Column

Ik kon Boudewijn Büch niet luchten of zien

Boudewijn BüchBeeld ANP

Ik moet de laatste dagen geregeld aan Boudewijn Büch denken. Komt natuurlijk door die net verschenen biografie van Eva Rovers: 'Boud'. Wij noemden hem overigens altijd Bou... maar ik snap het wel, het is inderdaad een nogal boud verhaal, al die verzinsels en fabuleringen, dat hele harnas van onwaarheden dat hij dag in dag uit aantrok. Bou en ik mochten elkaar niet, we zaten bij dezelfde uitgeverij, de Arbeiderspers, en misschien dongen we allebei wel naar de gunst van onze uitgever, Theo Sontrop, ik dan onbewust.

Eva Rovers - BoudBeeld Prometheus

We zaten elkaar in de weg, al werd aandachttrekker Bou daar eigenlijk al snel te beroemd voor. Het was een tamelijk kinderachtige vete, hij zei iets lelijks over mij en ik dan weer over hem. Als ik de uitgeverij binnenkwam en Bou was er, dan werd ik op het secretariaat aan de praat gehouden tot mijn vijandje via een sluiproute het pand had verlaten.

Cultus

Op een gegeven moment was het ook een soort cultus geworden, elkaar niet te kunnen luchten of zien. Mensen die ons allebei kenden, zoals onze uitgever, beschouwden het geloof ik vooral als jongenskrakeel en dat was het ook. Als ik Eva Rovers' gloedvolle biografie lees houd ik van Boudewijn Büch vooral het beeld over van een nooit volwassen geworden puber. Toen hij een tv-ster werd kwam die kant van hem helemaal los, hij genoot van het poseren, de Sturm und Drang, het opgefokte enthousiasme. Het zou me niet verbazen als hij 's avonds thuiskwam na zo'n sessie en als een ballon leegliep. Eigenlijk was hij vooral een ongeleid projectiel, je kon nooit voorspellen wat hij vond of ging doen. Misschien was zijn grootste opdracht wel om niet als fantast en leugenbaron ontmaskerd te worden denk je na Boud, maar in de praktijk betekende dat vooral dat je hem nooit kon peilen.

Een van de laatste keren dat ik hem tegen het lijf liep was in een uitzending van 'De tafel van Pam', een toentertijd roemrucht radioprogramma waar je als het goed was werd gefileerd. Boudewijn Büch, Theo van Gogh, wetenschapsfilosoof Jaap van Heerden en schrijfster Nelleke Noordervliet klaarden onder leiding van Max Pam die klus. Een van de vreemde gewoontes bij dat programma was dat je in een soort antichambre mocht wachten tot ze klaar waren met je voorganger.

De martelkamer van Pam

De martelkamer van Pam was een betere benaming en ik weet nog dat ik doodnerveus was. Ik was uitgenodigd omdat ik bijzonder hoogleraar was geworden en ik wist wat me te wachten stond van Boudewijn Büch die zelf het liefst hoogleraar had willen worden en mij niet kon uitstaan.

Misschien ging het op alfabet want voor mij werd Hendrik Jan Schoo, toenmalig hoofdredacteur van Elsevier, om zeep geholpen. "Het viel wel mee", mompelde hij, toen hij mij met geslagen blik weer passeerde. Ik wist wel beter. Inderdaad werd ik aan streng verhoor onderworpen en verklaarden diverse panelleden dat ze niks aan mijn poëzie vonden (waar ik helemaal niet voor gekomen was).

Maar tot mijn stomme verbazing, zei Bou juist iets aardigs over mijn gedichten en dat dat natuurlijk geweldig was, zo'n professoraat. Gekke ondoordringbare man, ik geloof zelfs dat ie het meende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden