Ik kwam rijker uit de dodencel

Paul de Blot is 91 en nog iedere dag actief als pastor en hoogleraar Business Spiritualiteit. Hij publiceert, spreekt, blogt, troost en bezielt. "In vakantie geloof ik niet, ik heb elke dag plezier."

Les 1

Duik erin

"Het hele leven is één groot bewustwordingsproces. We evolueren van bewust worden naar bewust zijn. Dat proces bestudeer ik al mijn hele leven. Het mooie van de mens is dat we kunnen kiezen of iets nut heeft of onzin is. Bij keuzes duik ik er altijd in.

Ik ben geboren op Java en groeide op in een gezin van tien kinderen, we woonden niet ver van de Indische Oceaan. Ik wilde als vierjarig jongetje graag spelen bij de zee, maar mijn moeder verbood het. 'Veel te gevaarlijk', zei ze. Toch koos ik te gaan en niet naar haar te luisteren. Ik liep door de rimboe naar het strand en speelde in zee. Ineens kwam er een grote golf en even wist ik niet wat te doen. Ik koos ervoor in de golf te duiken. Ik tuimelde rond en kwam in alle rotzooi terecht, die zo'n golf meebracht. Even dacht ik dat het mijn einde was, maar het volgende moment tilde de golf me op en legde me zachtjes op het strand. Mijn eerste spirituele ervaring."

Les 2

Dood brengt ware vriendschap

"Als jonge vent wilde ik eigenlijk vliegenier worden, dat leek me zo'n heldenbaan. Het was oorlogstijd en mijn moeder zei: 'Als je gaat vliegen, stort je neer en heb ik geen Paul meer.'

Omdat ik van mijn moeder hield, koos ik voor de commandotroepen en bleef op de grond. Niet wetende dat het leven als stoottroeper voor het Nederlands-Indische leger nóg gevaarlijker was. Na een maandenlange loodzware training ging ik als twintiger met een bajonet en een kapmes de rimboe in. Ik vocht zonder te weten wie de vijand was en waar die zat. Doordat ik op West-Java vocht, heb ik het overleefd. Al mijn vrienden en klasgenoten vochten bij Surabaya; zij zijn allemaal gesneuveld.

Na de capitulatie in 1942 zat ik gevangen in een concentratiekamp. Vijf jaar lang, waarvan het laatste jaar in de dodencel. In die cel maakte het overlijden van een van mijn medegevangenen diepe indruk. Tijdens zijn laatste uren bleef ik bij hem, keek hem lang aan en sloot ten slotte zijn ogen. Zijn dood raakte me zo diep, dat ik wist dat dit ware vriendschap was.

Ik heb mijn drie andere medegevangenen na de oorlog nooit meer gezien, maar in mijn hart weet ik dat ze voor eeuwig mijn beste vrienden zijn.

Het verblijf in de dodencel was onnoemlijk zwaar; ik leefde op muizen en ander ongedierte dat binnenkwam. Op een ochtend werd ook ik doodverklaard, in een doek

gewikkeld en naar het lijkenhuisje overgebracht. De volgende ochtend zou ik om zeven uur worden begraven.

Die doodservaring was zo mooi. Ik wist op slag wie mijn vrienden waren en zag alleen maar licht en schoonheid. Prachtig. Mijn lichaam was helemaal in dienst van mijn geest en ik wilde absoluut niet terug. Toch keerde ik terug in mijn lichaam, stommelde wat heen en weer en rolde zo van de tafel af. Iedereen schrok zo dat ik als lijk weer was gaan leven, dat ze me verder met rust lieten. Ik kwam rijker uit de dodencel."

Les 3

Iemand had mij nodig

"De bommen op Hiroshima en Nagasaki zorgden ervoor dat aan mijn gevangenschap een einde kwam. Ik was vrij, kreeg groot verlof en ging chemie studeren. Ik wilde trouwen met een meisje, zodat ik samen met haar voor mijn gehandicapte broertje kon zorgen. Alles was uitgestippeld. Het was nog steeds oorlog. Een rotsituatie. Jonge jongens uit Nederland kwamen ongetraind naar Indonesië en sneuvelden met honderden tegelijk. Uit wraak werden hele dessa's uitgemoord. De wreedheden die toen plaatsvonden...

Op een dag zag ik foto's van slachtoffers van de atoombom op Hiroshima. Ik moest en zou naar Japan om die slachtoffers te helpen. Ik voelde me zo schuldig dat die bom voor mijn vrijheid had gezorgd. In mijn hart voelde ik: iemand heeft mij nodig. Japan was echter afgesloten voor buitenlanders en de enige manier om er te komen was jezuïet worden. Hiroshima en Nagasaki waren echte jezuïtenplaatsen. Mijn vader reageerde woest, hij zag er geen heil in. Mijn moeder keek me zwijgend aan; zij begreep me wel. Diezelfde dag nog ben ik vertrokken, zonder afscheid te nemen. Ik heb mijn broer, familie, verloofde, vrienden, carrière, alles opgeofferd. Nadat ik die keuze had gemaakt, werd ik rustig."

Les 4

Zet kennis én gevoel in

"Mijn opleiding tot jezuïet duurde zestien jaar. Na twee jaar strenge ascese en twee jaar halve ascese volgden jaren van culturele studies, metafysica, fysica en theologie. Als jezuïet moet je ook op bedevaart naar een onbekende plaats zonder geld. Ik ben toen via Beiroet naar een kibboets in Israël gegaan. Uiteindelijk ben ik nooit in Japan terechtgekomen. De opdrachten die ik kreeg, waren altijd ergens anders. Kennelijk was het de bedoeling dat ik jezuïet werd. Tijdens mijn opleiding moest ik ook les geven aan analfabeten. Jarenlang gaf ik les aan Javaanse kinderen in de derde klas. Om na al die jaren wetenschappelijke studie de stof begrijpelijk over te brengen op kinderen was een stevige uitdaging. Het lukte door liedjes te zingen, die bleven hangen. Jezuïeten zeggen: 'Kennis is macht, anders kun je andere mensen niet helpen. En wees solidair met de machtelozen'. Daar geloof ik in. Het gaat erom dat je alles inzet van je kennis en je gevoelsleven. Ik ben inmiddels 91 jaar en werk nog steeds als pastor. Ik zet me in voor vluchtelingen en mensen met oorlogstrauma's. Ik begrijp mensen, misschien doordat ik zelf ook het nodige heb meegemaakt. Meestal houd ik alleen hun hand vast en luister."

Les 5

Leef met tegenstand

"Ik heb mijn hele leven tegenstanders gekend. In de tijd van Soeharto kwam ik op voor de rechten van communistische gevangenen. Dat bracht me in de problemen bij internationale organisaties, die me betichtten van heulen met de vijand. Men wantrouwde mij omdat ik voor de communisten werkte én voor Soeharto. Alles wat naar communisme rook was slecht. Ik werd gedwongen een keuze te maken: de strijd aangaan of weggaan. Ik koos te vertrekken; het ging om mij persoonlijk en door weg te gaan, konden anderen mijn werk overnemen. Opnieuw liet ik alles achter wat ik had opgebouwd.

Na een korte periode in Duitsland kwam ik in Amstelveen terecht om te helpen bij de opvang van vluchtelingen. Omdat ik geen visum kreeg, schreef ik me in als student psychologie en spiritualiteit. Zo kreeg ik een studentenvisum. Mijn visum is al die jaren keer op keer verlengd. Eigenlijk ben ik zelf ook allochtoon. Dat bleek toen ik twee jaar geleden werd opgeroepen voor een inburgeringstest. Ik schreef een keurig briefje dat ik hoogleraar was aan Nyenrode en geridderd in de Orde van Oranje-Nassau. Als antwoord kreeg ik dat inburgeren wellicht niet meer nodig was."

Les 6

Iemand regelt altijd een plekje

"Eind jaren zeventig werd ik campusmoderator voor de studenten van Nyenrode, destijds was er nog een echte campus. Daarnaast studeerde ik bedrijfskunde en gaf trainingen in diverse managementvaardigheden. Mijn missie is altijd geweest om bezieling in de zakenwereld te brengen. In de 35 jaar dat ik voor Nyenrode heb gewerkt, ben ik drie keer ontslagen omdat mijn afdeling werd opgeheven. Maar eenmaal Nyenrodiaan altijd Nyenrodiaan. Elke keer kwam er weer een oplossing waardoor ik kon blijven. De eerste keer stelde een collega voor om verder te gaan als promovendus. Dat promotieproces heeft jaren geduurd; bizar genoeg stierven of verdwenen al mijn begeleiders. Ik was pragmatisch en bewoog met de tijdgeest mee. Door de jaren heen veranderde het onderwerp waarop ik promoveerde: dan was cultuur in, daarna marketing en vervolgens de chaostheorie. Toen ik promoveerde was ik inmiddels 78 jaar, maar al die tijd was bezieling in het zakendoen de rode draad gebleven. Nyenrodianen zijn dromers én doeners. Op mijn tachtigste werd ik benoemd tot hoogleraar Business Spiritualiteit. Ik ga nog iedere dag naar Nyenrode, inmiddels heb ik geen eigen kamer meer, wel een bureautje. Ook nu is er weer een plekje voor me geregeld."

Les 7

God is niet te kennen, wel te beleven

"Zonder bezieling geen leven. Ieder jaar organiseer ik retraites, dagen en werkcolleges om mensen bezieling te laten ervaren. Iedereen mag daar komen. Ik maak nooit onderscheid tussen islamieten, christenen, joden, hindoes of andere overtuigingen. In iedere cultuur en ieder geloof wordt spiritualiteit anders beleefd, maar het gaat altijd over bezieling. In Afrika gaat spiritualiteit over 'wij' en bij ons gaat het over 'ik'. Over dat aspect van spiritualiteit ga ik nog een keer een boek schrijven.

Zelf hecht ik het meeste aan de zijnskant van spiritualiteit. Ik ben diep gelovig, maar

ben kritisch godsdienstig. Voor mij is de hoogste wijsheid van theologie dat je niet over God spreekt, omdat hij niet te kennen is. Ik beleef hem wel en over die beleving spreek ik graag. Iedere godservaring is een zijnservaring. Dat is heel persoonlijk. De mensen zijn voor mij de kerk; uit hen haal ik mijn geloofsleer. Als pastor in het verpleeghuis vraag ik nooit wat iemand gelooft. Ik vraag: 'Hoe gaat het met je? Ben je bang? Wat kan ik voor je doen?' Daarna geef ik ze mijn zegen."

Les 8

Hou vast tot iets beters komt

"Mijn leven is een verzameling van mooie, dankbare momenten. Iedere dag overpeins ik de dag en schrijf in een dagboekje. 'Wat heb ik gedaan? Wat ging fout? Wat moet beter?' Dat geeft mij houvast. Ik doe het nu rustiger aan; voor elf uur 's ochtends maak ik geen afspraken. In vakantie geloof ik niet, ik heb elke dag plezier. Anders stop ik ermee. Ik woon in een gemeenschap van jezu-ieten en voel me sterk verbonden met de ordeleden, maar ook met mensen die mij mailen, mijn blog volgen of die ik begeleid als pastor. Ik ben onderdeel van een groter geheel. Ik kijk elke morgen opnieuw wat mij wordt aangeboden. Dan maak ik een keuze: is dit iets waardoor het geheel beter wordt of moet het anders? Ik hou vast tot iets beters voorbijkomt."

Familiewapen

Hoe zou het familiewapen van Paul de Blot eruit kunnen zien? Illustrator Renske Karremans liet zich inspireren door zijn Levenslessen: "Omdat Paul de Blot geboren is op Java heb ik de Javaanse vlag gecombineerd met een door de jezuïeten veel gebruikt symbool. Aan weerszijden van het schild vind je een verwijzing naar de golf uit het verhaal van Paul de Blot."

Paul de Blot

Paul de Chauvigny de Blot (1924) - kortweg Paul de Blot - groeide op in Koetowinangoen (Java, Indonesië) en studeerde chemie. In de oorlog vocht hij bij de commandotroepen van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger (Knil). Hij zat vanaf 1942 vijf jaar gevangen in diverse concentratiekampen. In 1948 werd hij jezuïet en studeerde zestien jaar lang fysica, filosofie, politieke staatsleer, godsdienstwetenschap en ecologische technologie. Daarna werkte hij als docent fysica aan de staatsuniversiteit in Yogyakarta. In 1979 kwam hij naar Nederland en ging werken als campusmoderator bij de Nyenrode Business Universiteit. De afgelopen 35 jaar werkte hij daar in verschillende functies.

Hij publiceerde diverse boeken over bezield zakendoen: 'De mystiek van het zakendoen', 'Servant-Leadership & Business Spiritualiteit' en 'Ik heb een droom - van duurzaamheid tot zingeving'. Op zijn 78ste promoveerde hij op 'Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens'. Hij was 80 jaar toen hij hoogleraar Business Spiritualiteit werd.

In 2009 werd De Blot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zijn hele carrière werkt hij in het pastoraat voor zieken, studenten, allochtonen en oorlogsslachtoffers in Nederland en Indonesië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden