’Ik koester de gedachte dat we gedragen zijn’

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Marlies Middeldorp.

Wat hebt u meegemaakt?

„Ik ben actief in een kritische rooms-katholieke parochie in een gegoede wijk. Het verhaal van Jezus van Nazareth inspireert mij. Daarom heb ik me aangesloten bij een groepje in onze kerk dat de ontwikkeling en vrede overal ter wereld wil bevorderen. Op een dag kwam er een hele groep Ierse mensen die in caravans wonen bij ons in de kerk, en ze bleven komen, ook nu nog. Aanvankelijk gaf hun komst onrust. Ze komen te laat de mis binnen, en nemen altijd een heleboel lege colaflessen mee waarin ze wijwater willen. Ze gebruiken het ook als drinkwater. Ze slaan heel veel kruisjes en kussen het kruis. Deze mensen zijn op hun eigen devotionele wijze heel gelovig. Heel anders dan de mensen die al in onze parochie kerkten.

In een poging nader met ze in contact te komen, vroeg ik ze of ik niet eens samen met oud-hulpbisschop De Kok bij ze op huisbezoek kon komen. Dat wilden ze wel, dus op een avond werden de monseigneur en ik in een van de caravans van hun kamp ontvangen. Vooral de aanwezigheid van een bisschop maakte veel indruk. Hij moest niet alleen de aanwezige beelden zegenen, maar ook de caravan zelf. En daarna waren de tien andere caravans aan de beurt. In het schijnsel van een zaklantaarn zegende De Kok de wagens. Ook de kinderen werden uit bed gehaald voor de bisschoppelijke zegen. Voor deze mensen was onze aanwezigheid een zeer religieus gebeuren.”

Was het ook religieus voor u?

„Ik geloof niet in wonderen zoals die mensen doen, maar ik geloof wel in de religieuze waarde van de verwondering, en ik verwonderde me er zeer. Niet alleen over de kinderen, die waarschijnlijk weinig naar school gingen – iets wat mij als schooldirecteur aan het hart gaat.

Ik verwonderde me vooral over het ritueel waarvan zij zo genieten. Enerzijds kan ik denken: wat een poespas dit toneelstukje. En: wijwater, wat is dat nou helemaal? Net als bidden is dat bijna niks. Maar anderzijds zie ik dat die rituelen werken. Deze mensen beleven er veel aan, kikkeren er zichtbaar van op.

Ik zie hetzelfde ook op mijn school. Onze verstandelijk gehandicapte kinderen hebben een heel primaire omgang met religie. En ik moedig dat aan. Zo hebben we in de aula een glas-in-loodraam van de engel Rafael. Als kinderen met problemen zitten – je verkering gaat uit, je moeder overlijdt, je merkt dat je niet kunt lezen of dat je het syndroom van Down hebt – dan mogen ze een kaarsje bij Rafael aansteken. De engel steunt je dan, zeggen we, en zo beleven ze het ook. Het werkt.

Zelf ben ik heel praktisch ingesteld, en ik geloof niet in onzin. Maar ik speel bij gelegenheid wel mee met het spel tussen wetenschap en geloof.

Geloof is een stukje van mijn ziel dat ik niet graag zou kwijtraken. Daarom moet ik religieuze verhalen en rituelen niet al teveel uitpluizen. Goede verhalen wil ik niet om zeep helpen, ook al kan ik ze niet meer voor waar houden zoals iedereen honderd jaar geleden nog wel deed. Ik zoek er op een andere manier naar waarheid in. Neem het sprookje van Roodkapje. Dat is niet echt gebeurd, natuurlijk. Maar het is wel waar: natuurlijk moet je niet van het juiste pad afdwalen en niet naar enge wolven luisteren. In veel bijbelverhalen geloof ik niet zo letterlijk, maar ze zijn op een bepaalde manier toch waar. Vanuit hetzelfde idee steek ik ook wel eens een kaarsje aan. Het is de verwondering over het leven die je ermee voedt.”

Wat maakt dat religieus?

„Op school gebruiken we beelden die de leerlingen begrijpen. Als iemands moeder sterft, zeggen wij dat we zeker weten dat God heel goed voor zijn moeder zorgt. Ik kan dat zeggen omdat ik geloof dat de doden in Gods hand geborgen zijn. Maar ga dat beeld niet uitpluizen. Ik voel er een wonderlijk vertrouwen bij, eenzelfde soort vertrouwen dat ik voel bij mijn ouders en vrienden.

Ik ken het geluk van het staan in een bloeiende alpenwei. Dat is eigenlijk zo verschrikkelijk mooi, dat ik het gevoel krijg dat ik er niets van snap, maar dat ik er toch dankbaar voor mag zijn.

Soms lijkt God door de werkelijkheid heen te schijnen, zoals in het contact met andere mensen. Ik heb weleens aan een sterfbed gezeten, en dan konden er momenten zijn dat het contact een meerwaarde kreeg, dat je alletwee het wonderlijke gevoel kreeg dat er een Barmhartige is die ons mensen draagt.

Wie weet komt dat gevoel zuiver en alleen uit mezelf, maar toch koester ik die gedachte dat we gedragen zijn. Verder wil ik er niet teveel over zeggen. Dit is te privé en ik wil niet als een freak in de krant.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden