'Ik koos een regime van eten, trainen, slapen, eten, trainen'

WOERDEN - Voor bookmakers-activiteiten is het veldrijden dit seizoen een totaal ongeschikte tak van sport. Wie de moeite neemt alle uitslagenlijsten door te nemen, stuit onvermijdelijk telkens op dezelfde namen. Richard Groenendaal heerste vanaf de eerste ritten, gaf - toen het in december even wat minder liep - de estafette-stok een korte wijle over aan zijn ploegmaat Adri van der Poel, maar liet gisteren bij het NK in Woerden al na enkele minuten alle concurrenten zijn achterwerk zien.

Bij het aanhoudende Rabo-geweld in het wielerpeloton kon het onmogelijk iets worden met de nationale titelstrijd. Waar in de wereldbekerevenementen de Italiaanse lichtgewicht Daniele Pontoni nog wel eens tegengas geeft, is het Nederlandse onderonsje eigenlijk weinig meer dan een verplicht nummer. In een veld van goedwillende liefhebbers hoefde het koppel Groenendaal/Van der Poel slechts met een half oog te kijken naar de weerstand van de VKS-ploeg: een wielerstal die met De Vos, Boezewinkel en Gommers wèl vaardige rijders herbergt, maar geen hoofdprijzen incasseert.

De vorige editie van het NK vormde daarop een uitzondering. Toen was het Wim de Vos die - tegen alle verwachtingen in - een gedurfde solo beloond zag met het rood-wit-blauwe tricot. Die euforie in het VKS-kamp lijkt een eeuwigheid geleden. Gisteren ging De Vos in de eerste kilometers even op de bluftoer (“Ik tegen beter weten in de aanval gekozen, maar wat moet je anders?”). De titelverdediger boog echter al snel het hoofd toen Groenendaal hem in de plaatselijke zandbak voorbijdenderde. De rest was een formaliteit: het publiek kon slechts met een blik op de secondenwijzer registreren, hoe Groenendaal via een vrijwel mathematische lijn zijn voorsprong uitbouwde naar meer dan een minuut.

Het NK bood zo, jammer genoeg, een weinig aansprekend schouwspel tegen een al evenmin boeiend decor. Veldrijden kan aangrijpend zijn als overvloedige regenval de paden transformeert in een onbegaanbare brij en de rugnummers bedekt zijn met een dik pak slijk. Veldrijden kan ook - als de kou serieus toeslaat - prachtige beelden geven van donkere, voort-ijlende schaduwen tegen een verstild en besneeuwd Anton Pieck-landschap. Woerden bood niets van dat al. Het brave winterzonnetje zorgde voor een al even brave ambiance. Tot overmaat van verveling had de organisatie de rit van 1998 ook nog eens pal langs een buitenwijk met huizen in de bovenmodale prijsklasse gepland; een wandelpark waar normaal gesproken ouders met hun kroost langs fraaie waterpartijen flaneren. Om het schromelijke tekort aan hoogteverschillen te compenseren moesten de rijders de minimale bultjes in het terrein talloze malen op en af. Die via de tekentafel gevonden creatieve oplossing vermocht de koers niet tot leven te brengen. Zelfs de mannen waar het toch eigenlijk om ging - de veldrijders zelf - waren op een gegeven moment nauwelijks meer te bespeuren. Omdat elke gedubbelde renner terstond naar het washok werd verwezen, werd het akelig stil op de omloop. Achter de ontketende Richard Groenendaal haalden slechts Van der Poel, De Vos, Brentjens, Boezewinkel, Gommers, De Knegt, Veldkamp, Koehorst en Weevers heelhuids de eindstreep, een bitter bewijs dat het veldrijden in Nederland bepaald geen breedtesport is.

Het enige lichtpunt van het (te) saaie evenement, vormde de teruggekeerde vorm bij Richard Groenendaal. “Het magische gevoel is er weer”, glunderde de nieuwbakken kampioen. De Brabander had eerder door een paar ziektedagen, het volle wedstrijdprogramma en de feestdagen zijn vertrouwde ritme verloren. (“Het leek wel alsof ik met mijn fiets tot de assen door de modder zakte”). Groenendaals remedie? Hij greep terug naar de basisregels van de wielrennerij. “Ik ben gewoon nauwgezet gaan doen wat ik ook aan het begin van het seizoen deed: een strak regime van eten, trainen, slapen, eten, trainen. De laatste dagen merkte ik het effect, dan begin je ook met meer vertrouwen aan een wedstrijd.”

Het tijdstip van herstel kwam bijzonder gelegen. Groenendaal heeft volgende week in Heerlen de wereldbeker voor het grijpen (een dertiende plaats volstaat), op 1 februari volgt ook nog het WK in het Deense Middelfart. De vragen over de strijd om de regenboogtrui ging Groenendaal na zijn nationale triomf zo diplomatiek mogelijk uit de weg. Veteraan Adri van der Poel roept al maanden dat zijn enige wens een laatste wereldtitel is, maar ook Groenendaal blijft uiteraard een grote kanshebber. Daarom wilde hij gisteren geen uitsluitsel geven over een stilzwijgende afspraak met Van der Poel om de prijzenbuit te verdelen (hij de wereldbeker, Van der Poel de mondiale titel). Het 'misschien wel', klonk als een loze belofte. Onder cyclo-crossers is 'ja' immers nooit meer dan een 'ja, mits. . .'

Zeker is wel dat van Erik Boezewinkel en Gretienus Gommers als de nummers vier en vijf van de nationale equipe in Denemarken de nodige hand- en spandiensten worden verwacht. Elite-coach Herman Snoeijink liet gisteren geen twijfel bestaan over de pikorde binnen het uitverkoren gezelschap: “Er ligt in Middelfart een vertrek van 700 meter op een weg die drie, vier procent omhoog loopt. Ik wil de tactiek daarop toespitsen. Een van de renners zal zich moeten opofferen voor de kanshebbers. Het vertrek zal zo hard moeten, dat Groenendaal, Van der Poel en De Vos dan in de luwte hun plaats in het veld kunnen vinden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden