelen de baantjes onder elkaar en smeden complotten tegen de gewone man. Wat altijd terugkeert, is het in twijfel trekken van de integriteit van de rechterlijke macht. Het enige wat je bij populistische groepen na de Tweede Wereldoorlog niet ziet, is het gebruik van geweld. Hoewel, als ik naar enkele Kamerleden kijk van de PVV, dan hangt die geur daar wel omheen. Maar ja dat komt natuurlijk ook door die 'linkse pers', nog zo'n stokpaardje dat in alle tijdvakken terugkomt."

Rob Hartmans: Vijandige Broeders? De Nederlandse sociaal-democratie en het nationaal-socialisme, 1922-1940. Ambo, Amsterdam. € 24,95.

Willem Banning
Het had weinig gescheeld of Willem Banning (1888-1971) was net als zijn vader als visser op een haringschuit terechtgekomen. In plaats daarvan kon de intelligente jongen naar de kweekschool en werd hij onderwijzer. Dankzij de financiële steun van een notaris, wiens zoon hij onderwijs had gegeven, ging hij theologie studeren. Na zijn studie was hij vrijzinnig-hervormd predikant.

Banning meldde zich aan als lid van de SDAP en werd in Nederland voorman van de religieus-socialistische beweging. Behalve geheelonthouder was hij ook een overtuigd pacifist. Hij droomde van een nieuwe menselijke samenleving die de oorlog zou uitbannen. Kernpunt van zijn inspanningen was de 'volksopvoeding': arbeiders moesten zich verheffen.

Tijdens de oorlog kwam Banning in het gijzelaarskamp in St Michielsgestel terecht, waar hij in contact kwam met andere politieke leiders. Na de oorlog was hij overtuigd van de noodzaak van een doorbraak en was hij een van de medeoprichters van de PvdA. Behalve bij die partij was hij ook een gezaghebbende stem in de oecumenische kerken en de vakbeweging.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden